Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
15 januari 2014, om 13:51 uur
Bekeken:
493 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
250 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Onredelijk, onverdraagzaam & onhebbelijk..."


“IK BEN ONREDELIJK, ONVERDRAAGZAAM, ONMOGELIJK, ONHEBBELIJK EN ONTOEGANKELIJK…ZEGGEN ZE” 

Fred van der Wal: “men beweert in kunstenaarskringen dat ik onredelijk, ontoegankelijk, jaloers, rancuneus, onverdraagzaam, a-collegiaal, talentloos, haatdragend en buitensporig gierig ben, maar als u zich goed wilt laten informeren doet u maar eens na vraag bij woord- en beeldkunsstenares Isis Nedloni…die heeft een zuiver oordeel over de werkelijkheid, waar u nog een punt aan kunt zuigen met Uw misjpoge!”

U heeft de naam in hoofdstedelijke zowel als in provinciale Friese plattelandskringen buitengewoon onredelijk, ontoegankelijk, onverdraagzaam en buitensporig onmatig te zijn.

Ik weet niet waar U die informatie vandaan heeft, maar ik kan U zeggen dat U geen juist beeld geeft van mij. Bovendien maakt het mij niets uit. Ik ben geen politikus, die stemmen moet winnen.
Mijn beeldend werk is geen vrijblijvende vrijetijdsbesteding, maar een existentiële noodzaak. Als U dat niet begrijpt leest U maar eens dat boekje “Existenz Philosophie und Pädagogik” van Bollnow dat ik al in 1964 van voren naar achteren spelde en een maal een uur vullend college over moest geven aan de hoogste klas van de Da Costakweekschool. Onlangs vond ik nog de aantekeningen die ik in het boekje had gemaakt als geheugensteun.

De hele situatie in kunstenaarsland is verward en verdeeld. Veel kunstenaars zijn het bij voorbaat al niet met mij eens, maar waarom krijg je nooit te horen. Ik kreeg in de jaren tachtig briefjes van extreem linkse BBK kunstenaressen met kort geknipte bloempotkapsels van de vrouwelijke soort uit Friesland of ik misschien met ze naar bed wilde terwijl ik daarentegen alleen maar een kopje lindebloesemthee met ze wilde drinken uit een eerlijke handgedraaide stene mok met mijn pink omhoog in mijn hard roze pantalon en niet uit dat andere kopje tussen hun dijtjes liggen slurpen, want dat is andere koffie dan thee.
Discussie windt dat Friese beeldende kunstenaressenbestand blijkbaar op, doordat ze zich te veel en te vaaak hebben klaar gevingerd bij dat portret van Che Guevara of die vetzak Mao, maar ik heb hartelijk bedankt voor de eer om met mijn neus in hun natte poes te duiken, omdat die Friezen zich nooit wassen.
Eén keer een geslachtsziekte in 1968 was toch echt wel genoeg. Er zwerven wat onuit roeibare schimmels en kwaadaardige kiemen rond in het ondernavelse bij die kultuurdragers en draagsters in Friesland. Mag ik bedanken? Ik lees veel liever een goed jongensboek.

Ik heb de naam rancuneus te zijn, maar dat is dan rancune bij de gratie van de desinteresse bij mijn opponenten in waarover het werkelijk gaat in de beeldende kunst. Rancune schijnt niet te mogen, maar waarom niet? In een BBK blad zag ik een foto van een PLO terrorist met opgeheven Kalasjnikow machinegeweer. Mag dat dan wel volgens het modieus geënga geerde volkje? Waarom zou rancune een taboe moeten zijn?

In gereformeerde kringen was sex in de vroege jaren zestig taboe, maar in de praktijk bleek het anndere koek, meer broek koek. Het was een taboe dat met de mond werd beleden, maar de praktijk was wel even anders, dat heb ik aan den lijve meegemaakt met dat hitsige onderwijzeresje Alice D. Dubbeldam, die van onder heel wat wijzer was dan ik als eenen twintigjarige, onbedorven, maagdelijke knaap die dacht dat liefde iets was als stappen in het warme zand en met blote voeten door de branding slenteren. Als reine jongeling…
Ik wil dat best doen maar dan met Isis Nedloni in een, warm land.
Die gereformeerde meiden waren net sissende en stomende hogedrukkookpannen, voor je het wist sprong de fluit er af en berg je dan maar, dan stond het hele huis toch vol met hete dampen. Zo ongeveer als een mist generator bij rood alarm.
In plaats van het hete hangijzer sex is nu rancune taboe in bepaalde softe, antroposofiese en artistiekerige kringen. Aan de andere kant mag je wel uit kijken voor je als kunstenaar na een duidelijk afgelegde statement je auto in stapt want voor je het weet ligt er een handgranaaat onder de zitting en ben je binnen tien seconden je achterpoten, lul en ballen ook nog kwijt en waar moet je dan naar toe als kunstartiest? Dan is de bron van de scheppingssdrift helemaal weg en wat dan?

U zegt: Een beeldend kunstenaar verricht eigenlijk research.

Als hij zijn werk goed doet wel, maar dat zie ik bij kunstenaars maar heel zelden. Ik ben van mening dat grote kunst altijd gerelateerd is aan andere grote kunst. Daarom bestudeer ik nog steeds sommige 19-e,18-e en 17-e eeuwse schilders.
Tegenwoordig wordt iemand van de jongere generatie kunstenaar als hij echt nergens voor geschikt is en hooguit een diploma blo school met moeite heeft gehaald of slechts zonder succes één jaar ULO heeft genoten zoals de nationale kultuurramp Jan Cremer. Hij is het beste bewijs dat je het ver kunt schoppen met bijzonder weinig moeite en talent. Ik vind hem een domme man die niet eens behoorlijk kan praten.

Veel 17-e eeuwse kunstenaars hadden een achtenswaardige bijbaan, zonder dat iemand daar over viel. Ik heb naast mijn kreatieve werkzaamheden er altijd andere dingen bij gedaan om onafhankelijk te zijn van het benauwende staats gesubsidieerde kunst maffiakringetje in Amsterdam en Friesland.
Eigenlijk zou ik daar een medaille voor moeten hebben of een zzilvren anjer om in mijn knoopsgat te steken. Zo’n Henk Helmantel, door mij in pamfletten meestal Henk Duvelsjas genoemd, die getrouwd is met een soort Puk van de Pettenflat met enorme biljartpoten, is nog te beroerd om het grasveld van zijn tuin te maaien, dat doet zijn opoe of Hans doktorandus van S. uit A., die niet voor niets een aidsofiele masochistiese broer had.
In New York uiteraard, waar hij een appartement bewoonde met als enige meubelstukken een doorgeseken matras, een paar handboeien, een flinke stieren zweep om het vel van zijn billen, lul en ballen te rossen en een stuk of wat anale dildos van verschillende formaten voor de interne verzorging en versterking van de mens. Hoe zal ik U ontvangen is een pracht lied, mmaar het geeft geen enkel antwoord.

De hele kulturele situwaatsie hier is zo dat het kunstenaarschap geen serieuze zaak is en daar werkt die EO rubriek van de Heer van S. aan mee. Kunstenmakers die als dolfijn verkleed in een meertje spartelen zijn items voor zijn nep rubriekje.
Zo iemand is rijp voor opname in een inrichting en de producent van dat programma ook.
Van S. vindt dat een kunstenaar een clown, een langharige landloper, een gefrustreerde griffermeerde tekenleraar of een onnozele idioot moet zijn, zo lang hij of zij maar stijl gereformeerd is of van zijn gereformeerde gedeformeerde geloof afgesodommieterde pias, dan is het ook goed.
En waarom vindt van Seventer dat een kunstenaar een halve gare pias moet zijn? Omdat hij zelf een mislukte clown is waar niemand ooit om moet lachen, een zelfingenomen, arrogante, oppervlakkige, halve zool die met de grootste moeite (bron: tekenleraar Mark de Klijn) uiteindelijk zijn doktoraal heeft gehaald.
Zelfs zijn echtgenote kan nog niet om zijn humor glimlachen omdat zij elke week zich weer de hoofd pijn afpiekert hoe zij de twee Amerikaanse Oversized koelkasten voor volgende week vol moet krijgen.
Hij is iemand met de hersens van een garnaal, de charme van een aangespoelde blauwe kwal en de persoonlijkheid van een plestik opblaassexpop met zo’n koket, eeuwig openstaand mondje waar geen geluid van betekenis uit komt. Daar stop ik toch echt mijn lul niet in! Figgurlijk gesproken dan.

Hoe is dat gevoel; ik ben dan wel beeldend kunstenaar, maar daarnaast had ik ook nog vele andere werkzaamheden?

Dat gaf mij het plezierige gevoel bij een kleine elite te behoren. We hadden dan ook op een gegeven moment vijf huizen in eigendom en daar kijken de onbenullige kollegaatjes dan met kinnesinne naar, zonder te beseffen dat zo’n bezit bepaalde verantwoordelijkheden met zich meebrengt en een positieve kijk op de maatschappij. Ja,ook die pvda stemmers, die onderwijskollegaatjes van Ina keken daar met argusogen naar, omdat zij zelf hooguit een nieuwbouwwoning konden permitteren en dat is helemaal geen bezwaar, maar belaster dan geen anderen.
Tijdens een reunie van de klas van 1962 van de Da Costakweekschool aan de Koepellaan 8 te Bloemendaal schepte ik daar natuurlijk ook flink over op en dan zag je de bleke kaken van die schoolmeesters verstrakken en de knokkels van de kramp achtige schoolmeestersvuistjes krijtwit worden van gramschap.
Ja,dan leef ik op!
Jaloezie van anderen op onze bezittingen en rancune daarover is de benzine die mijn motor doet lopen. De meeste manlijke klasgenoten hebben vreselijk moeten ploeteren en blokken in de avonduren om lager aktes en aantekeningen te verwerven zodat ze weer een periodiek in salaris omhoog gingen.
Eens een schoolmeester, altijd een schoolmeester, is hun devies.
Eén klasgenoot zit in een inrichting in Santpoort en ik, Fred van der Wal, werd dan wel beeldend kunstenaar, maar dat was voor die verzameling schoolmeesters die middag van de reunie precies hetzelfde als opname op de gesloten afdeling vn het leipespeis. Volgens sommigen waren die beide tijdspasseringen volkomen synoniem en hoorde ik in een dwangbuis.
Alleen is mijn gekte en totale sexuele waanzin een volmaakt kontroleerbaar proces. Ik hoef alleen maar een knopje om te zetten. En samen in een dwangbuisje met een aaangename dame, daar heeft een heteroseksjuweel al helemaal geen enkel bezwaar tegen!

Kunt U zich voorstellen dat U uitsluitend en alleen maar zou schilderen?

Nee, dat kan ik helemaal niet, want dan zou ik net zo’n suffe droogkloot worden als H.H. of een inge dutte slaapkop als R., die op de grote Rembrandt, de Prins Onzer Schilders gelijkende, kogelronde vette oliebol, maar ik zou me nooit ontpoppen tot een verkeerd uitgepakte vette koosjere gehaktbal als die pedante sukkel M. d. K.
Wist U dat hij tot drie keer toe is afgewezen voor het lidmaatschap van Arti et Amicitiae?
Dat zegt wel genoeg over zijn kwaliteiten als leraar van die christelijke kunstakademie te Kampen, waar ze hem bijna nog hebben uitgesodommieterd omdat hij (volgens zijn eigen zeggen) sexuele betrekkingen onderhield met een eerstjaars leerling, die dacht dat het zo hoorde, dat er in christelijke artiestenkringen met de speciale vleeskwast eerst de mossel flink moest worden schoon geschrobd van de leerlingen van de vrouwelijke kunne om de Hogere kunsten op kristelijke grondslag te dienen, totdat de ouders op school kwamen klagen bij de direktie over het sexuele gebruik van de leerlinge in kwestie.
Die direkteur was een ex-timmerman die artistiek gezien van toeten noch blazen wist, maar die wel wist dat waar gehakt werd ook spaanders vielen, die kon je uit een blok beukenhout nog eens met verve een houten kut laten hakken als geen andere, dus die dreigde hem gelijk met ontslag en met de rechter.

Volgens die fijne Meneer M. kom ik de christelijke akademie nog niet via de achterdeur binnen, daar zou die vrijgemaakt gereformeerde ouderling oorwurm zelf voor zorgen. Ze hebben die deur zelfs nog moeten uitbreken omdat een leraresje schilderen,de volkomen onbegaafde half abstrakte knoeister als die dikke domoor uit Almere, die zo’n vette varkensreet en dikke dijen had dat ze niet naar binnen kon door de zijdeur en klem bleef zitten.
Die M. was me d’r eentje van de chistelijke garde!
Ouderling in de vrijgemaakt gereformeerde kerk (tijdens een avondmaal werd ik daar uiteraard geweigerd, want van kunst schilders waren ze niet zo gediend) en vrijetijdsverzamelaar van hard core pornography, vertelde hij mee eens vrolijk langs zijn neus weg. Een stapel sexboekies van meer dan een meter op elkaar poepende en piesende onder de stront gesmeerde neukende mannen en vrouwen bewaarde hij in zijn kelder onder een berg anthraciet en stookhout tot zijn lieve vrouwtje die rotsooi vond en echtscheiding aanvroeg vanwege geestelijke mishandeling door dat minkukel. Op de salontafel lag keurige de E.O. gids en evangeliese lektuur, maar hij was ook op de VPRO gids geabonneerd die hij snel onder het vloerkleed schoof als er mede-gereformeerden of de dominee op bezoek kwamen. Het was me het gezinnetje wel!

Het meest voor de hand liggende kunstenaarsleven in Amsterdam zou betekenen net als mijn gewaardeerde kollega C. tot twaalf uur in je nest liggen rotten en daarna pils te gaan hijsen op een terras van het Leidseplein, een los lopend wijf te verschalken en vervolgens -als dat niet gelukt was- naar de sociëteit Arti et Amicitiae of De Kring een geschift los lopend artistiek wijf met veel Sehnsucht en genitale goesting in d’r broek proberen te versieren.
Nou, daar pas ik toch echt voor. Als ik aan de bar de schilderes Marry Maritiem soep hoor op slurpen hoef ik al niet meer!



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.