Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
30 mei 2013, om 18:09 uur
Bekeken:
353 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
178 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Academici minachten beeldende kunstenaars"


 

ACADEMICI MINACHTEN BEELDENDE KUNSTENAARS OMDAT EERSTGE NOEMDEN GEBOREN AMBTENAREN ZIJN MET EEN INGEWORTELDE PVDA MENTALITEIT

 

De tegenwerking die auteur W.F. Hermans van collega lectoren en professoren aan de Universiteit van Groningen ondervond is een standaardvoorbeeld hoe academici neer kijken op schrijvers en beeldende kunstenaars.

Een hoogleraar sprak over “die boekies van Hermans” die niets voor stelden, een andere hooogleraar eiste van Hermans op de dag van zijn promoveren dat hij zijn werkkamer ontruimde. Aanvragen om instrumenten voor de faculteit voor colleges fysische geografie aan te schaffen ten behoeve van Hermans werden getraineerd of afgewezen. Wetenschappelijk werk werd hem verboden door de hoofddocent.

 

Hierbij wil ik een zin aanhalen uit een brief van professor Verdaasdonk: “Inhoudelijke informatie over de wijze waarop hededendaagse auteurs hun schrijverschap beleven is uiterst zeldzaam”.

Wie zoals ik als sinds 1963 honderden interviews met auteurs heb gelezen en meer dan zesduizend recensies en interviews van schrijvers in mijn archief heb weet dat hierboven genoemde professor niet goed geïnformeerd is en zich niet interesseert voor literatuur.

Ongetwijfeld is onze professor verblind door maatschappelijk aanzien van zijn intellectuele bovenklasse, een zichzelf genererend sirkwie van hovaardigheid, zoals de lezer zelf heeft kunnen ervaren.

 

Academisch geschoolde Vkbloggers, doorgaans salonsocialisten van nature, zagen tijdens de jaren van het Vkblog het kunstenaarschap niet als volwaardige maatschappelijke bezigheid, zoals ik vanaf 2006 tot 2012 mocht ondervinden. Geen enkele academicus van het Vkblog heeft zich ooit positief uitgelaten over mijn teksten en beeldmateriaal. In gesprek raken met deze studeerkamerfilosofen was uitgesloten.

Het kunstenaarschap is zoals wij weten geen erkend beroep.

Voor de fiscus tel ik sinds verleden jaar niet meer mee hetgeen mij een gevoel van vrijheid geeft dat de academicus niet zal kennen.

 

Het schrijverschap bleek in alle gevallen een rem op de carrière van de wetenschapper en geen bevordering van de academische positie. Voorbeelden hier van zijn Hermans en Maarten ’t Hart.

Wat is de reden dat het auteurschap niet carrière bevorderend werkt voor de wetenschapper?

Volgens Maarten ’t Hart is de oorzaak de structuur van het wetenschappelijk bedrijf. Het universitaire leven en de wetenschap zijn volgens deze auteur een sociale bezigheid.

De enige drijveren van de wetenschapper zijn: aanzien, riant salaris, status en achting bij de buren.

Met nadruk beklemtoonden academisch gevormde Vkbloggers als Kokopelli, Muthert en GP op paternalistische wijze de “noodzaak” om geen kritiek te hebben op collega kunstenaars.

Een snel te imponeren medeweblogger kunstenaar liet zich intimideren door de academische sectie en al snel hoorde niemand meer iets van hem.

In de wetenschap dient men zijn vriendjes te aaien en langzaam op te klimmen, zich vooral niet te verheffen boven de collegaatjes en een behoedzame politiek van likken naar boven te hanteren om via ellebogenwerk omhoog te vallen.

In mijn eigen vak bemerkte ik al snel een minachting van kunsthistorici voor beeldende kunstenaars, een dedain dat overgenomen werd door tekenleraren op elk les nivo, vanaf docenten aan de Rijksakademie tot aan de halftalenten die lesjes af draaien in club- en buurthuizen aan pensionados met een schilder- of beeldhouwhobby.

In 1976 ontmoette ik een aantal (stijl gereformeerde) kunsthistorici van de VU die mij verzekerden dat alle beeldende kunstenaars rancunes koesterden tov kunsthistorici. Ik deelde ze mede geen enkele reden daartoe te hebben. Het tekent de verhoudingen tussen academici en kunstenaars zoals ik al gauw constateerde. Vanzelfpsrekend heb ik al enkele decennia lang het opgegeven met deze klasse mij te corrumperen.

Ongetwijfeld is de bij academici ingebakken angst dat een kunstenaar te snel bekend cq be roemd wordt. Zo’n kunstenaar beklimt de ladder van de roem niet trede voor trede maar neemt de schietstoel van een F16.

Uiteraard is ook voor een academicus het kaf moeilijk van het artistieke koren te onderscheiden. Zo heb ik mij zelf eens één keer vergist in de importantie van een beeldend kunstenaar, dus laat staan voor een academicus, die meent overal verstand van te hebben, maar in werkelijkheid van het beeldend kunstenaarschap geen idee heeft.

 

Mag ik de lezer herinneren aan het moment dat Maarten ’t Hart de Multatuli-prijs verwierf?

Een hoogleraar liet hem bij zich roepen en verklaarde op hoge toon dat  ’t Hart onmiddellijk en wel onmiddllijk op moest houden met dat geschrijf.

Als hij “op wilde klimmen”(sic!)  zou ’t Hart zijn pen voor goed moeten neer leggen. Zijn vak genoten zouden hem anders met de nek gaan aan kijken.

Volgens academici mag je alleen binnen een academisch vakgebied bekend worden indien men bereid is geijkte paden te volgen.

 

(wordt vervolgd)

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.