Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
21 september 2013, om 11:51 uur
Bekeken:
575 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
213 [ download ]

Score: -1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De christelijke politiek is natuurlijk ook volslagen irrelevant"


 

Ik bezoek daarom sporadisch nog wel eens een kerkdienst. Niet te vaak anders raak je er aan verslaafd. Bij voorkeur op de Veluwe of Urk, bij een stijl gereformeerde gemeente, bij voorbeeld De Gekrookte Rieters en man, man, man…dat is zó geweldig, die heb ben zó’n grote boodschap in hun Volendammer palingbroek, dat ruik je van kilometers ver en dan geniet ik weer van de brede, machtige klanken op hele noten uit het pompende pijp orgel op orkaankracht, dan weet ik weer; vader is thuis.

Hier moeten we wezen! En die theologische visie dien ik niet te verwerp en met het hele calvinisme, dat bolwerk van antisemitisme en kapitalisme, want zelf heb ik iets van een stoege calvinist, naar men zegt in kringen rond die buitenproducer van de E.O. de Heer H. doctorandus van S. Dan ga je daar in je zwarte pak met geslo ten hoge boord boven je glad gescho ren tieten met de beide gouden tepelringen pas gepoetst met koperpoets naar zo’n prach tig kerkje met helder wit gestuukte wanden en dan, ja, dan weet je, hier zal nimmer gelachen worden en dat is goed, héél goed. Je trekt een pijnlijk, uitgestreken griffermeerd, bleek smoelwerk, niet vanwege het geloof maar dankzij hetnet iets te strak aangetrokken zwart leren riempje van je nieuwe cockring en weet dat je ballen nog voor de eerste collecte diepblauw zullen kleuren en als je niet gauw de zaak ontgrendelt ook nog afsterven. Al gauw vergeet je je   eigen sores, want wat zien ik?

Dan ontwaar je in het held’re ochtendlicht in de opening van de loodzware eikenhouten kerkdeuren de drommen nevelige zware, boertige, ongewassen schijngestalten, nog vol bruine bonen, heren baai en de genever van zaterdagavond en dat willen we ruiken ook, een Statenbijbel met koperen sloten en scharnieren in de knokige eeltige knuist geklemd.

De sleutel is al lang geleden verloren gegaan bij het pootroffelen. En zit daar rechts voor aan niet de in het zwart geklede kaars rechte gestalte van Ria van de Rivieren buurt die het toch weer niet laten kan?

De zware eikenhouten deuren staan nog steeds uitnodigend open, de klok zegt van Bim Bam Beieren de koster lust geen eieren, wat lust ie dan, kutspek in de pan. We zitten tenminste twee uur kaarsrecht op eieren in de klop klop eerlijke eikenhouten banken en een brede baan zonlicht breekt door en valt op het gangpad dat de geur uit ademt van zware klei en knoken. De waas begint op te trekken. Witte wieven.

Dat slaat op je keel en dan gaat het van uche, uche, uche, het stikt hier van de muggen.

Het slaat op de ogen, dus ik pink een traan weg, niet omwille van het geloof, maar dankzij de uitwasemende zware dampen van de zure regenjassen en de ongewassen schaamtes, eikels  en balzak ken.

En hoe zij mijn mededogen en compassie opwekken die donkere geklede mannen en vrouwen met de bebaarde brede kaken en de grijze knotjes.

Elke make up afwezig want men vaart blind op puur natuur uit de geurige, ongewassen, dampende mossels.

Daar ga ik altijd met liefde tussen zitten en sla de kraag van mijn Burberry op, want er wordt niet alleen met de geest die in ons allen is krachtdadig gezongen maar ook met de spetters der overtuiging uit de regenachtige bronstige kelen en als je die in je nek krijgt, dat gaat er met geen macro pak  Jif meer uit! Robijn fleur en fijn, maar niet heus!

En dan kijken ze je zo tersluiks eens argwanend aan onder het ge bed, rochelen minachtend een roomsgele fluim met groen pit en slierten bloed op het gangpad (dominee heeft toch zijn ogen dicht, kan ons wat verrotten), want je bent en blijft een vreemdeling die verdwaald is zeker.

D’r bij horen zul je nimmer, daar zullen ze wel voor zorgen! En dan stoot ik weer in mijne dalles en merode mijn buurman c.q. buur vrouw ruw aan en trek op ontwapenende manier met een schijn heilige glimlach altijd weer mijn onweerstaanbare geheime wapen; een rol King pepermunt zuigtabletten in de originele donkerblauwe verpakking wat een frisse kijk op de dingen des le vens geeft in plaats van de misselijk maken de rol Frujetta, mierzoete, roze, op vlakgommetjes gelijkende, alleen al door de kleurstof kanker verwekkende vierkante snoepjes, veelvuldig aangetroffen in de kleverige zakken van pedofielen en onder gluiperige ouwelslikkers van de Roomse kerk populair om de lucht van wierook en uitwase mende ongewassen patertjes met lulbroei te verdrijven.

Daar komt dominee, die rechtschapen man. En horen wij weer wat een schorum wij eigenlijk zijn in het diepst van onze gedachten. Nadat een ieder twee uur lang aan één stuk verbaal figuurlijk rechtstandig de grond is in geheid door de voorganger, word ik tijdens de koffie in de consistorie kamer om bij te komen altijd weer uitgenodigd vanwege mijn sympatieke voorkomen bij de mensen thuis in de eigen leefomgeving waar het op zondag goed toeven is in de opkamer te Schubbekuttenijeveen en het zo zwaar naar kam fer ruikt.

Dan ga ik met zo’n uitgebreide griffermeerde familie mee in de oto van Ome Murk of Oomzegger Lubbert, hetzij achternicht Liekele, die maar één nier en een halve long heeft, maar toch zijn lul niet met pissen alleen heeft versleten, want stel je voor dat er geen naaktgeslacht was gekomen, naar zo’n kraakheldere boeren behuizing waar een electronisch orgel met wel zes klavieren uit de jaren zestig, de hele salon met het bloemetjes behang in beslag neemt, want we zullen weten dat we de Heer moeten loven en prijzen, ja, dan blijft er weinig ruimte over voor de nederige aard bewoner, niet waar. En hoe Ome Harry en tante Alice dan samen quatre mains spelen uit het liedboek en zij onderdehand de blokfluit, die via een ingenieuze constructie van een klerenhanger om haar  hals de vrij hangende fluit gefixeerd aan haar lippen houdt is toch echt een Godswonder.

En dan snuif ik weer de vertrouwde geur van boenwas en Sunlight weer op, gemixed met de ontsmettende chlorophyllucht, uitwase mend van een hatelijk uitgestoken groene, vilten tong die een deci meter uit een groene fles “Air Wick” steekt, terwijl dichte gaswolken zich verbreiden uit de bij elkaar geknepen bilpartijen, geuren die je naar je strot doen grijpen, ja, dan moet ik een brok weg slikken, want dan denk ik weer aan de fijn gere formeerde familie Kneuter dom van het Mariotteplein te Amsterdam met dat lekke traporgel (waar boven dat eigenhandig met een soldeerbout inge brande ge verniste peren houten schildje met de tekst ”Looft den Heer, keer op keer, op een orgel van Johannes de Heer”), die eerbiedig de psalm enpomp werd genoemd. Het afgodsbeeld der griffermeer den.

Dan zie ik weer haar tyrannieke vader., de Kneut, die zwaar brillen de ver tegenwoordiger in mierzoete limonade siropen van de CPN Tik & Prik fabrieken onder de verschroeide stof van de eigenhandig in de twintiger jaren gefiguurzaagde lamp, de vroeg kalende ver neukeratieve karpatenkankerkop zitten, voorover geboven aan de tafel die midden in de kamer is gezet boven dagblad Trouw waaromheen het eerlijk eikenhouten brons groene klop-klop-klop Oisterwijk meubilair.

De beperkte ruimte vol gepropt met tafels met gehaakte witte kle den, hier en daar zijn er door gestoei en de tand des tijds wat gaten in gevallen en bevlekt, maar dat geeft niks want daar staan de reusachtige oorstoelen en enorme crapauds met antimakassars waar de dochter des huizes, de wulpse Alice voor de suizende gaskachel breed uit zat en vertelde uren lang met hoogrode konen hoe zij op het nippertje haar aantekening nuttige handwerken haalde op de gereformeerde kweekschool, maar voor sokken stoppen en kaart weven niet in de wieg was gelegd.

Wat haar ogen zien maakten haar handen altoos klip en klaar en dat heb ik enkele jaren persoonlijk aan den lijve gevoeld.

Het ware gristelijke leven.

Niet te kort! Dan schiet mij weer te binnen hoe ik tesamen met Alice in de lage crapauds tegenover elkaar voor de hoog vlam mende gashaard gezeten mijn suède schoenen, echte bruine Clarks met spek zolen, de bordeelsluipers behoedzaam uit deed en mijn klamme rechtervoet mijn zweetsok onder haar Mary Quant rok liet verdwijnen om met mijn regelmatig geoefende geperveteerde grote vingereraars teen haar …(drieletterwoord; plat voor opge zwollen, nat vrouwelijk geslachtsdeel) te stimuleren en hoe zij dan pioenrood werd en haar half geloken blauw grijze ogen iets mistigs en voldaans kregen, zo getroost voelde zij zich als ik haar clitoris midden in de roos raakte met mijn afgebrokkelde kalknagel.

En nat dat ’t mens was; ik globberde gewoon van mijn poten af, maar dan zag ik onder mijn liefdewerk oud papier onschuldig op naar dat gehaakte kleedje in de achterkamer van de Kneuterdom metjes waar een loeier van een fel paarse begonia de toon zette, neuriede “Welk een vriend is onze Jezus” dan zat je altijd goed en daar is de koffie al weer met zoals altijd veel te veel melk en suiker en dan wordt de eerste uren de preek nog eens zin voor zin door genomen en duchtig aan de Schrift getoetst. En dan voel ik mij staan in de grote, kritische traditie van Calvijn en zijn som’bre na zaten voor wie het enige geluk in andermans ongeluk lijkt te liggen.

Christenen hebben slechts de taak om de bek dicht te houden en te luisteren naar meneer de dominee zoals ik al zei; ik heb in ’96 al die calvinisten de toegang tot mijn huis ontzegd, maar als ik bij die van gotvergeten mensen ben heb ik in al mijn vergevingsgezindheid veel meer de behoefte om te kijken naar wat ons bindt dan wat ons scheidt, want zij staan er voor en gaan als het moet door roei en en door ruiten zonder het eigen lijfsbehoud voorop te stellen. En dat vind ik zó ontzettend uniek!

De Bijbel bijvoorbeeld heeft niets te maken met cultuur, daarom zijn gristenen ongeïnteresseerd in cultuur, nee, zelfs cultuurvijan dig!  En die stijlgereformeerden de PolderTaliban uit Staphorst.

Je hoeft als beeldend kunstenaar echt niet een evangelische of charismatische gemeente binnen te komen want je wordt er zo weer uit geknikkerd.

Ik zal met een gristen uit discretie en voorzorg dan ook nooit praten over mijn beeldend werk of het geen mij innerlijk beroert omdat het altegader zonde is wat de koekoeksklok tegen het vergeelde behang slaat.

Gristenen en cultuur zijn erfvijanden. Met politiek heeft de Heilige Schrift ook al niets van doen. Op het moment dat de Gristen Demo craten van het CDA het heft in handen krijgen worden minvermo gende mensen in de bijstand gepakt en liefst dubbel gepakt! Je moest eens horen wat mijn echtgenote voor bakken stront van gristenen over zich heen heeft gekregen toen ze werkeloos werd in 1977, verwijten juist van griffermeerden!

Niet te kort! Op hetzelfde moment dat christelijke partijen politieke verantwoor delijkheid krijgen gaat het mis dan is er geen kubieke millimeter verschil met de Nazis.

De christelijke politiek is natuurlijk ook volslagen irrelevant. Het is poppenkast voor het volk en het volk wil een Jan Klaassen en een Katrijn dus een Koningin en een Ministerpresident.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.