Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
12 mei 2014, om 12:47 uur
Bekeken:
363 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
203 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Wie krijgt een flinke kleun met de klapschaats voor zijn harses?"


Je moet er voor zorgen dat je werk toegankelijk is voor een brede groep en geen wartaal spreken zoals Lucebert of Schierbeek.

Spreek eenvoudigweg je moers taal en of dat nou Fries is of Nederlands zal me een rokende worst wezen.

Het gaat uiteindelijk toch om de van eenvouds verlichte wateren, zoals de dichter/ schilder Loetsjeblert eens zo treffend zei.

Als die wateren namelijk niet verlicht zijn zie je niks in het donker en als de batterijen uit je zaklamp dan ook nog op zijn kun je beter 112 bellen.

De echtgenote van een niet nader te omschrijven mode kunstenaar in de Bourgog ne stelde eens voor om met zijn allen te gaan zwemmen om twaalf uur des nachts na een alcolhol besproeide geanimeerde avond ter mijner huize, lekker met zijn allen dobberen in je ontuchtige blote reet, want daar ging het natuurlijk om, poes je kijken, een beetje staan swaffelen in de snel vlietende Nohain waar een halve meter water staat en slangen huizen.

Ik vroeg of ze wel helemaal bij zinnen was en liever een andere keer met zijn al len konden gaan stoeien in het diepe water, eendje hou je snater.

Sexual Wissenschaft èn herbezinning waren hoog nodig.

Ik denk dan weer aan die prachtclub van de NVSH (Nederlandse Vereniging Voor Seksjuwelen Herbewapening) alhoewel ik het in ‘t diepste geheim eigenlijk altijd al een stelletje viespeuken vond.

 

Het is er nooit van gekomen; de prille vriendschappelijke relatie liep al snel uit op hevige meningsverschillen over de kunst toen de artiest mijn beeldend werk be lachelijk ging maken en poogde website beheerders en lezers tegen mij op te zet ten.

Zoals wel vaker onder een bepaald soort gefrustreerde kunstenmakers gebruike lijk is. Gelukkig had de man al vanaf zijn veertigste een prima WAO uitkering plus een zesdehands otomobiel en kreeg elk jaar na veel klagen over zijn in brede kringen miskende genie en wankele gezondheid een puike beurs van het ministerie voor kuttuur.

Waterverf dus, doch niet van de goedkope soort uit de speelgoedwinkel. Gluton met een varkensharen kwastje.

Voor vele collegaatjes is het gedrukt worden of geëxposeerd in dure galeries be langrijker dan het vreten.

Voor mij dus ook.

Voor wie geregeld vreten moet om op zijn achterpoten te blijven staan ligt het an ders, die vaart uit nooddruft op kommersjeel, dan word je een Rien Poortvliet of een Henk Helmantel.

Het tiepe van de kleine zelfstandige.

Mij gaat het uitsluitend om de kwaliteit. Je moet wel je werk tonen aan het volk. Het moet niet op zolder blijven liggen, want daar hebben alleen de muizen baat bij. Ik ben nog steeds geen zwaar brillende, bleke, droeve poweet met diepe ge voelens, die bijten bij voorbaat al in het stof.

Het leven heeft mij aanvankelijk weinig weelde en geluk gegund, maar niet ge treurd.

Ik was al dertig toen het enkele jaren een beetje begon te lopen, maar toen kwam het ook bij bakken binnen en ging het er bij bakken weer uit.

Ik heb van uit de collegaatjes en het kunst bestel, de overheid, de galeriewereld enorme tegenwerking gehad, dat kunnen pretentieuze, inhoudsloze mode kunste naars of failliete kunsthandelaren als dat modieuze minkukel met artistiek wan beleid, die nog steeds hun vinger in de dijk moet houden om rond te komen en een rondvaartboot moet besturen om de maatschappij een stuk droog brood af te dwingen, helemaal niet begrijpen.

Ik ken zo’n portret, hij exposeerde bij voorkeur rotsooi en tinnef in zijn galerietje in de Kerkstraat bij mij om de hoek van de Nieuwe Spiegelstraat te Amsterdam, maar zo’n persoon is veroordeeld om na zijn terechte faillissement als timmer man/rondvaartbootgids zwart bij te beunen.

Geruime tijd heeft hij het ex-neukie van Asger Jorn, die abstract vervende Deense klodderaar, kunnen over nemen voor een krats.

Een hoeratrut die mij wat al te uitbundig groette in het atelier gebouw aan de twee de Nassausstraat 8 in de vroege zeventiger jaren, want ik was een ravissant ogen de jongeling met lang blond haar.

Als je zo moet leven, gotsalmetruttenbollen als dat mens… Ik heb altijd moeten knokken voor de plaats waar ik nu sta, die is mij door geen mens gegund, laat staan door de collegaatjes, behalve door mijn echtgenote en door de Grote Super Zoenvis in exten so en ad ultimo, maar dat spreekt vanzelf, dat zou me helemaal wat moois wezen.

Dat is allemaal een geweldige training geweest die tegenwerking.

Zo iets als Boot Camp met de laars in je nek door de modder en maar zingen, dat lied van Buddy Holly ; oooh, boy, when you’re with me, oooh boy.

Ik kan mijn veertigjarig jubileum als kunstenaar dit jaar vieren. Als U zin heeft; de flessen slobber wijn staan klaar…Sjardonneetjes van de Lidl van 2,80 en op de pick up een LP van Johnny Jordaan met als hoogtepunt een pik in ‘t anussie gaat er altijd in.

Een prachtlied. Levenswijsheid.

Het Kunstenaarschap met een grote K is een enorme luukse, die geen bestaans recht heeft, dat beweren die stijle calvinisten altijd, maar zelf kunnen ze niks, be halve preken.

En met die luuks houd ik mij voortdurend maar bezig.

En een protesten uit de fundamentalisties gristelijke hoek!

Niet te kort. Ik krijg veel brieven van oprecht verontruste griffermeerde gristen mensen over mijn leven en werken en de enige weg die zij mij willen wijzen naar omhoog, want daar houwen we het droog.

Soms ook bedreigingen met brandstichting en fysiek geweld op gristelijke basis, want we verkondigen de wederzijdse liefde en dat zullen we weten.

Het calvinisme is de oorzaak van wereldoorlogen, omdat ze de weg, de waarheidd en het leven propageren met de Bijbel in de ene en de M16 in de andere hand, dat is bekend.

Kijk maar naar die Amerikanen.

Die ethische principes komen allemaal uit de loop van een geweer. Je kunt er wel bloemetjes in stoppen en Luf en Pies roepen, maar dat verandert niets aan de zaak. Van die pies pis ik elk dag een pot van vol.

 

In wezen verkeren we in deze westerse samenleving in een enorme crisis en een veel ernstiger toestand dan we ons realiseren; we moeten van uit de subsidie verlenende cultuurambtenarij namelijk kunst over kunst maken.

Begrijpt U het?

Ik niet!

Mij klinkt het als inteelt in de oren.

Een vals geluid.

En we moesten vooral vanuit de VVL maar eens schrijven over het schrijven om de schrijver achter de schrijver te kunnen ontdekken en daar weer de mens achter de mens, maar hoe kunnen we dat doen als de meeste kultuurdragers en versprei ders de koude des nachts en de hitte des daags of de grote schijtstorm niet over hun schamele leventjes en onbenullige produkten hebben voelen waaien?

En willen ze eigenlijk wel van harte de achterkant van het gelijk en de onderkant van de samenleving leren kennen?

Dan heb ik het deze keer beslist niet over anale sex, want dat bewaar ik voor een volgende aflevering van deze feuilleton, begrijp mij niet verkeerd, alhoewel dat ook heel leerzaam is voor wie nog niet weet heeft van hoe of wat en wie en waar in het beschaduwde dal van Achor tussen de beide fluwelen achterwangen waar het goed toeven is voor de ware adept als er maar geen pukkels op zitten of strontkorsten aan hangen.

Heel geurig ook voor de liefhebber c.q. liefhebster van analingus. De goed ingevoerde Bijbelkenner weet waar ik op doel, de wijze van omgaan als in Sodom, de rest pakt de concordantie d’r maar bij en wie niet wil opstaan, blijf je maar liggen, moet je maar zien wat er van komt.

In dit huis wordt eigen werkzaamheid op hoge prijs gesteld. Ik houd niet van teveel gelul aan mijn ouwe, moeie, grijze kop.

De Heere Heere Himself behoede mij voor zogenaamde gezonde christelijk huma nistiese kunst als dwingend op voedingsmiddel voor de massa, zoals Christian Artists en het voormalige griffermeerde Art Revisited dat voor ogen hebben, want dat riekt naar Stalin en de grote A.H. uit WO II.

Ik weet wat er aan de hand is op velerlei terreinen daar in de Haarlemmer Hout na tweeën (dan gaan we met zijn allen naar benejen) en ook wat onder dat soort mensen leeft, die in opperste aanbidding door de knietjes gaan voor elk manlijk lid in erectie.

Die mondelinge belijdenis in het wilde weg gaat mij gewoon te ver.

Je wilt toch weten hoe de meneer van zijn voornaam heet die je mondeling bege leidt bij zijn One Way Ticket, recht de zevende hemel in.

Voor mijn part leidt een boek of een schilderij tot regelrechte agressie op wereld schaal, misschien dat dan de kunst serieus wordt genomen of tot het totaal ver zieken van het lekkere MTV/TMF gevoel.

Maar vertel mij dan niet dat ik wel of niet kommersjeel moet wezen om mee te doen in het sirkwie, want dat kenniknie en wil ik ook niet kennen.

Ik kan mij dat nu in 2005 permitteren omdat ik nu eenmaal een groot talent ben, gekoppeld aan een steeds kapitaalkrachtiger vrouw, hetgeen ik niet van de fijn griffermeerde leden van Art Revisited of Christian Artists kan zeggen, daar heb ik de BVKK (Bond Van Kristelijke Klootzakken) voor opgericht.

En met reden!

Bij die gasten breken de motieven als scherp gepunte rotsblokken door de niet echt grazige weiden heen, dwars door het dunne gras en de opperhuid van het bestaan. De aders aan de oppervlakte.

Het gevolg?

Bloedsport!

Daarom draag ik bergschoenen met stalen neuzen om beter om mij heen te kun nen trappen naar niets vermoedende burgers. Daar vliegt weer een knieschijf das Blaue Hinein.

Want hoe verloopt het artistieke proces?

Eerst is er in je jonge jaren een enorme behoefte om vorm te geven aan wat in je leeft, woelt, worstelt en werkt.

Wat doe je dan?

Je herpakt jezelf. By The Light Of The Silvery Moon. Kom mee naar buiten allemaal, daar zingt de grote wiele-wielewaal. Om uit te spatten. Let it all hang out, boys. De heroiese jaren dus. En maar ongebreideld graaien in andermans bloesje en slipje met je kalvinistiese klauwhamers tot je een tik op je vingers krijgt of een schier ongeneeslijke venerische ziekte.

Harde ballen. Blauwzwart of juist zo rood als een stoplicht. Het een nog erger dan het andere. Geeft allemaal niks, maar wel even snel naar de lullensmid voor een stoot spuiten antibiotica in je ontuchtige, bolle reet.

Maak je verder niet druk, dun is de mode, je wordt vanzelf zonder enige moeite er voor te doen ouder en ouder tot het begint te kieren en te malen.

Afname van het beendergestel en de spiermassa, je grauwe vel gaat flubberen, je begint te raaskallen, te monkelen, schuifelt monomaan mompelend achter je rol lator verder en doet een half uuur over een traject van je voordeur tot aan de hoek en moet onderweg ook nog tien keer plassen, waarvoor een vette bon want de politie houdt die oudjes extra in de gaten en terecht. Knuppel uit de zak.

Hopelijker is men ondertussen door de jaren heen ook volwassener en uitgebalanceerder, alhoewel de val frequentie toe neemt met het stijgen der jaren.

Voor ik val lig ik al!

De kaarsen worden al aan het voeteneinde ontstoken en een zwartjurk loopt te prevelen. Dan komt de kunstenaar als jongeman tegen over de kunst en de onap petijtelijke, perfide bewoners van het kunstenaarsplantsoen heel anders te staan. En dat is hem geraden ook, die compassie met de artistiek minvermogende mede mens, anders gebeurt er niet alleen niks met hem, maar ook niets met zijn werk, dan kunnen we beter gelijk in onze kist, dat definitieve, tweede houten huis stap pen.

Zo’n truttige, stijve, burgerlijke, brave Henk Helmantel  die schildert uitsluitend voor de poen en uit schaamte verpakt hij die drijfveer in allerlei Bijbelse wijshe den en moraaltheologiese, ethische verhaaltjes als doekjes voor het bloeden.

En vind je het dan gek dat ik daarop ronduit zeg: “Lik me reet?”

Wat kan er voor goeds uit Friesland of Groningen komen op beeldend kunstenaars gebied? Nou dan! De verwevenheid van de persoonlijkheid met het kunstenaarschap is op latere leeftijd zo nauw geworden dat elke expli ciete drang is weg gevloeid als ware het eb bij aflandige wind en dan spreek ik bij voorkeur in zee mans termen om dat mijn overgrootvader als matroos op de laatste teaclipper naar China voer, maar die is dan ook verdronken in de Herengracht te Amsterdam in een dronken bui en daar mee het leven uitgestapt. Zijn graf is onbekend, de over lijdensdatum ook. Ze kwakten je gewoon in een gat in de grond met nog een zootje andere minvermogenden begin twintigste eeuw.

Zo wil ik ook heen gaan.

In de nevel van de vergetelheid verdwijnen, want op eeuwige roem zeg ik rond uit dat die stinkt. Het enige dat je dan uiteindelijk als kunstenaar nog rest is het zelf gebreide of gehaakte vangnet van je brede visie die je opvangt bij een nood lottige val uit de artistieke trapeze als brekebeentje.

Daarbij wil ik nog wel te veroveren blijven door die weinige mensen die mij lief zijn alhoewel het aantal op de vingers van een hand zijn te tellen en dan houd ik nog genoeg over om een sigaret te rollen, een stickie op te steken, alhoewel ik niet rook, tersluiks tussen de bedrijven door even te masturberen op het toilet en een glas wijn vast te houden op bevallige wijze met de pink omhoog.

Ik ben geen echte grote mensenvriend, alhoewel ik voor sommigen een uitzondering maak.

Voor een joetje geef ik mijn naaste aan bij de AIVD, want opgeruimd staat netjes. Wat is er met U aan de hand zult U misschien vragen, maar dan pas ik toch. De artistieke ambiance is mij zo’n gruwel geworden dat ik de op het eerste gezicht uiterst charmante, progressief denkende, kunstenmaker die zo in de nonsens van de Da Vinci Code gelooft om die reden de deur heb moeten wijzen in Frankrijk, want wie hier niet als vriend binnen komt wordt er zo weer uitgestompt. Ongelovigen daaar doe ik het hek niet voor los, maar snel naar buiten met een gebroken dakpan in de hand.

Sommige bezoekers werken toxisch, die knikker ik er gelijk uit. Er moet chemisch iets werken in positieve zin anders is het exit.

Aan zulke krietietsie heb ik geen enkele behoefte. Het moet helemaal snor zitten. Zo denk ik er bijvoorbeeld over om in de toekomst Deo Volente alleen nog maar onder een pseudoniem verder te werken uit walging voor de artistieke bent. Ik wil niet langer kunstenaar heten. Ik wil kunstenaar zijn. En dat is andere koffie dan thee.

Het gaat niet langer om mijn persoon, maar uitsluitend om wat ik schrijf en schilder en als dat niet revolutionair is qua standpunt weet ik het ook niet meer. Natuurlijk ben ik een uitermate boeiend persoon, daar zult U mij ook niet over horen.

De kijker en de lezer komen bij mij op de eerste plaats. De rest is een achterhoedegevecht.

Ik zal dan eindelijk over gaan tot het grote engagement, dat heb ik tot nu toe nog niet expliciet aan de orde gesteld in mijn werk, want al feestvierend in de Bour gogne met heel aantrekkelijke, voornamelijk met alcohol overgoten, uiterst vro lijke dames en heren waar ik toch echt heel veel van houd, behalve van Gé en Bé Pielemoos, maar daar zegt U me ook wat, is die activiteit als aan gename tijdspas sering erg belangrijk, maar voor een artiest als Fred van der Wal toch niet het belangrijkste.

Om navel starend door het leven te gaan in de Yogi zit en de werkzame Ria M. uit de Champagne al het werk te laten doen in de tuin, nou, nee, dat is niet aan mij besteed, dat vind ik zo schandelijk.

En dat die middag toen haar schotelantenne een hengst heb gegeven waardoor ont vangst van de Nederlandse zenders niet meer mogelijk is, nee, daar wil ik liever niet aan herinnerd worden.

Werken in de buitenlucht is verder heel gezond, dat kan ik iedereen aanraden. En voor het overige voel ik mij hier heel goed als naamloos burger in Couloutre waar ik mij onlangs heb ingeschreven en al reeds een grafplaats met uitzicht over de campagne tot aan de horizon heb gekocht met mijn wederhelft. Het is een klein lapje grond op het kerkhof onder nummer 111, -als ik er van uit mijn graf de madeliefjes omhoog ga liggen douwen dan niet de klep openen en geen drukwerk s.v.p., denk om de hond- het is niet echt ruim behuisd, maar dat geeft niks want daar onder de grond krijgt niemand ruzie met elkaar en het kostte niet meer dan honderdtwintig euro.

A room with a view.

U zegt het. Je mag er eeuwig blijven liggen, dat geeft een geruststellend idee met het oog op de opstanding der doden, dan weet je meteen waar je bent, hetgeen heel wat simpeler is in dat geval dan wanneer iemand door een haai is opgegeten, want waar moet je dan naar toe met je negotie?

 

Zo zijn er heel wat problemen met het interpreteren van de Schrift, daar kunnen we uren over door gaan. Ik wil volgende week wel dood en alleen een nummer op mijn graf. Een houten kruis met een stalen helm er op van wege mijn strijdbaarheid.

Mijn Luger gaat mee in mijn graf.

Het ijzeren kruis.

Anoniem en ongewenst door mijn moeder, vervloekt door mijn vader en tante, gehaat door mijn grootouders, geminacht door de Franse familieleden, de Bigoot jes, ben ik als mensenzoon op aarde gekomen, anoniem zal ik weer gaan, als een stoicijn zal ik verscheiden, maar onderdehand is er wel het een en ander gebeurd. Ik houd mij niet bezig met een carriere of ellebogenwerk, dat laat ik over aan de collegaatjes.

Mijn pseudoniem Frank Forrest zegt genoeg. Ik zal wel zorgen dat het allemaal waterdicht zit.

Verraad aan mijn talent?

Wat een onzin!

Dat doe ik toch niet.

Toch ben ik niet eens zelf mijn grootste vriend. Trouwens, wie krijgt er straks een flinke kleun met de klap schaats voor zijn kop bij het klunen en klauteren als het mis gaat?

Ik!

Mij gaat het allemaal enorm veel geld kosten waar ik nu aan begin, maar mijn publicaties komen er.

Waarom ik niet meer onder eigen naam zal schrijven in de toekomst? Omdat ik straks geheel anders ga schrijven. Vol van mededogen, over lopend van begrip. Zinnen van fondant. Supersofte Socio talk.

Tranen trekkend politiek correct proza waarin het wemelt van de Swartmensen. Zeemzoet maar een aanklacht! Chicklit zoals het meisje Merel R. bij elkaar pent. Spréék mij er niet van! Ik wil zijn zoals Zoals Habakuk de Balker. Doorbalken dus.

Totaal anders dan wat ik nu doe, dat balken. Inhoudelijk, maar ook qua vorm. Ik ben een cultuuranarchist, dat is waar, maar eet als goed gelovig gristenmens na tuurlijk wel meestal met vork en mes en houd mijn handen voornamelijk thuis onder tafel als ik geen uitdrukkelijke uitnodiging van mijn tafelgenote heb ont vangen en dan nog liefst schriftelijk aange vraagd, zodat je het in overweging kunt nemen en altijd ergens op terug kunt vallen.

Okee, als je de tenen van een genylonde voet in je intiem voelt krioelen of een volle dij tegen je op schuren bij het in kaarslicht badende diner is het wat anders, dan breekt alle ijs. Alle sluizen gaan dan open.

 

Politiek is het echec van ieder principe. In de politiek gaat het slechts om de eigen zetel en het gerieflijke inkomen. Zoals in de experimentele psychologie geldt daar de macht van het getal en de herhaalbaaarheid van het experiment. En dan die ijzeren wet: macht tast aan. Politiek is anti-mens. In een democratie mag de min derheid zich laten horen maar that’s all, folks. Het komt neer op de meerderheid die haar zinnetje mag door drijven. Nou, van harte hoor, maar ik stem niet meer. Ik doe gewoon niet meer mee.

Maar wat is het alternatief?

Waar is het grote antwoord te vinden?

Dat zal ik U eens even vertellen, daar wil ik geen geheim van maken.

Het specifieke cultuur anarchisme van het individu, maar Godtbewaarme als er in kunstenaarsland meer rond gaan lopen zoals ik want dan krijgen we de zoveelste provinciale vereniging van gelijk gestemden met statuten, notariële bekrachtiging, stichtingsvormen, subsidies, voorzitter en penningmeester, die elkaar vervolgens op leven en dood gaan bestrijden. Ook dan komt weer de macht met zijn grim mige gelaat om de hoek kijken en vervolgens de corruptie, want die gaan hand in hand.

En wie heeft daar van terug?

 

F.W. van der Wal wel, dec. 2005, COULOUTRE

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.