Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
13 januari 2014, om 12:33 uur
Bekeken:
417 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
200 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Betreffende de Pierre Vinken biografie van Paul Fentrop"


 

 

BRIEF AAN ROLF VAN DER MARCK BETREFFENDE DE PIERRE VINKEN BIOGRAFIE VAN PAUL FENTROP

 

19 januari 2008 door fredvdwal

 

Brief aan Rolf van der Marck betreffende de Pierre Vinken biografie van Paul Fentrop

 

Van harte onderschrijf ik Rolf van der Marck’s visie op het huis van Oranje, waar over hij in zijn bijdrage Koninklijk bezoek het volgende publiceerde als onder deel van een verhandeling met de titel Koninklijk Bezoek:

 

"Maar, ik ben nog niet klaar met de monarchie, want zoals bijna altijd als ik daar aan denk, denk ik aan het Republikeins Genootschap van Pierre Vinken. En die naam ging door mijn hoofd zingen, omdat Fred van der Wal op dit blog zó dik wijls reclame heeft gemaakt voor de biografie van Pierre Vinken, ‘Tegen het idealisme’, geschreven door Paul Frentrop, Amsterdam 2007, echter zonder ook maar iets prijs te geven over de inhoud, zodat ik een & ander maar op het net ben gaan zoeken.

En op de website van dat Genootschap vond ik dit schitterend citaat van iemand die nooit te beroerd was om mensen op de tenen te trappen, Multatuli (1820

1887):

Waarlyk ik loop niet hoog met koningen! En al ware dit zoo, dan nog zou ik niet spoedig partytrekken voor koninkjes uit het lierderlyk, uit het dom en wurmstekig huis van Oranje.

 

Pierre Vinken overigens is een zeer interessante man naar wat ik over hem heb ge lezen op het net, waaronder een prikkelend interview van Max Pam met Vinken van een jaar geleden naar aanleiding van de verschijning van zijn biografie. Voor mij allemaal overtuigend genoeg om die biografie te bestellen. Maar ik zal Fred van de Wal intussen porren om daarvover wat meer te publiceren.

 

Tot zo ver Rolf van der Marck. Intussen wakker gepord door het artikel van Rolf kan ik mij slechts vier zeer korte ontmoetingen met Vinken herinneren. De eerste keer was 1971 voor mijn huis aan de Nieuwe Spiegelstraat 48 Amsterdam cen trum om een uur of vier ‘s middags. Ik was bezig de kinderwagen waarin onze eerste dochter regelmatig door de stad werd gereden te demonteren om het via de zeer steile, nauwe trap naar de eerste verdieping te brengen. In de bak van de kin derwagen lagen een gouache en een pentekening van mijn hand, voorstellende een badkamer met vlie gende lederen kussens.

In de jaren ’70 schilderde en tekende ik badkamers met daarin surrealis tische voorstellingen die het geheel een ongeloofwaardig tintje moesten geven.

Een onopvallende voorbijganger sprak mij aan en zei mij dat hij de tekeningen wilde kopen, zoals ik achteraf pas veel later begreep.

Ik verstond hem nauwelijks door het voorbijrazende verkeer.

De Leidsestraat was niet lang daarvoor afgesloten voor autoverkeer dus de Nieuwe Spiegelstraat kreeg een ongehoorde verkeersstroom te verduren. In de huiskamer kon je elkaar op een afstand van een meter nog net verstaan. Nu had Vinken toch al de gewoonte zacht te praten, dus ik verstond hem niet of maar half. Het draaide uit op begripsverwarring.

Het korte gesprek met Vinken liep op niets uit, hij haalde zijn schouders op en liep door richting Rijksmuseum . Waarschijnlijk kwam hij net van Medica Exerpta.

De tekening en de gouache werden aangekocht door de gemeente Amsterdam een jaar later en berust nu in het prentenkabinet van het Stedelijk Museum, hetgeen een eigenwijze ex-kunstkritkus ter mijner huize meende te moeten betwisten.

Twee tekeningen van badkamers zijn tussen 1972 en 1975 via Galerie Mokum door Vinken aangekocht en hingen in zijn huis op een prominente plaats.

Ik sprak Vinken weer even enkele minuten op het hoofdkantoor van Elsevier in Amsterdam in 1976 toen ik een expositie voorbereidde in het Elseviergebouw. De tentoonstellingen werden georganiseerd door zijn secretaresse Els B. een toen nog ravissante blondine met een adembenemend figuur. Vinken huwde haar na zijn scheiding.

Pierre Vinken overhandigde mij twee fotokopieën van artikelen uit Science en Nature ; één over Escher, de tweede over emblemata. Ik was ondanks mijn werk zaamheden anderhalf jaar lang in een antiquariaat te Amsterdam niet echt goed op de hoogte van emblemata, omdat mijn interesse meer lag bij de zeventiende tot negentiende eeuwse decoratieve grafiek, alhoewel de combinatie tekst en beeld mij tussen 1967 en 1971 in mijn werk een grote rol speelde. Ik tekende dus moderne emblemata.

Ik herinner mij nog dat ik heel kort in het kantoor van Vinken het onderwerp vakantie ter sprake bracht, een volkomen overbodige, inerte staat van menszijn, waar ik nog steeds een grote hekel aan heb. Ook Vinken had een hekel aan vakan tie houden, verklaarde hij.

Een derde ontmoeting was in 1977 tijdens een kunstmarkt op het Museumplein. Vinken kocht een van mij een grote zeefdruk aan voor het Elsevier kantoor.

En vierde keer zag ik hem kort bij de opening van mijn tentoonstelling in Else vier. Hij verzocht zijn secretaresse Els B . hem naar huis te brengen.

In 2007 mailde ik nog even met Vinken over een catalogus van mijn surrea listische werk die ik wilde uitbrengen. Ik verkeerde in de veronderstelling dat hij als ex-psychiater wellicht een bijdrage zou kunnen leveren vanuit Freudiaans standpunt.

Als jonge kunstenaar was ik tussen 1961 en 1972 gefascineerd door de psycho analyse en analytische psychologie als voornaamste inspirator voor mijn surrea listische werken.

Enige tijd geleden ontving ik een verhuiskaart van Pierre Vinken met zijn nieuwe adres dat ik niet openbaar zal maken uit overwegingen van bescherming van de privacy van bovengenoemde.

Na de scheiding in 1989 tussen Pierre Vinken en zijn tweede echtgenote Els B. kwam een potloodtekening die door Vinken was gekocht helaas in handen van Els. Het werk hing tot mijn grote ergernis op een niet verwarmde, vochtige plaats in haar Bloemendaalse villa. Het was haar manier om minachting uit te drukken voor de aankopen van Vinken.  De tekening heb ik geprobeerd terug te kopen maar ex-secretaresse Bouma weigerde te antwoorden op mijn verzoek.

 

Ik leerde Els B. kennen in 1974 bij mijn expositie in het Elsevier gebouw. Zij was enthousiast voor moderne beeldende kunst en vooral voor beeldende kunstenaars. Voor een enkele kunstenaar deed zij veel, zoals voor John Verberk. Aanvankelijk stond zij achter mijn werk tot ze kennis maakte met een galeriehoudster die in België een galerie had en beweerde dat alleen de Belgische en de Amerikaanse kunst iets voor stelde.

Het gevolg was dat in korte tijd het hele huis van Els B. vol hing met veel te duur gekochte zoveelste rangs slechte Belgische kunst.

Na enkele bezoeken over en weer tussen Els B. en mij in de jaren zeventig be sloot ik dat vanwege enkele wrijvingen het beter was om de relatie niet te be stendigen.

Zij begon in 1976 een galerie in de Huidenstraat waar ik twee maal exposeerde en ik bezocht enkele kunstenaars met haar die ik kende om ze te interesseren voor een tentoonstelling in haar galerie.

Toen zij mij volkomen onverwacht openlijk liet afgaan bij de kunstschilder Ben G. te Haarlem hield ik het voor gezien. Het was herfst 1976.

In 1996 exposeerde ik twee grote tekeningen op een tentoonstelling in Arti et Amicitiae en ze had een vriendelijk commentaar bij mijn werk geschreven met haar adres en telefoonnummer.

Ik ben niet erg rancuneus en al helemaal niet als een opponnent een conflict wil bij leggen, belde haar en maakte een afspraak om na de opening van de expositie van Jacintha R. in een Heemsteedse galerie haar te bezoeken.

De villa aan de Potgieterweg die Els Bouma na de boedelscheiding van Vinken heeft kunnen kopen ligt pal achter de villa waar in de jaren zestig de Da Costa kweekschool was gevestigd waar ik vijf lange jaren elke dag tegen mijn zin heb door gebracht. Ik werd ‘s ochtends wakker, deed de gordijnen open en zag de ach terkant van de villa waar de in plaats van de Hervormde kweekschool nu een instituut voor Natuurgeneeswijze is gevestigd.

 

Enkele malen heb ik de Vinken biografie van Fentrop genoemd en aanbevolen omdat de lezer in de 1032 paginas een goed beeld krijgt van één van de meest breed ontwikkelde hoog begaafde internationale zakenmensen die er wellicht ooit in Nederland hebben rond gelopen.

Enkele kunsthistorische artikelen van Pierre Vinken hebben internationaal opzien gebaard en een revolutie betekend in de tot ver in de jaren zestig gangbare kunst historische foutieve opvattingen ten aanzien van het op volkomen willekeurige gronden duiden van karakters van personen in zeventiende eeuwse schilderijen met als basis de fysiognomie, een achterhaalde pseudo-wetenschap, die tot het natte vingerwerk van de in kunstkringen vaak voorkomende inlegkunde heeft geleid maar geen realistische verifieerbare kunsthistorische resultaten heeft opge leverd.

De bemoeienis van Vinken met de literatuur via het blad Tirade was aanzienlijk. De afschuw die Vinken had van de Vijftiger powezie en abstracte beeldende kunst onderschrijf ik van harte.

Begin jaren negentig figureerde Vinken in de roddelpers dankzij zijn relaties met Annemarie Oster, Sylvia Toth en Petra Laseur.

Ik keek er vreemd van op dat hij afgebeeld stond in de HP in het gezelschap van deze dames op fotos van cocktailparties en later zich liet fotograferen met de proleten Theo van Gogh en Theodor Holman, beiden in intellectueel opzicht verre de mindere van Pierre Vinken.

Bij een bezoek van Beatrix en Claus aan het Elsvier kantoor wilde Vinken aan vankelijk hen niet ontvangen. Op de gang schudde hij even hun de hand en excu seerde zich vanwege drukke werkzaamheden. Invitaties van de onbenullige Oran jes heeft hij altijd afgewimpeld.

 

11 reacties op Brief aan Rolf van der Marck betreffende de Pierre Vinken biografie van Paul Fentrop

 

Klaverblad zegt: 19 januari 2008

 

Van onmiskenbaar journalistiek niveau.

Met veel interesse gesoupeerd.

 

fredvanderwal zegt: 19 januari 2008

 

Mijn grote dank Klaverblad. In grote haast vanochtend geschreven achter elkaar na vraag van Rolf van der Marck. We moesten een huis controleren van goede vrienden van ons in de Millotterie.

 

fredvanderwal zegt: 19 januari 2008

 

De neiging van Els om met mensen om te gaan die niet altijd het beste met haar voor hadden heb ik altijd betreurd, zoals een goede vriendin van haar, Janny Sip kes, een zeer antipatieke salon socialistische rellerige jufrouw uit de Haarlemse kunstsien, waar Vinken een grote hekel aan had.

Ik had Els na haar scheiding betere relaties gegund dan een beroepswerkeloze huisschilder die niets uit voerde en lange tijd op haar zak teerde, van haar geld een Harley Davidson kocht waarmee hij op windstille zomer dagen en avonden langs de boulevard van Zandvoort mee flaneerde om willig dames mee te impo neren.

 

Rolf van der Marck zegt: 20 januari 2008

 

Waarde Fred, toen ik jou gisteravond in mijn onnozelheid vroeg om op dit blog wat over Vinken te vertellen, had ik niet gedacht zó snel op mijn wenken te worden bediend! Mijn dank daarvoor.

Zeker ook door jouw persoonlijke confrontaties met Vinken, waarvan ik uiteraard niet op de hoogte was, vormt jouw verhaal een mooie aanvulling op Frentrop, ook zonder deze laatste gelezen te hebben.

Heb je dat door mij genoemde interview van Max Pam gelezen? Daarin staan een aantal prachtige statements van Vinken, zoals blijkt uit volgend citaat, waarin Pam zegt: ‘Toen ik in 2002 werd getroffen door een hersenbloeding, stond hij mij elke dag bij met adviezen. Zijn laconieke eerlijkheid viel bij mij in goede aarde. ‘Wat in je hoofd kapot is, blijft kapot’, zei hij opbeurend. Zijn advies: niet zo zeer hopen en bidden, maar reëel je eigen toestand onder ogen zien – dat zouden, zoals de bekende Cup-a-soup-reclame leert, meer mensen moeten doen’.

Vooral die laatste zin zou ingelijst in elk huis moeten hangen.

Of Vinken’s antwoord op Pam’s vraag: ‘Als je terugkijkt op de jaren uit je jeugd, beschouw je dan het katholicisme als een achterlijke godsdienst?’, dat luidt: ‘Ik beschouw alle godsdiensten als achterlijk. Op mijn school heerste in de jaren dertig een fundamentalistisch regiem, en het leven in de Limburgse dorpen leek meer op dat van de middeleeuwen dan op dat van nu. Er zijn natuurlijk verschil lende graden van achterlijkheid, maar het blijven tenslotte allemaal dwalingen, producten van een verkeerd gebruik van de hersenfunctie’.

Kort & goed Fred, jij heb dit blog verrijkt met jouw verhaal over Vinken, zoals ook Pam de wereld heeft verrijkt met het door mij aangehaalde interview. Wat voor mij nu volgt is: lezing van Frentrop, ik verheug mij er al op.

 

fredvanderwal zegt: 20 januari 2008

 

 Alhoewel mijn incidentele ontmoetingen met Pierre Vinken zeer beperkt waren en in vergelijking met anderen van weinig impact op mijn leven begreep ik vanaf het eerste moment dat hij een zeer breed geïnteresseerd excellent mens was die mijn belangstelling heeft gehouden door de jaren heen. De schaarse artikelen die over hem zijn verschenen heb ik wel in kopie bewaard.

Zijn pertinente afwijzing van een Bijbels ge fundeerd christendom zoals dat te vinden is in de diverse reformatorische richtingen vind ik te betreuren.

 et moment waarop hij in een pamflet als student het plagiaat aantoonde van Buytendijk en de gevolgen van deze ontmaskering is zeer vermakelijk.

 

fredvanderwal zegt: 20 januari 2008

 

 In elk geval had ik Vinken wel eens wat langer willen spreken, hetgeen er nooit van gekomen is, bovendien hield zijn tweede echtgenote dat tegen en toen ik in 1983 aan de Haarlemse Janny Sipkes vroeg hoe het met Els B. ging reageerde zij daar fel op met de onaangename opmerking: ‘De Vinkens willen niets meer met kunste naars te maken hebben! Je hoeft niet te denken dat je daar aan kunt ko men!’

Nu ben ik wel wat gewend aan lomp gedrag van de Haarlemse inboorlingen van het kunstenaarsplantsoen, dus ik nam de opmerking voor kennisgeving aan. Ik ben nooit een achterna loper geweest van VIPS en andere beroemdheden zoals menig beeldend kunstenaar, daar heb ik net iets te veel zelfrespect voor, dus liet ik het erbij zitten.

Het was opvallend hoe de kapitale villa van Els B. nahaar scheiding ingericht was als een slechte patserige kopie van de voormalig villa van Pierre Vink en, alleen mist zij de exquise smaak en kennis van Vinken om kwaliteit om zich heen te verzamelen.

Hetgeen ik betreur.

 

fredvanderwal zegt: 20 januari 2008

 

 Twee maal heb ik Els B; nog in Amsterdam gesproken; één maal ‘s ochtends om half elf in een P-café, waar op dat moment ook de graficus Sjoerd Bakker aanwe zig was en één maal in Arti et Amicitiae te Amsterdam.

Enige tijd later werd zij sociëteitslid via de surrealistische schilder Chris van Geest en meende dat zij met mij gebrouilleerd moest zijn om indruk te maken op enkele kunstenaars. Ik heb geen moeite gedaan haar van dat idee af te brengen. Er zijn zeven miljard mensen op aarde, er is altijd wel eentje bij waar je het wel mee kunt vinden. In complicaties in de privé sfeer heb ik bovendien totaal geen zin en haak onmiddellijk af als er sombere wolken aan de hemel van het relatiefront verschijnen.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.