Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
29 juni 2012, om 10:09 uur
Bekeken:
457 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
249 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

""Enne? Who fingered freddy? (Deel 2)"


"Enne? Who fingered freddy? (Deel 2)

 

En of wij wel weten dat vakantie in kudddes vertrekken en in kuddes weer terug komen blijkt en daarom ook geen lolletje is! Je kunt dan nog beter een Lap Dance scoren in de nachtclub waar uitbater Teun Steun in Zeeland zijn Zeeuwse meisjes eerst zelf proeft om ze bij gebleken geschiktheid door anderen te laaten proeven. Teun

 

Op bedenkelijk niveau beweegt van der Wal's betoog zich voortdurend beweren sommige akkademietsie tegen beter weten in, de bewteters, maar dat soort commeentaaar zijn wij van de rasartiest als beroepsquerulant wel gewend langzamerhand, dus kijken wij nergens meer van op in ons huidig tijdsbestel.

Hans Wiegel is in zijn meedogenloze visie een 'brillende bal gehakt met die slapweke mumme lende pikzuig mond ook nog op de koop toe', talentloze schilders en Rotterdamse amateur fotografen slepen ten onrechte toren hoge subsidies en enorme stipendia in de wacht maar voor kwaliteit is geen plaats meer.

Soms valt er best wat te lachen, bijvoorbeeld als hij het heeft over "oude, semicriminele, incontinente, gemeen uit hun ogen kijkende, onfrisse invaliden met natte benen en een broek vol zure stront, die met een alarmbel om de nek als een Zwitserse koe nog even zelfstandig willen wezen voor ze hun kist in stappen van uit de sta op stoel met binnenvering of een spuitje krijgen" maar bij elkaar opgeteld vervelen van der Wal's taalgebruik en rabiaat rechtse opvattingen de lezer in het geheel niet. Integendeel! Zijn aanhang en ingang groeit met het uur.

Bovendien introduceert de schrijver in zijn verhalen een aan de herowien verslaafde dichter die zich voortdurend te buiten gaat aan flauwe gedichtjes in de trant van:

 

"De mens z'n lul,

dat is de mens z'n leven.

Beren en brammen zijn het,

hete honden die met elkaar jammen.

In bed, in bad, tegen de trap op,

neuken in de keuken of pijpen

in het geknookte riet,

men zoekt een natte k*t, men betast een forse tiet,

de klok, maar niet de klepel,

de klaar over met zijn lepel,

knijp eens stevig in een tepel".

 

Fred van der Wal grossiert in populistische meningen, waaruit toch ook een soort onderhuidse rancune spreekt: "De huidige kunstschilders uit het realistische genre zijn feitelijk journalisten met een wel heel beperkt assortiment aan onderwerpen.  Schraalhans keukenmeeester en waar niet is verliest zelfs dde keizer zijn recht. Terecht!

De waan van de dag.

Gesubsidieerde kunstenaars; te veel soul en te weinig body.

Om die reden is hun schetsboek bij voorbaat al een vergeetboek in het verdomhoekje.

Of ze bekeken worden is steeds minder hun zorg. Ze dobberen wel lekker door op e maat van de subsidie flappen tap die af schuift.

Belangrijker is, afgezien van de jaarlijkse subsidiëring in de vorm van werkbeurzen en stipendia, of hun breiwerkjes de stepping stone zijn voor de persoonlijke publiciteit met aals doel om hoger op te komen. Al moeten ze er in hun blote kont met een dikke l*l of als het de vrouwtjes betreft in Split Beaver positie wijdbeens met hun wasbever voor op de buis".

 

Voor 'echte' artiesten uit de Underground als Fred van der Wal lijkt op die manier geen plaats meer in de media en dat zal ook wel zo blijven als hij als rauw dauw, in de schaduw van onze grote schrijver Bukowski, W F Hermans of John Fante, maar met veel minder literaire verfijn ing, zo door blijft kankeren in plaats van het ultieme boek te schrijven dat een einde aan alle boeken maakt.

Dat hij ook nog wel wat anders kan blijkt voornamelijk uit de literaire schetsjes, die hij achter in opnam en die soms nog wel treffend kunnen zijn, ware het niet dat.... Van indringende beschrijvingen moet hij het niet hebben, daarvoor overheerst zijn zwarte humor en sick jokes te zeer en gaat zijn stijl te zeer gebukt onder de drang op een navrante manier leuk te zijn. Maar in het neerzetten van karakteristieke types en schandelijke situaties blinkt hij wel degelijk uit. Zo is het verhaal van de man, die na de dood van zijn broer een electrische gitaar met Marshall versterker van 500 watt erft, waarmee hij vervolgens de buurt midden in de nacht maaanden lang tracteert op scheurende blues riffs in de stijl van Eric Clapton totdat een bovenbuurman hem met een gebroken dakpan dood slaat, van een mufzure, scherpe treurig heid. En hetzelfde geldt voor de man die door zijn voort schrijdende balzakkanker een carrière als manlijke hoer in een jongensbordeel ziet stranden.

 

Maar het aardigste verhaal is dat van de signerende schrijver/kunstschilder, die zowel door zijn publiek wordt geschoffeerd als hen op zijn eigen beledigingen onthaalt: "Verdient dat nou nog wat dat geklieder? wil hij van de kunstschilder weten, kijkt in de catalogus die hij onder steboven houdt en zegt er geen sode mieter van te begrijpen.

"Zeker moderne kuns, hè!" zegt hij hatelijk en rochelt een groengele fluim weg.

Misschien is de inhoud van uw hoofd net iets te klein, veronderstelt Fred van der Wal.

"Hoe bedoel-U, meheer?" vraagt de man achterdoch tig en spuugt in zijn handen als intro op eeen partijtje matten. De man in zijn modieuze leren jasje met witte bontkraag lijkt onaange naam getroffen.

"Nou vergeleken met de rest van uw lijf heeft u maar een geringe bol op Uw schouders staan. Een ongelukje tijdens de bevalling? Verkeerd tusssen de kaken van de verlossingstang terecht gekomen? Of als baby van de trap gegooid door een dronkeen vader?" informeert de kunst schilder minzaam.

"Wil je een paar kinken voor je kanus, kleine kolere lijer met je miesjmachers gelul? Gaan we een beetje ingewikkeld zitten doen, bijgoochempie? Zie ik soms zo bleek?" vraagt de honderdtwintig kilo zware man en pas nu ziet de kunstschilder die eeltige handen, groot en gelooid door vele zware klussen in de buitenlucht van de sociale werkplaats in de polder.

En de kunstschilder zwijgt bedremmeld. Zo zout heeft hij het in zijn doorgaans pluche ge zelschap in Arti et Amicitiae te Amsterdam zelden op de viool horen blazen.

 

Maar het is geen aangenaam divertissement, die teksten van Fred van der Wal ook, beweert een fors gebouwde Friese artieste met een knauwerig Fries accent in een afgezakte jeans met het kruis op de knieën en een High Tech implantaat in haar hardleers e kop om beter te kunnen horen.

De techniek staat voor niets tegenwoordig. Zo helpt de lamme de blinde alsmede de Oost Indisch Dove.

Misschien is dat ook wat Fred van der Wal ons al jaren lang belooft, maar veel beloven en weinig geven doet alleen de gekken in vreugde leven en de tijd dat hij er bestaande zeden en burgermansfatsoen mee omver kon kegelen is al lang voorbij en het enige wat nu nog aan zijn badinerende taalgebruik opvalt is een ongebreidelde meligheid, zo beweert een gepensio neerde hoofdonderwijzer al jaren lang.

 

 

 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.