Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
20 november 2013, om 18:35 uur
Bekeken:
479 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
214 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Foeballuh is een proletensport ! Weg met foeballuh! (deel 1)"


 

Foeballuh is een proletensport ! Weg met foeballuh! (deel 1)

 

door fredvanderwal

 

Friese Drs. Huub Mous bewijst het ten voeten uit: foeballuh is een proletensport ! Weg met foeballuh! !

 

 De voor de jonge student en het cultureel geïnteresseerde webloggertje e.a. bootvluchtelingetjes hier onder gevoerde boeiende, leerzame, onthullende en toch ook aan de andere kant dankzij Uw kunstartiest (genie) Fred van der Wal uitermate originele conversatie over en weer tussen onze hemelbestormende geniale artiest (Fred van der Wal) en bedachtzame Friese kunsthistoricus is integraal en unabridged gepubliceerd op mijn diverse weblogs om eindelijk in één van mijn minzame buien de gefrustreerde drs. Huub Mous een bredere algemene bekendheid te geven in het kader van de Geestelijke Volks gezondheid, een man met een plaatselijke betekenis die de grenzen van het cultureel dorre Friesland helaas niet overspoelt, net als die andere inboorling ; Thom Mercuur.

 

 Huub Mous als primus inter pares eerst maar eens aan het woord :

 

Carel Willink

 

Ik bewaar de beste herinneringen aan die partijtjes voetbal tussen de middag op het Museum plein. Op gezette tijden kwam Carel Willink langs. Die woonde even verderop aan de Ruysdaelkade. Hij had de onhebbelijke gewoonte om dwars over ons voetbalveld te lopen zonder op of om te kijken. Op een keer had ik daar schoon genoeg van. Hoewel ik niet begenadigd ben met een fraaie traptechniek schoot ik de bal met een wonderlijke lob zodanig dat hij pal op het achterhoofd van Willink belandde. De grote schilder wankelde even op zijn benen, maar herstelde zich snel. Hij draaide zich langzaam om en keek mij vernietigend aan zonder mijn brutale actie ook maar een woord waardig te achten. Die aristocratische blik vol minachting zal ik nooit vergeten. Het was Willink ten voeten uit. Er werd niet gelachen en ook niet gejoeld. Iedereen had respect voor de maestro. Het was overigens de laatste keer dat we hem op het voetbalveld zagen. Voortaan liep hij een blokje om.

 

 Enige tijd later zou zijn geliefde Mathilde haar opwachting maken in het Kunsthistorisch Instituut. Ze had een afspraak met professor Jaffé, omdat ze belangstelling had om kunstgeschiedenis te gaan studeren. Toen ze binnenkwam hield iedereen de adem in. Ze was gekleed in een grijze hermelijnen mantel, ontworpen door Fong Leng, Haar kapsel had een wonderlijke gedaante aangenomen. Het stond horizontaal in een kaarsrechte staart naar links gericht, alsof het bevroren was in een zijdelingse sneeuwstorm en nooit meer was ontdooid. Haar ogen waren zo zwaar opgemaakt dat het leek of ze op oorlogspad was. Mathilde liep niet. Ze schreed. Het gesprek met Jaffé heeft nog geen kwartier geduurd. Toen kwam ze al weer de trap af, terwijl ze - net Als Willink op het plein - haar omstanders geen woord waardig achtte. We hebben haar nooit teruggezien. Een half jaar later was ze dood.

 

 Mathilde

 

Het Museumplein, zoals het toen was, bestaat niet meer. Alles wat je er verder aan doet zal het plein niet beter maken, alleen maar slechter. Hoe meer geld je erin pompt, hoe rampzaliger de gevolgen. Uiteindelijk wordt het een stedelijke woestijn vol doorgefokte troosteloosheid. Dat is het finale fiasco van al die stedebouwkundige ambities. Men wil een sprong maken van een stad naar een metropool, maar belandt uiteindelijk in een post-urbane nachtmerrie. Het beste is gewoon om de situatie van destijds weer in ere te herstellen. Leg die weg weer aan door het midden. En laat de Amsterdammers vooral voetballen als ze dat willen. Een plein wordt niet gemaakt. Een plein is er. Daar moet je met je tengels van afblijven.

 

 Zie en huiver

 

 Huub Mous 18 december 2008 op 10:34

 

 Ik klaag niet, ik ben woedend !

 

 fred van der wal 18 december 2008 op 13:28

 

 Waarmede weer eens bewezen wordt dat foeballuh een absolute proleten sport is voor middel  matige studenten die hun minieme dosis hersens in hun achterpoten hebben zitten. Ik woonde van 1944 tot 1978 in Amster dam en sprak Willink in 1967 eens in een antiquariaat in Amsterdam centrum. Oninteressante, dorre man. Ik zag hem vanuit mijn raam aan de Nieuwe Spiegelstraat 48 regelmatig tegen een uur of vijf voorbij komen met Mathilde, beiden gekleed in onopvallende Engelse stijl. Het was Willink en zijn lustvriendin toen nog niet in hun bol geslagen, hetgeen zich enkele jaren later uitte in het aantrekken hippiekleding en Fong Leng vodden. In het jaar 1976 was Mathilde Willink aanwezig bij een expositie van mijn werk in een galerie in de Runstraat. Ik was gekeleed in driedelig, donkergrijs streepjespak met bolhoed en paraplu als ware ik een figuur uit en schilderij van Magritte. Het artistieke hoofdstedelijke krullebol schorum droeg toen bij voorkeur Mao jasjes of het obligate spijkerpak met een pakkie halluvve zware van de weduwe uit de morsige kontzak gestoken, zoals de gemid delde, talentloze tekenleraar met hun bolle bierbuiken nu in Friesland nog steeds doen als AOW-ers.

 Mathilde poogde indruk op mij te maken door de trap van de eerste verdieping van de galerie af te dalen en voor mij op korte afstand haar rok op te schorten waaronder zij geheel sliploos was. Ik ben één van de velen in de hoofdstad die haar poes hebben mogen aan schouwen en draaide me terstond gegeneerd om. Ik ben niet gediend van dat soort aan hankelijkheidsbetuigingen van vreemde, bizar geklede dames en hield mij altijd verre van het gedrogeerde tuig waar zij me om ging.

 

Als Amsterdam zuid bewoner in de Palestrina straat van 1944-1957 heb ik menig maal op het IJsclubterrein dat nu Museumplein heet gespeeld en regelmatig de daar toen nog aanwezige WOII bunkers beklommen, er fikkie gestookt, met pijl en boog plus houten zwaard rond gelopen en met de latere academicus Hans Laurentius gevoetbald en specifiek het koppen met een plestik voetbal beoefend.

 

fred van der wal 18 december 2008 op 13:38

 

 Ik woonde jaren in de Nieuwe Spiegelstraat ter hoogte van het Kerkstaat kruispunt en zag Willink bijna dagelijks door deze straat lopen, toen hij nog niet de aanstellerij van hippe post Sixties kleertjes en lang haar zich had aange meten, maar met Mathilde, beiden in Engelse stijl gekleed zich onopvallend gedroegen. In de jaren zestig toen ik behoorde tot de vaste groep van Galerie Mokum schilders de "Nieuwe Figuratieven" heb ik meegemaakt dat Willink voor een groepstentoonstelling in de galerie zijn werken kwam brengen met een bakfiets.

 En dat Heer Mous kan geen Friese kunst aap mij nazeggen! Nou U!

 

 Huub Mous 18 december 2008 op 14:08

 

 Ik pas. Gij zijt waarlijk wonderbaarlijk.

 

 Braam 18 december 2008 op 15:32

 

 't wordt haast tijd voor een Pleinmuseum

 

 fred van der wal

 

 18 december 2008 op 16:22

 

 Eerder voor een Fred van der Wal museum met Huub Mous als onbezoldigde vrijwillige hulp suppoost derde klasse!

 

 fred van der wal 18 december 2008 op 16:25

 

 Het moment dat Mathilde Willink met haar gymnasium achtergrond zich aanmeldde bij het kunsthistorisch insitituut was zij al ver heen en goed ingevoerd in het Amsterdamse coke circuit met zijn criminele aan- en inhang. Alleen onnozele, pukkelige studentjes die nog nooit een tef hadden gekeesd met hun geile hondenlul hielden hun adem in als die gedrogeerde del voorbij kwam

 

 fred van der wal18 december 2008 op 16:28

 

 Spelfout: Alleen onnozele, pukkelige studentjes die nog nooit een teef hadden gekeesd of onder d'r staart gekeken, hielden als adspirant kuttenkijkers hun adem in als die gedrogeerde, afgeneukte slet in haar Fong Leng todden voor bij kwam! En dat ze haar een kogel door d'r paardenkop hebben geschoten heeft ze aan zichzelf te danken, want wie met de Mob spot, zal het weten!

 

 

 Huub Mous 18 december 2008 op 18:09

 

 Die foto komt uit de Nationaal Archief Beeldbank (http://beeldbank.nationaalarchief.nl). Het was de enige passende foto van het Museumplein die ik kon vinden. Foto's van de huidige situatie zijn zeer droevig. En van de vooroorlogse situatie (ijsbaan) veel te romantisch. Overigens kan ik me niet herinneren dat Mathilde ooit in mijn bijzin haar rokken heeft opgetild om zo een blik te gunnen op het ontbreken van haar slipje. Ik was kennelijk niet interessant genoeg voor haar. Overigens ben ik graag bereid Fred van der Wal op zijn woord van eer te geloven, maar ik houd toch ook serieus rekening met de mogelijkheid dat zijn ietwat overspannen erotische verbeeldingskracht met zijn geheugen aan de haal is gegaan. Hoe dan ook, si non è vero è ben trovato.

 

 fred van der wal 18 december 2008 op 21:33

 

 Geachte Heer Mous,

 Ik heb geen enkele sympathie voor dat vrese lijke mens ooit gekoesterd; Bovendien was mijn echtgenote bij die gebeurtenis aanwezig. Ik vermoed dat mevrouw Mathilde den Doelder Anschluss met mij poogde te krijgen net zoals de joviale Hoeratrut-schilderes Jacqueline de Jong in 1972 in het ateliergebouw aan de Tweede Nassaustraat Amsterdam.

 Wat mij over kwam op erotische gebeid als ravissant ogende kunstenaar in het vereleden is Huub Mous begrijpelijkerwijze nooit overko men.

 Ik behoor niet tot de grauwe Friese doorsnee artiestjes die U gewend bent, Heer Mous en waar U op neer kunt kijken vanuit Uw academische Ivoren Toren

 

 Huub Mous 18 december 2008 op 22:04

 

 Tweede Nassaustraat? Dan woonde u in dezelfde straat als Ernst-Jan Engels, met wie Gerard Reve begin jaren zeventig een heftige relatie onderhield, hetgeen zijn weerslag heeft gevonden in het brievenboek 'Ik had hem lief' (1974). Ernst-Jan Engels was beeldend kunstenaar. Ik heb uw schrijfsels altijd in een Reviaanse context gezien. Dat sadomasochisme, die wonderlijke obsessies, niet alleen met seks, maar ook met religie. Kan het soms zijn, dat U Ernst-Jan Engels bent? ik heb u al eens eerder betrapt op plagiaat (de scheet in een glas wijn uit 'Lieve Jongens' die u op Julius Wjffels projecteerde). Zeg eens eerlijk, bent u soms Ernst-Jan Engels? U zoudt mij een groot genoegen doen met deze primeur.

 fred van der wal

 

 18 december 2008 op 23:43

 

 Heer Mous,

 Gotsijdanck ben ik niet de beklagenswaardige Ernst Jan Engels, U behoort beter te weten. Ik woonde niet in die afbraakbuurt maar had mijn atelier in de tweede nassaustraat 8 van 1972 - 1978, en zat daar tusen een zootje artistiekerig gedrogeerd schorum en rand crimineel schorriemorrie waar ik geen contact mee had met uitzonde ring van de oudere schilder Hans Engelman die naast Willink woonde aan de Ruysdaelkade en waar hij bonje mee kreeg. Mijn werk verkocht toen als warme broodjes tot afgunst van de salon communistische contra presta tie zenuwelijers die daar als ratten in hun holen huisden en zaten te snuiven, roken, slikken en spuiten. Ik heb mij verre gehouden van drugs en de misdaad.

 Ernst jan Engels kan men moeilijk een serieus kunstenaar noemen. Gezakt voor zijn psychologie tentamens op teerde hij voor de contraprestatie waar in de jaren zeventig iedere schlemiel toen in kon komen, net als in Friesland. Ik heb Ernst Jan Engels één keer gesproken en dat was voor mij voldoende om verder afstand te nemen. Een week heb ik voor zijn jonge katten gezorgd.

 U vergist zich in mijn plagiaat plgen, de scheet opgevangen in een glas wijn heb ik van mijn dochter Misja die deze gewoonte nog steeds koestert dus ik drink liever geen wijn bij haar thuis en houd het bij een flesje bier dat ge sloten is met een kroonkurk. Ik ben nauwelijks bekend met het werk van Reve, geen groot bewonderaar van deze clown en heb op De Avonden na slechts secundaire literatuur over hem gelezen. Mijn voorkeur, zoals al eerder gezegd ligt bij Hermans, Bukowski, de vroege Wolkers, Johnny van Doorn, de vroege Heeresma, Campert en de eerste twee boeken van Cremer.

 Ernst Jan Engels en zijn vriendje Teigetje heb ben in 1981 in een misdadige coup de gang en mijn atelier in brand gestoken met rie vaten olie die voor mijn deur stonden. Onbegrijpelijk, want ik had niets tegen hem maar ook niets voor hem. Als ik die bewuste dag van de brandstichting aanwezig was geweest dan had ikd at niet kunnen na vertellen.

 In elk geval is meneer Ernst Jan opgeborgen in een psychiatrische kliniek. Enige interess ein zijn verder levensloop heb ik niet.

 Mijn kunst kritische schrijven heeft zijn wortels in hetgeen Lucassen, Dibbets en van Elk debiteerden, denk ik

 wel eens, die ik zie als een frisse wind door de mistige zestiger jaren cultuur.

 Ernst jan Engels kocht kitschdoekjes op het Waterlooplein voor een paar gulden die hij tot mijn ergernis inleverde bij de BKR commissie Amsterdam die ze aankocht voor 7000 gulden per stuk.

 Amsterdams cultuurbeleid !

 Een artikel over het Gekkenhuis aan de Tweede Nassaustraat heb ik in voorbereiding en dat is geen vrolijk verslag. Er is een moord gebeurd op een kunstenaar, schietpartijen , diefstal en het was een dusdanig luguber gebouw dat mijn echtgenote er 's avonds niet durfde te komen als ze mij tegen twaalf uur met onze 2CV ophaalde. Ik was gewend van 's ochtends negen tot twaalf uur in de avond elke dag te werken met korte pauze voor het avond eten.

 Mijn "belangstelling" voor religie? In tegenstelling tot de schertsfiguur Reve koketteer ik daaraniet mee. Mijn SM voorliefde? Ik zie deze boeiende richting als uitvloeisel van de Body Art en de Art Noir. Sex is voor mij geen issue van belang. Ik heb voor hetzelfde geld liever een goed boek.

 

 fred van der wal 19 december 2008 op 10:03

 

 Je noemt de "heftige relatie" tussen Gerard Kornelis van het Reve en de contraprestatie "kunstenaar" Ernst Jan Engels. Deze tijdelijke verbintenis was weinig hevig en waarschijnlijk meer uitgevierd in de boeken van de auteur dan in de realiteit. Eénmalig verscheen van het Reve gearmd met Ernst Jan Engels in het ge bouw aan de Tweede Nassaustaat en rond 1977 is het "verlovingsfeest" tussen de schrijver en Ernst Jan gevierd mt een feest in het atelier complex aan de tweede nassau straat waar de Amsterdamse modieuze intellectuele fine fleur van die tijd voor was uitgenodigd, o.a. kunst verzamelaar Orlow en zijn aangenaam ogende gade. Onder haar dure bontmantel was zij zo als vaker gheel naakt. Ik heb de uitnodiging voor het feest als Lone Wolf indertijd als enige kunstenaar uit het atelier complex afgeslagen en ging ter controle wel 's avonds om een uur of elf nog even naar mijn atelier kijken of er niet ingebroken was. We kennen onze artistieke pappenheimers langzamerhand.

 Het bezoekersaantal was rond de 400 perso nen, een grote belasting voor de vloeren van de twee schoollokalen.

 Rond 1981 na de door Ernst Jan Engels en zijn vriendje Teigetje gestichte brand is de "kunste naar" opgenomen in een inichting na gevulde flessen sherry uit het raam te hebben gegooid naar buurtbewoners die niets vermoedend in hun tuin zaten te zonnen.

 Anonieme daders van balkons hebben daar op de ruiten van de ateliers beschoten. In mijn raam zaten 8 kogelgaten. Ik belde de poltie aan het Marnix plantsoen. Zij weigerden te komen en hadden pas interesse als de atelier gebruikers elkaar hadden uitgemoord deelden zij minzaam mee.

 Huub Mous

 

 19 december 2008 op 12:42

 

 Jammer dat U Ernst-Jan Engels niet bent. U zou het boek 'Ik had hem lief' eens moeten lezen. Wellicht komt u er zelf in voor, want Reve is heel wat keren in het ateliercomplex aan de Tweede Nassaustraat geweest. Overigens liep de relatie al eerder af dan 1977, maar dat terzijde. De laatste brief van Reve aan Enst-Jan dateert van 4 maart 1974. Toen woonde ik in Diemen. Dat was een maandag. Ik weet het nog goed, want die dag vertrok ik met mijn vrouw op huwelijskreis naar Parijs. Ernst-Jan kon niet kiezen. Vandaar dat Reve de relatie beëindigde.

 

 Overigens had Ernst-Jan ook een relatie met Johan Polak. Maar hij ging ook met een andere jongen die Reve 'Duinkonijn' noemde. Weet U soms wie dat was? Op 21 januari 1974 sprong de schrijver Jan Arends van drie hoog uit zijn huis aan het Roelof Hartplein. Ik kan me dat nog goed herinneren, omdat ik daar altijd op de tram stapte. Ik hem overigens niet zien springen. Reve schrijft erover in een brief van 13 februari 1974 aan Ernst-Jan. Kunt u zich dat voorval nog herinneren? In dezelfde brief schrijft Reve over de dood van Nico Verhoeven die op 3 februari 1974 overleed. Het breekpunt van de relatie tussen Reve en Ernst-Jan lag in juli 1973. Ernst-Jan is een paar weken te logeren geweest in zijn huis in Frankrijk, maar dat werd een fiasco. Reve wilde daar voor hem een atelier inrichten. Ernst-Jan is ook de reden geweest dat hij een tweede huis in de omgeving kocht.

 

 Het is triest te horen dat het zo slecht met Ernst Jan is afgelopen. Weet u zeker dat het zo gegaan is met die brandstichting? Ik kan me haast niet voorstellen dat Ernst-Jan iets ophad met Teigetje. Die ging immers met Woelrat. Die Orlov heb ik overigens ook eens ontmoet. Hij was directeur van de Turmac en had zijn hoofdkantoor destijds in Buitenveldert. De Turmac-collectie in Zevenaar is onlangs onder de hamer gegaan. Mijn voormalig zwager werkte daar, zo kwam ik wel eens in Zevenaar. Overigens heb ik die vriendin van Orlov nooit gezien. Ik kan dan ook niet bevestigen dat zij niks onder haar mantel droeg. Wel toevallig dat U dit altijd moet overkomen. Mij gebeurt zoiets nooit. Afijn, het zal wel weer aan mij liggen.

 

 fred van der wal 19 december 2008 op 18:34

 

 Niet gelezen en uit antipathie tegen die meneer Engels ben ik het ook niet van plan. De datering daar sloeg ik een slag naar want ik heb het uiteraard niet bijgehouden dat droplullen cir cuit. Ik ken niemand uit de kringen rond Ernst Jan omdat ik liever niet met charletans als voor noemde om ga. Ik weet slechts van één bezoek van Gerard aan het atelier complex van horen zeg gen via de schilder Hans Engelman.

 Ik heb Ernst Jan één maal gesproken en daarbij had die gesjeesde student zoveel arrogante praatjes dat ik hem tamelijk ironisch te woord heb gestaan.

 Ik kan mij ook niet voor stellen dat hij met Teigetje daar woonde en heb die boodschap van de communistische, bejaarde kunstschilder Paul Werner vernomen, die ook een atelier in het gebouw had.

 Overigens heeft Paul mij nog eens bedreigd toen ik CPN affiches uit de hal verwijderde.

 Johan Polak één keer (geïntroduceerd door Martin Hartkamp en Heere Heeresma) bij op kantoor geweest voor een opdracht zomer 1967 om een affiche te maken maar het klikte niet echt, dus het werd gecanceld door meneer Johan.

 De naakte dame in het gezelschap van orlow was zijne chtgenote. Ook in Americain haalde ze die streek uit.

 Jan Arends was een bepekt talent en in zijn copywriterstijd min of meer bevriend met Heeresma voor zo ver dat mogelijk is. De dag dat Arends sprong ging de mare snel rond in Amtsterdam.

 Ik had zeer snel genoeg van Heeresma en heb hem nooit meer na 1967 gesproken en dat is ook maar het beste. Ik houd er niet van om beroemdheden achterna te lopen.

 

 fred van der wal 19 december 2008 op 19:25

 

 De exacte datum van het "verlovingsfeest" van Gerard Reve en Ernst Jan Engels was 31 aug. 1974.

 Orlow was daar ook aanwezig en wat mee lopertjes uit de artistieke onderbuik van Amsterdam.

 Ik stoorde mij buitengewoon aan de invitatie kaart van Ernst jan Engels waar iedereen werd opgeroepen om met een schone onderbroek aan te komen.

 Zulke proleten praatjes zijn wellicht passend in de benauwende sien rond Reve c.s. maar ik pas daar voor om zo te worden geïnviteerd. Ik ben de enige kunstenaar uit de ateliers die niet op het feest is verschenen.

 Een aanbeveling dunkt mij.

 Bij een antiquariaat kwam ik de originele, gezeefdrukte uitnodigingskaart voor die festiviteit tegen ; het drukwerkje was geprijsd voor 700 euro. Ik heb indertijd de kaart weg gegooid. Ik walgde van het vrijgevochten hoofdstedelijke homo sirkwie.

 

 fred van der wal 19 december 2008 op 20:48

 

 Na ontmoetingen met enkele schrijvers en copywriters in The Silver Sixties besloot ik dat het niet mijn wereld was. Auteurs keken neer op de "domme schilder" over het algemeen.

 In 1976 was mijn laatste gesprek met een au teur in ons huis aan het Galileïplantsoen te Amsterdam Watergraafsmeer met Fred Portegies Zwart die verbaasd uitriep over mij: "Die jongen heeft een naar alle kanten om zich hen schietende torpedobootjager in zijn mond!"

 In 1985 heb ik een afspraak om bij Fred en Stijntje Portegies te eten jammer gnoeg voorbij laten gaan. Fred Portgies is al jaren dood en liet een grote collectie Vestdijkiana na.

 

 Huub Mous 19 december 2008 op 22:01

 

 Ik blijf het een vreemd idee vinden dat u op het Gallileïplantsoen hebt gewoond, op nog geen steenworp afstand van mijn geboortehuis in de Johannes van der Waalsstraat. Om de hoek, in de Pythagorasstraat, woonde mijn geliefde die later mijn vrouw is geworden. Zo'n honderd meter verwijderd van het laatste huis van Theo van Gogh. In de Watergraafsmeer is alles ontstaan. Zelfs Gerard Reve groeide hier op, in Betondorp. Dat bevond zich ook binnen de omtrek van de Ringdijk waarop ooit Nescio wandelde aan de hand van Bavink. In het kruis van Kruislaan en Middenweg ligt de wereld besloten.

 

 fred van der wal 20 december 2008 op 00:56

 

 Geachte Huub

 Ik heb in Amsterdam gewoond op de volgende adressen: Palestrinastraat, Utrechtsestraat, Nieuwe Spiegelstraat, Bilderdijkkade en het Galileïplanstoen van 1975-1978. Mijn groot ouders woonden lang aan de Bredeweg, Watergraafsmeer, één van mijn minnaressen waar ik van 1963-1966 mee om ging woonde aan het Mariotteplein, Watergraafsmeer. Ik kwam er drie, vier keer in de week om mijn deel aan het vleselijk genot op te halen. Het stijl griffermeerde half geloofswaanzinnige meisje is toch nog goed terecht gekomen, heeft veertig jaar voor de klas gestaan, speelt nog steeds kundig op de alt blokfluit, dat lullige kut instrument en is nog steeds gehuwd met een streng griffermeerde hoofdonderwijzer ener School met den Bijbel te Drente kut met krenten.

 Gerard Reve volgde enkele jaren het Vossius gymnasium te Amsterdam net als ik. Ik sta dan ook vermeld op de lijst bekende Nederlanders die het Vossius heeft voort gebracht. U kunt dit controleren op Wikipedia, die liegen niet.

 In 1956 zat ik in de klas van het Christelijke Lyceum in de Moreelsestraat met de latere hasj doorrookte Leidse pleiner Tommy Gerards die beschreven is in één van de boeken van Reve en geen ballen had door dat hij de bof kreeg die lelijk uitpakte waarme hij dus niet bofte. Tommy vertelde op een zomerse middag dat hij bevriend was met een "beginnende" schrijver Gerard van het Reve; het zei mij niets.

 In 1957 ontmoette ik Tommy in de Palestrina straat toen hij in gezelschap was van Reve.

 Ik was toen 14 jaar oud; Reve zei na enkele minuten: Kom op, laten we verder gaan, ik ga niet om met kinderen. Hij doelde op mij.

 Pas in 1970 las ik de Avonden. Verder interesseer ik mij niet in hoge mate voor de boeken van Reve die naar men zegt gaan over los geslagen homosuwele perverte jongens met dikke billen in fluwelen broekjes die duchtig moeten worden afgezweept.

 Niet mijn kop van thee en dat is om die reden dan ook andere koffie!

 Enekle jaren was ik bevriend met de ex-vriendin van Tommy Gerards, Elsje Stroetinga, die een verleden had als ex fotomodel in Parijs en heel at noten op haar zang schijnt te hebben.

 Na een brouille op Arti met haar heb ik deze weinig inspirerende dame nooit meer gezien. Verleden jaar zat ik in een erstaurant in de kalverstraat, nabij het historische museum toen ik een video bekeek die op de muur werd geprojecteerd over de inwoners van Ruigoord. In een fragment zag ik Elsje S. voorbij wandelen. Ze scheen na haar liaison met de surrealistische schilder Chris van Geest aardig op drift geraakt en woont nu in een kraakpand ergens in een commune te Ruigoord.

 Daar ben ik nu net iets te sjiek voor om daar mee om te gaan!

 fred van der wal

 

 20 december 2008 op 10:52

 

 De gehele hierboven gevoerde boeiende, leer zame, onthullende en toch ook aan de andere kant originele conversatie is integraal en un abridged gepubliceerd op mijn weblogs om eindelijk drs. Huub Mous een bredere algemene bekendheid te geven in het kader van de Geestelijke Volksgezondheid, een man met een plaatselijke betekenis die de grenzen van het cultureel dorre Friesland niet overspoelt.

 Hoe zeer kan ik mij niet vinden in den ontwikkelde, academisch geschoolde mensch zoals Mous die zichzelve wenst te overstijgen door 173 maal te solliciteren naar en funksie buiten Friesland. Merkwaardig genoeg is dat niet gelukt en ik vermoed dat wie zich één maal in Friesland begraaft geacht wordt te behoren tot de Living Gratefull Dead, het ras der Zombies en als zodanig niet serieus wordt genomen in de landelijke sollicitatie procedures

 fred van der wal

 

 20 december 2008 op 16:20

 

 Nu we het toch over de lilaleuteratuur hebben: Nico Verhoeven sloot zich als ik het goed heb, aan bij de dichters rond Het Woord, die over gangs poweten van een vooroorlogse powezie naar een lossere associatieve hanteren van taal als voorlopers van de Vijftigers die hun wartaal cultiveerden hetgeen uitmondde in de absolute nonsens van Lucebert en Schierbeek; die ik begin jaren Vijftig stomdronken door de Van Baerlestraat hoorde brallen en krijsen, waar ik als 12 jarige leerling van de Nicolaes Maas school niet weinig van schrok.

Eén van de Woord dichters was Koos Schuur, aangetrouwd familielid, een uit Goningen af kom stige aanstellerige meneer die zich verbeeldde een Prins te zijn, hetgeen beloond werd met het weg lopen van zijn echtgenote Pauky Bigot in Australië, die er met de melkboer vandoor ging. Zuivel op zuivel, dat haalt je de duivel!

 

 fred van der wal

 

 24 december 2008 op 12:08

 

 Zo ziet U meneer Mous, dat ik niet van de straat kom!

 

feedback van andere lezers

 

Dora

Heerlijk weer Fred, ook een kort stukske deze keer, dank je...,< : )))

fredvanderwal: Hoe korter hoe beter?

 Of liever teksten ter lengte van een kilometer?

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.