Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
1 september 2013, om 21:12 uur
Bekeken:
1489 keer
Aantal reacties:
2
Aantal downloads:
335 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"R.I.P. Leo Musch, overleden 3 mei 2013"


UITBATER LEO MUSCH 1943-2013  CULTUREEL CENTRUM BEAUREGARD ZUID FRANKRIJK  MEI 2013 OVERLEDEN. EEN R.I.P.

 

Voor het eerst ontmoette ik Leo Musch bij de introductiedag sept. 1960 Da Costakweekschool te Bloemendaal. De twee eerste klassen bestonden uit een klas met uitsluitend Haarlemse leerling en, mijn klas bestond uit leerlingen uit Beverwijk, IJmuiden, Heemstede, Schagen en Vijfhuizen.

Ik had de eerste twee jaar nauwelijks contact met de medeleerlingen. Vier leerlingen uit die klas zijn inmiddels al overleden.

In de derde klas had ik met de regelmatig spijbelende Leo wat meer contact. Tijdens een werk week  met de klasgenoten gingen wij er van door naar Zwolle om in een kroeg een paar meiden te versieren. Leo was daar kampioen in.

Hij bezat een aftandse bromfiets zonder licht en remmen en daar zat ik regelmatig achter op als we van Bloemendaal naar Haarlem gingen naar kroeg De Grot. Ik moest dan op de tocht daar naar toe achter op de bromfiets met mijn schoenen op het asfalt remmen bij stoplichten omdat de brommer een wrak was.

Leo werd gedwongen door zijn ouders om onderwijzer te worden zoals ik gedwongen werd door mijn grootouders. Beiden hadden we naar de academie gewild waar geen sprake van was. Ik zorgde er voor met zesjes te slagen, Leo wilde hoge cijfers halen. In 1965 na de hoofdakte kreeg hij een baan met vrijstelling van militaire dienst.

Leo wilde als kind balletdanser worden of kunstschilder. Hij kleedde zich naar de zestiger jaren mode artistiek. Broeken met wijd uitlopende pijpen waarvan hij beweerde ze in de vakantie in Parijs te kopen werden echter in Santpoort door zijn verloofde achter de naaimachine in elkaar gestikt. Leo maakte de dingen graag mooier dan ze waren. Zijn voorliefde voor moderne jazz voerde hem vaak naar het Concertgebouw in Amsterdam waar hij John Coltrane mee maakte.

Hij bezocht de Phonobar, een louche tent gesitueerd aan het Thorbeckeplein. Ik ben er een paar keer geweest.

Tijdens het schoolfeest van de Da Costakweekschool trad Leo, die bij Rob van Rijn mime deed, op als mime speler met een vriend, beiden gehuld in een strak Saint Tropez t- shirt en een zwart maillot. Enkele leerlingen van de vijfde klas schreeuwden naar hem: “Vuile flikker!”

Het was een christelijke kweekschool daar was alles verdacht dat naar de kunsten zweemde. Na afloop zei een woedende Leo terecht: “Ik doe nooit meer iets op een schoolavond”.

Van mij kreeg hij gelijk.

Ik verhuisde in 1967 naar Amsterdam centrum, Nieuwe Spiegelstraat 48.

Zomer 1969 belde Leo en zijn eerste vrouw Kitty van der Vlugt bij mij aan. Ik verwelkomde ze hartelijk.

Mijn echtgenote en ik gingen op bezoek bij Leo in Aadorp waar hij les gaf. Hij maakte teke ningen die wel erg veel op de mijne leken, alleen kwalitatief slechter. Ik introduceerde hem ondanks zijn matige werk toch bij Galerie Mokum om hem te helpen in het hoofdstedelijke circuit zich in te werken.

In 1970 en 1971 nam hij met mij deel aan de groeps zomer expositie van Galerie Mokum aan de Amstel 186 waar de galerie toen gevestigd was.

In 1971 nam hij eveneens met mij deel aan de groeps expositie in het nieuwe pand van Mokum aan de Oude Zijds Voorburgwal 334, een pand van de voormalige antiquaar H.D. Pfann, dat de eigenaresse dankzij informatie van mij uit de antiquaren wereld had kunnen kopen.

In 1970 exposeerde ik met Leo op een tweemans expositie in cultureel centrum De Tamboer, en in 1971 met mijn echtgenote en ik in de KEO kelder te Wageningen.

Het werd een deceptie voor Leo, die hij nooit heeft kunnen verkroppen. De Arnhemse Courant, disndag 11 mei 1971, schreef over mij in verband met deze tentoonstelling:

 

“Het werk van Fred van der Wal was voor twee jaar terug ook te zien bij de overzichts tentoon stelling die de Amsterdamse Galerie Mokum in het Arnhemse Gemeentemuseum heeft gehouden. Hij werd daar gepresenteerd als een autodidact die de dingen zo nauwkeurig mogelijk wil weer geven.

Dat is op deze tentoonstelling nog duidelijk waar te nemen. Nog steeds maakt hij tot in de uitesrte perfectie doorgevoerde pentekeningen die ontstaan naar in tijdschriften gevonden fotos. Met behulp van carbon papier worden de fotos geheel of gedeeltelijk in de uiteindelijke tekening ingevoegd. 

Tonen ontstaan door het zetten van meerdere of mindere puntjes en bepalen de vorm en de expressie. De bewerkelijkheid van deze techniek resulteert in een statische uitrukking, hard en scherp. Maar dit komt wel overeen met de agressieve  en soms wat wrede inhoud van het werk. Ik denk hierbij aan de man met de bloedneus en aan de vrouw wier ledematen  zijn opgebouwd uit delen van een schaar.

Toch geloof ik niet dat mensne hem een protestschilder kunnen noemen, zoals uit een tekst op een zelfportret blijkt. Het is veeleer een combinatie van de meest alledaagse elementen uit de ons omringende wereld, die dan samen gevoegd worden tot een absurd geheel. Echter in zverre absurd dat er een herkenning blijft, het is humoristisch, banaal, esthetisch, scherp en voor sommigen dan misschien ook nog wel protesterend. Een erg mooie potloodtekening is “Ins Blaue Hinein”.

Voor Leo Musch moet het inrichten van deze tentoonstelling toch wel enigszins deprimerend geweest zijn. Want juist daar waar hij Fred van der Wal als voorbeeld neemt, namelijk in de techniek, schiet hij schromelijk tekort. De verstilde perfectie wordt in de pentekeningen nagestreefd, maar de vorm die bij van der Wal zo sterk uit licht en donker opgebouwd wordt, verzandt in het zetten van puntjes.

Wat wel overkomt is de man-vrouw-kind relatie waarbij de elementen als stekkers, telefoon en gloeilampen een symbolishe rol vervullen, maar ook hier weer de manier van componren, het uitdrukking geven aan, wordt door het werk van Fred van der Wal aangegeven. Ik geloof dat Leo Musch moet oppassen geen epigoon te worden en moet proberen een eigen vorm te zoeken.

 

Leo gaf mij een kopie van de recensie waarbij hij de hierboven schuin gedrukte tekst had afge knipt. Het zegt genoeg over de integriteit van deze vrijetijds kunstenaar.

 

Enkele malen bezochten we Leo in Wageningen en in Maarssen in de jaren 70.  Op de salontafel lag een VN. Ik vond het vreemd voor de totaal a-politieke Leo.

Ik zei schertsend dat hij dat blad kocht vanwege de sex advertenties. Hij ontkende dat en Kitty zijn vrouw protesteerde. Jaren later bleek dat hij advertenties in het blad zette met de wervende tekst: Heer verwent dame. Kitty kwam er achter dat Leo hoeren bezocht in de mid seventies.

In 1973 verzocht Dieuwke Bakker mij om Leo te vertellend at hij niet langer deel kon nemen aan exposities in galerie Mokum. Er was te veel oppositie van de andere schilders tegen zijn werk. Ik weigerde en zei dat het de taak van de galeriehoudster is om haar exposanten in deze te bena deren.

Leo had geen tijd meer om te tekenen en te schilderen en volgde een MO akte opleiding handen arbeid.

Hij verliet de galerie zonder problemen. Niet veel later zou hij beweren dat hij zichzelf de galerie had “uitgeschilderd” en verder geëvolueerd was op het schilderspad dan de andere schilders.

In 1976 nodigde mijn echtgenote Leo uit artikelen te schrijven voor een handarbeidblad waar zij redactrice van was. Ik maakte voor het blad fotos. Leo liet de artikelen over poppen door zijn echtgenote schrijven en dat was niet de bedoeling. Tevens introduceerde zij Leo bij uitgeverij de Cantecleer waar hij 7 boekjes over schilderen en grafiek voor samen stelde waar hij weinig verstand van had.

Hij schilderde bijvoorbeeld met olieverf op tekenpapier zonder dat te gronden. Ik trachtte hem te overtuigen dat ’t totaal verkeerd was en slecht resultaat opleverde. Van gronden van panelen had hij nog nooit gehoord, onze expert kunst schilderen.

Mijn echtgenote heeft haar move om Leo bij Cantecleer te krijgen aardig moeten bezuren. Hij vroeg haar om belangeloos en onbetaald een leergang voor textiele vormgeving voor een van zijn handearbeidboeken te schrijven.

We protesteerden en wilden een contractuele overeenkomst met de uitgeverij  en een percentage van de royalties.

Leo werd kwaad. Merkwaardig genoeg kon mijn echtgenote na deze gebeurtenis na het introdu ceren van Leo bij de uitgeverij plotseling niet meer publiceren bij Cantecleer. Volgens geruchten begon onze expert schilderen een relatie met een redactrice die over de publicaties ging.

In 1976 betrok ik met mijn gezin en vrije sector benedenwoning in de Watergraafsmeer aan het Galileïplantsoen. Leo hielp een middag mee een parketvloer leggen.

Daarna hebben wij hem nog maar sporadisch gezien. In 1978 kreeg ik een vijandig telefoontje van hem. De redactie secretaris van het handenarbeidblad Hans M. had geinsinueerd dat ik af stand wilde nemen van Leo en Kitty.

Het was niet waar. Ik had echter geen zin om me te verdedigen. Hans M. is later door zijn toenmlige echtgenote het huis uitgeschopt en dankzij zijn drank gebruik aan lager wal geraakt.

Drie jaar lang hoorde ik niets van Leo. In 1981 belde Kitty op dat ze naar Frankrijk verhuisden om creatieve cursussen te geven. Ze beweerde niet langer op “zeker te willen varen”. Ik wenste haar veel geluk.

In 1995 bezocht Kitty ons in Oldeboorn nog een keer. Ze was verzeild geraakt in cocaïne smokkel, vertelde ze. Ik kende de meneer die die de smokkel regelde uit een eenmalige ontmoeting. Wilde gelijk niets meer met hem te maken hebben.

Vijftien jaar later ontmoette ik Leo in Bloemendaal nog een keer tijdens een reunie van de klas van de Da Costa kweekschool. Hij was net zwarte band judo geworden en ik hikte tegen mijn zwarte band karate aan, die ik pas in Frankrijk zou halen.

Hij had een paar boekjes bij zich die hij geschreven had over handenarbeid. Niemand nam notie van de aanwezigen van zijn zelf promotie. Leo was beledigd.

Hij vroeg mij om naar Zuid-Frankrijk te komen. Zou nog contact op nemen. Hij liet verstek gaan. Zes jaar latere zaten we zelf in Frankrijk.

 

Het beeldend werk van Leo is altijd onbenullig geweest. Hij imiteerde anderen. Aanvankelijk mij en laater abstracte schilders. Zijn zogenaaamde lichtobjecten zie ik niet meer dan als een variatie op schemerlampen. Het is kunstnijverheid van een slechte soort.

 

(wordt vervolgd)

 

 

Veluwe Post-vrijdag 14 mei 1971

 

(…) Van der Wal presteert het zijn publiek tot slachtoffer te maken door het met harde directheid te dwingen tot identificatie. Zijn associaties komen hard aan en lijken soms wreed (…) zoekt zijn weg in een schijnbaar ludieke ironie , die bij de dóórkijker de beginnende glimlach doet verkrmapen, zodra de bitterheid blijkt en het sarcasme treft.. Hij is ongetwijfeld ene knap tekenaar (…)

 

 

Volkskrant peter de waard − 18/06/13:  

 

Musch was charismatisch en ijzersterk. Hij droeg nooit een winterjas. Hij was vegetariër, rookte niet en dronk geen alcohol.

 

(Fred van der Wal: merkwaardig dat juist die piepel die zo gezond leven het eerst gaan)

 

Op 3 mei overleed hij op 69-jarige leeftijd aan de gevolgen van de zeldzame ziekte amyloidoses, waarbij lichaamsonvriendelijke eiwitten worden aangemaakt.

 

Hij behoorde aanvankelijk tot de stroming van de hyperrealisten die tafereeltjes zo echt en neutraal probeerden weer te geven. (Fred van der Wal: onjuist)

 

Hij trouwde al op zijn 20ste (Fred van der Wal: onjuist) , kreeg twee dochters, scheidde, hertrouwde en scheidde opnieuw. (…) Hij bleef ook les geven, onder meer in Amsterdam en Utrecht (Artibus). Daarnaast was hij in tegenstelling tot vele kunstenaars ook sportief actief. Hij haalde een zwarte band in het judo.

(Fred van der Wal: met zijn dochters onderhield hij nauwelijks contact)



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Dag Corry
Ik kwam niet heel veel op de Prinengracht. Flaneren deed ik ook niet. Had het druk met werk en was daar veel mee bezig. Interessant dat je Wolkrs mee kennis maakte. Goeie schirjver, zijn kunst alleen vond ik echt helemaal niks...

Geplaatst op: 2013-10-27 20:38:26 uur

Een heel interessant stuk over een eveneens interessant mens Leo Musch én meer!


In die tijd beste Fred, dat jij in de Nw. Spiegelstraat woonde was ik huishoudster bij de familie L. Lemaire, kunsthandel op de Prinsengracht. Ik moet jou daar toch echt in die omgeving zijn tegengekomen? Zelf was ik toen begin twintig. Ik heb het daar heel fijn gevonden en had er veel langer moeten blijven. Daar heb ik voor 't eerst kennis gemaakt met Jan Wolkers, hij was toen al met Karina en ik zag in de krant de foto's van het Boekenbal waar Karina in Eva-kostuum verscheen. Hilarisch, mevrouw en meneer Lemaire, toen al in de tachtig vonden het schitterend!
Ik heb heerlijke herinneringen aan die tijd, ik woonde intern!


Nogmaals Fred, mijn complimenten voor je schrijven.
Een prettige dag gewenst.
Hartelijk liefs van Corry.*

Geplaatst op: 2013-09-16 12:56:05 uur