Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
11 mei 2014, om 20:43 uur
Bekeken:
396 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
187 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ik herkende ze nauwelijks!"


Ik herkende ze nauwelijks want ik was-zoals het de waren artiest betaamt- weer eens goed lazerus na bezoek aan diverse etablissementen te Amsterdam o.a. Arti et Amicitiae waar de Trappist Dubbel er in gaat als Trappist Dubbel.

Arti! Ik ben er al lid vanaf 1972.

In Leeuwarden waren de Rotshuizens onze achterburen.

Drs. Loes R. was collega van mijn echtgenote. Twee of drie keer heb ik Loes R. en Evert Jan R. gesproken.

Hoffelijk gesprek over koetjes en kalfjes zoals te verwachten valt van academi van goede kom af. Beschaafd, goed geïnformeerd stel, deze academici, dus elk woord dat zij spraken was gefun  deerd door een onmetelijke kennis van hun vakgebied en die superioriteit is doorgaans een trans fer naar andere vakgebieden en bejegening van de medemens.

Als eenvoudige jongen stond ik er bij en luisterde er naar met open mond. Bijna met mijn mond vol tanden. Hier spraken kenners op elk gebied met een stuk levenservaring waar ik niet aan kon tippen.

Loes studeerde af aan de VU en volgde colleges van de stijl gereformeerde art. 31 vrijgemaakte H.R. Rookmaaker, die ik enkele malen sprak op een conferentie en tijdens expositie openingen aan de VU te Amsterdam.

Geen aangename figuur, dat ukkie.

Drie turven hoog.

Stijl gereformeerd, in driedelig grijs gekleed, maar vooral arrogant en vooral anti Fred van der Wal zoals het overgrote merendeel van de mij bekende academici. Lijden zij niet allen aan AA?  (Academische Arrogantie)

Ja dat doen zij.

Een uitzondering daar gelaten.

Rookmaaker fulmineerde tijdens een conferentie ten huize van tekenleraar Jan van Loon zomer 1976 tegen mijn werk en persoon. De foto die de duidelijk aanwezige drs. Hans van Seventer nam van het gesprek dat ik met Rookmaaker had wilde hij mij niet geven.

Het zou teveel eer zijn dat de laatste niet officiële foto van Rookmaaker een plaat was waar ik op stond. Niet veel later was de professor overleden. Zo gaat het met mijn artistieke vijanden.

Onmiddellijk na de oekaze van de professor keerde de gehele gereformeerde groep aanwezigen, voornamelijk tekenleraren in opleiding van akademie Minerva en de kitsch schilder Henk Helmantel zich tegen mij nadat Rook maaker mijn werk had afgekraakt.

"Met jongens zoals jou praat ik niet", verklaarde de vrome borst Helmantel, met zijn één jaar ulo mij.

Ik zei dat hij gróót gelijk had.

Verschil van intellectuele stand moet er wezen.

Aanwezig was ook kunsthistoricus drs. John Vrieze, latere directeur Cobra museum en het warhoofd drs. Paul Clowney met zijn vrouw Tessa, waar ik bij over huis kwam in de Teertuinen, een absolute afvalbuurt in Amsterdam.

Vrieze en Clowney zijn ook al weer enkele jaren overleden, want wie zich tegen Fred van der Wal keert heeft weinig toekomst.

Enkele keren nodigde ik ze uit om te dineren in Arti et Amicitiae op mijn kosten. Het werd mij niet in dank afgenomen. Zij zagen het als een zwaktebod.

De hoffelijke Mr. Rotshuizen werd mede directeur grootste advocaten kantoor te Leeuwarden.

Een of twee keer bezocht ik het echtpaar Rotshuizen. Het gepresenteerde glaasje Ranja met een rietje was van goede kwaliteit.

Nu beoordeel ik kunstkopers altijd op het werk dat zij aan de muur hebben.

Tot mijn verbazing hing daar een flutwerk van de ex-antropofische pseudo filosoof/tekenleraar Henk Pietersma, een jaar later bekeerd tot een benauwende fundamentalistisch christelijke sekte.

Het “kunstwerkje” bestond uit drie velletjes doorslagpapier, die op elkaar waren geplakt en heette, als ik mij herinner, “De toekomst van de kunst van gisteren om dezelfde tijd” of iets dergelijks. Kan ook een semi-religieuze titel hebben gedragen als “ Kosmies inzicht der psalimsesten waarvan de resten zullen neder dalen als Hij weder komt”.

Zo gaat dat bij dit soort kunstartiesten en hun aan- en inhang.

Slap gelul kent geen tijd.

Drs. L. Rotshuizen was in de jaren ’80 nog ernstig gepikeerd over het feit dat prof. Rookmaaker de zuinige, niet bepaald werkzame stijl gereformeerde Schotse student kunsthistorie, lichtgewicht Graham Birtwistle tot zijn assistent benoemde.

Helaas was ik zo goed onze gerieflijke woning in de Watergraafsmeer aan hem over te doen voor de helft van de verbouwingskosten die wij gemaakt hadden. Na een jaar vertrokken wij uit het benedenhuis omdat mijn echtgenote geen werk had en ik door onduidelijke machinaties geen BKR meer kon krijgen.

Birtwistle beweerde tegen zijn stijl gereformeerde kennissen dat ik hem had "opgelicht". Een paar jaaar later trok hij deze beschuldiging in toen ik hem vroeg een en ander toe te lichten

In 1978 meende kenner Dr. Birtwistle post moderne tendenzen in mijn beeldend werk te ontwaren.

Bood aan artikel voor Stedelijk Museum journaal te schrijven. Ik wimpelde dat af omdat ik het daarvoor veel te vroeg vond. Ik weet dat ik een laatbloeier ben.

 

Ik vertelde het voorval aan de tekenleraar Jan van Loon. Hij belde de volgende dag Birtwistle op of de kunsthistoricus misschien over het werk van Jan van Loon zou willen schrijven. Zijn verzoek werd niet gehonoreerd.

In 2002 verzocht ik hem een korte inleiding te schrijven voor een expositie van mijn tekeningen. Hij weigerde met het doorzichtige excuus dat hij net een artikel aan het bewerken was dat onder ogen van Gombrich zou komen.

Een valide argument?

Nee.

Birtwistle was  bang dat zijn goede, wetenschappelijke naam in het geding zou komen als hij met mij op de ‘’één of andere manier geassocieerd zou worden”..

Meneer B. behoorde tot de stijl gereformeerde clan rond kunst promotor drs. Hans van Seventer, een boemelstudent die dertig jaar over zijn doctoraal deed en als promotor van het kitsch schilder werk van Henk Helmantel een duit verdiende.

Van 1976 tot 1996 kwam ik over huis bij van Seventer. De man was voortdurend op conflicten uit.

Tot het mij te gortig werd door regelmatig te worden uitgemaakt voor kutschilder en luldebe hanger. Hij schreef mij zelfs een brief dat mijn werk "rubbish" was en in zijn stijl gereformeerde opvattinge "tekenen uit de hel". Hiet sprak de connaisseur!

 

Rond 1996 kreeg ik een benauwd briefje van de vaan Seventers of ik tot de Heere Heere wilde bidden voor behoud van zijn baantje bij de EO als producent kunstrpogrammas. Nee, ik kon niet in zijn programma komen want dan zouden zijn gereformeerde vrienden hem vragen gaan stellen en dat kon hij niet hebben.

Bidden tot de Heere Heere voor een vacature! Achter het gristelijke kruis van Hans stond altijd al een dollar teken. Hans dacht dat het zou helpen of dat ik een speciale ingang had bij de Heere Heere.

Ik heb de brieven in mijn archief map met opschrift “Gekken & andere gestoor den”.

De “vriendschap” -for what it was worth- heb ik per brief verbroken.

Het kon ze niets schelen hoorde ik enige tijd later, want “wat heeft licht met donk er te maken” spraken ze op een sombrere domineestoon.

Een fijn gereformeerd argument.

Iets anders verwachtte ik ook niet, dus dat kwam goed uit.

Academici! Dan weten we het wel…

 

 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.