Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
17 november 2013, om 18:14 uur
Bekeken:
482 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
188 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"...soms valt er toch best nog wat te lachen"


...soms valt er toch best nog wat te lachen met die fred van der wal!

 Soms valt er ondaks alles best wat te lachen met die ouwe smeerlap van een fred van der wal, bijvoorbeeld als hij het heeft over "oude, semicriminele, incontinente, gemeen uit hun ogen kijkende, onfrisse invalide hufters met zwaar beschimmelde, natte benen en een versleten broek vol zure stront, die met een alarmbel om de nek als een Zwitserse koe nog even zelfstandig willen wezen voor ze hun kist in stappen van uit de sta op stoel met binnenvering of een spuitje krijgen om hun lampje uit te blazen" maar bij elkaar opgeteld vervelen van der Wal's taalge bruik en rabiaat rechtse opvattingen de lezer uiteindelijk in het geheel niet, omdat hij hardop zegt hetgeen wij allen denken. 
Bovendien introduceert de schrijver in zijn verhalen een aan de herowien verslaafde dich ter die zich voortdurend te buiten gaat aan flauwe gedichtjes in de trant van:

"De mens z'n lul, dat is de mens z'n leven.
Beren en brammen zijn het,
hete honden die met elkaar
jammen zo lang zij konden.
in bed, in bad, tegen de trap op,
neuken in de keuken
of pijpen in het geknookte riet,
men zoekt een natte kut,
men betast een tiet,
de klok, de klepel,
de klaar over,
knijp eens stevig in mijn tepel".

Fred van der Wal grossiert in banale, populistische meningen, waaruit toch ook een soort onder huidse rancune tegen de collegaatjes spreekt: "De huidige kunstschilders zijn feitelijk journalisten met een wel heel beperkt assortiment aan onderwerpen. De waan van de dag. Om die reden is hun schetsboek bij voorbaat al eeen vergeetboek in het verdomhoekje. Of ze bekeken worden is steeds minder hun zorg. Ze dobberen wel lekker door. Belangrijker is, afgezien van de jaarlijkse subsidiëring in de vorm van werkbeurzen en stipendia of hun brei werkjes de stepping stone zijn voor de persoonlijke publiciteit met als doel om hoger op te komen in de kunsstcommissies en subside verlenende instanties . Al moeten ze er in hun blote kont met een dikke lul of als het de vrouwtjes betreft in Split Beaver positie wijdbeens met hun wasbever voor op de buis".
Voor 'echte' artiesten uit de Underground als Fred van der Wal lijkt op die manier geen plaats meer in de media en dat zal ook wel zo blijven als hij als rauwdaauw, in de schaduw van onze grote schrijvers Bukowski, W F Hermans of John Fante, maar met veel minder lite raire verfijning, zo door blijft kankeren in plaats van het ultieme boek te schrijven dat een einde aan alle boeken maakt.
Dat hij ook nog wel wat anders kan blijkt voornamelijk uit de literaire schetsjes, die hij achter in opnam en die soms nog wel treffend kunnen zijn, ware het niet dat.... Van indringende beschrijvingen moet hij het niet hebben, daarvoor overheerst zijn zwarte humor en sick jokes te zeer en gaat zijn stijl te zeer gebukt onder de drang op een na vrante manier leuk te zijn. Maar in het neerzetten van karakteristieke types en schandelijke situaties blinkt hij wel degelijk uit. Zo is het verhaal van de man, die na de dood van zijn broer een elec trische gitaar met Marshall versterker van 500 watt erft, waarmee hij vervolgens de buurt midden in de nacht maaanden lang tracteert op scheurende blues riffs in de stijl van Eric Clapton totdat een bovenbuurman hem met een gebroken dakpan dood slaat, van een mufzure, scherpe treurig heid. En hetzelfde geldt voor de man die door zijn voortschrijdende balzak kanker een carrière als manlijke hoer in een jongensbordeel ziet stranden.

Maar het aardigste verhaal is dat van de signerende schrijver/kunstschilder, die zowel door zijn pu bliek wordt geschoffeerd als hen op zijn eigen beledigingen onthaalt: "Verdient dat nou nog wat dat geklieder of is het zwaar klote van de bok? wil hij van de kunstschilder weten, kijkt in de catalogus die hij onder steboven houdt en zegt er geen sodemieter van te begrijpen.
"Zeker moderne kuns, hè!" zegt hij hatelijk en rochelt een groengele fluim weg.
"Misschien is de inhoud van uw hoofd net iets te klein en de gleuf in Uw porum te smal om het kwartje te laten vallen", veronderstelt Fred van der Wal.
"Hoe bedoel-U, meheer? Heb ik soms wat van U an?" vraagt de man achterdochtig en spuugt in zijn handen als intro op eeen partijtje matten. De man in zijn modieuze leren jasje met witte bontkraag lijkt onaangenaam getroffen.
"Nou vergeleken met de rest van uw lijf heeft u maar een geringe bol op Uw schouders staanen waar niet is verliest zelfs de keizer zijn recht. Een ongelukje tijdens de bevalling? Verkeerd tusssen de kaken van de verlossingstang terecht gekomen? Of als baby van de trap gegooid door een dronken vader? Vierkant verkeerd binnenste buiten gekeerd de baarmoe der uitgeslingerd als microcefaal?" informeert de kunstschilder minzaam en knikt de vraagsteller bemoedigend toe.
"Wil je een paar kinken voor je kanus, kleine kolerelijer met je miesjmachers gelul? Gaan we een beetje ingewikkeld zitten doen, bijgoochempie? Zie ik soms zo bleek?" vraagt de honderdtwintig kilo zware man en pas nu ziet de kunstschilder die eeltige handen, groot en gelooid door vele zware klussen in de buitenlucht van de sociale werkplaats in de polder.
En de kunstschilder zwijgt bedremmeld. Zo zout heeft hij het in zijn doorgaans pluche gezelschap in Arti et Amicitiae te Amsterdam zelden op de viool horen blazen.
Maar het is ook geen aangenaam divertissement, die teksten van Fred van der Wal, be weert een fors gebouwde Friese artieste met een knauwerig Fries accent in een afgezakte jeans met het kruis op de knieën en een High Tech implantaat in haar hardleerse kop om beter te kunnen horen.
De techniek staat voor niets tegenwoordig. Zo helpt de lamme de blinde alsmede de Oost Indisch Dove.
Misschien is dat ook wat Fred van der Wal ons al jaren lang belooft, maar veel beloven en weinig geven doet alleen de gekken in vreugde leven en de tijd dat hij er bestaande zeden en burger mansfatsoen mee omver kon kegelen is al lang voorbij en het enige wat nu nog aan zijn badine rende taalgebruik opvalt is een ongebreidelde meligheid, zo beweert een gepensioneerde hoofd onderwijzer al jaren lang.


feedback van andere lezers


GoNo2



Fred zijn taalgebruik is zo abominabel dat het verheven is tot kunst.
Citaat uit Het Schrijverke van zondag 06/09/09.


fredvanderwal: ik geloof er allemaal niks van want wie is nou weer Het Schijverke?
Kenne me die dan?
Ik dacht toch van niet!



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.