Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
19 mei 2014, om 08:12 uur
Bekeken:
362 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
199 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Hulpeloos en hopeloos"


‘Ik ben  vervolgd, ik word vervolgd…’

                               door Frank Forrest

  (Gepubliceerd in De Nieuwe Spektoskopen, maandblad voor kultuur en maatschappij, jaarg. 13,  juni 2004)

 

In welke zin bent U vervolgd en wordt U vervolgd ?

 

Begin sept. 1944 vluchtten mijn ouders- ik was nog geen twee jaar oud- met mij en mijn zusje- een paar weken voor Operation Market Garden, de geallieerde lucht landingen bij Arnhem- om vier uur in de ochtend op de fiets een kwartier voor een inval van de SD weg van hun  kantoorboekhandel te Renkum, waarvan het interieur een uur later verwoest werd door de SD. Een paar weken later bij de slag om Arnhem werd het huis door zowel Duitse als Engelse artillerie met de grond gelijk gemaakt. Als we toen nog in het huis waren geweest had niemand het overleefd. Ik heb al vroeg ingezien dat je van vriend noch vijand iets te verwachten hebt, vooral als ‘t in uniform gehuld is. Een mensenleven was niets waard in die tijd. Een gedeelte (200 boeken) van de boekenvoorraad van 6500 stuks in die kantoorboek handel werd sept. 1944 door  buren in Renkum gered en daar heb ik vijf jaar na de oorlog mijn voordeel mee kunnen doen, want ik kon al snel heel goed lezen. Het waren boeken uitgegeven tussen 1885 tot 1935 en fascineerden mij al als lagere schoolleerling door het oudmodiese taalgebruik en de 19-e eeuwse illustraties. Ik was verbaal ver voor vergeleken bij mijn medeleerlingen. Tot ergernis van juffrouw Hendriks, onderwijzeres in de derde klas van de lagere Nicolaes Maasschool in Amsterdam zuid (1951), las ik boeken die zij voor mijn leeftijd niet geschikt achtte. Zij vond dat ik Okkie Pepernoot of verhaaltjes over het olifantje Babar moest lezen, maar dat was niets voor mij. Vanaf mijn zevende levensjaar zat ik woensdagmiddags en zaterdag in de kinderbibliotheek aan de Amstel, daar was ik niet weg te slaan. Ik liep daar zelfstandig naar toe van uit de Utrechtsestraat, waar ik een half jaar woonde. Van jongs af aan heb ik al getekend. Papier was vlak na de oorlog heel schaars dus om te kunnen teke nen ging ik de kantoren aan de Heren- en Keizersgracht langs, om papier en potloden te bedelen. De secretaresses vonden mij met mijn blonde haar en blauwe ogen toen al een snoepje, dus ik kreeg alles van ze gedaan, behalve dat ene want daar was ik veel te jong voor. Mijn leven lang heb ik heel wat tijd in bibliotheken en archieven doorge bracht. Een bibliotheek is nog steeds de enige plek op aarde waar ik mij echt thuis voel. Voor de rest ben ik als kunst enaar  vanzelfsprekend een vreemdeling op aarde zoals de Schrift over de gristenen zegt, alhoewel ik kerken als ter reurinstituten van de geest beschouw en wierrook als een derivaat van Zyklon B., pastoortjes als ingezalfde verkapte flikkers annex gepommadeerde pedofielen, dominees als vermomde, beschimmelde barricades vol boobytraps, ver dekt opgestelde landwachters en evidente hypokrieten. Dat diepzinnige geleuter over de kwaliteit van leven of  over de fiktie van de multikulturele maatschappij van nu komt doordat het veel te goed gaat in Nederland. Met een volle maag is het goed filosoferen. Moraal, ethiek, fatsoen en geloof leggen gelijk het loodje als het even iets achteruit gaat met de economie. De ene mens is de andere een roofdier. Maar euh… ter zake! Ik werd  als nog geen twee jarige sept. 1944 naar  mijn verbitterde grootouders te Amsterdam gebracht waar ook een ongehuwde, latent lesbie se tante woonde, die mannen haatte, behalve als ze homoseksjuweel waren, zoals mijn broer. In 1946 ging ik voor korte tijd naar mijn ouders terug waar ik getuige was van vechtpartijen en mishandelingen tussen de beide onvolwas sen ech telieden. Dat werd geregeld ziek enhuiswerk, gebroken ribben, blauwe ogen, gapende wonden en tientallen hechtingen. Ook zijn tweede echtgenote sloeg hij zo nu en dan de revalidatiekliniek in bij uit de hand gelopen S.M. rituelen en andere eigentijdse echtelijke onmin. In 1947 ging ik weer terug naar de grootouders omdat de huiselijke situatie te gevaarlijk werd. In 1949 werden mijn 5- jarige zusje en vierjarige broertje en ik voor een half jaar in huis genomen bij mijn vader en zijn tweede echtgenote. Dat huwelijk eindigde met het weg lopen van  die tweede echtge note en een zelfmoordpoging van de vader in aanwezigheid van mij, waarna hij in een dwangbuis schuimbekkend werd af gevoerd naar een gekkenhuis, daarna heb ik ‘m drie jaar aan een stuk niet gezien, later incidenteel. Hij was als opgegeven geval lange tijd onder behandeling van diverse psychiaters (een van zijn behandelende artsen - een vrouw- Selma Joles is zelfs naar Israel gevlucht  om van hem af te zijn) die er stuk voor stuk geen gat in zagen. Vaak was hij dronken en kwam dan tegen de deur schoppen van het grootouderlijk huis om die in te trappen of poogde hij mijn grootvader aan te vallen, dat werd regelmatig knokken tot in de hal (een looien pijp op de trap voor het geval) dan kwam er weer eens politie langs. Of hij belde maanden lang tientallen keren  dag en nacht anoniem op. Telefoonterreur dus, dat heeft hij tot aan zijn dood vol gehouden. In de jaren zestig had hij een verzameling stop flessen vol Librium en Valium tabletten om kalm te blijven. Bij ie medicijnen dronk hij een liter of wat sterke drank per dag en reed dan met zijn auto op topsnelheid  langs de oude weg van Amsterdam naar Zandvoort en gaf niemadn die van rechts kwam voorrang omdat hij beweerde poliyttiek links te zijn. Achter het stuur werd hij stapelgek onder invloed van de combinatie van downers en alcohol, dan zat hij te vloeken, te scelden, te krijsen en te schreeuwen aan een stuk. Mijn vader was vanwege zijn echtelijke ruzies die geregeld uit de hand liepen eind veertiger jaren berucht op het politieburo bij het Rembrandtsplein (‘daar hebben we die meneer weer die geen vrede kan houden met zijn vrouw’, zeiden de dienstkloppers dan knipogend tegen elkaar en staken de middelvinger op bij wijze van internatio naal bekend neukgebaar), als ik het wel heb was dat buro gevestigd op de hoek van de Halve Maansteeg waar ook een broodjeszaak was, waar ik als tienjarige regelmatig op zondag at wanneer ik spijbelde van de zon dags school. We  kwamen na dat half jaar schrikbewind bij mijn vader en zijn tweede vrouw volkomen verwaarloosd en alle drie ziek weer terug (mijn broertje van vier had een verwaarloosde longontsteking, mijn zusje een gebroken arm, die was op straat gestruikeld over mijn dunne rachitis rechterbeentje ter dikte van een ellepijp, ik leed maanden lang aan een zware oog infektie, was ondervoed, voor tbc en verlies van het gezichtsvermogen werd lange tijd gevreesd- en een verwaarloosde keelontsteking, die behandeld werd met het spoelen met een kaliumpermanganaat op lossing en verdunde waterstofperoxyde, toen al een ouderwetse behandelingswijze, want er was al lang penicilline) in huis bij de grootouders, die ons slecht behandelden. Pro Juventute heeft ons op verzoek van de vader toen nog in verschil lende weeshuizen willen onder brengen als staatskinderen, dat ging op het laatste moment niet door. We kwamen bij mijn grootouders in Amsterdam in huis waar een schrikbewind heerste. Vijf jaar nazi bezetting had zijn sporen nage laten op de Hollanders. Mijn grootmoeder nam wraak op haar kleinkinderen voor wat haar zoon haar had aan gedaan, dat zei ze ook ronduit. Als het Wilhelmus gespeeld werd sprongen mijn grootouders en tante op salueerden en stonden minuten lang in de houding. Ik vond het als negenjarige al bespottelijk. De ene helft van het Nederlandse volk stond met gestrekte arm voor een portret van de Fuhrer tijdens de oorlogsjaren, de andere helft heulde gewoon mee met de nazis. Na de oorlog kreeg iedereen een grote bek en waande zich een dappere verzetsstrijder. Toen ik in de jaren zestig op de wet gewetensbezwaren dienst weigerde werd ik voor landverrader, nazi en NSB-er uitgemaakt door mijn familie. Het was me wel een zootje. Een oom van mij wilde mij toen ik negen jaar was  tijdens een boot tocht ergens bij Aalsmeer verdrinken omdat hij impotent was en geen kinderen kon krijgen. Mijn homosexuele broer heeft later in de villa diverse mislukte pogingen tot zelfmoord gedaan en werd uiteindelijk op vijfendertigjarige leef tijd  in het homo circuit vermoord te Haarlem door een potenrammer met een honkbalknuppel. Zo kreeg hij toch nog zijn zin. Hij liep tegen de verkeerde op. Onder homosexuelen komt heel wat agressie voor. In een klap zijn achter hoofd met een paar ons hersenkwabben weg o.a. zijn temperatuur centrum was aan gort. Je kunt niet iedereen gelijk in zijn gulp grijpen zonder toestemming vooraf. Ik ken een Fries lesbo stel dat met messen tegenover elkaar in de keuken stonden. Doch ik geheel anders. Bij voorkeur gaan wat mij betreft deze zaken van de erotiek via een bilate raal overlegplatform in kleine commissie- bijvoorbeeld bij een glas wijn op een Franse zwoele zomeravond in een verlaten, verwilderde tuin ergens in de Bourgogne- en vooral langs lijnen van geleidelijkheid. Zwarte Romantiek alom. Instant sex is mij altijd een gruwel in mijn ogen geweest even als one night stands. Op kunstzinnige wijze woest van geilheid een potje neuken in de bezemkast van de kunst akademie Minerva met een willige leerlinge zal je mij niet zo gauw zien doen. Daar word je alleen maar moe van. En ik ben ook niet zo geïnteresseerd in de puur hete roseksjuwelen wijze van om gaan met de naaste. Die kunstenaressen zijn bijna allemaal van nature eerste rangs amateurhoeren, die gaan naar aanleiding van die geile kunsthistoriese verhaaltjes over de Grote Heilige Van Het Bloedende Oor, Vincent allemaal de kunst in omdat ze last van een hete broek hebben, die zoeken een artistieke spuitgast van de vrijwillige brandweer voor het betere bluswerk in het vooronder om kalm te blijven. Nou, mij niet gezien. Ik stop ‘m nog liever tussen de draaideur en geef die een heng st of in bad in een natte spons met een gleuf d’r in.

 

Verscheidene familieleden van U waren onder psychiatriese behandeling of verbleven in een inrichting voor zenuwzieken ?

 

Mijn zuster is vanaf haar achttiende onder voortduren de psychiatriese behandeling en ondanks haar M.O. akte pedagogie als een van de honderdduizenden arbeidsongeschikten al tientallen jaren hulpeloos en hopeloos in de WAO. Mijn broer liep bij een psychiater, mijn vader ook, mijn onverantwoordelijke  moeder was volgens mijn tante en grootouders waarschijnlijk ook psiegies zwaar gestoord, haar kinderen zijn haar vlak na de grote oorlog afgeno men door de rechter, dat zegt wel genoeg. De situatie was voor ons als kleuters levensgevaarlijk in het ouderlijk huis. Ik werd later gedwongen een kweekschool voor onderwijzers te volgen  in plaats van naar een academie voor beeldende kunsten te mogen. Mijn opvoeders  beloofden mij dat ik na die kweekschool, waar ik elke dag van gehaat heb, naar de Rijks akademie te mogen. Zo als U begrijpt kwamen zij die belofte niet na. Mijn hele familie hing van liegen en bedriegen aan elkaar. Toen ik na die opleiding aan kondigde full time te willen schilderen of naar de akade mie te kunnen gaan werd ik zonder geld of andere eigendommen, behalve de kleding die ik toevallig die dag droeg, van de ene op de andere dag de Heemsteedse villa uit gezet. Ik vertrok met een rijksdaalder op zak naar Amsterdam met de trein. Eerste klas. Het was 5 mei 1967. Bevrijdingsdag, maar niet voor mij. Diezelfde dag had ik onderdak en woonde in het centrum van Amsterdam, Nieuwe Spiegelstraat 48. Twee hoog. Een Amsterdamse advocaat (de be kende Mr. Moes) heeft nog wat boeken en kleding die achter waren gebleven los kunnen praten. Ik heb toen niet al les gekregen wat van mij was. Ze hielden boeken achter. Ik ben bijna verhongerd voor de kunst in 1967, 1968. Niemand heeft mij ooit willen helpen in die tijd tussen sept. 1965 en mei 1968. Dat heeft mijn visie op de mensheid wel getekend. Ik trap daarom ook niet in al die hypokriete gereformeerde fijngristelijke smoesjes van E.O. aanhang ers c.s. De meeste tegenwerking in mijn loopbaan als beeldend kunstenaar heb ik juist van die mensen ondervonden die tussen 1963 en 1965 te pas en te onpas de prachtigste Bijbelteksten hanteerden (zoals de Amsterdamse familie D., woonachtig aan het Mariotteplein 17 in de Watergraafsmeer, met zijn streng griffermeerde pater familias, een zwaar brillende, humorloze vertegenwoordiger in kunstmatig gezoete limonade siropen plus laffe spuitwaters en die fijne gereformeer de meneer L., de Hilversumse bleekscheterigste bestoftste bankbediende uit het Gooi en omstreken met zijn fanatieke griffermeerde rotkop speelt die brillenjood voor vrijetijdsdominee in een sekte in Hui zen) en overliepen van het verkondigen van ‘den onvoorwaardelijke liefde van de Heere Jezus’, alleen gold die dan net toevallig voor hun eigen besodommieterde griffermeerde soort en niet voor mij. Ze namen het mij kwalijk dat mijn ouders gescheiden waren en kwamen dan op galmende toon aan dragen met een Bijbeltekst; ‘de zonde der vaad’ ren zal bezocht worden aan de kinderen’, dat kon ik dan in mijn zak steken. Een televisietoestel noemden ze  ‘ den kiekkast van den duvel’ en Lou de Palingboer ‘een profeet als Jesaja’. Als ik lang er dan twee minuten op de w.c. zat verdachten ze me van een stiekem potje masturberen

 

(wordt vervolgd) 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.