Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
26 januari 2014, om 12:16 uur
Bekeken:
460 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
254 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Voor ik met zonden overladen mijn strot schoon kan spoelen"


EN NU IK HET ALS KEIHARDE RASCALVINIST TOCH OVER HET HARMONIUM HEB, DAT GEMEENZAAM “DE PSALMENPOMP” WERD GENOEMD DOOR DAAN DEUTEKOM, BIJ LEVEN EN WELZIJN GRIFFERMEERD VERTEGENWOORDIGER IN SPUITWATERS, GRENADINES EN ZOETE LIMONADESIROPEN, WIL IK TOCH EVEN…

 Zo zegt Fred van der Wal ook nog steeds op Zondag tegen de ongelovige collegaatjes met galmende stem: 


“Prijst den Heer keer op keer

Bij een orgel van Johannes de Heer”

En dan komt het allemaal goed, want de Heire der Heirscahren kan ook met kromme stokken recht slaan en hard ook, z oals het behoort in gereformeerde kringen. 

Toch betitelt Fred het kerkorgel maar al te vaak oneerbiedig als “De Windjammer die de zeilen van de zielen der zondaars schoon blaast, want wie het roer en de rug recht houdt op de zeeën des levens, zal ook dat kleine café bij de haven een vat bier vinden om zich aan te laven, want het is geen griffermeerde man, die niet zuipen kan!” 
Was Calvijn tegen een orgel in de kerk en vernietigde de schuimbekkende puritein Cromwell met zijn volgelingen met bijlen en flambouwen de orgels in Engeland, een kerkgebouw der Nederlandse stijl gereformeerden is ondenkbaar zonder dit machtige muziekinstrument.

En in de schaduw van de verstopte orgelpijp heeft zich met name bij de gere formeerde gezindte een bloeiende harmoniumcultuur ontwikkeld die bloeit. 
Ook buiten het eigen gereformeerde erf dringen de klanken door. 


Zo schreef R.N. Roland Holst in 1923 in “Overpeinzingen van een bramenzoeker”: 
…de calvinist heeft zijn harmonium, waaruit de snotverkouden stem der menschheid schijnt te jammeren om erbarming. 

‘Het jammerhout,’ spot de ongelovige weblogger op de brede weg die naar de afgrond snelt. On The Roaad, folks. Maar ‘onze mensen van ons kent ons, dus het eigen griffermeerde soort’ trekken zich niets daarvan aan. Tegenwind staalt de mens bij het fietsen op de afsluitdijk en lvert een doorgroefdde ouwe rukkerskop op zoals de gebroeders Klaas en Mees Toxopeüs, die mensenreddertjes met hun vurenhouten reddingssboot. 
‘s Zondags zet ik mij namelijk van uit die mentaliteit op de kruk voor het harmonium, plooi mijn billen over het versleten leer van de kruk en plaatst mijn kleistampers maat 52 op de trappers, sla met een klap de muziekbundel open van Johannes de Heer, knip het lampje aaan met het 15 watt peertje en grijp met mijn grove klauwen woest in de toetsen zoals het een Godsman betaamt. 
De gewijde klanken dringen op orkaankracht door tot in de tuin en goolven naar de overkant vaan het water dankzij de opgeslagen deuren naar de tuin en de seringen vallen van schrik uit, die weten ook niet hoe ze het hebben in al hunne pracht en onschuld. 
De vrouw des huizes en de beide dochters zingen rond het orgel, psalmen en andere fijne, welluidende, christelijke liederen zoals “Scheepke onder Jezus hoede” of “Ik bouw mij een geest’lijke tempel, een tempel van strooi en van hout”. 
In de huiskamer neemt het harmonium sinds mensenheugenis een ereplaats in. Het is het kostbaarste meubelstuk. Een altaar. Ma zet het regelmatig in de was. Rond het huisorgel zijn de kleine luyden zichzelf en weten weer dat aan Zijn Zegen van Omhoog Alles Is Gelegen onder de broeders des gemenen levens. 
Vooral bij de gereformeerden wordt een heel geslacht van orgelminnaars opgekweekt. En voor de laag geletterdde ouderen, voor wie het notenschrift te moeilijk is, geeft Johannes de Heer cijfermuziek uit voor wie nog niet tot tieen kaan tellen. Men legt een strook met letters en cijfers langs de toetsen, plaatst het cijferboek voor zich en na enig oefenen kan men met vier vingers reeds binnen eenkele minuten een moeizame psalm aan het orgel ontlokken die klinkt als een kerkklok van Bim Bam Beieren de koster lust geen eieren. 
Het zijn misschien geen erg mooie klanken, die het harmonium voortbrengt. Maar bij deze miniatuur variant van het draaiorgel worden de stoere mannelijke calvinisten weer gelijk de kinderen, hetgeen de Heere Jezus zijn discipelen voor hield. 
De huiskamerorgeltjes beroeren de laatent tere snaren in het gemoed van de strijdbare keiharde, meedogenloze gereformeerde hufter. Weerloos geeft hij zich bij het orgel over aan zijn Heer. En dan wordt hij wonderlijk gelukkig. 

‘Veilig in Jezus' armen.’ 


‘Daar ruist langs de wolken een lieflijke Naam.’


 ‘Blijf bij mij Heer anders doet mijn hart zo’n zeer.’ 


 De harmoniumklanken verwarmen het hart van ‘onze mensen’. Thuis bij het orgel halen ze in, wat ze tekort zijn gekomen in het gezin waar de vrouw des huizes als neukvee goed is voor de keuken en het bed of als blokfluitiste in de kerk te Meppel, waarin slechts het linkse intellec tualisme, pragmatisme, de moraaaltheologie en het verwerpe lijke humanisme regeert als doek jes voor het bloeden. 
 En na een twee uur psalmen pompen klinkt daar de gebiedende stem van vader: ”Is de koffie al door gelopen, Ma of moet ik er weer zelf achter aan voor ik met zonden overladen mijn strot schoon kan spoelen?” 
 Ma begrijpt de hint, knikt verheugt en spoedt zich naar de keuken waar zij haar plaats als vrouw kent achter het granieten aanrecht en laat de blikken trommel met Mariakoekjes van schrik vallen als zij vader weer eens hoort vloeken als de vurige askegel van zijn goedkope sigaar op zijn vest valt een een gat brandt dat steeds groter wordt.

 

(wordt vervolgd) 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.