Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
8 april 2014, om 18:22 uur
Bekeken:
381 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
213 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"“Ik ga me daar een beetje andermans kruis dragen!” (deel 4)"


 

“Ik ga me daar een beetje andermans kruis dragen!” (deel 4)

 

Fred zit als dagvulling bij voorkeur in het zonnetje op het terras van de "Alles Kits Okee Bar" van de tanige Tante Tiny in de Takkensteeg, een clandestiene bar drie hoog achter waar de loopse teven on rustig met hun achterwerk op de vetleren kruk zitten te draaien of komt ’t door die trichomonas-, chla midya-, hetzij amoeben infectie dat ze jeuk an d’r peuk hebben.

Die Tante Tiny is een tandeloze weduwe, die met haar kunst gebit het Wilhelmus kan kleppe ren, dat is nou pas echte kunst en als ze d’r kunstgebit uit doet is ze bovendien ook nog een prima vrijetijds pijpster.

Ik noem haar opoe hondje!

Tiny Hondje, geef nog es een rondje, omdat ze op Kitty Courbois lijkt. Tiny had een winkeltje in dameskleding voor de grotere formaten. Haar sjop heette dan ook eerst “Ruim Baan” en later ‘Breed uit’!

Ze is al lang failliet, leeft van de bijstand en volgt een cursus kleien en keramiek stoken bij een cultureel centrum.

Haar kunstproducten lijken stuk voor stuk op fopkutten uit de winkel van Christine LeDuc! Toen ik vroeg of ik eentje mee naar huis mocht om mijn lul in te steken werd ze kwaad. Ik kreeg me een lel om mijn oren en daarna een ram met een keramiese fopkut!

Mondige vrouwen. Ik houd van ze.

 

Onze man ter plaatse maakt in zijn leren broek en dito jasje voortdurend grapjes met de lekkere, venerische wijven aan de bar, rookt voldaan een dozijn jointjes, zuipt de tent leeg, laat zich tracteren door heren die heren zoeken en geen aangeboden bips onbesnuffeld laten, ze mogen met hun middenvinger in de bilspleet van onze meer beruchte, dan beroemde kunstenaar verkeren, zo lang ze maar af schuiven.

Hij slikt snel wat amphetamine om wakker te worden of paddenstoelen om verder te dromen, gooit er een paar Valiumpjes over heen als het te heftig uit pakt, eet een broodje gezond met verlepte slablaadjes, een portie kwakkemonen en een rotte tomaat of haalt een petatje oorlog in de otomatiek van verder op om een bodempje te leggen voor de alcoholische versnapering en als de steun net weer binnen is, want wat dat betreft is hij geen echte kwartaalzuiper, die pas op leeft als de platvink gevuld is en de piet vol met poen, maar gaat liever gelijk helemaal total loss onder de klamme, zure lappen, anders kunnen ze ‘m na een wilde nacht de volgende ochtend weer eens in zijn eigen stront, verschaalde pis, rottend zaad en zure kots met kop en kont uit de goot opvegen als hij in de kroeg blijft hangen.

‘Na een nacht doorzakken op mijn leeftijd kenne ze me opvegen’ zegt hij met een zucht.

 

Ik ga in principe alleen om met WW-ers, beroepsparasieten en uitvreters van rijke wijven, die in een Porsche rijden, ontsnapte TBS klanten en mensen die torenhoge schulden bij de Weh kamp of Neckermann hebben, in een doos slapen, te kampen hebben met een drugs c.q. drank probleem, zakkenrollers, gauw- en winkeldieven, veneriese kolensjouwers uit de haven, psy choten, idioten en psychopaten, seksjuwele delinkwenten, pedofielen, perverten, pederasten, hoerenjongens die uit hun geparfumeerde krent ruiken en hun billen in plaats van achteruit gang als vooringang gebruiken, huurmoordenaars, homo-en bisexuelen, witwassers, zwart werkers, messentrekkers, pooiers en amateur- of beroepshoeren.

De kleine misdaad dus.

Lachen geblazen, want een dag niet gelachen is een week niet geleefd, zeggen de bajes klant en en steken hun elfde vinger op.

Draaideurkriminelen, belasting fraudeurs en kunst vervalsers, miskende schilders, ongelezen schrijvers, mislukte dichters, kleine en grote drugsdealers, de hustlers en de pimps, de hoeren en de pooiers, daar heb ik een zwak voor.

 

 Soms heeft zelfs een stamgast als Fred plotseling een dichterlijke bui, dan wellen er onder invloed van de hasjpijp merkwaardige zinnen op uit zijn onderbewuste.

 Zoals: ‘Adri de Tuinfluiter ruikt uit zijn stuiter, maar Rebecca Loos geurt nog steeds uit d’r uitgewoon de doos’, rijmelarij die in de smaak valt van de poweten Arie Veter en de bekende Rimmer Beenham van achter een dood geslagen tap pilsje.

Arie is een gesjeesde student Nederlands, die na het lezen van Junkie van Burroughs zo over stuur raakte dat hij onmiddellijk naar de herowienespuit greep en ‘m zijn slagader in jenste.

Zijn beste vriend Bubb Buitenwijk, die in de zestiger jaren in een Indiase jurk door het centrum Amsterdam flaneerde, koos al snel eieren voor zijn geld, maakte zijn verloving met een frigide Heemsteeds blondje uit, huwde een gevluchte oost blokmeid die op een verblijfs vergunning uit was en ging voor alle zekerheid het onderwijs in, draagt nu een driedelig pak en een donker blauwe loden jas, stemt VVD, is werkzaam als veilinghouder in een provincie stad, niet ver van de Noordzee.

 

(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.