Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
19 mei 2014, om 08:01 uur
Bekeken:
452 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
189 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Hoe wilder, hoe schilder...uit 't artistieke leven gegrepen!"


Waarom schilderen???Daarom schilderen !

Een bekend zeventiende eeuws spreek woord zegt;Hoe schilder, hoe wilder. Voor mij ging dit als moeders braafste, bedeesde en altoos goed oppassende, gemakkelijk lerende, aantrekkelijke blondharige, grijsblauwogige, ongecompliceerde, artistieke, doch zeer spor tieve jongeman (Judo, Jiujitsu, tennis, tafeltennis, karate en boksen tussen mijn 16 de en 53ste levens jaar) al helemaal niet op.

Niets wees er op dat ik als vlijtige twintigjarige kwekeling zonder akte aan de Da Costa kweekschool voor onderwijzers het door de gewichtig doende staf zo gevreesde artistieke pad alras zou verkiezen boven het suffe, ingeslapen schoolmeesters bestaan ergens in een achteraf dorp in Drenthe,(k.t met krenten!), in het vooruit zicht van een karig,doch waardevast,keurig ambtenaren pensioen en vakantie toe slag! Vakantie?

Het zou betekenen dat je ieder jaar tijdens de schoolvakan ties in kuddes zou vertrekken en in kuddes weer terug komen. Een slaven bestaan, wurgend als de liefdevolle om hel zing van een aanhanklijke boa constrictor.
De gortdroge lessen kunsthistorie aan de Da Costakweekschool van de stotterende, wei nig geïnspireerde in stoffig ribfluweel geklede zwaar brillende, ouwe hoerende teken le raar, de door een overdosis aan school bordkrijt reeds vroeg kalende jonge, vroeg oude meneer de Groot, lijdend aan de ziekte van Hedel. Meer haar op zijn l.l (drie letter woord, plat voor manlijk gslachstdeel) dan op z’n schedel!

Dat zwaar bestofte, bescheten tiepe, droegen niet bij tot verhoging van de interesse in de eigentijdse, swingende kultuur van de silver sixties. Verder dan Kretenzische kruiken van of Hellenistische hufters met hellebaarden zijn we nooit gekomen en de karakteristiek en van Dorische of Ionische zuilen hebben mij nooit erg kunnen opwinden.

De tot mijn oververhitte, adolescente verbeelding sprekende powezie van de invrouwelijke, sappige, losgeslagen dichteres Sappho van Lesbos, de heldin der lesbische vrouwen, die daar in haar eentje ook nog de saffiese liefde op een zwoele avond tussen neus en lippen door moest uitvinden om historici, sexuologen, pornofilmers en aanhangsters van het les bisme op marxistiesfeministiesleninistiese grondslag tevreden te stellen, interesseerde mij veel meer. Knap werk van die Sappho! Wat een heksentoer van die hete teef! En dat zoveel jaren geleden! Ze was haar tijd ver voor uit toen er nog geen discotheken als de It en de Roxy beston den om aan de stoutste, onsmakelijkste, sodommietische en Gonor rheuze fantasietjes van de vroeg rijpe, vroeg rotte Nederlandse tieners tegemoet te ko men. Losbandigheid, labiliteit, drankzucht, drugsverslaving, onmatigheid,hang naar per verse sexuele praktijken noch hoererij in de stijl van volksschrijver Jan Cremer, noch gok erslaving speelden ooit een rol in mijn dagelijke leven als oersaaie serieuze zwaar tillen de, depressieve kalvinistische beeldend kunstenaar, beweren mijn naaste kennissen en als GPV stemmende behuwd vader en schoonvader,nu al meer dan enkele decennia lang (ik ben de tel al lang kwijt alhoewel ik er soms meer, soms minder op pas) aan een stuk gehuwd zonder hoog oplopende crises of voortdurend vreemd gaan,behalve zo nu en dan tot 1989,maar wie zal een gezonde Hollandse jongen met de hormonen op de juiste plaats, dat anno nu nog kwalijk nemen, zoals in kunstenaars land tegenwoordig zelfs onder die fijn gerefor meerde kunstenmakers van de amateur artiesten vereniging Chris tian Artists in Kampen zo bon ton is, dat een van zijn eerste echtgenote gescheiden “voor aanstaand lid” (de gereformeerde glimpieper tekenleraar-amateur kletskous vrije tijdsfilo soof bierbuik kulturele onbegaafde jatmous en in weemoed en sjaggerijn zwemmende epigoon M. de K.) van bovengenoemd gezelschap op de EO televisiebuis in het lullige, achterhaalde, plattelandshuisvrouwen programma “Vrouw zijn” zijn huwelijksleed (slaan met de deur en, schreeuwen, vloeken, schelden, krabben, spugen, jankpartijen tussen de beide, voor de buiten wereld o-zo-fatsoenlijke,aangepaste ingereformeerde echtelieden) breed mocht uitmeten met schijnheilige omhaal van woorden,zoals gebruikelijk in kriste lijke kringen. Een ouwe hoerprogramma waar deze tekenleraar als oud wijf trouwens zelf prima in paste.

Bijna iedere serieuze museum- of galerie bezoeker wil wel eens weten waarom een genia le kunstschilder zoals Fred van der Wal kunst schildert in tegenstelling tot de gemene huisschilder of de korporaalvliegtuigcamouflagekleurenschilder bij de vaderlandse lucht macht, die de afgelopen vijftig jaar aan de grond staat vast te roesten, nooit in aktie hoefde te komen en alleen in het nieuws kwam doordat meer dan honderderdtien star fighters vanzelf uit de lucht vielen. Een hele prestatie;vooral als men weet dat de prijs per stuk dertig miljoen gulden bedroeg, doch om verspild belastinggeld wordt niet getreurd, zeker niet door de belijdende gelovigen van de christelijke partijen.Voor de prijs van vier gevechtsvliegtuigen draaide de overheid de aankoop regeling voor noodlijdende kunste naars, de BKR de nek om in de jaren ’80! 

Om nog eens een andere dwarsstraat te noemen,die geen grote gemeenplaats is– ken nen wij de laag geschoolde, onnozel ogende witgekielde werknemer die als vulling van een uitzichtsloos dagelijks bestaan zonder enige artistieke pretentie witte lijnen trekt langs een grasgroen keurig geschoren voetbalveld met een eenwielig karretje waarvan het wiel door een reservoir witte verf loopt of op andere momenten fris ogende monochrome zebra paden schildert als modern maat schappelijk relevante betrokken bewogen bewe ger. Een goocheme rijwielhersteller die veel liever zat duimen te draaien in de Beeldende Kunstenaars Regeling in Amsterdam had een fiets ontworpen waarvan het voorwiel op soortgelijke wijze als hierboven geschetst door een bak verf liep en hij produceerde daar lange grillige lijnen mee op zijn fietstochten door Amsterdam.Ook hij was als kunstzinnige kloot hommel goed genoeg bevonden om door de Amsterdamse kunstkommissie be loond te worden met vijfendertig duizend gulden jaarlijks van de artiestensteun in het tijdperk van Joop den Uyl, die zo graag op kosten van de belastingbetaler “leuke dingen voor de mensen wilde doen.”

Werkeloze grafiese ontwerpers die te lui waren om boek omslagen in elkaar te freubelen (zoals M.d.K.) trokken van de BKR, maar ook gymnastiekleraren, mislukte studenten psy chologie met een hobby, een werkeloze balletdanser (Rob R.) die uit verveling een beeld houwer vermoordde (Ben de B.) met een aardappelmesje, ontslagen werknemers van het GAK, iedereen was kunstenaar had Constant gezegd en de resultaten waren er dan ook naar.
Waarom een foeballer,die het kleine beetje hersens en talent dat hij bezit uitsluitend in zijn overontwikkelde benen en te dikke dij en lijkt te huisvesten en voor de rest door de wereld stuitert als hol vat gevuld vol on gerichte, doelloze,door veronica tv gepropageerde agressie,zo nu en dan onschuldige discomeisjes verkrachtend of voor de lol schouwburg direkteuren dood rijdt en ongestraft verder gaat na een felicitatie van de rechtbank die niet tot een veroordeling kan komen uit angst voor de volkswoede van het voetbal min nend schorriemorrie en met veelvuldig op de tulleviessie gedemonstreerde domheid, tegen een onnozel balletje aantrapt in ruil voor een vorstelijke beloning,vraagt daaren tegen niemand zich af!Ik heb altijd een hekel gehad aan voetballen en aan hen die deze sport beoe fenden,maar meer nog aan de bezoekers van voetbalwedstrijd en,die mij als negenjarig jongetje op de tribune van het Ajaxstadion ontstelden door het dreigende gods lasterlijke gevloek uit de drankzuch tige kelen van het grauw dat op de tribune zat,maar elk ogenblik daar van af leek te kunnen stormen om de voetballers te lynchen of uit el kaar te trekken zo als eens de gebroeders de Witt overkwamen. De grove scheldwoor den die door dit ongeletterde schuim van de natie klaarblijkelijk aan de tegenpartij gericht waren, waarvan de reden mij ten enemale ontging, maar waarvan de inherente doods wens aan andermans adres als vooor naamste boodschap mij al heel vroeg duidelijk was en niet weinig angst aanjoeg als aankomend, jong kunstenaar. The artist as a young man! Voetbal als model van een snel degenererende maatschappij! Toen al! Het was 1950, als ik het mij goed herinner en de jongetjes van mijn klas waren bijna zonder uit zondering aanhangers van voetbalclubs AFC of DWS, volgens Ben van O., het domste jongetje van de klas, waren de laatste initialen een afkorting van Dikke Wijven Stinken. Na het ene bezoek aan een voetbalwedstrijd ben ik er nooit meer naar toe gegaan en om mijzelf onzinnige vragen te stellen waarom voetballers voet balden kwam gewoon nooit in mij op,zelfs niet toen Johan Cruijf furore maakte en zijn haar lang liet groeien alsof hij een popster was. De spelregels interesseerden mij totaal niet en nog steeds heb ik geen flauw idee waarom de spelers niet konstant in eigen doel of tegen elkaars ballen trappen ofter verhoging van de feestvreug de gezamenlijk een vuist maken,de scheidsrechter het veld aftrappen en zich op de wederzijdse doelmannen storten,die vierendelen om voor goed een einde te maken aan het feit dat iemand het doel verspert om er eigenhandig inge schoten ballen uit te weren. Het leven is nu eenmaal niet eerlijk dus waarom de sport wel?
Evenmin vroeg ik mij ooit af waarom een marathonloper anno nu zonder enige geldige reden meer dan 42 kilometer aan één stuk hard loopt in navolging van een renbode die 490 jaar voor Christus een boodschap bracht van het slagveld naar Athene, omdat er op dat ogenblik geen ander middel van vervoer voorhanden was. Het openbare vervoer in ons land is weliswaar voor de modale man in de straat buitengewoon kostbaar om zich door te laten vervoeren over een afstand van 42 km. of meer, maar verder heel goed geregeld wat dichtheid en efficiëntie betreft van het uitgebreide net van spoorweg- en busverbindingen, zodat het in het geheel niet noodzakelijk is om die afstand aan een stuk door rennend te overbruggen.En waarom niet tussen door zo nu en dan een wijle rust genomen op het terras van een uitspanning om een glaasje fris tot zich te nemen?Tijdens de eerste elfstedentochten in het akultureleFriesland pauzeerden de koene wedstrijd-
rijders naar men zegt geregeld om een goudeerlijke,handgedraaide,stenen mok erwten soep naar binnen te slurpen om daarna gesterkt de tocht op de Friese doorlopers te her vatten. Menig werknemer geniet in ons arbeidersparadijs vergoeding voor- of aftrek van buitensporige vervoerskosten,dus wat dat betreft kunnen al die sportief lijkende inspan ningen net zo goed achterwege blijven.Luiheid wordt beloond.Bovendien is de lange af standsloop en eigenlijk alle topsport,ook het zo geprezen foeballe, zeer slecht voor de Achillespezen,de gewrichten en het hart. Topsport mondt uiteindelijk altijd uit in tobsport, net zoals vele topkunstenaars tobkunstenaars zijn of worden.Je kunt nog beter met een valhelm op gedichten op de racefiets schrijven zoals een olijke redakteur van het Fries Dagblad. 

Op de lange duur is er licht noch uitzicht, alhoewel,verlichte,onappetijtelijke,meestal zwaar brillende juffrouwen in het bezit van grijze knoetjes van de EO,die regelrecht uit de vorige eeuw lijken gestapt, ons anders willen doen geloven op straffe van onmiddellijke verban ning naar hel en verdoemenis.
Alleen auteurs en kunstschilders moeten altijd weer uit den treure vertellen waarom zij verhalen schrijven of schilderijen maken,hoe vaak zij het doen,met wie en in welke stand uit het Grote Standenboek. Steeds weer menen interviewers en kunsthistorici op zoek te moeten gaan naar de steen der wijzen,de heilige graal,de verdwenen Ark of de mens achter de mens,de kunstenaar achter de kunstenaar of de mens achter de kunstenaar, voor zover een en ander te scheiden valt van de beroepspraktijk. Ter lering en vermaak van de lezer of kijker? Of alleen maar als blad- en tijdvulling van zowel de journalist zowel als de in zijn orenfauteuil gerieflijk achterover leunende consument van de onzin die het mediacircus elke dag uitbraakt?
Gedeeltelijk is dit allemaal de eigen schuld van de vaak brave,zeer ijdele maar meestal niet al te slimme kunstenaars,die zich jaren lang liever lieten leiden als een kudde door de staat gesubsidieerde in slaap gewiegde schaapachtige zuigelingen op de golven van de eigen emoties en het heilige evangelie van Marx, dan door de ratio om van de over het algemeen totaal talentloze lerarenbestand aan de Nederlandse akademies maar te zwijg en.Die hebben het drukker met het in de billen of ergens anders knijpen der vrouw elijke kollegaat jes of in de k.t (drieletterwoord, plat voor vrouwelijk geslachstdeel) ,dat wijd openstaande kollegiale gaatje van het plaatselijke model dat in de agrarische provin cie Groningen een dame betreft met de adembenemende omvang van een door een teveel aan groeihormonen geneties gemanipuleerde opgefokte vette zeug met haar onsmakelijke maten menig akademieleraar (o.a. Wout Muller en Matthijs Röling) meer schijnt op te winden en bezig te houden dan de didaktiese en pedagogische werkzaam heden te verrichten waarvoor zij door de overheid ruim betaald worden,namelijk de mees tal volkomen onbegaafde leerlingetjes serieus te trainen in het onder woorden brengen van een standpunt ten opzichte van de kunsthistorie en van daar uit klassikaal eens aan het werk te gaan in plaats van vijf jaar akademietijd te verleu teren. Kunst onderwijs lijkt als doel meer het in stand houden van de eigen comfortabele positie van het docenten corps dan de onmondige leerlingetjes,die meestal toch geen talent hebben,op te voeden in de praktijk en theorie der schone kunsten.Ik weet van mijn vrouw hoe het beeldend onderwijs meer op een salonsocialistische praat- dan een doe groep gelijkt en de super softe roze getinte klets- en vergaderkultus smoort nog steeds ieder beeldend resultaat in de kiem, tenminste wel bij die sufferds van de NHL te Leeuwarden. Hoe anders is dat aan Amerikaanse en Engelse kunstakademies, waar de leerling en verplicht colleges volgen in filosofie, kunstgeschiedenis en taalbeheersing.

De popartisten zowel als de fotorealisten formuleerden moeiteloos en kristalhelder hun standpunten en menig bevlogen jong kunstenaar in opleiding zou heel wat van ze op kunnen steken.Tenminste,als er wat minder bestofte tiepes als tekenleraar Jan v.L. of Martin T. voor de klas stonden te orakelen.
Vrije tijdsschilders zoals tekenleraren in de VUT en gereformeerde amateurfilosofen op art. 31 grondslag,die een leven lang van teleurstellingen,echtscheidingen en kleffe rela ties achter de rug hebben zoals J.v.L. en M.d.K.,”vooraanstaand “lid van de fijnchristelijke onbenullen lamlullen organisatie Christian Artists,die buiten hun eigen,benauwde kring etje toch nooit hun werk tentoonstellen omdat niemand er in geïnteresseerd is,munten voornamelijk uit in zwijgen,omdat ze niets mede te delen hebben.Waar niet is verliest zelfs de keizer zijn recht! De veel te dikke,eeuwig verongelijkte gehaktbal, de zeer ver wende sufferd M. de K. (zijn naam is dan wel klein, maar ook zijn daden zijn niet groot), gepensioneerd ex-leraar aan de o-zo-christelijk kunstakademie te Kampen trachtte nogal eens een grijpstuiver binnen te halen door het geven van lezingen over zijn modderige half abstrakte, onooglijke akwarelletjes,(geïmiteerd van Lionel Feininger) net zoals kreu pel getrapte, aftandse, half debiele versleten voetballers de vernieuwde noppen van een of ander te promoten merk voetbalschoenen in t.v. commercials aanprijzen in plat Neder lands.De uitgetenniste afgekeurde tennisbal Tom Okker zal op de vraag naar het waar om of de diepere reden van zijn enige en grootste talent,een balletje op het juiste mo ment raken met een racket,U veel liever zijn snobistiese kunstgalerie vol abstrakte, te duur betaalde schilderijtjes, tonen en U het liefst nog een waardeloos doek of in serie geproduceerde veel te dure zeefdruk van Corneille,voor mensen die geen verstand van kunst hebben, kleurenblind zijn of zich oriënteren voor wat hun artistieke smaak betreft op pulpbladen als Privé en Weekend, in de maag willen splitsen dan in te gaan op een vraag waarop ook hij het antwoord wel schuldig zal blijven.Meestal zijn kunsthandelaren pas genegen ter zake doende antwoorden te geven nadat een voor hen lukratieve deal is gesloten en het geld al lang en breed binnen is.
Een kunstschilder daarentegen gaat nooit met pensioen, maar wel dood als ieder mens, kent geen vervroegde uittreding, der tiende maand of promotie naar een betere baan. Echte kunstenaars blijven schilderen tot ze een ons wegen, van honger en ellende omko men,aan de eigentijdse gevreesde liefdesziekte die het vlees doet wegrotten overlijden of achter hun ezel sterven, zoals de eeuwig geslachtszieke Breitner. Een waardiger einde voor een kunstschilder op vrijgemaakt veneriese grondslag bestaat niet!In ieder geval zou ik er voor tekenen,maar dan liever zonder veneriese grondslag om het een beetje fris te houden in de slaapkamer!De enige zekerheid die wij hebben is geboorte en dood,zonsop- en ondergang,de voortdurende wisseling der seizoenen en hetautomaties in werking tre den van een bijstandsuitkering bij gebrek aan eigen inzet,ondernemingslust of kunnen. Originele,door dames van de typafdeling van de Leeuwarder Courant hoog geachte en bewonderde vrijgevochten levenskunstenaars zonder vrees of blaam,waar ik gelukkig als lid van de VPRO en de EO niet toe behoor, springen over boord van een oceaanstomer zoals een Cubaanse surrealist in de zestiger jaren eens deed of gooien met dodelijk gevolg hun vrouw,waar ze toch al lang op uitgekeken waren,doodernstig uit het raam van een flat van een wolkenkrabber zoals Carl Andre deed in New York of laten zich van het dak vallen voor een filmcame a, breken al hun botten en als dat niet helpt om als kunst enaar in de publiciteit te komen,zeilen ze in een ouwe wastobbe de Atlantiese oceaan op en komen net als Berend Botje nooit weerom.(BasJan Ader,zal de oplettende kunsthisto ries ter zake kundige lezer verrast uitroepen!) Artiestenleed verkoopt prima bij al die chi que museumdirekteuren die door de week hun natte witte weke billen warm houden op het pluche van een direktiezetel. Al zet een overspannen kunsthandelares de net aan ge kochte doeken van een schilder bij de vullisbak,zoals mij eens over kwam;de schepper van al dat moois gaat fluitend naar de overkant in het donker door,als hij tenminste in enige mate in zichzelf en in zijn scheppingen gelooft en niet de Toon Hermans als kunst enaar liever uithangt zoals Aad Veldhoen of dat minkukel Herman Brood.Vooral wanneer hij goed betaald werd voor de ten onrechte in een vlaag van waanzin afgedankte werken. Een euvel waar de Amsterdamse galerie eigenaresse Dieuwke Bakker tussen 1968 en 1984 als psychiatries geval steeds vaker aan scheen te lijden. Zelfs als een kunstenaar ten onder dreigt te gaan aan sex&drugs&rock ‘n roll blijft hij of zij rond bazuinen dat ze eens het schilderij zullen schilderen dat alle schilderijen overbodig maakt, zoals de stoom locomotief de aftandse paardentram eens verving..Als tenminste dat kamerlid van de RPF niet zijn zin krijgt die uit milieu overwegingen de paardentram weer in wilde voeren. Generatie na generatie vertellen kunste naars in slecht verlichte groezelige etablissement en hetzelfde ruimschoots met alcohol overgoten ouwehoerverhaal, dat zij de zo noodza kelijke volgende stap in de kunsthistorie zullen zetten en misschien is het ook wel begrij pelijk dat sommige schijntalenten uit geestelijk lijfsbehoud blijven vol houden tegen beter weten in dat internationale roem spoedig binnen handbe reik ligt,eventueel na hun dood als het niet anders kan.Soms trapt een onnozele klant met genoeg dukaten op zak in zo’n kletsverhaal en schaft twee tekeningen aan van een volledig onbegaafde ex-huis schilder uit een klein dorp op twee kilometer van de waddenzee. Weggegooid geld, zou rationalist Fred van der Wal hier nuchter op zeggen, ware het niet dat hij wijselijk zijn mond dicht houdt om de kool en de geit te sparen als hij met zulke oplichters praktijken wordt gekonfronteerd. Niets mooier voor de kunsthandel dan een dode kunstenaar, hoor de ik eens een kunsthandelaar zeggen, die zelf al lang is overleden onder verdachte om standig heden. Vaak heb ik daarentegen gedacht dat er niets mooiers was dan een dode kunsthandelaar, om het leven gebracht aan de worgpaal of op een brandstapel op een zacht vuurtje,met een bord om zijn nek waar het woord oplichter met koeienletters op ge schreven stond onder daverend applaus van het toegestroomde,altijd op een wreed ta fereel beluste, naar sensatie hongerende publiek.Niets windt meer op dan de medemens uitzinnige,helse pijnen te zien lijden! Soms betreur ik het dat we niet meer in de middel eeuwen leven als ik op vrijdag de dertiende door het virtuele Museum Of Tortures loop. Menig kunstenaar zou jaloers worden op de inventiviteit waarmee men de eigentijdse medemens mee om zou kunnen brengen als de wetgever eens wat soepeler werd en iets meer variatie in heringevoerde lijfstraffen toestond,maar helaas;ook hierin zal ik mijn zin wel weer eens niet krijgen,zoals gewoonlijk!
Geen enkele elfstedentocht deelnemer komt van zijn leven na zijn verscheiden nog op de schaats over de eindstreep.
Geen karateka behaalt op zijn sterfbed als de begrafenis ondernemer al bij de voordeur ongeduldig staat te trappelen,het wereldkampioenschap karate met een prachtig uitge voerde, vloeiende ura-mawashi-geri tegen de slaap van de tegenstander onder het uit zinnige applaus van de aanwezige toeschouwers!Wel reed een Vlaamse zanger,die een hartaanval achter het stuur van zijn bolide kreeg,na zijn verscheiden een tegenligger frontaal dood.Een prestatie waardig om in het Guinness Book Of Records op te nemen, dunkt mij.Maar toch;soms vangt een dode,artistieke koe postuum een biefstuk van de haas voor de bezitter van een uit handen van de hongerende kunste naar getrokken te goedkoop aangekocht schilderij van een ondergewaar deerde meester,zoals de eigenaar van een foei lelijk,onooglijk,technies zeer slecht ge schilderd portret van de hand van politiek agitator-kunstschilder Erich Wichmann,dat meer dan veertigduizend gulden waard bleek te zijn,volgens een taxateur in het tv programma “Tussen kunst en kitsch.”Een taxateur die er een keer tienduizenden guldens naast zat toen hij een Berserik schatte op veertigduizend gulden terwijl iedereen weet dat een schilderij van deze bedaagde Hage naar hooguit achtduizend gulden op de veiling opbrengt. In de jaren ’60 raakte je een Erich Wichmann aan de straatstenen niet kwijt, net zomin als het werk van Gestel dat voor een paar tientjes per stuk bij veilinghuis De Zon te koop was en nu meer dan anderhalve ton opbrengt.Ik gooide eens een werkstuk van Wichmann weg in de mening dat het niets waard was en nooit iets waard zou worden.Het bedrag voor het foeilelijke werk, dat ik er nu,dertig jaar later voor had kunnen krijgen bedroeg een getal van meer dan vier cijfers!
Ambiteuze kunsthistorici zijn tuk op het “ontdekken” van over het hoofd geziene reputa ties.Meestal is het niets en wordt het ook niets en dat is maar goed ook,want het gaat de vaak wat neurotiese kunsthistorikus toch louter en alleen om eigen eer en glorie of om een zetel op het pluche van de direktiekamer van een Museum voor moderne kunst (Hier bij denkt de auteur vooral aan de Friese roeptoeter Thom Mercuur). Een vorm van carrière maken die een enkele keer maar al te graag letterlijk over lijken gaat, zoals de dokto raalskriptie van Yvonne L., die over 19-e eeuwse graf monumenten handelde. Ik vond het in de jaren zeventig een origineel onder werp. Verstaat U mij niet verkeerd! En het was ook nog een heel mooi licht necrofiel meis je om te zien en dat is zeldzaam in kultu rele kringen.
De moed zakt een normaal mens zoals U en ik al snel in de schoenen als men zich rea liseert dat slechts een procent van alle zeventiende eeuwse schilderijen behouden is ge bleven en dat binnen honderd jaar al negentig procent van alle zeventiende eeuwse kunst vernietigd was.Geen hoopvol perspektief, zal de eigentijdse, scherp kalkulerende burger zuinig opmerken, die liever de scheurkalender “Kruimkes van ‘sHeeren tafel” aan de muur heeft, dan een schilderij van Fred van der Wal.
Ook mij heeft het,net als de gemiddelde christendemokraat nooit een biet geïnteres seerd waarom de snel aangebrande kollegaatjes,die zich allemaal een genie waanden in het ondiepst van hun gedachten, schilderden of – met veel meer enthousiasme en ener gie - uit hun neus vraten, achter elkaars wijven aanzaten of naar de hoeren gingen op kosten van de belastingbetaler als de subsidies weer eens op de giro was gestort door de goedgeefse overheid.
Die enkele keer dat mij zelf gevraagd werd waarom ik schilderde,gaf ik nimmer een se rieus antwoord. Waarom zou ik? Een goede chefkok gaat toch ook niet zijn recepten verra den?Soms hanteerde de vraagsteller daarbij een zo barse toon dat het leek alsof hij een poltie agent in functie was die een verbaal schreef voor een onbe grijpelijke,door mij in het geheel niet begane overtreding.(Zoals de arrogante Hans “doktorandus”van S.)Er moest gewoon een administratieve vergissing in het spel zijn,dat ik ooit in de BKR was op genomen, vond Hans van S. of de mislukte tekenleraar J.v.d. K.,d oor Ina de melk muil genoemd,die mij het beeldend kunstenaarsschap al helemaal niet gunden en mij meer dan eens met klem aanraadden een ander vak te zoeken!
Vertrouw nooit een raad door een lid van de zwarte kousenkerk of aanhaner van het hal leluja geloof van de E.O. gegeven!

Meestal verzon ik ter plekke een flauw verhaaltje als men vroeg waarom ik al die magis trale meestwerken in een handomdraai uit mijn mouw schudde of antwoordde gemaakt ernstig:”Tsja,daar roert U me een wel heel interessante kwestie aan,waar we lang en breed over kunnen spreken als U maar genegen bent genoeg Belgiese bieren, in het bijzonder trappist dubbel,te tappen in mijn glas en als ik dan ook nog een of meerdere keren een vorkje mee mag prikken tegen zessen of Uw echtgenote eens mag lenen,dan komt het allemaal best in orde!Dan is na afloop wat voor U een vraag was tot een onver valste weet geworden,dat kan ik U alvast bij voorbaat mede delen!

Maar eigenlijk,weet U,is het allemaal heel simpel,want als ik al die vierhonderdvijftig schil derijen,tekeningen,lithos,etsen,zeef drukken en collages niet zelf had gemaakt moest ik naar een galerie of museum om werken van gelijke strekking en klasse te kunnen aan schouwen, weliswaar van andermans artistieke hand en nu hoeft dat gelukkig niet, omdat ik ze ook nog zelf heb gemaakt!
Bovendien is het nog maar de vraag of de geachte kollegaatjes,die liever lui dan moe zijn, in staat zouden zijn werken van gelijke kwaliteit te leveren.Een klein gedeelte van de door mij vervaardigde kunstwerken is nog steeds in mijn eigen bezit (Haast U!Op is op!) en de rest heb ik voor de zekerheid en ten behoeve van het nageslacht op foto en dia vast gelegd.Ik weet niet eens waar alles zich bevindt en een groot gedeelte van mijn werk dat in overheidsbezit is werd geklassificeerd met de code BCW (Bijzondere Culturele Waar de! Ik wilde zo gaarne dat ik dat ook van mijn ingelovige, gereformeerde kollegaatjes van Christian Artists kon zeggen of die gereformeerde sullen van dat sektariese splintergroep je artistiekerige kruideniers van dominee bralleput H.”doktorandus”van S., maar helaas, helaas! Het is ons niet gegeven!)
Verbazing is dan vaak de eerste reaktie van de vraagsteller,soms uitlopend op agressie en is de bloeddruk van mijn gespreks partner weer enigszins tot normale hoogte terug ge keerd, zodat niet langer voor een ter plekke dodelijk hart- of hersen infarkt valt te vre zen, zeg ik als vrijetijds amateur pastoraal medewerker enigszins op zalvende toon kal merend als balsem voor de ziel:”Gelooft U nu werkelijk dat het allemaal waar is wat die perfide moderne kunstenaars U als fatsoenlijke burgerman op de mouw trachten te spel den?Denkt U nu werkelijk dat ik te beroerd zou zijn om al die prachtige kunstwerken van mijn eigen (of in geval van nood) eventueel van andermans hand te aanschouwen in een chique galerie of een vooraanstaand museum om er tersluiks een traan van ontroering bij weg te pinken,op mijn knieën te vallen en de hemel te danken dat ik dit nog tij dens mijn leven mocht aanschouwen?”

Lezer!Opgelet!Ik schilderde,tekende en schreef al verhalen toen ik niet eens wist wat een museum of galerie was en geen enkele notie van het kunstenaarsschap had.Sinds die tijd is alle plezier in het schilderen en het lachen mij aardig vergaan!
Reeds op mijn negende levensjaar nam ik op een regenachtige woensdagmiddag in het groot ouderlijk,zeer ruim bemeten huis in de Palestrinastraat 4 te Amsterdam, Oud Zuid, waar slechts weinig welgestelden zich een chique woning konden permitteren, het besluit om een heus stripverhaal te maken. ”Mannen op de maan,” heette het, geloof ik, maar in plaats van de maan kan het ook Mars zijn geweest. Venus,Mercurius of Pluto kwamen van wege de extre me temperaturen waartegen zelfs geen ruimtepak bestand was niet in aan merking.Zoveel had ik uit boeken over het heelal wel begre pen.Andere activiteiten dan in ruim bemeten ruimte pakken met reusachtige vissenkomvormige helmen waardoor ze op Michelinmannetjes leken, elkaar met straalgeweren te bestoken bleken die weinig kon struktieve mannen op de maan niet te doen,maar alle begin is moeilijk en men moet niet vergeten dat de zwaartekracht maar een zesde is van die op de aarde,dus dat werkt van de weeromstuit enige lucht hartigheid in de hand.Ik was er van over tuigd dat er minstens een uitgever stond te springen om mijn werk uit te geven.Ik her inner mij nog goed hoe mijn grootmoeder mij vierkant uitlachte en met haar rech terhand een vlieg envangend ge baar ter hoogte van haar voorhoofd maakte, toen ik haar als negen jarige mijn vermoe dens van aanstaande roem en grote oplages in het verschiet mede deelde. Hoe vaak heeft ze mij er van kinds af aan niet aan herinnerd dat mijn vader een half jaar in een psychia triese inrichting had doorgebracht.Mijn opvoeders hebben trouwens nooit nagela ten mij om alles uit te lachen wat ik onder nam,zelfs lang nadat ik hun gezelschap was ontvlucht en in Amsterdam woonde en gelukkig heb ik mij van de smadelijke op- en aan merkingen,in tegenstelling tot mijn zwaar gepsychotherapeutiseerde zuster of mijn psy chies labiele vermoorde broer, nooit een sikkepit van aangetrokken.

Zelfs ik,die er al heel weinig aanleg of ambitie voor had,kreeg al op zijn vijfde levensjaar pianoles.In mijn geval van een verbitterde,ongehuwde,bij mijn groot ou ders inwonende tante die via het instru ment haar onmacht bot vierde over het hoorbare feit dat zij zelf geen enkel talent voor zang en muziek had en verbeten het plan had opgevat na het lezen van een biografie over een beroemde componist van mij tot mijn verdriet een kleine Mozart te maken.Ik vond piano spelen afschuwelijk en het maakte mij zeer op standig.Ik weiger de gewoonweg mijn best te doen.Ik kon het niet en legde mij daar al snel bij neer. Elke dag een half uur tot drie kwartier ver plicht achter de piano.Eindeloos kon ik de zelfde passages oefenen zonder dat ik iets uit het Etudeboek foutloos leerde spelen. Het liefst wilde ik de piano in brand ste ken,in mootjes hakken of met mijn tante er aan vast gebon den de Keizersgracht in duwen, maar daar had ik als kleuter de fysieke kracht nog niet voor en toen ik wel krachtig genoeg was had ik als langharige, pacifistiese hasj rokende dienstweigeraar geen zin meer in moord en doodslag op familie leden,hoe zeer zij zich ook jaren lang mis droegen jegens mij en mijn zuster. Gewelddadige videos bestonden nog niet in de veertiger jaren en de tijd dat een verongelijkte kleuter van drie een kleding warenhuis in brand kon steken om na afloop door de begrijpende ouders, een staf tole rante jongerenwerkers en enthousiaste omstanders liefdevol gefeliciteerd te worden met zo’n maatschappelijk relevan te belangeloze daad van belang was nog lang niet aange broken. Het waren misschien wel andere tijden,maar in veel op zichten vooral betere!

Volkomen ongevraagd kreeg ik een blokfluit voor geschoteld toen ik als achttienjarige naar het eerste jaar van de kweekschool voor onderwijzers in Bloemendaal ging. Die kweek school voor schoolmeesters was niet mijn eigen keuze, want de akademie voor beeldende kunsten bezoek en was in het conservatieve milieu van mijn grootouders uitgesloten.
Een blokfluit! Debiel blaasinstrument voor meisjes met klapkuiten en mietjes met wiegen de heupen die van korfballen hielden. Nog erger dan een piano! Er bestaat geen afstotender mu ziek instrument dat ik zo gehaat heb met uitzondering van de piano in mijn jonge jaren, want tientallen jaren later, na een financiële meevaller die weinig anderen ten deel vallen in het artistieke plantsoen, kocht ik de allerduurste Yamaha die er te krijgen was bij de nu al lang failliete firma Ganzevoort te Leeuwarden. Tot mijn verrassing bleek de piano die ik tien jaar geleden voor vierentachtig honderd gulden kocht nu plotse ling meer dan dertienduizend gul den te kosten en poogde een handelaar in muziek instrumenten mij het prachtige meubel af te troggelen voor een te lage prijs.
”Zie je nu wel, dat had ik altijd al gedacht,” zei mijn altijd prijsbewuste echt genote goed keurend in haar nopjes met de rendabele aanschaf.Ze had het altijd al gedacht!
“Ik niet,” antwoordde ik naar waarheid.
Als aankomend adspirant schoolmeester, kwekeling zonder akte, kreeg ik niet meer dan een onnozele, timide,beverige toon uit de blokfluit,die soms tot overmaat van ramp en gro te hilariteit van mijn muzikale klasgenoten raar oversloeg naar een jammerend gepiep, doordat ik mijn vingers verkeerd zette zodat de openingen niet g eheel en al werden afgesloten en er val se lucht kon ontsnappen. Menigmaal stuurde de muziekleraar mij de klas uit als hope loos geval met de opdracht een straf opstel te gaan maken over onder werpen als Muzikaliteit en Beleefdheid. Hoe kon een normaal mens die zoals ik in het ge heel niet voor die pedofiele rattenvanger van Hamelen in de wieg was gelegd,ooit een zo verleidelijk deuntje pijpen dat hele hordes school kinderen hem achterna gingen alsof hij een soort Marc Dutroux was?En wilde ik dat eigenlijk wel,want in tegenstelling tot de mees te onderwijzers in opleiding had ik geen enkele paedophiele aanleg en dat was toch wel een voorwaarde om voor de klas van een lagere school als man te slagen.Ik hield niet buitengewoon veel van kleine kinderen en was al helemaal niet van plan ze voor de klas een deuntje voor te fluiten op een blokfluit. 

Zo werden die kleine,onhandelbare,krengerige,neurotiese welstandsmormels nooit profes sor,pooier of minister!Hoe was een verstandig, vol wassen mens ooit op de gedachte gekomen een blokfluit te maken?Of schoolmeester te worden?Zelfs als ik nauwlettend mijn medeleer lingen Ina de H., met haar toen nog grote borsten, gevangen in dubbel D cups onder een spannend truitje, Femmy ,Gerda Uylenreef en vooral niet te vergeten Els D. bekeek viel er niet aan te twijfelen dat de blokfluit bij uitstek ge schikt was voor geestelijk en/of lichamelijk min der bedeelden van de gereformeerde, vrouwelijke kunne,die voor schooljuffrouw in de wieg waren gelegd. Geruime tijd dacht ik zelfs dat mijn ex-ge liefde Els de muziekboeken alsmede twee blokfluiten in haar bloesje vervoer de,maar ik had het mis;ze droeg een ouderwets vijftiger jaren model punt beha en ik kan het weten want ik heb er jaren lang naar hartelust uit volle borst in die borsten van haar mogen graaien toen ze al lang sexier lingerie droeg, zoals bustehouders met een geborduurd roosje tussen de cups zodat er altijd iets te plukken viel!
Het heeft de saaie lesen didaktiek en pedagogiek aardig gekompenseerd die jaren.
Wat muzieklessen betrof heeft het me altijd aan twee eigenschappen ontbroken; vlijt en geduld.Geduld is een deugd voor ezels,heeft Daumier eens terecht gezegd.Of ik geen ezel was,dan wel een ezel zonder geduld,bleef die hele uitzichtsloze kweek schooltijd onbeant woord. Mijn klasgenoten, die mij toch al nooit bijzonder hoog schatten, vonden waarschijnlijk van wel. Ik heb het ze nooit gevraagd,want ik was niet nieuwsgierig naar de opinie van een ad spirant schoolmeester. Van mijn kant daarentegen hebben zij alleen op mijn ijskoude min achting kunnen rekenen al die jaren. De muziekleraar,die al lang wist dat hij met een onver beterlijk amuzikaal produkt te maken had, was zo verstandig mij een zes min te geven bij het eindexamen en diezelfde middag, na het uitreiken van het schoolmeestersdiploma gooide ik in aan wezigheid van Els D. in een overmoedige, maar vooral jolige bui, mijn blokfluit die zomer se middag vol zonneschijn in het water van de Crayenestersingel te Heemstede, nadat ik het instrument in twee delen op mijn knie had gebroken. Niemand zou er meer enige vreugde aan kunnen beleven en het verminkte instrument zou als het uit het water zou worden gevist te nat zijn om ook maar als brand hout in de open haard te dienen. Nooit heb ik gelukkiger moment en beleefd dan op het ogenblik dat de stukken van de blokfluit met een vrolijke pisboog in het water verdwenen. Zelden ben ik in mijn leven milder of vergevingsgezinder gaan denken over wie of wat dan ook,maar al helemaal niet over de blokfluit.Nog steeds verafschuw ik mijn ex klasgenoten van de kweekschool,zelfs mijn ex-minna res Els D. die mij zo genadeloos en on barmhartig in de steek liet die zomer van 1965 toen ik van het hoofdakte examen werd ge weerd en maanden lang ziek werd. Ik mijd ze als de pest,die ex-klasgenoten; ze zijn mij to taal onverschillig, maar een blokfluit ben ik voor goed blijven haten. Ik vond dat Els bij het om kijken niet in een zoutpilaar moest veranderen maar in een blokfluit. Met liefde had ik haar eind 1965 in tweeën gebroken en in het water gegooid!

Eindigen als een aanbeden langharige pianovirtuoos als Jan V., bejubeld worden als blues gitarist zoals Eric Clapton of wonderschoon blazend met windkracht tien op de mondharmo nica als protest zanger was voor mij niet weg gelegd door de schikgodinnen.Ik was veel te on zeker,verlegen,verward en eenzaam om me op welk terrein dan ook te manifesteren. De zestiger jaren, toen de grootste idioot wereldberoemd kon worden door, zoals de mislukte eerste jaars student Bob Dylan ve woed op een mondharp te spelen, begeleid door slordig getokkelde gitaarakkoorden met het nummer Blowin’in the wind of zoals tientallen abstrakte schilders in navolging van Pollock bekend worden door eveneens in opperste vrijmaking blik ken verf op een doek te smijten, waren nog niet aangebroken. Het enige dat ik altijd echt goed kon was het natuurgetrouw tekenen, een verworvenheid die uit de mode was sinds de dagen van Cezanne en als de tekenleraar de tekenvoorbeelden ophaal de, vergiste de leer kracht zich wel eens door mijn tekening op te halen en het voorbeeld op mijn tafel te laten liggen omdat ik exact kon tekenen tot grote bewondering van mijn medeleerlingen.Ik had al snel door dat ik met mijn tekentalent anderen kon imponeren, maar ik begreep heel goed dat dit niet genoeg was om in De Opregte Haerlemsche Courant, de oudste en saaiste krant van Nederland, die zo gortdroog is dat de NRC daarbij ver geleken een sappig document humain lijkt, jubelend vermeld te worden en ik hoefde al helemaal niet te proberen om met mijn te keningen mijn verzuurde tante en verbitterde grootmoeder waarbij ik in huis woonde, in ver bazing te brengen. Mijn tante schiep er op sadistische wijze genoegen in mijn tekeningen te ver scheuren of met ballpoint er doorheen te krassen.Volgens haar onduidelijke crite ria waren mijn tekeningen zonder enige twijfel het werk van een waanzinnige en zou ze er alles aan doen met een bevrien de psychiater om me achter de tralies van een zenuwinrichting te krijgen.Jammer genoeg voor haar zag deze zenuwarts,aan wie zij buiten mijn medeweten mijn werken toon de, geen enkele aan leiding om aan haar vriendelijke verzoek om een spoed opname tege moet te komen en feliciteerde haar met haar getalenteerde neef. Eén keer gooide zij opzette lijk een kop warme chocolademelk over een akwarel, maar die had ik te leen van de vage akwarelliste Mieke van D. Voor het beeldend resultaat maakte het niet veel uit. Het bleef een ondui delijk waterverfje in modderige kleuren en de maakster er van heeft nooit het verlies van het werk betreurd,noch het opgevraagd.De lege kop chocolademelk die mijn tante over de akwa rel had gegooid retourneerde ik met een sierlijke boog naar haar hoofd alsof het een vriendschappelijk potje korfbal gold.

Ik zat in de vierde klas lagere school en een klasgenoot van mij, een intelligente, Joodse jongen, kon verbazingwekkend goed tekenen. Ik was zo opgetogen over het talent van mijn nieuwe vriendje dat ik hem overhaalde met mij mee naar huis te gaan om de teke ning die hij net gemaakt had onmiddellijk aan mijn oma te laten zien. Ik verwachtte van haar tenminste een schouderklopje te krijgen voor mijn ontdekking.Thuisgekomen liet ik trots de tekening zien. Mijn oma reageerde vijandig.

”Het kan niet dat hij dat gemaakt heeft! Jullie proberen me te besodemieteren!Wat moet dat Jodenjong hier?” snauwde ze.Teleurgesteld liepen we weer naar buiten.We zeiden geen woord meer tegen elkaar.De vriendschap was wel over, dat was duidelijk. De onbegrijpelijke kwalifi katie Jodenjong en haar koude haat  troffen mij zo diep, dat ik, tientallen jaren later,nog steeds een gevoel van plaats vervangende schaamte en spijt heb als ik aan dat beschamende voorval terug denk.
Mijn belangstelling ging als leerling van de lagere school meer uit naar natuurkundige instru menten,dan naar artistieke uitingen.Ik maakte van een oude elektriese bel een telegraaf toestel en later een interruptor voor een klos van Rühmkorff, zodat ik een gelijk stroombron om kon zetten in een wisselspanning die getransformeerd kon worden van een laag voltage naar een hoogspanning van lage stroomsterkte. Verschillende keren veroorzaakten mijn verdere experimenten kortsluiting en zat de familie tot hun grote woede weer eens in het donker.Ik onderging zoveel elektriese schokken bij mijn expe rimenten met elektronica onderdelen en radio apparatuur uit dumpwinkels dat een door gewinterde masochist er zijn leven lang een gevoel van genot uit zou kunnen putten.Zes honderd volt gelijkstroom uit een gelijkrichter geeft niet alleen een hevige schok maar brandt ook een gaatje in de opperhuid. Een paar jaar later bouwde ik met behulp van een oude VCR 517 kathodestraalbuis uit een oude Amerikaanse radarontvanger, ge kocht bij een Amsterdamse handelaar in army surplus voorraden uit de tweede wereld oorlog, waar ik een spannings verdubbelaar inbouwde, die wel 1500 volt anodespanning leverde.
Als vijfjarige kreeg ik een grote,houten mecanodoos,die bestond uit een houten kist met een schuifdeksel en een ver zameling houten blokken en latten met op regelmatige af standen voor geboorde gaat jes er in. De onderdelen konden aan elkaar worden verbonden door houten stokjes. Heel vaak braken ze af en de afgebroken stukken bleven in de gaatjes zitten. Wat ik ook ondernam;ze waren er met geen mogelijkheid meer uit te krijgen. Het mislukken van me nig bouwwerk, opgetrokken uit houten mecano onderdelen, maakte mij niet erg gelukkig. In plaats van het aan de slechte kwaliteit van het onmogelijke materiaal te wijten, gaf ik mijzelf ten on rechte de schuld. Gelukkig kreeg ik een paar jaar later al de beschikking over een veel grotere verzameling echte Märklin bouw dozen,inclusief handleidingen voor het bouwen van de in mijn ogen futuristiese, onbe grijpelijke machines, zoals een groot weefapparaat en een enor me hijskraan van meer dan een meter hoog. De mecanodozen waren door mijn grootvader voor een appel en een ei gekocht toen de Duitse Mark dankzij de inflatie niets meer waard was voor de oorlog. Ik had Duitse bankbiljetten in mijn bezit met een on waarschijnlijk groot aantal nullen er op achter het cijfer een. Ze waren nog geen cent waard.

Helaas krijgen weinigen in de vroege jeugd een teken van omhoog welke kant het met hem of haar op moet later. Later?En als er nou eens geen later komt, vroeg ik mij al vroeg in mijn leven af.Als kind van acht,negen jaar joeg de dood mij grote angst aan,vooral na het lezen van enkele spiritistiese verhandelingen,die geen kind gerust stelden. Wenken van de allerhoog ste of geheimzinnige boodschappers vanuit het ongeziene hebben mij nooit bereikt en ik twijfel ten sterkste aan de mogelijkheid dat het gebeurt,in tegenstel ling tot goedgelovige aanhangers van de evangeliese om roep,die de kijker poogt wijs te maken via wijsneuzen als Henk Bin nendijk, Feike ter Velde of Otto de Bruyne,dat zij de blauwdrukken voor een ieders bestaan en de oplossing voor elk probleem in de binnen zak van hun kekke konfektiepakken met zich mee dragen. Randdebiele zeverende vrouwtjes die onbegrijpelijke profetieën uiten tijdens ere diensten van sommige halleluja kerken ergeren mij niet weinig! Pas veel later is er in som mige levens een rode draad te vinden, maar het gros van de medemensen wordt gestuurd door al of niet gelukkig toeval,in vallen,onnaspeurbare raadselachtige stuur proce sen, dwang gedachten, terloopse obsessies of voorbijgaande,vluchtige passies. De door psycho analisten hoog geachte inlegkunde van verklaringen achteraf is het omstreden domein van de psychia ters en totaal niet voor mij wegggelegd.Bovendien geloof ik er helemaal niets van.Nonsens predikers als Jung die over de synchroniciteit van non-causale verbanden schreef zijn terecht door moderne menswetenschappers naar de geduldige, eeuwig durende prullemand-lullemand van het uitgestrekte rijk der fabelen verwezen. Een bodemloos vat van Sysifus waar heel veel in past voor de druppel de emmer doet overlopen.

Het eerste schilderij dat diepe indruk op mij maakte als elfjarige was een havengezicht van Paul Signac dat in 1953 in de hal van het Stedelijk Museum hing.Thuis gekomen vertelde ik enthou siast over het schilderij aan mijn tante en oma die zeker wisten dat in het Stedelijk Museum alleen rommel hing.Van Signac hadden ze nooit gehoord. Niet altijd ging museum bezoek mij in mijn kouwe kleren zitten.Wekelijks maakte de zesde klas een verplichte excursie naar het Rijksmuseum en tijdens de behandeling van het gruw elijke schilderij De onthoofding van Petrus kreeg ik mijn eerste en voorlopig niet de laatste migraine aanval en moest snel naar huis.

Voor het eerst zag ik jaren later tot mijn stomme verbazing (alhoewel ik zelf de kopij had ingeleverd)mijn eerste,aarze lende pogingen tot proza en powezie in drukletters in de school krant van de Da Costakweekschool te Bloemendaal in 1963 verschijnen. Tijdens een werkweek had ik een somber,door het existentialisme beínvloed, modern, dus niet rijmend gedicht ge schreven en later stuurde ik nog wel eens powetische gedachten naar de redaktie van de schoolkrant, die ze prompt afdrukte, waarschijnlijk meer geïmponeerd door mijn zwijgzaamheid die uit verlegenheid voortkwam en mijn schouder lange, as blonde haar, dat in schoolmeesters kringen van begin jaren zestig tot de uitzondering en behoorde,dan door de kwaliteiten van de kopij,vermoed ik. In ieder geval werd het gelezen door de hele school. De beide redakteuren van het door de direktie gecensureerde schoolblaadje De Koepel, klasgenootjes Burny B. maakte jaren later furore als Ko de Boswachter in een AVRO kinderprogramma en Broer Ko nijn Bernard N. verdween in het vullisvat van het vaderlandse welzijnswerkers circuit. Opge ruimd staat netjes! Ik typte het met twee vingers moeizaam op een Olympia schrijfmachine die ik leende van mijn opa.
Vol verwachtingen klopte mijn hart! Nieuwe uitdagingen lagen in het verschiet! Die onontgon nen wereld van kunsten en literatuur! Het artistieke en literaire plantsoen! Daar zouden de kunstkerstbomen vast en zeker tot ver in de hemel groeien!Oneindig veel span nender dan een saai, uitzichtsloos schoolmeesters bestaan. Romantiek alom!Ik begon met de moed der wanhoop slechte,abstrakte schilderijen te maken met varkensharen kwasten  en goedkope verf waarmee ik enige indruk maakte op sommige vrouwelijke leerlingen en dat was nu net de bedoeling.Ik had de meesterstruuk die generaties kunst enaars voor mij al lang kenden, ont dekt.
Grootmoedig schonk ik mijn konterfeitsels met royale gebaren, een Haarlemse, ongewassen bohémien waardig, voor zover die ooit bestonden in het duffe,ingeslapen ambtenarenstadje, aan Els, Coby, Frieda, Aletta en zelfs aan de ouders van de zwartharige, sensuele,voluptueuze Monique. Doeken van mijn hand die ze in het gunstigste geval boven hun bed hingen. Els vroeg er zelfs mijn wollen das bij die ze mee naar bed nam, om ook ‘s nachts, bij wijze van voorschot op de huwelijks nacht, voortdurend aan mij herinnerd te worden. Ze heeft die das nooit terug gegeven, zodat ik maar een andere kocht. Of ze nu nog met die das naar bed gaat zou ik haar echtgenoot, een griffermeerde, moeilijk lerende droogkloot, de plaatselijke dorpsschoolmeester te Zuidwolde, die toch nog bij gebrek aan beter hoofdmeester is geworden ondanks de prognoses van zijn leermeesters en ook zijn vrouw die een hard hoofd in zijn ver standelijke vermogens had, toch eens mondeling of schriftelijk moeten vragen.
Meestal hing een schilderij van mijn hand boven de sponde van een vriendin, zo lang de lief desrelatie duurde. Soms duurde dat niet al te lang.  Els gaf het schilderij na het beeïndigen van de relatie moeiteloos en onverschillig weg aan haar zusje Ineke. Coby bezorgde me het doek dertig jaar later terug met een gat er in. Het had negentwintig en een half jaar op zolder gestaan. Het was misschien wel het beste bewijs dat ik nooit voor wonderkind of jeugdgenie in de wieg was gelegd en vooral het sluitende bewijs dat het pad van de abstrakte kunst een dwaalweg is. Mijn eerste tentoonstelling, begin 1966,had ik in het kunstenaarscentrum De Ark in Haarlem en de schoolkrant,onder leiding van Burny B.B. schreef een van jaloezie ronkende vernietigende recensie.Jaren later sprak ik mijn intelligente studiegenoot Ben S.,die toen al lang lektor was in de pedagogiese weten schappen te Utrecht,die er nog schande van sprak.Ik haalde mijn schouders er over op en besloot als tegen prestatie van deeelname aan aktivi teiten voor de jaarlijkse school avond waar ik al lang vantevoren op de aankondiging stond om gedichten van eigen hand voor te lezen maar af te zien.

Nooit hebben de denigrerende opmerk ingen van mijn zo saaie,voorspelbare mede leerlingen of van de direkteur van de Da Costakweekschool,die zelfstandig niet eens zijn schoenveters kon knopen,dat moest zijn vrouw doen,mij kunnen ontmoedigen of mij van één van mijn voor nemens af kunnen brengen.Ik ken een kunstschilder (eigenlijk een illustrator) die in 1967 beweerde binnen tien jaar een kasteel in Frankrijk te bezitten.Tien jaar later na deze uitlating woonde hij nog op een door de gemeente toegewezen gesubsi deerde bovenwoning aan de Parnassusweg te Amsterdam en leefde zijn oninteressante leventje op kosten van de kunste naars bijstand.Ik kwam een enkele keer bij hem over huis en steeds weer vielen mij de de primerende kleuren op van het interieur. De muren waren bespannen met grauwe jute om een artistieke sfeer op te roepen en de vullis bak,die uitpuilde van de lege jene verflessen,want de artiest was een notoire gebruiker, stond in een hoek van de kamer en werd gebruikt als stoel wanneer er meer dan vier mensen aanwezig waren,net als op zijn vorige adres in de Peper straat boven een Turks gastarbeiderskafee.Het artistieke echtpaar bezat slechts vier wrakke kaffee stoelen,van het Thonetmodel,voor een krats op het Waterlooplein op de kop getikt.De surrealistiese schilder C. v. G. voorspelde in een van zijn weinige optimistiese buien dat hij als vijfentwin tigjarige veelbelovende kunstschilder bin nen tien jaar miljonair zou zijn.Zijn belofte als veelbelovend schilder heeft hij nooit kunnen inlossen.Als voorschot op die toekomst reed hij als vast rond in een zesdehands Jaguar E-type,die niet vooruit te branden viel.De elektriese ramen werkten feilloos,maar dat was ook alles. Dertig jaar later zat hij nog in de bijstand, zoals het gros van de volgens eigen zeggen, zo geniaal begaafde en aan doenlijk gevoelige, wereldverbeterende kollegaatjes,die het liefst andermans ruiten ingooi den of met een dronken kop op tafel gaan dansen,hun lul uit de ranzige gulp haalden en luidkeels verkondigden dat ze een portie verse kunstzinnige kroketten als laatste artistiek e schepping in de aanbieding had den.
Het snoepje van de week was een aanbod dat in de al lang failliete winkels van de firma de Gruyter nu definitief al lang tot het verleden behoort!

Misschien is het voor een eigentijdse kunstenaar wel een ongeluk om, zoals Fred van der Wal, met een grote dosis aan realiteitszin en intelligentie op de wereld te komen.Wie zal het zeg gen!
Die vreselijke feministiese,uitgedroogde, verongelijkte, zelfingenomen, kakelende pruimen dantenmond juffrouw Brandt Corstius van het Arnhems Gemeentemuseum al helemaal niet, want die praat met haar overslaande kraaiende,vals krassende vogel geluid met alles en iede reen mee, zo lang het zich maar als feministiese kunstenares in een morsige tuinbroek presen teert, geschoeid is met overmaatse Donald Duck schoenen om de seksistische onderdrukkers beter van zich af te kunnen trappen en een pukkelige potteuze, kort geknipte kuttekop als weinig imponerend manifest van de eigentijdse bevrijde vrouw op de schriele schouders met zich mee torst.Men moet van zijn naaste houden,zo gebiedt een dik boek,maar of kunstenaars van de artistieke vrouwelijke soort daar ook bij horen staat niet expliciet vermeld.Persoonlijk vermoed ik van niet!

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.