Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
10 juni 2012, om 18:09 uur
Bekeken:
453 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
238 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Ik heb altijd gelijk! (Deel 1)"


 

IK HEB ALTIJD GELIJK (Deel 1) 

 

WIE GEEN RANCUNE KENT OF VIJANDEN HEEFT, DIE HEEFT GEEN KARAKTER!

 

Wie geen rancune kent of geen vijanden heeft, die heeft geen karakter.

Ik bedoel het echt allemaal heel serieus. Ik ontmoette jaren geleden de oud recensent van de kunstredactie van Elseviers Magazine, die niet alleen een interessant ogende echtgenote heeft, goed van belijning en zo, kleding smaakvol, verbaal begaafd, zakelijk talent, staat op de markt met een kraaam  vol snuisterijen uit Bali, maar waar ik het binnen twee minuten al nergens met hem over mee eens was en dat is meteen al veel belovend, want dan heb je tenminste nog iets aan gespreksstof.

 De meeste webloggers bijvoorbeeld willen mee praten over de sociologische context van de beeldende kunst, maar weten nergens iets van af en gaan dan nonsens debiteren.

 Nog erger zijn de ongeschoolde kunstartiesten die denken literatuur te schrijven door allemaal hoog dravend pseudo filosofisch geleuter op te schrijven.

Ik heb altijd gelijk 

 Die ex-recensent was een nieuwkomer in het beeldende kunstenaarsplantsoen, wist nergens iets van af, maar trok alles in twijfel wat ik te berde bracht en dan kijkt hij vreemd op als hij na een paar bezoeken over en weer de deur uit wordt getrapt.

 Natuurlijk heb ik gelijk, dat staat buiten kijf.

 Ach, beeldende kunstenaars met hun aan- en inhang; ik heb er geen hoge pet van op. Ik moet altijd wat weg slikken als ik bij zo iemand op bezoek ben. Over het algemeen zijn ze zeer links en pacifisties georiënteerd, zo lang het ze zelf goed uit komt en de uitkering maar binnen komt. Ja, dan kunnen ze overdag lekker slapen omdat ze zich schamen voor hun bestaan.  Ze zijn zo humaan en menslievend, zo tolerant, zo ruimdenkend, maar het is allemaal even vrijblijvend en gespeeld.

 Nee, dan heeft U aan mmij een goeie.

 Wie geen rancune kent of geen vijanden heeft, die heeft geen karakter.

 U kent uiteraard de min of meer in het kulturele haven gebied van Rotterdam bekende Repelsteel Bemel mans, met iedereen bevriend, altijd in de weer met lekkere dingen kokkerellen, vrouwtje verwennen, de katten eten geven als zijn dasje goed zit of druk doende glaasjes vol te schenken, voortdurend even vrolijk en opgewekt, de hele dag van tralalala…ziet overal de de zon schijnen, zelfs nog met een zonnebril op onder de dekens in de donkerste pool nacht tussen de dijen van het lieve vrouwtje als hij op de bef toer gaat.

 Hij riep bij de eerste ontmoeting in ons huis verrast uit dat hij nu een kunstenaar had ontmoet die nog serieuzer was dan hijzelf, hetgeen mij weer zeer verraste.

 Ik ben zelden serieus genoemd. En dan moet U weten dat menig op art. 31 gereformeerde grondslag heel fijngelovige meneer en me vrouw mij een buitengewoon ontuchtige sadomasochistische bisexuele lingerie fetisjistische promiscueuze gederailleerde, dwangmatig door sex geobsedeerde losbol vindt, die volgens hen bij maanlicht in dameslingerie door de tuin walst op die vreselijke muziek van Strauss en zich bij vol daglicht laat afzwepen door zijn Meester(es) op de maat van de stampende accoorden en het dwingende ritme van The Velvet Underground.

 Ik zou willen dat het waar was, maar dat kost heel veel ccentjes en die besteed ik veel liever heel anders dan in de bedstede van een betaalde juffrouw.

 Soms amuseert mij dat wel, al die christelijke vooroordelen, maar ik vind het ook vaak heel ergerlijk, want ontkennen helpt toch niet, dan maak je jezelf nog meer verdacht bij die fijne gristenen.

 Maar ja, er wordt toch niet naar mij geluisterd.

 Het verschil tussen R. en mij is dat hij een optimistische romanticus en een hedonist is en ik een pessi mistische realist en in mindere mate een hedonist.

 And the twain shall never meet ( ?) en dat is maar goed ook, zegt U ?

 Daar geloof ik dus niets van, want hij heeft toevallig wel een heel fijne fiets met open kettingkast plus eenentwintig versnellingen en ik een ouderwetse velo van mijn overleeden schoonvader met maar drie ver snellingen, dus voor de tweede colline vanaf Couloutre naar Donzy moet ik al uitgeput van mijn dertiger jaren rijwiel af stappen en een heel stuk lopen met een kop als een tomaat en dan gaat hij er als een speer vandoor, kijkt even achterom en wuift even uitbundig. Ik doe dan met een gezicht als een oorwurm uiteraard alsof ik niets zie, want je moet toch wat.

 

(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.