Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
21 mei 2014, om 10:47 uur
Bekeken:
329 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
171 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Van piano naar blokfluit. Een degradatie (deel 2) "


Van piano naar blokfluit. Een degradatie (deel 2)

 

Of schoolmeester te worden? Zelfs als ik nauwlettend mijn medeleerlingen Ina de Haan,met haar toen nog grote borsten, gevangen in dubbel D cups onder een spannend truitje, Femmy de Smalen, Gerda Uyl enreef en vooral niet te vergeten Els Deutekom bekeek viel er niet aan te twijfelen dat de blokfluit bij uitstek geschikt was voor geestelijk en/of lichamelijk minder bedeelden van de gerefor meerde,vrouwelijke kunne,die voor schooljuffrouw in de wieg waren gelegd. Geruime tijd dacht ik zelfs dat mijn ex-geliefde Els D. de muziekboeken alsmede twee blokfluiten in haar bloesje vervoer de, maar ik had het mis;ze droeg een ouderwets vijftiger jaren model punt beha, ook toen nog veelvuldig gerdagen in bevindelijk gerefor meerde kringen en ik kan het weten want ik heb er jaren lang naar hartelust uit volle borst in die borsten van haar mogen graaien toen ze al lang sexier lingerie droeg, zoals bustehouders met een gebor duurd roosje tussen de cups zodat er altijd iets te plukken viel voor een onbezoldigd kwekeling zonder akte!

Het heeft de saaie lessen didaktiek en pedagogiek aardig gekompenseerd al die jaren. Ik had tenminste iets zinvols omhanden.

Wat muzieklessen betrof heeft het me altijd aan twee eigenschappen ontbroken; vlijt en geduld. Geduld is een deugd voor ezels, heeft Daumier eens terecht gezegd. Of ik geen ezel was, dan wel een ezel zon der geduld,bleef die hele uitzichtsloze kweek schooltijd onbeantwoord. Mijn klasge noten, die mij toch al nooit bijzonder hoog schatten,v onden waarschijnlijk van wel. Ik heb het ze nooit gevraagd, want ik was niet nieuwsgierig naar de opinie van een adspirant schoolmeester. Van mijn kant daarentegen heb ben zij alleen op mijn ijskoude minachting kunnen rekenen al die jaren. De muziekleraar,die al lang wist dat hij met een onverbeterlijk amuzikaal produkt te maken had, was zo verstandig mij een zes min te geven bij het eindexamen en diezelfde middag, na het uit reiken van het schoolmeestersdiploma gooide ik in aanwezigheid van Els D. in een overmoedige, maar vooral jolige bui, mijn blokfluit die zomerse middag vol zonneschijn in het water van de Craye nestersingel te Heemstede, nadat ik het instru ment in twee delen op mijn knie had gebroken. Niemand zou er meer enige vreugde aan kunnen beleven en het verminkte instrument zou als het uit het water zou worden gevist te nat zijn om ook maar als brandhout in de open haard te dienen. Nooit heb ik gelukkiger momenten beleefd dan op het ogen blik dat de stukken van de blokfluit met een vrolijke pisboog in het water verdwenen. Zelden ben ik in mijn leven milder of vergevingsge zinder gaan denken over wie of wat dan ook, maar al helemaal niet over de blokfluit. Nog steeds verafschuw ik mijn ex klasgenoten van de kweekschool, zelfs mijn ex-minnares Els D. die mij zo genadeloos en onbarmhartig in de steek liet die zomer van 1965 toen ik van het hoofdakte examen werd geweerd en maanden lang ziek werd. Ik mijd ze als de pest, die ex-klasgenoten; ze zijn mij totaal onverschillig, maar een blokfluit ben ik voor goed blijven haten. Ik vond dat Els D. bij het omkijken niet in een zoutpilaar moest veranderen maar in een blokfluit. Met liefde had ik haar eind 1965 in tweeën gebroken en in het water gegooid!

 

Eindigen als een aanbeden langharige pianovirtuoos als Jan V., bejubeld worden als blues gitarist zo als Eric Clapton of wonderschoon blazend met windkracht tien op de mondhar monica als protest zanger en nog liever de saxofoon nieuwe klanken ontlokken aan de tenorsax was voor mij niet weg gelegd door de schikgodinnen. Ik was veel te onzeker, verlegen, verward en eenzaam om me op welk terrein dan ook te manifesteren. De zes tiger jaren, toen de grootste idioot wereldberoemd kon worden door, zoals de mislukte eerste jaars student Bob Dylan, verwoed op een mondharp te spelen, begeleid door slordig getokkelde gitaarakkoorden in de geïmiteerde stijl van Woody Guthrie, met het nummer Blowin’in the wind of zoals tientallen abstrakte schilders in na volging van Pollock bekend worden door eveneens in opperste vrijmaking blikken verf op een doek te smijten net als de Tukker Jan Cremer, waren nog niet aangebroken. Het enige dat ik altijd echt goed kon was het natuur getrouw teke nen, een verworvenheid die uit de mode was sinds de dagen van Cezanne en als de tekenleraar de tekenvoorbeelden ophaalde, vergiste de leerkracht zich wel eens door mijn tekening op te halen en het voorbeeld op mijn tafel te laten liggen omdat ik exact kon tekenen tot grote bewondering van mijn medeleerlingen.

 

(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.