Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
19 maart 2013, om 08:54 uur
Bekeken:
453 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
174 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Vissen naar andermans intiem met werphengeltje..."


HET IS DAT U ER ZELF OVER BEGINT, MAAR IK HOU HELEMAAL NIET VAN VISSEN NAAR ANDERMANS INTIEM MET MIJN WERPHENGELTJE!

Laat meneer de kunstenaar nu helemaal niet van vissen naar andermans hebben en houwen houden en ook nooit vis eten, dus neemt hij in het plaatselijke café om gewoon een balletje met mosterd te verorberen voor hij de lezing zal gaan geven in een bedompt zaaltje hier verder op in het buurthuis aan de Dodemans steeg.
De ober komt verveeld aanzetten met een leeg, wit bord en schrijft de bestelling op: "Balletje, bal letje voor meneer! Mag ik het even op noteren? De mosterd is alleen op!"
"Dan maar balletje balletje zonder mosterd", verzucht onze kunstenaar vermoeid, laat als protest een schallende boer en vlakt die af door met de platte hand op zijn bovenmaatse pens te slaan.
Hij legt omstandig uit dat hij niet van haring houdt omdat die vissoort naar kut smaakt. De gemid delde Hollandse man, volgens hem een aartsbeffer, die bij gebrek aan een constante kutsmaak in zijn ontuchtige bek de hele dag dan maar aan een haringstalletje zijn gram gaat halen. Surrogaat. Een soort fopkut, zoals in de schappen van Christine LeDuc te koop.
Wij lachen hartelijk om deze originele visie na de schallende boer en de roffelende scheet, want plaats vervangende schaamte kennen wij niet.
"Het liefst gooi ik het allemaal all out in the open, net als op de kermis in Thailand waar ik samen met Joran een paar munten in een geopende kut van een Thaise dame kon gooien, die vriendelijk blijft glimlachen als het raak is, dan mag je nog een keer, maar aan alles komt een eind!" deelt Fred ons ongevraagd mee. Wij zwijgen alleen maar, want wie zijn wij dat we onze munten over de balk gooien?
De ober komt weer terug met slechts een wit servet over de gebogen linker arm: "De balletjes zijn ook op! Als U morgen om dezelfde tijd terug komt hebben we weer de balletjes van vandaag!"
"Dan maar een Kwekkeboom kroket!" verzucht onze geniale artiest. Twintig minuten later komt de bediende terug met de mededeling dat de laatste "kwekkeboom kreketten" er doorheen gedraaid zijn omdat ze bedorven waren en de gerant de gasten niet aan een voedselvergiftiging wilde bloot stellen. Of meneer soms garnalen lust op kosten van de zaak of een potje wil mosselen in het alkoof met Tiny Hondje?
De artiest zegt kortaf dat hij niets van garnalen moet hebben omdat die een ranzige onge wassen lullen smaak bezitten en mosselen doet hij liever met een persoon van de vrouwelijke kunne, maar nou net niet met Tiny Hondje want die begint te blaffen bij het klaar komen.
De kelner draait zich beledigd om en verdwijnt zonder iets te zeggen. Tiny hondje blijkt even later zijn echtgenote te zijn.
Oesters, kreeft en ander kruipend ongedierte met gespleten hoef weigert de artiest eveneens op Bijbelse grondslag, want dta is het voer van de duivel.
Slechts bij Pizza en friet zal de ware profeet leven, zo zegt het Dikke Boek. Wij zwijgen eerbiedig als fijnproevers van de Nieuwe Keuken, maar ook bij ons gaat een drol in een plas menstruatie in De Kersentuin er niet probleemloos in als je de prijzen op de menukaart ziet blijft het in je strot steken.
Even later rekenen wij de drank af, geven de ober een vette fooi die daarop bijna automa tisch als de slagbomen van een overweg negentig graden buigt waarbij zijn sneeuwwitte servet dat hij over de arm droeg op de grond valt. Zijn bril klettert tegen de tegels en wij moeten de neiging onderdrukken om er boven op te gaan staan en met onze hak de glassplinters tot fijnstof te vermalen. Wij kijken el kaar aan met een blik van verstand houding, glimlachen begrijpend om de onhandigheid van de kluns en lopen naar het buurthuis twee straten verder.
Als wij het rokerige achteraf buurtzaaltje binnen komen waar de lezing door de miskende, zwaar tillen de beroepskunstenaar zal worden gehouden kijkt hij zuinig. Aarzelend zegt hij:
"Ik doe zoiets in principe namelijk bijna nooit. En al helemaal niet voor niets. Ik ben er namelijk zwaar op tegen. Lichtbeelden bij mijn powezie. Het onzegbare zegbaar maken en het onzienbare zien baar, dat is mijn taak hier op aarde. Ik ben een gezondene.
Waarom? Daarom! Omdat ik niets te zeggen heb wat U kunt begrijpen. Ik moet mijn status tegen beter weten in op houden, anders kan ik volgend jaar wel naar de subsidie fluiten.
Kent U dat meesterwerk van Toon Hermans "Blokfluiten naar de overkant"? Magistraal werk. Begrijp elijk ook. De roepieroepievogel! Als die begint te roepen...U heeft wellicht geen benul van mijn peilloze diepten, weet U en ik kan het ook niet allemaal een twee drie uit leggen wat mij beweegt en op welke voet ik leef en mij schuw voort beweeg langs belendede percelen met mijn versleten varkens leren tas onder de arm geklemd.
Zal een luis in de pels begrijpen wat een ijsbeer hem te zeggen heeft? Spreken zij dan dezelfde taal van af hun afkalvende ijsschots? Ik dacht toch van niet! Zal een Isis Nedloni alleen in haar taal kunnen wonen of in een schilderij? Op haar waterskis joelend vertrekken met Joe Speedboot naar haar houtvlot? Ligt daar dan soms een Yellow Submarine aangemeerd bij de dukdalven van de ver gankelijkheid? Zien wij daar niet The Chimes of Freedom flashing? Voor de slechte verstaander: een vroege Bob Dylan track.

"Ik ben namelijk ook een genie ondanks mijn eenenzestig levensjaren. U niet al journalist, dat zie ik zo aan Uw oogopslag dat U geen genie bent, dat spreekt vanzelf, anders was U geen journalist in de derde klasse CAO . U schrijft misschien voor dat rechtse flut blaadje Elsevier vermakelijke lul verhalen over leuke wandeltochtjes in verweggistan waar Nordic wokken de enige wijze van verplaatsen is, maar dan bent U bij mij aan het verkeer de adres in Uwe mysognie.
Sodemietert U maar gauw op naar Uw misjpoge die vrijetijdskunde studeert met de poten op tafel en
een joint bungelend uit de korstige mondhoek van de ongeschoren boeventronie!
Alleen artistiekerige, ijdele beroepsdorpsoudenhoeren geven lezingen over "Mijn tante Pilowbroek" en schrijven leuke stukjes over die kerk in Vezelay. De weg naar die steenhoop toe loopt stijl omhoog.
Wat omhoog gaat, gaat ook weer naar beneden. Zo boven, zo beneden zeiden de Herme tici. Wie schiet daar iets mee op? Waar Uw plafond eindigt, daar begint mijn vloer! Heeft U daar wel eens aan ge dacht? Ik weet dat als belegger heel goed, what goed up must go down in de lijsten van de New York Stock Exchange, dus begin ik daar liever niet aan.
Het leven is een soort Dow Jones, een vicieuze cirkel dat dachten de Romeinen ook al. Een liggende acht. En moet ik daar dan blij mee zijn met die liggende acht?
Stick 'm Up, Joe!
Opgetogen over dat monsterlijk grote kerkgebouw in Vezelay? Niks hoor. Liever een pikketanussie, hetzij een kopstootje, want dat gaat er altijd in! Ik wil niet gelijk zeggen dat het symbolisch is, die op en neer gaande wegen, maar toch denk je soms in je beste momenten, ach, wat sodommieter toch op met je negotie naar je eiland…
Die kerken zijn de terreurinstituten van de geest en hoe grote geest hoe groter beest, daar sluit ik mij bij aan. Naadloos! In Albi bezochten we in 1999 die grote kutkerk, maar ik ben buiten blijven staan. Je moest wel negentien gulden toegang betalen voor dat zootje tofelemonen opdat zij elke avond hun vette pens vol kunnen vreten en zuipen.
Liefst praat ik over mijn eigen werk en m'n tere kunstenaarszieltje plus mijn gevoelige in- en uit borst, die overlopen van inspiratie. Transpiratie ook, daarom glim ik van zelf genoegzaamheid. Je hebt mens en met een tiet vol poen of met een tiet vol inspiratie. Er is geen middenweg, behalve in de Water graafsmeer, vlak bij het Mariotteplein waar ik van 1963 -1966 regelmatig kwam en van 1975-1978 in de buurt woonde aan het Galileïplantsoen.
Toch druipt de twijfel en de zwaarmoedigheid soms van mij af als ik op lijn negen sta te wachten in die portiek op de hoek van de Wethouder Frankenweg net als in 1963, dan ween ik des middags van vier tot vijf om het leed van de wereld, zoals Jan Jongejan , die geblondeerde relnicht uit evangelie land. Pas maar op dat je er niet net onder zit als ik tranen met tuiten ween, voor je het weet zit je van top tot teen onder de smurrie als bij het modder worstelen.
Ik heb de Zwiggelter kunstenaars vereniging uit Drenthe nog eens een lezing over mijn werk toe ge zegd maar dat is toen af geblazen op gereformeerde grondslag. De kerk eraad was in opstand gekomen. De mannen gingen staan en de wortels ook. Als één man.
Wie ben ik dat ik die wortels dan niet ga af maaien om wortelsoep van te koken?
Men kende mij wel en vond mijn werk je reinste pornografie, deelde de tekenleraar Jan Loonwerk mij mee en de vrijgemaakt gereformeerde ouderling op art. 31 M. stuurde onlangs nog een brief dat hij als zoon van Calvijn de politie zou waarschuwen als ik mij in Kampen, het bolwerk van de stijle reforma toren zou durven vertonen. Ik was daar niet welkom .

De ondraaglijkdraagbaarheid van de lichtheid van het bestaan in lingerie verband van het merk Pastu Nette alhoewel ik zelf de lingerie lijn van Marlies Dekkers van enige jaren of Lejaby prefereer.
Ja, die brief heb ik nog, die zit in mijn archief. Hij vond dat ik zijn vrouw, een twee meter hoge in het zwart geklede, rebbelende, kortgeknipte, kleipotkunstenares met handen als koekepannen, had bele digd door haar "een paar bespataderde schopschijfbiljartpoten en een overmaats zitvlak" toe te me ten in een pamflet. Dat krijg je met een zittend beroep, daar krijgt een artistieke vrouw gewoon nog een gestoofde pruim van door de opwarming van de aarde en het stijgende peil van heur crea tiviteit. En ik had niet eens geschreven dat zij een afgelebberde, kortgeknip te kuttekop was, omdat ik haar wilde sparen uit colle giale overwegingen.
Ze heeft mussels als een bootwerker heb ik gehoord uit gristelijke kunstkringen, maar moet wel hoog nodig haar intiem laten liften, want die is gelijk een snellift op de begane grond aangeland en dankzij een storing gestopt. Voor je het weet heb je een watjekou om je oren van haar te pakken en loop je rond met je oog aan een draadje zodat je de on derkant van je neus ook eens kunt aanschouwen. Wat is de schepping dan toch mooi uit andere hoeken genomen.En dat verzin ik niet ter plekke. Die calvinist en zijn namelijk buitengewoon agressief, die slaan je helemaal lens met een in varkens lederen band gebonden uitgave van de Statenbijbel met koperen sloten en dat komt aan, laat ik U dat vertellen.
U moet namelijk weten dat ik ondanks mijn scepsis mijn zeventiende eeuwse voorvaad 'ren gelijk geef met hun motto: "Vertrouw op den Heere Heere, maar houdt Uw kruit droog". Ik vind dat zo treffend, net als dat spreekwoord: " Vier billen in een bed maken nog geen huwelijk voor de wet" of "Knollen rapen doet het gat gapen"!



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.