Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
28 februari 2013, om 19:02 uur
Bekeken:
486 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
197 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Een geweldig bestaan, dat kunstenaarschap. Ik teken er voor!"


 

Fred van der Wal: ‘Een geweldig bestaan, dat kunstenaarschap. Ik teken er vierkant voor!’ (deel 2)

 

door Coby Kattendijke uit Grootegast

 

Mijn laatste boeken roepen bij elke lezer tot  eigen verbazing ‘de schitterendste reacties op’ zegt hij. Nee, dat is onze ras artiest niet gewend. Hij voelt er zich goed bij. Ik blijf natuurlijk wel een Einzelganger aan de boorden van de Ganges en de Tyfus. Zo nu en dan rammel ik een blues op weemoedige wijze uit mijn digitale piano of guitaar. Een Eric Clpaton zal ik nooit worden. Het is goed als de kunste naar zijn grenzen kent. Alleen wie zichzelve kenne moge die kan de ander kennen. Wisselstroom die aan de deelnemers gelijk spanning geeft. Krachtstoom, ook dat.

Wat zegt U? Waar ik mij thuis voel?

Heel eenvoudig; in een unversum van bederf en verval, weemoed, glühwein, bloed en bodem filosofietjes en optredens van de vrolijke Tiroler Holzhackerbuben in vetleren korte broeken met kruisbanden en grasgroene hoedjes met een Gemzenveer. Ik ben onderdehand natuurlijk wel dag en nacht in de weer met een fijne blocnote en een dictaatschrift.

Ik bedoel maar; toen ik laatst na een after party stomdronken op straat met mijn accordeon werd aangereden bleek de automobiel total loss en ik mankeerde zelf helemaal niets. Een Godswonder of inzichten die gloorden op het juiste moment?

Ik ben nu eenmaal a happy go lucky me.  

Nogal logisch dat ik de dans ontsprong, doordat ik net op tijd achter een gietijzeren ouderwetse lantaarnpaal verschool. Het licht viel uit, dat wel.

Laten wij het over mijn schrijven hebben. 

De manuscripten hoopten zich op. Kasten vol.  Ik kon het niet laten liggen.Op een geven ogenblik moet je wel. Je kunt niet anders of je wilt of niet. Ik schrijf omdat ik het niet laten kan en confereer het liefst met powetiese gevoelsgenoten van de vrouwelijke kunne omdat die mij pas echt iets te zeggen hebben.

De rest?

Hou nou toch gauw op;allemaal anderhalve man en een bescheten paardenkop. Ik weet nu eenmaal dat ik de wijsheid in pacht heb en die laat ik mij niet afnemen door lul de behabehanger. 

Als ik ook maar één dag niet schrijf voel ik mij fysiek en psychisch hogelijk onwel. Het negeren van stoptekens van de polietsies is mij op het lijf geschreven. Ik erken wet noch gebod. Moeders, hou je dochters thuis. Losse handjes. 

Nu heb ik altijd heel veel gehouden van Conny van den Bosch met: Ik geef je een roosje mijn roosje. Het zegt de lezer genoeg. Collegas duw ik ook niet langer uit een rijdende trein. Het een vloeit uit het ander voort.

Maar het zit Fred van der Wal helemaal niet dwars dat hij nooit een prijs, subsidie of stipendium kreeg?  

Niet dat hij het ooit aangevraagd heeft, want meneer de kunstenaar vindt als Mister Arrognace toevallig wel dat hij het op een zulveren presenteerblaadje moeten krijgen aangereikt door een hoogwaardigheidsbekleder van het minsterie van WVC , een persoon die zich ondanks zijn aanvechtbare positie en gouden tressen op het uniform need’rig dient op te stellen anders is dáár het gat van de deur.
Zo is meneer van de Wallen ook wel weer in al zijn van eenvouds verlichte waat’ren, zoals hij op powetiese wijze verklaart aan wie het maar horen wil en wie niet horen wil die zal hij voelen. 

Erkenning van die kant van de overheid of het bedrijfsleven an sich zet helaas geen zoden aan de dijk. Alleen, er zijn tegenwoordig zulke interessante bedragen aan verbonden in het prijzen sirkwie waar je duizelig van wordt. Een tonnetje of wat is niks meer voor de heren en dames kunstenmakers. 

 

Gesprek met een vreemdeling die verdwaald is zeker, in het artistieke kunstenaars plantsoen gespot. 

 

De bediening in Freddy van der Wallies Bar, een groezelig achteraf hotelletje waar de kamers per uur voor de ontuchtigen onder ons verhuurd worden en een breed uitgebouwde hoogblonde madam tiepe Karin Bloemen met haar varkenspoten en driezits canapé zitvlak met bijbehorende uitgelubberde brak water mossel  die vorsend de setting overziet en de spaarzame klandizie met een arendsblik be schouwd geeft ons een onaangenaam gevoel. 

Als het glas wiskey on the rocks  van  onze geniale kunstenaar (Fred van der Wal) bijna leeg is, schiet een kelner naderbij om de omstreden schrijver/schilder opnieuw van dienst te kunnen zijn. 

Het kan diens goedkeuring niet wegdragen.

Op bekakte toon laat hij zijn afkeuring blijken en vraagt waar de bitterballen blijven.

‘Wat doet U nou weer? Nee, zeg, wacht even, waarom neemt u eigenlijk mijn glas mee? Dat is toch hóógst merkwaardig? Breng voortaan je eigen glas mee! En wat moet die uitgewoonde doos achter de tap daar eigenlijk met die loensende blikken naar mij? Heb ik wat van haar an?’ 

Het is dat de schrijver van in een joviale bui is vanwege alle goeds dat op zijn pad komt. Nu komt de kelner er vanaf met een luide reprimande en druipt af met de staart tussen de benen.

De afspraak met de schrijver/kunstschilder, ooit befaamd om zijn onsmakelijke practical jokes en rake one liners, kwam niet zonder moeite tot stand: Fred houdt zich tegenwoordig principieel telefonisch onbereikbaar en wenst geen afspraak meer na te komen met onbekenden. 

De zeventig jarige auteur, geholpen door leesbril voor dichtbij, plus bril voor in de verte en een fijne wandelstok  met zulveren knop in de vorm van een  adelaarskop ter herinnering aan andere tijden, maar overigens nog vitaal en kwiek ter been, voert graag zelf de regie als het even kan en gaat op hoge toon met de gesprekken ver der. Wie tegen spreekt kan een ram met zijn wandelstok verwachten.

Aan zijn pols draagt hij een zilveren ketting met naamplaatje en adres omdat hij anders ook niet meer weet wie hij is en waar hij woont…

Laatst nog overkwam hem weer als artiest iets eigenaardigs. Onder invloed reed hij met zijn opgevoerde Honda scooter tegen een boom en ging hij bij kennissen slapen omdat hij door de drank bevangen geen idee meer had hoe thuis te komen. 

De dag daarna rapporteerde hij de politie dat hij vreselijk geschrokken was  door een plotseling de rijweg overstekende dubbel overgehaalde binnenste buitengekeerde grasgroene zeekakkelobbus, zoals hij aanvankelijk dacht doordat hij verblind werd door een tegenligger met groot licht, maar dat het achteraf ook wel een konijn of een asielzoeker zou kunnen zijn geweest omdat die donker gekleurde mensen in het donker niet opvallen. 

In de schemer en het twaduuster zien alle katten grijs, ook de rooie. 

Vrienden, die naar het wrak van de scooter gingen zoeken vonden het verongelukte voertuig langs de kant van de weg in de berm en zagen het volgende tafereel: uit het open gesprongen koffertje lag het boek “Problemen van de kleine alcoholische zenuwelijer voor beginners”  door drs. Joost X. en een lege fles wiskey gevallen. 

Prachtig is dat. Zo symbolisch. 

We vonden met zijn allen dat een klein monument voor de overlevende en hebben het zo maar gelaten. De verzekering heeft overigens meer uitbetaald dan de zestien jarige scooter nog waard was.

In zijn favoriete pleisterplaats aan het Rokin, te weten de deftige sociëteit Arti et Amicitiae waar de Limburgse kunstenaar Krutslo, Kutslo, Kotslo of Krudzlo-weet ik veel schijnt te hokken-nooit gehoord van die Limburgse vloai- nooit lid van de roemruchte sociëteit is geweest, gaat Fred er prat op menig maal stromdronken door het aangenaam ogende vrouwelijk personeel van onder een Berlage tafel te zijn gesleurd en met vereende krachten de trap op geduwd en half gedragen naar de opslagruimte van de nooit opgehaalde kunstwerken om zijn roes uit te slapen.

 

(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.