Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
11 januari 2014, om 23:26 uur
Bekeken:
510 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
187 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Annemarie Oster, die ik zeer waardeer als schrijfster..."


EEN GESIGNEERD EXEMPLAAR VAN “SJANS!” DOOR ANNEMARIE OSTER

Een dag of vier geleden kreeg ik een gesigneerd exemplaar van “Sjans!” van Annemarie Oster, die ik zeer waardeer als schrijfster en multi talent, in handen.

Op het schutblad (zie foto) staat “Voor Lida, Annemarie Oster” . Aan de achteloze, snelle signering te zien zal het boek zijn gekocht tijdens een signeersesssie.

Van de flipside achterflaptekst van het autobiografische boek enkele strofes geciteerd:



“De lichtzinnige herinneringen van Annemarie Oster zijn uniek in de Nederlandse literatuur.

(…) Daarbij heeft Annemarie Oster een groot deel

van haar jeugd verkeerd in de artistieke wereld van het Amsterdamse Leidseplein, het theater en de tele visie, wat borg staat voor saillante anecdotes over schrijvers, kunstenaars, acteurs en allen die daar voor door willen gaan. Annemarie Oster is de dochter van toneeeldiva Ank van der Moer en acteur/ theater directeur Guus Oster”.



Fred van der Wal: Ik vind de herinneringen van Annemarie Oster niet lichtzinnig, maar lezenswaardig, licht van toon en zo nu en dan indrukwekkend door haar zelfspot, humor, neologismen en relativerings vermogen.

Annemarie werd ondergebracht bij grootouders in Drenthe, pleeggezinnen in Leusden en Amersfoort. Haar ouders zag ze niet al te vaak. Geen ideale jeugd. Als gymnasiaste gaat ze bij haar moeder wonen, vlak bij het Leidseplein.

”Sjans” verhaalt een aantal ontmoetingen en liefdes avonturen van Annemarie Oster die zijn zo nu en dan deden denken aan het beste werk van Remco Campert uit de zestiger jaren .



Ik sloeg het boek “Sjans” vandaag open bij “Aerden hout jaren negentig”



Fred van der Wal: Veelzeggend enkele zinnen uit een ingez. hatelijke HP brief van de onooglijke dikzak Theo van Gogh, om onbegrijpelijke redenen regelmatige bezoeker in het landhuis van Pierre Vinken waar het hoofdstuk “Aerdenhout jaren negentig”o.a. over gaat. Theo van Gogh blijkt bepaald niet de grootste vriend van Annemarie Oster en vindt het nodig haar op grove wijze te beledigen om zich nog efficiënter in te likken bij Pierre Vinken. Tegen het einde van zijn leven liet Vinken zich merkwaardig genoeg in met egoboosters als Theodoor Holman en Theo van Gogh, die ver beneden zijn nivo stonden.

De meest grove hatelijkheden van van Gogh aan het adres van Annemarie Oster heb ik voor de lieve vrede uit de HP brief gelaten:



Aan: HP/de Tijd

Van: Theo van Gogh



Amsterdam, 6 Oktober 2001



Geachte redactie,



Ik kan me vergissen, maar vermoed dat in Annemarie Osters "Aerdenhout, jaren '90" Pierre Vinken de niet nader benoemde steen des aanstoots is. 't Blijft altijd amusant om een afgewezen vrouw haar vet te zien halen, maar in dit geval heeft 't ook iets zieligs. Want anders dan Oster ons wil doen geloven, heeft Vinken haar nooit serieus genomen (…).

Omdat ik door Uw scribente aan - in haar eigen woorden - 'mijn dorre oudje' voorgesteld was en Vinken aldus nader leerde kennen, mocht ik persoonlijk getuige zijn van de achteloosheid die de gastheer jegens Mevrouw aan de dag legde. (…)



Vinken leek er zich pijnlijk van bewust dat deze dame vooral uit was op z'n geld. Hij waardeerde haar cynische gevoel voor humor en had mededogen van wege de paniek die Mevrouw keer op keer naar de keel sprong. Maar in zijn woorden was Oster toch vooral 'een kille, berekenende vrouw'.



Nu ja, ik vraag me af of Annemarie in het kader van haar grote afrekening ook nog gaat kwebbelen over seks met de joodse professor in wiens fantasie ze, naar ze zelf triomfantelijk rondbazuinde, een SS-pakje droeg en Gnädige Herrin was op kamp-appèl.



En zal ze opschrijven hoe ze ondergetekende in tranen belde met de woorden: "Pierre weigert mijn facelift te betalen. Wil jij dat doen?"

(…)

Theo van Gogh



(wordt vervolgd)



Fred van der Wal: Op pag. 172 van “Sjans” leert Annemarie Oyster de zoals zij zegt “alom geachte ,gevreesde , door velen zelfs gehate tycoon uit de uitgeverswereld” kennen. Deze tycoon is Pierre Vinken die haar al bij de eerste ontmoeting verbaal op hufterige wijze attakeert met: ”Wie woont er nu in Zándvoort?”

Achteraf blijkt dat Vinken inlichtingen vooraf heeft ingewonnen over Annemarie Oster. Zij noemt hem qua uiterlijk een Belgische lijsttrekker met door sterke brillenglazen verkleinde ogen, maar dan één met een Blauwbaard reputatie.

Annemarie zegt dat zij in Zandvoort woont vanwege haar mooie huis.

Vinken: “Ach, zijn die daar dan?”



Fred van der Wal: Regelmatig komt Annemarie vanaf de eerste ontmoeting op Klein Bentveld, het huis waar Vinken tussen 1981 en 1989 woonde met zijn tweede vrouw Els Bouma, voormalig directie secretaresse van Elsevier.

Tot mijn genoegen is mijn huis in de Bourgogne in afmetingen even groot als het landhuis van Vinken. Ik vermoed dat Els Bouma Vinken huwde met het vooropgezette plan na een aantal jaren van hem te scheiden om aldus de helft van zijn vermogen op te kunnen strijken. Mijn visie wordt ondersteund door een uitspraak van Vinken in zijn biografie “Tegen het idealisme” door Paul Fentrop geschreven op pagina 759 en 760 waarin ik de indruk krijg dat Els B. een en ander heeft doen escaleren met vooropgezet plan. Deze scheiding heeft Vinken veel geld gekost zoals hij eens verzuchtte dat zij hem goed had uitgekleed.

Klaarblijkelijk was Vinken in gemeenschap van goederen gehuwd. In elk geval kreeg Els B. elf jaar alimentatie mee en een flinke som waarvan zij een villa in Bloemendaal aan de Potgieterweg kocht met uitzicht aan de achterkaant op de villa waar ik 5 jaar lang de Da Costakweekschool volgde.

Els nam enige tijd een werkeloze huisschilder in huis voor aangenaam tijdverdrijf van het onderlijf, een meneer die elke dag naar het grote tieten programma Bay Watch keek als enig tijdspassering en in de

zomer met zijn Harley Davidson langs de boulevard van Zandvoort reed om op te vallen bij de in nerveus opgesneden tangaslipperige passantes die te bruin, te blond en te goud waren.



Fred van der Wal: Ik heb Pierre Vinken totaal een keer of vier kort meegemaakt. Twee maal op het hoofdkantoor van Elsevier en een maal bij een kunstmarkt in 1976 op het Museum plein. De eerste keer was in de Nieuwe Spiegelstraat voor mijn huis op nummer 48 waar ik van 1967-1973 woonde. Hij bood aan een gouache en een tekening te kopen die ik net naar mijn huis bracht vanaf mijn atelier aan de Prinsengracht. Door een misverstand mijnerzijds ging de aankoop niet door.

Deze beide kunstwerken zijn later aangekocht in het kader van de Amsterdamse Gemeente aankopen en bevinden zich in het prentenkabinet van het Stedelijk Museum Amsterdam. Merkwaardig genoeg bestreden enkele pretentieuze Volkskrant web loggers met een artistieke hobby de aankoop, zowel als het aanwezig zijn van 9 van mijn werken in het Stedelijk Museum, 53 in de ICN collectie en 13 in het Rijksmuseum te Amsterdam.

Vinken kocht enkele jaren later twee tekeningen van mij via Galerie Mokum waarvan één bij de scheiding bij Els Bouma in haar villa aan de Potgieterweg te Bloemendaal belandde. Zij beheerde het werk zo slecht dat het als verloren moet worden beschouwd zoals ik in 1996 met eigen ogen zag. Een brief waarin ik haar in 1997 aanbood tegen de oorsponkelijke koopprijs het terug te kopen beantwoordde zij niet. Els Bouma meent het connaisseursschap van Vinken te kunnen evenaren, maar heeft geen enkel gevoel voor kwaliteit wat (beeldende) kunst betreft.

De inrichting van de villa van Els Bouma is een zwak ke echo van de inrichting van het landhuis van Vinken. Bouma staat al lange tijd onder de invloed van een Belgische kunst handelares die haar tientallen waarde loze, zoveelste rangs kunstwerken heeft verkocht. In het voorportaal hangt een falsificatie van een gouache van Bart van der Leck die zij voor f 400, - op een

veiling kocht. Kenmerkend voor de pretenties van Mevrouw Bouma.

Annemarie Oster stuurde Els Bouma enkele brieven gevuld met verwijten wat zij fout had gedaan in haar huwelijk met Vinken.

Ik zei Els die brieven te bewaren omdat ze waaardevol waren als documents humains. Els beweerde dat zij ze had weg gegooid. Ik betwijfel het.



In “Sjans”verhaalt Annemarie over de eenzaamheid die zij ervoer in Klein Bentveld. Bijna verloor zij haar zelfrespect. De verwarmingsthermostaat moest van Vinken op 18 graden Celsius blijven staan. Zijn tweede vrouw Els Bouma verbleef meestal in de keuken. Gesproken aan tafel werd er niet. Respect van Vinken voor de manier waarop Annemarie haar boeken promote dmv lezingen in het land had hij niet en maakte haar openlijk belachelijk.



Pierre Vinken over Annemarie Oster (pag. 761 van “Tegen het idealisme”): Ze had een snelle geest, met een kwaadaardig cynisme en ze zat vol zelf ironie. Maar ze miste elke persoonlijke zekerheid, waarschijn lijk het gevolg van het feit dat haar ouders haar als kind hadden verstoten. Dat heeft haar hele leven bedorven en ook haar relaties, want onzekere mensen kennen geen loyaliteit. Annemarie heeft me altijd kwalijk genomen dat ik haar niet blijvend en volledig van de noodzakelijke zekerheden heb voorzien; het heeft onze vriendschap-een echte verhouding is het nooit geweest- verzuurd.



Leedvermaak in het feministische blad Opzij:



Annemarie Oster (54) sloeg een jaar of twee geleden miljonair Pierre Vinken aan de haak, waarna Vinken er vervolgens met Sylvia Tóth (54) vandoor ging.

door Pauline Sinnema / 01 februari 1998



Coen Peppelenbos (leraar Nederlands en gefrus treerd romancier, rijksambtenaar al decennia lang ingeschaald bij de NHL te Leeuwarden waar hij Friese boeren zeunen en zeugen op moeizame wijze de beginselen van de Nederlandse taal moet bijbrengen):



Een tegen Annemarie gericht hate blog van leraar Nederlands Peppelenbos, zaterdag, april 09, 2011



Coen Peppelenbos: Ik weet niet precies over welke kwaliteiten Annemarie Oster beschikt, maar ze weet altijd een medium te interesseren voor haar schrijfsels. (…) Je herkent een interview van Annemarie Oster zo, want ze gaan voornamelijk over Annemarie Oster.

Meestal interviewde ze een acteur en dat trof, want als dochter van Ank van der Moer en Guus Oster wist ook zij veel van toneel.

Anekdotes uit de oude doos gingen het eigenlijke interview vooraf. Voor de rest veel inlevend gebabbel en vooral veel Annemarie Oster.

(…) Nu schrijft Annemarie Oster voor de Volks krant. Eerst columns, maar sinds kort ook inter views voor het nieuwe katern.(…) Maar de inleiding moet natuurlijk gaan over Annemarie Oster.

Omaatje Annemarie babbelt er lustig op los. Het is fijn om als lezer te weten dat ze een schrijfster gaat interviewen en dat ze dan ook nog haar boeken gaat lezen. Pas als ze die heeft gelezen kan ze 'de sprong' wagen. Helemaal naar Amsterdam Noord, waarschijn lijk helemaal uit Amsterdam Zuid. Annemarie Oster is een gedegen journalist.(…)

Zij is zelf namelijk ook heel beroemd. Nu moet ze op haar oude dag helemaal naar Amster dam Noord, maar vroeger is ze zelf ook vaak geïnterviewd. Je bent intussen wel razend nieuwsgierig naar de methode die Annemarie Oster zelf gebruikt om een interview vast te leggen.

'Vandaar die taperecorder tussen ons op tafel. Maar ook daaraan kleven bezwaren, zoals de volgende dag zal blijken. Vanwege 's schrijfsters watervlugge en eigentijdse tongval kan ik haar niet altijd verstaan, zodat ik het bandje op z'n langzaamst af moet spelen.'

Of opoe Oster wordt een beetje doof.

(…)dan komt eindelijk de eerste vraag:

'Maakt de lente jou gelukkig?'

(…) Eindelijk een inhoudelijke vraag (…)

'Loopt de verkoop goed?'

'Hoe kwam je op het idee een roman over een Celine Dion-fan te schrijven?'

Na vier vragen is Annemarie Oster uitgeput van al die inhoudelijke vragen en gaat ze over naar de vrouw achter de schrijfster.(…)

Interview afgelopen. De Vara-gids ben ik al kwijtgeraakt, maar de Volkskrant wil ik blijven lezen. Kan iemand in godsnaam het Rosa Spier-huis bellen?



Fred van der Wal: Lafhartig en minderwaardig is de bejegening van de van nature vrouwvijandige Peppelenbos door Annemarie Oster omaatje en opoe te noemen. Het artikel van onze Friese leraar Neder lands staat bol van de kinnesinne. Van uit zijn tekst walmt een rookwolk op die in de lucht op surrealis tische wijze de letters vormt: Waarom ik niet en Anne marie wel?



Een aantal opmerkelijke One Liners van Annema rie Oster noteert Elisabeth Lockhorn 01 juli 1999 in haar artikel in Opzij:



'Ik ben altijd bezig geweest met opvallen'



Publiciste Annemarie Oster (1942) presenteert zich graag als Vrouw van de wereld, zoals ook haar wekelijkse column in de Volkskrant heet. Maar achter die facade gaat een vrouw schuil die het leven bepaald geen lolletje vindt. (…)



Het moeizame leven van Annemarie Oster



Waarschuwend: 'Een interview met mij, dat wordt niks. Ik kan alleen maar denken met papier voor mijn neus. En als ik zomaar wat zeg, wordt het ook nog altijd onintelligenter opgeschreven dan ik het zelf zou doen. (…)



Onder het mom van frivole uitstapjes laat ik - in ironie verpakt - merken dat ik het leven geen lolletje vind. Ik maak bij het schrijven gebruik van een eigenschap waarover weinig mensen beschikken en dat is mijn betrekkelijke schaamteloosheid over het prijsgeven van twijfels, angsten en negatieve gevoelens...



Mijn kracht zit, denk ik, in mijn eerlijkheid. Ik heb ook gemerkt dat, ofschoon ik heel erg onzeker ben, ik toch over een soort innerlijke zekerheid blijk te beschikken.



Ik voel mij voortdurend tekortschieten.(…). Ik ben een geboren tobster en schaam me ook nog eens dat ik het ben. (…). Ik ga bijna nooit met vakantie. Zodra ik uit mijn eigen vertrouwde omgeving ben, voel ik me volslagen verloren in de grote wereld. (…)



Op de toneel school moest ik de rorschach vlekken test doen, de onvermijdelijke vleermuis. Ik werd onverwijld naar de psychiater gestuurd, tot afschuw van mijn moeder die niets van die flauwekul moest hebben. Ik kwam bij een gerenommeerde analyticus terecht, pas later ont dekte ik dat hij zo doof was als een kwartel. In die tijd was ik met Bram de Swaan, die ik vanaf mijn zeventiende kende en met wie ik twee jaar getrouwd ben geweest. Hij was ook in analyse, zoals half Amsterdam in de jaren zestig.



Mijn vader (...). Hij wees me altijd op lekkere meiden. Mijn psychiater attendeerde me later op het incestu euze ervan. Hoe dat vertellen van die escapades een verkapte vorm van flirten met mij was. Het heeft me erg kopschuw en argwanend naar mannen gemaakt.



Ik heb lang een laag zelfbeeld gehad. Dat ik zo vroeg al bij andere mensen werd gestopt, is niet goed geweest voor mij.



Ach, misschien zou ik eigenlijk het liefst mezelf als man willen zijn en het dan beter willen doen. Ik denk dat ik als jongen meer serieus was genomen. Mijn vader had het waarschijnlijk toch vreemd gevon den, een jongetje bij pleegouders. Vreemder dan een meisje de deur uit te doen. Misschien had hij zich dan meer om mij bekommerd. Als ik een zoon was geweest, was mijn vader me misschien wel wat vaker komen opzoeken, had hij me dingen geleerd over het leven.'



Wat is het belangrijkste waar je zelf achter gekomen bent?



(…). Ik ben lang geplaagd door de gedachte dat ik iets moest betekenen, moest opvallen voor al. Als je niet welkom bent bij je ouders, denk je onwillekeurig: het moet wel iets heel bijzonders zijn waarvoor ik ben weggedaan. Dat naar buiten treden, dat schitteren, moet wel van groot belang zijn. Het is onverdraaglijk te denken: ik ben zomaar om niks weg gedaan.



. Ik ben altijd bezig geweest met opvallen. Ik kom er nu pas achter dat je een veel leuker leven hebt als je deel hebt aan het geheel. En zoals ik net zei: je verheugen op kleine dingen. Een maaltijd met vrienden, het boek dat op je ligt te wachten naast je bed. Cultiver votre jardin, en zoals ik er graag spottend achter mag zeggen: et votre jardinier. Nou ja, ik grap nu wel, maar daar komt het wel op neer. Kortom, ik ben opgehouden mij met hand en tand tegen het gewone leven te verzetten.'











Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.