Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
14 december 2012, om 19:44 uur
Bekeken:
545 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
235 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Bij de dood van de animatiefilmer Gerrit van Dijk (deel 2)"


BIJ DE DOOD VAN DE HAARLEMSE BEELDEND KUNSTENAAR GERRIT VAN DIJK (DEEL 2)

 

Juli 1967 was ik op stap met de voor 2 studies gesjeesde student Dirk Müller na het bezoeken van een goedkoop eethuis voor alleenstaanden aan de Jacob Obrechtstraat (drie gangen gestoomd vreten met toetje voor een rijksdaalder en na afloop nog honger) en liepen we langs het Vondelpark. Een wild beschilderde bus in hippiekleuren stond geparkeerd bij één van de uitgangen van het park. Tegen de bus leunde Gerrit van Dijk in spijkerpak met verfvlekken. Model low brow couture post-Jan Cremer.

Om zijn polsen droeg hij leren gladiator banden en om zijn hals hippie kettingen met beren tanden en zilveren ringen. Glimlachend stapten we op hem af.

“Hé Gerrit! Jij hier? Wat doe jij hier uit Haarlem helemaal?”

“Ik wacht op iemand!” zei hij kort af.

Hij wilde ons even niet kennen.

 

Gerrit volgde graag de mode van het ogenblik en schreef naar aanleiding van het succes van “Ik Jan Cremer” jaren na dato, rond 1966,   in zijn vrije tijd in een ruitjes cahier merk Gebr. Winter zijn “schokkende” bekentenissen onder de titel “Ik Gerrit van Dijk, Cilia en het model”.

Op elke bladzijde werd door de brave tekenleraar tien maal geneukt en dat was het. De cultuur van het varkenshok.

Overbodig mede te delen dat het “schokkende” ego document nooit zou uitkomen. In Haarlem raakten heel wat kunstnijverheidsleerlingen en artistiekelingen oversuur door het boek “Ik jan Cremer”. Slecht voorbeel doet goed volgen.

 

Zomer 1967 nam ik met Gerrit deel aan de jaarlijkse kunstmarkt te Haarlem. Dr. Peter Lens kocht twee tekeningen van mij en ik had weer even te eten. Ze waren door mij vervaardigd februari 1967 en kostten maar 50 gulden per stuk. Niet te veel voor een maand werk.

De opening van de kunstmarkt gebeurde door vaderlandse roomse beroepslolbroek Godfried Bomans met zijn schele brillenkop in een te krap colbertje. Leuk was hij niet, maar dat viel het Haarlemse publiekje niet op.

Voorbij mijn marktkraam liep actrice Yoka Beretty  en daarna prinses Beatrix met haar hofdames. Ik was een brutaaltje en riep naar haar: Majesteit, majes,  hier moet U wezen, hier moet U zijn, hier is de kunst, hier is het fijn.

De hofdames reageerden geschokt en trokken koninklijke pruimendantenmondjes. Beatrix glimlachte. Ik was nu eenmaal een mooie jongen. De wereld lag aan mijn voeten.

 

Zomer 1968 nam ik deel aan een expositie van kunstenaars in de door Gerrit van Dijk en Pieter Zwaanswijk opgerichte Galerie Drengel. Ik exposeerde er vier tekeningen. De opening verzorgde Anton Vis, die ik hetzelfde jaar in de trein naar Nijmegen tegen kwam.

Hij liet zich laatdunkend uit over Gerrit van Dijk.

Gerrit sprak tijdens de expositie lovend over mijn werk tegenover bezoekers. Daarin was hij niet kinderachtig.

 

In de jaren zeventig bezocht ik twee maal een expositie van tekeningen en schilderijen van Gerrit in Galerie Siau, een kunstzaal opgezet door een ex-kellner van Arti et Amicitiae met zijn vriend, de vermogende amateur schilder Robert Arons de Swaan.

De ex-kellner en Robert maakte nog wel eens een triootje met een Haarlemse treinen schilder, die nadat hij uit de BKR was gezet nooit meer geschilderd heeft van pure schrik. En ook geen triootjes gemaakt.

In 1976 was ik bij hem op bezoek met de toenmalige galeriehoudster Els Bouma, de concu bine en latere echtgenote van Prof. Pierre Vinken, directeur Elsevier.

Els Bouma exposeerde mijn werk eenmalig in haar galerie, liet mijn daar aanwezige documen tatie (opzettelijk) ontvreemden, vernielde een zeefdruk en dreigde telefonisch mijn echtgenote dat ze mijn geëxposeerde werk op straat zou zetten, omdat “collega”kunstenaars het niet mooi vonden. Typerend gedrag voor de Kennemer kliek.

Tijdens het gesprek met de treinenschilder waar Els B. bij aanwezig was viel zij mij totaal onverwachts fel aan, terwijl ik haar alleen maar in contact bracht met een interessante schilder die voor haar galerie van belang zou kunnen zijn. Wie zich in het kunst sirkwie inzet voor de belangen van anderen komt bedrogen uit, zoals mij onlangs weer eens duidelijk werd.

 

Ik woonde van 1967 – 1973 in de Nieuwe Spiegelstraat 48, niet ver van Galerie Siau af en kwam er een enkele keer. Bij de opening van zijn expositie deed Gerrit alsof hij mij niet kende. Zijn werk verkocht matig.

 

Tussen 1972 en 1978 waren mijn dochters fotomodel voor het Haarlemse casting buro “People” van Cilia van Dijk, echtgenote van Gerrit van Dijk.

Het liep als een trein. De opdrachten stroomden binnen. Cilia leidde het buro goed en het floreerde tot zij het verkocht en zich ging inzetten om het werk van Gerrit te promoten.

Of het een verstandige keuze is geweest vraag ik mij af.

 

(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.