Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
19 juli 2013, om 15:56 uur
Bekeken:
410 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
177 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Els Snel draagt gedichten voor (deel 8)"


 

EX-ONDERWIJZERES ELS SNEL-DEUTEKOM TE MEPPEL DRAAGT GEDICHTEN & ANDER LEED VOOR VAN DE VERGETEN DICHTER/OPPORTUNIST ED HOORNIK (DEEL 8)

 

Die verschillende visies op de houding in bezettingstijd, het principiële links gerichte cs-6 en daarmee verbonden het blad Lichting enerzijds en de in die fase weinig principiële, toen bepaald niet linkse en schipperende Hoornik anderzijds, zullen nauwelijks verenigbaar zijn. Hoe zou een verzetsgroep in zee kunnen gaan met een man wiens naam zo manifest in een krant als het Algemeen Handelsblad verbonden was met ‘foute’ artikelen?

 

Pag. 365. (…) Op die negentiende augustus 1943 werden Katan, Bert Bakker, Gerard den Brabander en Ed. Hoornik gearresteerd, gevolg van een telefoontje van de buren die de politie hadden opgebeld wegens geluidsoverlast.87 Toen Katan werd ontdekt, was zijn lot bezegeld (hij werd gefusilleerd) en ook Ed. Hoornik zou merken wat het betekende in de handen van een politiestaat te vallen. Bert Bakker en Gerard den Brabander werden vrijgelaten, Den Brabander na enkele dagen, Bakker pas op 2 oktober. Dat gebeurde door bemiddelling van prof. mr. J. Oranje.88 Deze had behoorlijk veel invloed bij de Duitsers en wist daar dankbaar gebruik van te maken. Hoornik kwam niet vrij; per slot van rekening was hij de gastheer van Katan en dat werd hem aangerekend. Net als wij hebben de Duitsers geen spoor van verbin dingen met cs-6 gevonden, zijn lot was anders vreselijker geweest.

 

Pag. 368 (…) Hij (Hoornik) publiceerde ook een gedicht in De Nieuwe Gemeenschap, het fascistische tijdschrift met sterk antisemitische tendensen.

(…)De publikatie van dat gedicht staat wel in contrast met de eerder van Hoornik geciteerde opmerking dat hij immuun was voor die ‘fascistisch “angehauchte” kliek rond De Nieuwe Gemeenschap en Zwart Front, die met protectie en mogelijkheden tot publikatie menig rooms dichtertje in hun netten gevangen neeft’. Albert Kuyle en de zijnen zullen wel in hun schik zijn geweest met de rancuneuze regels uit het gedicht ‘Stem uit Twente’ dat de jonge Hoornik inzond:

 

 

Het heeft geen zin te zeggen: Staakt! of dooft de vuren!

 

geen zin naar links of rechts te gaan,

 

want wij, en wij alleen, moeten het toch bezuren,

 

en onderkruipers zullen eeuwig tussen de getrouwen staan.

 

 

Het heeft geen zin: want wie betaalt de huur,

 

en wie het brood?; geen zin, want tegen paardelijven, sabels en geweren

 

tegen de huicheltronies van het bondsbestuur

 

kan zich geen sterveling verweren.

 

Pag. 369/370 (…) Er is geen enkel signaal dat Hoornik in de jaren '35 tot '37 zich tegen mensen als Kuyle verzette. Terwijl hij toch, volgens de herinneringen van Mies Bouhuys in 1934, naar aanleiding van het Jordaanoproer tegen een politiecommandant zei dat deze een fascist was. Hij zei dat naar hij zelf meedeelde op de zetterij: ‘Een deining! Ik had alleen de typografen aan mijn kant.’

 

(…)Ook is het opvallend dat Hoornik tot de kunstredactie toe trad vlak na de eerder beschreven machtsovername bij de krant, een bijzonder ongelukkig moment dus om voor het eerst in de nieuwe cultuurpolitiek aan te schuiven

 

(…)wat Hoornik schreef moet in de ogen van de nationaal-socialisten meer dan ordentelijk zijn geweest

 

(…) Geen wonder dat het interview dat Hoornik met Bruning had, met name om de laatste regels die waarschuwde voor het lot van Nederland bij een nederlaag van Duitsland, als het ware geschreven leek voor Volk van Nederland.

 

Pag. 372. Men zou zich kunnen voorstellen dat een auteur met fatsoensnormen onmiddellijk daarna zijn werkzaamheden voor de krant gestopt zou hebben, nu het duidelijk was dat wat hij schreef, gebruikt kon worden voor nationaal-socialistische propaganda. Bij Hoornik niets van dat al. Waarom zou hij ook? Hij had het interview met Bruning geschreven en diens denkbeelden klakkeloos overgenomen. Hoornik bevond zich nog in een fase van zijn leven dat er van enig verzet tegen de Nieuwe Orde nog niet of nauwelijks sprake was.

 

(…) Hoornik die de oorlog als een bevrijding voelde;

 

(…)In dat deel van zijn werkzame leven bleef hij (Hoornik) tot het moment dat hij de journalistiek verliet, werken voor de Nieuwe Orde.

 

Hoornik herschreef zijn pro NSB artikel na WO2 tbv zijn bundel Verzameld Werk

 

Wie het artikel uit het Algemeen Handelsblad met het door Hoornik in zijn bundel opgenomen artikel vergelijkt, zal merken dat het laatste niet meer hetzelfde is als het oorspronkelijke kranteartikel van 28 februari 1942. Het artikel is herschreven en aangepast aan de naoorlogse normen. Elke schrijver heeft het recht zijn werk bij een herdruk te herschrijven, maar dat dient dan wel in de bronvermelding vermeld te worden. Hoornik houdt zich ten dele ook aan die regel. In zijn voorwoord schrijft hij over een oorspronkelijk in Criterium verschenen artikel over Marsman: ‘Het in 1940 over Marsman geschreven opstel is op een enkele plaats herzien, omdat thans openlijk kan worden gezegd wat toen onder de bezetting moest worden geïnsinueerd.’

 

Dichter Karel N.L. Grazell: Ik wandelde als prille poëet in de naoorlogse jaren tussen de bevlogen dichters. Zo kwam ik eens bij Ed. Hoornik in de Stadionstraat binnen. Ik be wonderde zijn bundel Mattheus vooral. In de huiskamer van de dichter stond middenin een grote tafel, herinner ik me nog. Met een rood pluche tafelkleed. Het was zoals haast overal, van voor de oorlog. Ik zorgde ervoor zo snel mogelijk weer op straat te staan. Hoe burgerlijk was deze dichter van binnen.

 

(wordt vervolgd)

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.