Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
9 april 2012, om 06:11 uur
Bekeken:
418 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
216 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Elke keer als ik weer 'n overgesubsidieerde staatskunstenaar (2)"


 

Elke keer als ik weer een overgesubsidieerde staatskunstenaar tegen kom…(deel 2)

 

Tien over half negen. Ik hoor geluiden van uit de slaapkamer door dringen in de huiskamer.

Ina rijst op. Zij rijdt oto en de rit was gisteren wel voorspoedig maar het blijft een eind. En waarom rijd jij dan geen oto zul je misprijzend zeggen. Omdat ik te dom ben. 

Alleen heel intelligente mensen kunnen oto rijden. 

Remco Campert kan ook geen oto rijden en maarten ‘t Hart ook niet. Jack Kerouac kon het niet en dat is voor de VS toch wel een beetje vreemd. Ja, je kunt het beste heel dom zijn. En wie dom is die is in het leven ontslagen van verdere verplichtingen. Of dat tot iets leidt? Daar hebben we het later wel over.

Elf voor negen. Geen gestommel meer in de slaapkamer.

Alle dingen gaan voorbij, zo zegt het boek Prediker.

Onderdehand toch wel zin gekregen in een boterhammetje, want die zin gaat niet voorbij.

Ook heb ik erg veel zin in een zak zoute paprika chips. De bittere sjokolade repen met 74 % cacao ter bestrijding van de Vrije Radicalen (geen politieke partij, maar kwaaraardige, op hol geslagen zuurstof moleculen of zoiets in je bloed, die je alleen maar willen afbreken  en borrelend naar de ondergang voeren. Of zoiets) bij de Lidl in Cosne zijn spotgoed koop voor Franse begrippen.

Twintig over negen. Het gestommel resulteert nu in het verschijnen van Ina in kamerjas in de huiskamer.

Perst sinaasappeltje uit en maakt toast klaar. Buiten schijnt een winter zon. Binnen zorgt de cv voor de warmte. Dat moest dus wel even wennen in Frankrijk, toen we daar in het begin met houtkachels stook ten. Gas is niet aanwezig in het dorp. Nu stoken we houtkachels en elektriese radiatoren, waar het goed mee is uit te houden ook dankzij de thermopane ramen die inmiddels zijn aangebracht. We civiliseren meer met de maand. Binnen afzienbare tijd zijn we redelijk normaal.

 

Het verwondert mij niet dat het kind van Kraaijp. onopgevoed was. Veel kunstkindjes in het Noorden zijn van die onbehouwen mormels, omdat hun pappies in opperste vrijmaking menen iets heel bijzonders te zijn, ververheven boven de medemens en elke conventie aan de leren Ibiza laars schijnen te lappen. Trouwens, je kunt van achteren veel beter Van der wal heten of van Zon, hetgeen nog meer belooft, dan Kraaijp. Het spreekwoord of eigenlijk het gezegde zegt: “ What’s in a name?” maar daar ben ik het niet mee eens.

Wie van Zon heet moet ook een kind van de zon zijn en  van der Wal heeft iets met water te maken. Waar eens in de middeleeuwen galgen werden opgericht bevinden zich nu nog veel kraaien, beweerde hoogleraar Piet Vroon. De dood in de pot dus met die kraaien. Het doet me goed te horen dat zijn werk niet gewild is, dat zou er nog bij moeten komen. 

 

Over onze Frankrijk woonachtige cultuurvrienden gesproken! Alweer iets om mij flink over op te winden. Ina staat op brocantemarkten met haar spullen en op die manier hebben we heel wat Hollanders leren kennen, waaronder de “kunstenaar”/fotograaf Rommert B., die ook wel eens in de Volkskrant reisreportages schrijft.

Ik heb respect voor fotografen die kunnen fotograferen, zo lang ze niet te veel van het ijdele boheme tiepe zijn en vol fantastiese  verhalen over de eigen kulturele belangrijkheid zitten. Snoevers en opscheppers zijn bij mij aan een goed adres. Het kan even duren maar ik bestrijd ze tot ze er bij neer vallen. Ik moet toch ook wat met al mijn vrije tijd. Het begon al goed bij de eerste kennismaking met fotograaf/kunstartiest Rommert Boonstra.

Realistiese schilder waren niks, alles in het Stedelijk Museum eenvoudig weg Prachtige Kunst, waaronder die afschuwelijke, kamerbrede, lelijke schilderijen van Kiefer en Baselitz. Het motto van het Stedelijk is altijd al geweest hoe grote van formaat des te beter. Hoe langer ik in de kunst zit, des te meer sympathie ik kan opbrengen voor de standpunten van onze gemeenschappelijke, strijd bare vriendin Dieuwke Bakker.

Het verwijt van Rutger B. dat Mokum tuttig was stem ik niet mee in. De schilders, noch Dieuwke B. waren tuttig, de schilderijen ook niet. En wat is tuttig nou voor een kwalificatie voor een schilde rij? Smaken verschil len, zullen we maar zeggen. De huidige rage van potjes en pannetjes kunst vind ik  weer tuttig, maar vooral een dood lopende weg. Commerciele overwegingen als belangrijke motivatie om een schilderij te maken zijn mij altijd vreemd geweest. 

 

Een bijeenkomst met Sjouk en Rini is een welkom idee. Het is een dertig jaar geleden dat we regelmatig kontakt hadden. Na een door Elsje Stroetinga geraffineerd geinitieerde ruzie met Chris op Arti et Amicitiae is het kontakt met de Mokum groep toen verbroken. Mijn bescheiden rol tussen 1967 en 1973 binnen de galerie was daar mee over en voorbij. Ik heb lange tijd gedacht dat mijn streven naar een figuratie die van uit een andere benadering van de beeldende kunst en de realiteit  een waardevol accent zou zijn voor de galerie, m.a.w. dat het tegen standers van Galerie Mokum zoals al die vele mode kunstenaars die even opbranden als een vuurpijl en dan uitgedoofd ter aarde storten zou overtuig en dat figuratie niet achterhaald was en mogelijkheden biedt voor vernieuwing. Daar ben ik niet in geslaagd met als resultaat dat ik niet alleen de figuratieve kunstenaars als tegenstanders kreeg maar ook de kliek van gesubsideerde mode kunstenaars en dat is een last die ik heel moei lijk heb kunnen verdragen. En weer komt dan nu op mijn grillige kunst pad een arrogante mode kunstenaar als Rommert B. die een tentoon stelling van Ina en mijn werk in het plaatselijke kunstcen trumpje te Donzy betitelde als “ ach, wat  schattig en vertederend toch allemaal” , daar aan toe voegt “ ga je nu uitverkoop houden van je werk?” en vervolgens begint over zijn perecentageregelings opdrachten van tonnen waar hij per jaar wel drie maanden tijd aan  besteed.

Nu ben ik als onvervaard strijder voor de Gerechtigheid Ten Aanzien Van De Nederlandse Realisten En Vooral Mijzelf  geen Dieuwke B. maar zulke opmerkingen vergeet ik natuurlijk niet  zo gauw alhoewel ik daar bij een tentoonstellings opening niet op in ga. (Goshj, zul je verbaasd tegen mij zeggen, wat ben jij toch een verstandige politikus geworden in het kulturele veld met het stijgen van de jaren, hoe realisties van visie, zo verstandig klinkend op het eerste gezichten zo ontzettend mild van oordeel, echt een ideale kunstenaar voor een galerie. Nou, als er iemand is opgeknapt, dan ben jij het toch wel , Fred van der Wal en dan knik ik alleen maar instemmend, hef met de linkerhand het glas en wuif met de ogen geloken even koket met mijn rechterhand zoals de vorige koningin vaak deed bij een rijtoer en dan, ja dan kennen wij elkaar weer).

 

Het is nu elf uur dus tijd voor de sjokola. En dan wil je wel weten dat we zowel een klein pakje Korff cacao als een middelgroot formaat van Droste hebben. Een grote luukse? (bekende slagzin: Korff zijn vrouw drinkt Droste cacao. En Droste zijn vrouw drinkt Korff cacao. Zo blijft het wat in de familie en we zijn er om elkaar te helluppen, nietwaar).

Inderdaad; over het algemeen leiden discussies tot weinig maar de twee gesprekken met kunsthistorica Jacqueline Osta, die mij in niet mis te verstane bewoordingen wees op mijn verantwoordelijkheid als kunstenaar zet mij aan het denken en handelen. De grote makkes van wonen in het paradijs dat Bourgogne heet is dat je moeilijk aan het werk komt.

 

Henk van Os. Absolute top! Zijn mee slepende manier van vertellen doet mij zelfs interesse krijgen voor onderwerpen waar ik niets over weet of over wilde weten.

 

Daar zeg je zoiets. Hoe meer je te weten komt, dat er dan nog weer meer van achter vandaan komt. Ik heb wel eens gedacht als ik vantevoren had geweten hoeveel verschrikkelijk goede kunstschilders er al eeuwen lang zijn geweest was er ik niet aan begonnen. Het beeldende veld is als een enorm olieveld waar je een pijpje op aan slaat en dan spuiten de miljarden kubieke meters vanzelf omhoog. Dat is ook het spannende.

De schijnbaar  eenvoudige dingen des levens zoals je noemt het kijken naar een film, de ponies van Sanne geven kleur en inhoud aan het leven. Tien jaar oud en dan al in de prijzen belooft wat voor de toekomst. De vrijheid die je hebt en die wij ook hebben is bijzonder.

 

Slechte figuratie erger dan slechte abstractie??? Nou, Rutger dan zitten we toch appels  met rotte mispels te vergelijk en, boy. Het is nu eenmaal heel wat gemakkelijker om te zien waar figuratie de mist in gaat dan bij abstractie. Misschien heb ik het al eens verteld maar een paar jaar geleden zaten we in zuid Frankrijk aan een informeel diner bij een Engels stel, waar ook een somber kijkende kunstenaar in het leer gekleed aan tafel zat.

“Wat maak je?” vroeg ik belangstellend . Antwoord : “Quasi Monochrome Half Abstracten”.

“Hou maar op,” zei ik terwijl ik in de lach schoot, ” dan weet ik het wel!” De kunstenaar keek sip en gaf zijn vrien din onterecht een uitbrander aan tafel. Hij had een ruine gekocht zonder dak en vloeren voor te veel geld. Na twee jaar zat er nog geen dak op en geen vloeren in. Die vriendin is terug naar Nederland gevlucht met de baby die zij van het genie als kado kreeg.

Mag ik je wederom even aan je uitspraak uit 1971 herinneren dat je het idee had dat de plat Amsterdams pratende Jan Sierhuis de boel voor de gek hield. Nou, dat idee heb ik dus van hem en veel van zijn soortgenoten ook nog steeds en vooral het idee dat hij niet kan schilderen en het ook nooit zal leren. Geeft allemaal niks. De potjes en pannetjes schilderkultuur geeft weer een image aan de realistiese kunst die eenzijdig is. Er is meer dan dat.

Stel je nou voor dat weer eens een kunstartiest zegt; “ik kom even naast je zitten” , wat betekent dat het dus knudde is, maar het is dan wel weer zo dat je onder zijn handbereik bent en die erg artistieke heren en dames lijken mij voor een groot deel nogal moreel los geslagen mensen die van geen ophouden weten noch in de wederzijdse omgang gren zen in het oog houden. Je hebt grote kans dat ze handtastelijk worden. Of ze vallen huilend in je armen bij zoveel onbegrip. Of  willen gaan zoenen. Heb je toevallig ook een of twee busjes pepperspray in je handtasje? In het geval dat je daar echt heel veel behoefte aan hebt (het moet natuurlijk wel een alles overkoepelende hartewens van je zijn, anders is het effekt te gering. Het sjok effekt is een bijkomende plus faktor als je dreigt met zo’n spuitbus. Het gevoel gewapend te zijn tegen welk voorval dan ook in het leven, geeft de moderne vrouw van nu voor het eerst in de ge schiedenis iets onaantastbaars waardoor onverlaten het vanzelf al uit hun hoofd zullen laten haar aan te tasten in eer en goede naam. Vroeger kon je tegen een opdringerige persoon gewoon zeggen:” Heb ik soms wat van je an?” dan ging hij/zij vanzelf weg, maar dat helpt al lang niet meer); in Frankrijk zijn die dingen vrij te koop en verkrijgbaar in het miniatuur damesformaatje tot de kloeke handzame spuitbus “Red Alert”  met clip om aan de gordel te bevestigen. Chroomstalen handboeien met sleutel zijn langzamerhand in elke army dumpwinkel te krijgen voor weinig geld zo dat je ze gelijk in verpakte staat aan de polietsies kan overleveren. Wel weer oppassen met de in Nederland gangbare eerwraakcultuur, dan krijg je de hele stam op je dak en daar helpt geen pepperspray meer tegen, die lui zijn van huis uit immuun tegen elk bestrijdingsmiddel door die gekruide spijzen.

 

Over gekruide spijzen gesproken; gisteravond een Mexicaanse pannekoek gegeten en Ina een met zalm en brie in het plaatselijke restaurant. Vanwege de prijzen waren wij de enige gasten. De volle, rode wijn was uit Duitsland afkomstig.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.