Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
15 november 2013, om 14:39 uur
Bekeken:
443 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
248 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ja, overal doken plotseling hele grote drieën op"


 

Nog zo'n begrip in elkaar nawauwelend kunstenaars clichéland is de Grote Drie Formule, ontleend aan de naoorlogse politieke verslaggeving, heeft U wel eens gezegd.

 

Ja, overal doken plotseling hele grote drieën op. In het kabaret; Sonneveld, Kan en Toon Hermans (niet de broer van W.F. Hermans), in de literatuur; W.F. Her mans, van het Reve en de salonkommunist Mulisch en in de magies realistiese schil derkunst van de bange jaren dertig; Willink, Koch en Hynckes. En je had, zoals wij al veel langer weten, in the sixties uiteraard de grote drie van Galerie Mokum te Amsterdam; Cornelis Doolaard, Fred van der Wal en Wout van Vliet. Onder Christian Artists dook niks ooit op want waar niet is verliest zelfs de keizer zijn rechten en gristendom & kultuur zijn gezworen vijanden, maar dat wisten we al lang.

 

U beschouwt de jaren ‘60 en ‘70 als een periode van tevergeefs gekoesterde valse illusies, selektieve verontwaardiging en voornamelijk politieke warhoof derij van linkse oproerkraaiers en salonkommunisten.

 

Ik ben de enige niet die er zo over denkt. De salonkommunisten van toen stem men al lang VVD. Ik heb ze altijd gezien als potentiële landverraders en opportu nisten. Bij sommige artiesten lag de cursus Russies al op de ruw gedisselde eer lijke eiken houten klop-klop-klop tafel. Men kon immers nooit weten, vertelde de overgesubsidieerde contraprestatieschilder Ben H. te A. ( ik noemde hem altijd de b.h. van de kontraprestatie kunstenaars) mij in 1978 en voor het geval de Russiese bezetter de vette overheidsbaantjes zou verdelen was de taal al vast te kennen een groot voordeel volgens hem. Ik nam mij toen al voor als het ooit zo ver zou komen een punt 44 uit het vet te halen en enkele adressen langs te gaan in het kader van de standrechtelijke executie. In de liefde, in zaken en in oorlog is alles geoorloofd, zelfs de meest schunnige streken, vraag maar aan die gereformeerden. Persoonlijk deinsde ik net zo goed nergens voor terug! Geen sexuele zee ging mij sinds mijn veertiende levensjaar te hoog! Over zee gesproken! Een goede stuurman bevaart zelfs de rode zee, zei een voortdurend menstruerende schrijfster met te veel liefde in haar betonnen onderbroek ter aanmoediging. Het bloed stond in haar doorlopen ogen tot aan haar sokken. Ver boven Amsterdams peil! Ik bedank daar voor. Ik houd niet van bloedworsten.

Je kon in de silver sixties aan het uiterlijk aflezen welke krant iemand las en wat voor beroep hij/zij uitoefende. Het was een duidelijke tijd. Onder het huidige, akul turele E.O. volkje, toch niet het meest losgeslagen deel van ons vaderland, is het bon ton die afschuwelijke aan de Amerikaanse ghetto kultuur van de aan zwarte achterbuurten ontleende gospel en negrospiritual relipop te omhelzen. Ik voel veel voor de oprichting van een instituut voor behoud van de Nederlandse, historiese kultuur, waarvoor kunstenaars toelating moeten doen. Een soort Nieuwe Kultuur kamer, ter behoud van vaderlandse waarden met als kwaliteits kriterium de presta ties uit de 17-e eeuw als tegenwicht voor de immigratie van analfabete hele en hal ve wilden uit Verweggistan waar naieve Christen Unie stemmers en andere sim pele E.O. aanhangers zo verrukt van zijn en zo gaarne op vakantie gaan.

 

Wat staat U verder als geniaal kunstenaar nog voor ogen, ter sanering van de Nederlandse kultuur?

 

Wat mij als kunstschilder voor ogen staat, is uiteraard schilderijen te maken die op zichzelf staan, die in de praktijk door de grootste imbeciel (dus ook voor het ge middelde laag geschoolde E.O. lid) met vallende ziekte en zo’n toffe wielren ners valhelm op, het groengele kwijl en de zure kots langs de mondhoek en gestaag omlaag druipend, nog kunnen worden begrepen. Zelfs je liefste vijand moet ‘t nog kunnen vatten. En ook die slaperige analfabete gereformeerde hoofd mees ter ener randdebiele lagere dorpsschool met den Bijbel in Zuidwolde en zijn zwaar brillen de stijl harige kortgeknipte kuttekopperige dociele vrouwtje zou het moeten kun nen verstaan in heur onnozelheid. U ziet; ik heb heel wat compassie met de ge stoorde, ”griffermeerde” medemens. Het publiek van de kunstenaar en vooral van de beeldende kunstenaar, is maar heel klein. Hij kan de loop van zijn eigen, kleine geschiedenis nauwelijks beinvloeden, laat staan de wereldhistorie. Als in een on derdeel van een seconde alle schilderijen ter wereld ins blaue hinein op losten zou daar geen haan naar kraaien, maar als Veronica een uur stopt, betekent het revolu tie vanaf de bouwstijgers en eindeloze vragen in de kamer. Het ontbreekt de kunst enaar, als hij niet puissant rijk is en zelfs dan nog; kijk maar naar rolstoeler Mr. Pootloos Rob Scholte, aan doorslag gevende afdoende krachtige machtsmiddelen. Het marterharen penseel nr. 1 is niet machtiger dan het zwaard en zeker minder ef ficiënt. Op zijn best is het maken van een schilderij een superieur, maar vrijblij vend spel. Niet meer dan het spelen van een jonge kat met de franje van een versle ten Perzies tapijt.

 

Dit auto-interview waarin de interviewer en de geïnterviewde samen valt zou ook in een auto kunnen worden gehouden.

 

Ja, maar dan wel in een Mercedes uit de duurdere klasse en niet in een goggomo biel. Wat is een auto interview? Een artikel in Arts en Auto? Neen, neen en nog maals neen. Het is  die befaamde monologue interieur, die hoofse pas de deux voor kultureel kader en geen spastiese kuitenflikker van een seksjuweel gefrus treerd E.O. lid in een aangepaste invalidewagen met elektriese aandrijving.

 

U wilde al vroeg in Uw jeugd ergens in excelleren?

 

Ja, zeer gaarne, zeer gaarne. Ik ben malle Babbe niet! Op de lagere school had ik een chemies laboratorium in de kelder, waar ook een paar mud anthraciet werd be waard. Het is een wonder dat het huis Palestrinastraat 4 hs, in de sjieke concertge bouwbuurt te Amsterdam, door mijn pogingen de steen der wijzen chemies samen te stellen niet in de lucht is gevlogen. Tussen de eierkolen, de cokes en het anthra cietstof droeg ik een witte laboratoriumjas. Ik stelde al vroeg prijs op decorum! Ook de elektriciteitsleer en elektronica hadden al vroeg m’n belangstelling. Ik was nu eenmaal een hoogbegaafd kind. Je begint met wat spoelen, een kristal en een va riabele condensator iets in elkaar te prutsen waar je een schema van hebt op pa pier; na af loop komt er nog geluid uit ook. Ik was toen nog geen tien jaar oud. Een paar jaar later maak je van een kathodestraalbuis uit een radar ontvanger van uit de tweede wereldoorlog, de VCR 517, een oscilloscoop om audiosignalen gra fies weer te geven. Als ik dat vertel aan de bij uitstek laag begaafde evangeliese kerkgangers dan krijg je gelijk de vlucht naar voren in de agressie. Op de lagere schoolleeftijd al poogde ik mijn grootouders, waarbij ik in huis woonde, omdat mijn ouders mij als 2-jarige hadden gedumpt, van de puur ekonomiese noodzaak te overtuigen dat ik een transformator met gelijkrichter beter kon gebruiken dan steeds weer opnieuw Witte Kat batterijen die snel leeg liep en te moeten kopen van mijn bescheiden zakgeld, maar niks hoor, dat ging niet door, zoals alles wat ze konden afremmen, ombuigen of verhinderen, niet door ging in mijn leven de eer ste 25 jaar.

Op een gegeven ogenblik is daar de lol allemaal van af om met elektronika te knut selen. Een aantal elektroniese componenten doet in het gunstigste geval precies dat wat je ervan verwachten niet meer. De miniaturisering in de micro elektronika heeft trouwens het romantiese visuele en taktiele aspekt van de vroegere kompo nenten totaal teniet gedaan. Zo ben ik een liefhebber van de 19-e eeuwse technolo gie, net als mijn overbuurman Generaal b.d. Ir. G. Pacanda, waarmee zelfs een ex-beroepsmilitair/wapenhandelaar  en rücksichtslose verdediger van het industriële /militaire complex zijn gevoel voor esthetiek bewijst. Zowel wat het formele als het inhoudelijke aspekt betreft. De vormgeving, maar ook d eschilderkunst- en beeldhouwkunst van de 19-e eeuw was estheties superieur aan alles wat nu ge maakt wordt. Ik vind het een groot voorrecht dat ik als 4-jarige in 1946 met mijn grootvader in de stoomtrein van Amsterdam naar een uitspanning in Amstelveen heb kunnen zitten! Dit soort herinneringen behoren tot mijn dierbaarste…

 

(wortd vervolgd) 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.