Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
4 mei 2014, om 18:43 uur
Bekeken:
414 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
245 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Henk Helmantel Kitsch schilder"


TIEN JAAR GELEDEN SCHREEF PROF. CAREL BLOTKAMP EEN VERNIETIGEND PROFIEL OVER DE 17-E EEUWSE KITSCH SCHILDER HENK HELMANTEL WAAR IK HET VAN HARTE MEE EENS BEN 

 

Met commentaar van de in Helmantel kringen omstreden kunstschilder Fred van der Wal

 

Aftelversjes

 

Door Carel Blotkamp − 08/07/04

 

(…)hoe goed is hij nu, Henk Helmantel, al decennialang de kampioen van de realisten en hoe verhoudt hij zich tot zijn illustere voorgangers uit de Gouden Eeuw?

 

Helmantel, geboren in 1945, is in de laatste twee decennia uitgegroeid tot een boegbeeld van de realistische schilderkunst in Nederland.

(…) In de jaren zestig en zeventig bezat Galerie Mokum zo'n beetje het monopolie en hadden de realisten in de persoon van Dieuwke Bakker een galeriehoudster die 'haar' kunstenaars met verve verdedigde tegenover de ongeinteresseerde musea. (…)

 

(…) Het realisme bloeit en heeft een veel groter bereik dan enkele decennia geleden. De respons van de 'gewone' musea is echter nog steeds gering (…)

 

(…) Co Westerik is zo ongeveer de enige naoorlogse realistische schilder, als die term op hem van toe passing is, die in de musea en de kunstkritiek breed wordt gewaardeerd, maar hij heeft zich altijd verre gehouden van de Mokumschool en aanverwante realisten.

 

Hebben de realisten en hun verdedigers gelijk dat zij niet naar waarde worden geschat in de officiële kunstwereld? Discussie daarover wordt zelden gevoerd, omdat de circuits praktisch gescheiden opereren. Toch is dat jammer want zo'n discussie zou clichés kunnen doorprikken en begrippen kunnen verhelderen die vaak klakkeloos worden gebruikt.

(…)

Helmantels werk heeft altijd zeer tegengestelde reacties uitgelokt. Voor de ene helft van het publiek is hij een “groot” schilder, de andere helft verafschuwt zijn werk.

 

Fred van der Wal: Ik vind Helmantel geen groot schilder maar behoor ook niet tot de helft die zijn werk verafschuwt. Zijn werk en persoon doen mij niets. Hij spreekt een andere taal. Zal mij een rotzorg zijn. IK verkeer in financieel zeer gunstige omstandigheden hetgeen een kritikaster als GP mogelijk betwijfelt. Twee hypotheekvrije vrij staande panden op mooie kavels en tonnen op rekeningen. Wat wil een mens nog meer?

Ik heb altijd een genuanceerd oordeel  gehad over werk en persoon Van Helmantel. De stijl gereformeerde kliek van de mindere Groningse gereformeerde schilders rond Helmantel en zijn belangrijkste promotor drs. Hans van Seventer menen dat wie niet 100 % vóór Helmantel is, daar tegen zou zijn. Een typisch gereformeerde argumentatie.

 

Het zijn voornamelijk portretten, landschappen en stillevens naar de natuur, maar er hangt ook een geschilderde kopie uit 1963 (en nog een reprise uit 1993) van Rembrandts beroemde late zelfportret in Kenwood, Londen, met twee cirkelfragmenten op de achterwand.

(…)

 

De suggestie die van deze ruime presentatie van vroeg werk uitgaat, is dat Helmantel van kindsbeen af de oude meesters als richtsnoer nam. Daarnaast zijn er onder de stillevens en landschappen enkele in een losse, wat im pressionistische toets, die anno 1968 ook al niet gangbaar meer was.

 

Fred van der Wal: Helmantel poogde eind zestiger jaren onder druk van Groninger collegaatjes impressionistisch te gaan schilderen maar merkte al snel dat het niet verkocht dus keerde hij weer terug naar zijn namaak 17- e eeuw kitsch stijltje. Het is me wel een artiest en zakenman.

 

 

Een duidelijke keuze dus voor het verleden, een anti-modern programma dat zeker in retrospectief interessant zou kunnen zijn, maar dat niet wordt gedragen door het werk. Dat is namelijk in elke techniek en stijl die hij uit probeerde uiterst middelmatig.

Het wekt de indruk van schromelijke zelfoverschatting: 'ik kan het ook zo! Dat blijkt niet het geval. Niet erg op die leeftijd, alleen wel een veeg teken dat dit alles in de tentoonstelling en catalogus breed wordt uit gemeten, alsof de genie zich al op kinderleeftijd openbaarde.

 

Fred van der Wal: Zijn kindertekeningen zijn onbeholpen, alleen zijn vrindjes van de Zwiggelter groep geven hem applaus!

 

In die schilderijen gaat hij, (…) de wedstrijd aan met de meesters van weleer, met de stillevenschilders van de Gouden Eeuw en met een kerkenschilder als Saenredam, maar ook met schilders uit een meer recent verleden als Floris Verster, Jan Mankes en Dick Ket.

 

Originaliteit in de keuze en behandeling van het onderwerp is duidelijk niet zijn grootste zorg. Tegelijk benadrukt Helmantel (in een door hemzelf afgenomen interview in de catalogus) dat zijn werk van deze tijd is. Het gaat hem niet zoals de 17de-eeuwse schilders om de thematiek of de inherente symboliek maar om de formele kwaliteiten van het schilderij zoals kleur en compositie. Vandaar dat hij ook Mondriaan, Malevich, Rothko en Ad Dekkers noemt onder de kunstenaars die hij waardeert. En hij wil geen fijnschilder heten, de textuur van de verf is voor hem belangrijk.

 

Fred van der Wal: Maar ook Appel en Mondriaan bewierrookt Helmaantel om museale kritici tevreden te stellen. Helmantel is een geslepen poseur maar blijft een kunstenaaar van niks en niemendal. Kunst voor domme mensen.

 

De tentoonstelling biedt een goede gelegenheid om die formele kwaliteiten van zijn werk te toetsen. En dan ontkomt de kijker niet aan de vergelijking met de bewonderde voorbeelden, ook al is hun werk niet ter plekke aanwezig. Qua compositie bijvoorbeeld. Helmantels stillevens kennen een paar vaste ordeningsprincipes: de objecten zijn in de breedte opgesteld, tegen een vlakke wand en op een tafel of plank parallel aan het beeld waar je op ooghoogte of iets van boven tegenaan kijkt. Of ze zijn verspreid op de vloer en dan kijk je er bovenop. De eerste, getalsmatig grootste groep vertoont veel overeenkomst met de 17de-eeuwse Nederlandse stillevenkunst, al is zo'n compositie van voorwerpen nadien overal eindeloos gevarieerd. Bij de tweede groep, de van boven geziene stillevens, komt Ket sterk in gedachten.

 

Fred van der Wal: Ik noem het alijd de potten en pannen fabriek dat soort schilders. Steeds weer hetzelfde afgezaagde thema.

 

Wat nu opvalt aan Helmantels composities is hoe weinig gevoel hij heeft voor de subtiele samenklank der dingen in een stilleven. Hoe ze ten opzichte van elkaar staan en liggen, hoe overlappingen (het ene ding voor het ander) zijn vormgegeven, hoe de objecten zich verhouden tot de vlakke ondergrond of achtergrond en die in het spel weten te betrekken. Bij Willem Kalf (maar ja, dan noem ik ook wel een grootmeester) vormen al die elementen een symfonie, bij een intimist als Adriaan Coorte klinkt kamermuziek, maar bij Helmantel lijkt het of er een aftelversje wordt gezongen.

 

Nog dramatischer pakt de vergelijking in de andere groep uit met Dick Kets werk. Bij Ket heerst een extreem vogelperspectief, hij veroorlooft zich krasse vertekeningen ten opzichte van de werkelijkheid zonder dat die onge loofwaardig wordt. Ket weet het vlak en de betrekkingen tussen de dingen barstens vol spanning te laden. Bij Helmantel, bijvoorbeeld in zijn Stilleven met witte schaal uit 1997, zie je wat voorwerpen verspreid over een stuk vloer staan en je denkt: 'so what'.

 

De plint vormt in dat schilderij een obligate afsluiting, de restruimten van vloer en wanden zijn restruimten en niet meer dan dat. Ook de referentie aan Mondriaan of Malevich in sommige schilderijen betreft louter uiterlijkheden, een combinatie van rood/geel/blauwe attributen of een 'suprematistische' plaatsing van elementen in het beeldvlak. Het is alles gedaan zonder enig inzicht in het raffinement waarmee zijn voorbeelden uit een nabij of verder verleden tewerkgingen.

 

Bij stillevens, dat is het verraderlijke van het genre, is de wijze waarop de ruimte rondom de dingen wordt gearticuleerd minstens even belangrijk als de weergave van de dingen zelf. En ook de maat luistert nauw. Op groot formaat zijn de stillevens van Helmantel (dat geldt evenzeer voor de recente grote kerk interieurs) alleen nog maar levenlozer en wezenlozer.

 

Een ander punt waarop de schilderijen om nauwkeurige observatie vragen, betreft de schilderwijze en de textuur van de verf. Helmantel zegt geen fijnschilder te zijn; dat is ten dele waar, al lijkt hij met die uitspraak vooral de associatie met gepeuter te willen vermijden dat realisten vaak wordt verweten. In zijn schilderijen probeert hij een goede stofuitdrukking te bereiken (de suggestie van verschillende substanties, het harde en transparante van glas, de zachte huid van een perzik) en tegelijk de verf als materie een zekere eigen waarde geven.

 

Fred van der Wal: Het werk van Helmantel is saai, voorspelbaar en munt uit in clichés.

 

Dat is een van de lastigste problemen waar een figuratief schilder, vooral een stillevenschilder, mee geconfronteerd wordt, of hij nu Matisse of Helmantel heet, en erg ver komt de laatste er niet mee. Zijn beste stillevens zijn die waarin de stofuitdrukking de gedachte aan verf verdringt, meestal werken van klein formaat. Als de verfstreek zichtbaar blijft staan, gaat die vaak in tegen het illusionistische effect; als hij de textuur laat spreken worden de substanties naar elkaar toegetrokken en krijgen ze iets stopverfachtigs.

 

Onthullend in de tentoonstelling is het vertoonde filmpje van Helmantel in zijn atelier, bezig aan een schilderij, eerst los penselend, in volgende stadia nader preciserend: die eerdere stadia dragen wat verfstreek en verfmaterie betreft niets bij aan het uiteindelijk resultaat. De transparantie van het verfoppervlak en de subtiele doorwerking van de onderschildering die bij een Kalf, een Saenredam, een Verster of een Mankes de magische werking van het beeld bepalen, ontbreken bij hem ten ene male.

 

Helmantels werk maakt op mij altijd de indruk alsof iemand een tekst voorleest in een taal die hij niet goed begrijpt.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.