Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
24 september 2012, om 17:46 uur
Bekeken:
473 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
154 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Inhoud niet uitgegeven manuscript 1996 (Deel 5)"


INHOUD “AL IS HET WIJNTJE ZUUR, HET BLIJFT OP TAFEL!” 1996 (niet uitgegeven manuscript, deel 5)

 

Pag. 40: U vond die vertegenwoordigers van het Leidsepleinkliekje onder leiding van akela Simon Vinkenoog een stel mafketels en padvinders?

 

Volgens het Groningse orakel Diederick Kraaijpoel, die agrarie se, provinciale toffe vogel met lamme vleugels, waren de fijnschilders in de 17-e eeuw ver in de minderheid, vergeleken bij het aantal grove, losse toetsenisten en de brute balsturige rondborstige borstelaars als Frans Hals.

 

De Galerie Mokum schilder-illustrator Teun Nijkamp pochte dat hij collegakunstenaars die hem niet bevielen, zoals Bob Kemper en Johfra, maar uiteindelijk ook U, met leugens, laster en ellebogen werk de Amsterdamse Galerie Mokum uitwerkte.

 

Pag. 41: Hoe is het eigenlijk mogelijk dat iemand zoals U, die een inktzwart pessimisties wereldbeeld koestert en niet gelooft dat er uiteindelijk  enige vooruitgang of winst valt te boeken op welk gebied dan ook in het leven, toch elke keer weer het penseel en de moed opvat om de zoveelste tentoonstelling bij elkaar te schilderen?

 

Pag. 42: Kunt U werken als beeldend kunstenaar in een wereld die zo ellendig en verrot is dat een gereformeerde onbenul als Hans doktorandus van S. zelfs kan floreren?

 

Ziet U zelfmoord als ultieme artistieke daad?

 

Uw broer werd vermoord in Haarlem?

 

Pag. 43: Bent U een miskend genie of een oud testamentiese pro feet of allebei?

 

Wat is het nou: Ja of Nee? Wel een profeet en miskend genie of niet?

 

Zou U het leven op dezelfde wijze nog eens over willen doen?

 

Pag. 44: Stelt U zich nu eens voor dat U nu als jonge kunst schilder opnieuw kon beginnen in een gesubsidieerd atelier met een gegarandeerd staatsinkomen zoals in de tijd van de contra prestatie?

 

Zo’n lijdensweg is Uw kunstenaarsschap anders niet bepaald ge weest!

 

Pag. 43: Dat is niet helemaal het antwoord op de vraag die ik U stelde!

 

Een beroemde uitspraak van U is nog altijd: Wie te stom is voor de universiteit of te laf voor de handel wordt tekenleraar.

 

U was waarschijnlijk altijd al een provo avant la lettre?

 

Pag. 45: U zegt dat Haarlemse kunstartiesten par excellence slijmballen, lafbekken en poseurs waren in de zestiger jaren?

 

Waarom bent U nooit eerder gaan schrijven over Uw bedreigde, bizarre en sinistere jeugd in de nadagen van de tweede wereld oorlog en die verwarrende beginjaren van de vrijheid temidden van Uw opvoeders die zonder uitzondering halve psychopaten of borderline patiënten waren?

 

Pag. 46: Die kunstenaars van Galerie Mokum horen ook bij de kategorie die van U een cirkelvormige karatetrap (mawashi geri) vol liefde voor hun kop kunnen krijgen?

 

U zegt al heel lang dat het onder de vaderlandse recensenten een algemeen gangbare foute visie was dat de realistiese schilders van de dertiger jaren zich heroriënteerden op de 17-e eeuw.

 

U verwerpt de modieuze, zogenaamde postmoderne kunstkritiek als de meest gangbare, opzienbarende, recente ikonologiese trend, waarbij de kunstkritikus als een paus uit het vaticaan dogmas rond strooit als pepernoten als ware het Sinterklaas en zich belangrijker  waant dan de maker van het kunstwerk, terwijl het de taak is van een kunstkritikus zich dienstbaar en nederig als brood schrijver en letterknecht op te stellen tegenover het scheppende genie?

 

Pag. 47: U verafschuwt het kryptiese proza dat museum katalogi begeleidt en er alleen toe doet om de meestal gedoktoreerde schrijver in het middelpunt te plaatsen ter meerdere eer en glorie van hemzelf.

 

Veel los geslagen, nauwelijks geschoolde kunstenaars beweren nogal eens dat  “het kalvinisme in Nederland de kunsten dwars zit”  en dat zou dan een verklaring zijn voor de onbeduidende rol die de Nederlandse kunst al decennia speelt.

 

Nu dertig jaar later terugblikkend op die opstandige generatie neo-realistiese schilders van de jaren  ‘60 rond Galerie Mokum, waar U zelf van deel uitmaakte als vaste exposant en  van 1966 af tot 1973 Uw werk tentoonstelde, verklaart  U eindelijk…

 

Pag. 48: Stapt U in Amsterdam ook wel eens de sociëteit Arti et Amicitiae binnen net als de auteur Adriaan Morriën om met een volkomen willekeurig iemand aan de bar even een vrijblijvend praatje te maken?

 

Mag ik daar uit konkluderen dat U trots, ongenaakbaar, elitair, ar rogant en gereserveerd bent? 

 

Lijdt U dan soms aan zelfoverschatting? Dit in verband met de door U steeds weer aangehaalde uitspraak van de recensent drs. H. Redeker van het Algemeen Handelsblad in 1976 dat U één van de meest vooraanstaande vertegenwoordigers van een jonge, naoorlogse generatie was, die in de zestiger jaren een definitieve verandering van het kunstklimaat zou bewerkstelligen en dat Uw positie in de kunsthistorie hiermee bepaald is?

 

Meent U soms in Uw beste momenten aan kulturele vorming en kultuur pedagogie te doen?

 

Hoe waren de lessen maatschappelijke en kulturele vorming tij dens Uw jaren aan die Da Costakweekschool?

 

(wordt vervolgd)

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.