Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
9 april 2012, om 06:08 uur
Bekeken:
425 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
196 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Elke keer als ik weer 'n overgesubsidieerde staatskunstenaar (1)"


Elke keer als ik weer een overgesubsidieerde staatskunstenaar tegen kom…(deel 1)

 

De promotie en produktie van de DVD , die ik overigens nog steeds niet gezien heb, is jouw grote verdienste. Hoe langer het geleden is dat Dieuwke Bakker (rampzalig te vroeg)  heen ging, hoe meer het duidelijk is dat haar rol be langrijk was en is voor een verandering in de kunstwereld die er anders niet zou zijn gekomen. De massieve en massale tegenstand van uit de toenmalige kunstwereld zou een normaal mens de lust hebben benomen om zich daar tegen te verzetten.

Elke keer als ik weer een door de overheid overgesubsidieerde staatskunstenaar tegen kom die zich laat dunkend uit laat over de realisten en Galerie Mokum trekt er (figuurlijk gesproken) een bloedrode vlaag voor mijn ogen voorbij en welt ergernis in mij op. Het zijn juist het soort niet normale mensen als Dieuwke Bakker die broodnodig zijn. Haar werk heb je met grote inzet voortgezet op een plezierige wijze, vanuit dezelfde opvattingen waar Galerie Mokum voor stond maar met een geheel andere, mildere toon en zoals die Fransen zeggen;  het is de toon die de muziek maakt.

Je bent een waardige opvolgster voor Dieuwke Bakker. Rutger Brandt is dat jammer genoeg niet. Met veel instemming kan ik beamen dat veel galeriehouders behoren tot wat jij een zootje tuig noemt.

Heel wat kunstenaars ook, dus dat vult elkaar prima aan.

Veel galeriehouders, maar ook tentoonstellingmakers in overheidsdienst (en dat vind ik nog veel kwalijker) nemen niet de moeite te antwoorden op een brief van een kunstenaar. Ik ben nogal nuchter van aard en als een galerist mijn werk niet de moeite waard vind of niet passend in zijn beleid, okee, even goede vrienden, dan niet. Een woordeloze eensgezindheid en naadloos kontakt tussen galerie houd(st)er en kunstenaar is voor mij een conditio sine qua non. Ongezouten scheldpartijen ga ik bij voorkeur uit de weg. Het is niet erg constructief en snel wordt iets gezegd hetgeen niet meer te herroepen is. Ja, Diederik Kraaijpoel (de naam alleen al, dan weet je al dat ‘t niks kan zijn, want welk normaal mens heet er nou zo? Het heeft iets van een kraai en een poel, misschien wel een modderpoel als ik naar zijn schilderijen kijk) Hij is en blijft een van de vele ge frustreerde tekenleraren die nog veel erger zijn dan de doorsnee artiest op zijn slechtst. Ik heb hem in een debat gehoord met een bekende kunst historica (Anna Tilroe) en dan is het (on)gelijk van deze dame mij heel wat liever dan het op ondergeschikte punten eventuele gelijk van Heer Kraaijpoel. Bovendien is Kraaijpoel in zijn visie op de twintigste eeuwse beeldende kunst allerminst consistent. Ik kan daar de voorbeelden van aanvoeren maar heb hier op ons Nederlandse adres zijn boekjes niet bij de hand. Hoe Kraaijpoel als bewonderaar van Matthijs Roling en Helmantel de kunstschilder Rothko of de abstract schilderende met alcohol overgoten/doordrenkte Groninger Martin Tissing eveneens kan ophemelen zal niet alleen voor mij een Eeuwig Raadsel blijven. De vermoeide, raillerende, meewarige, soms badinerende toon van zijn (Kraaijpoel) verhandelingen is rechtstreeks gekopieerd van de vader van het New Journalism, t.w. Tom Wolfe en voor de volle honderd procent gepikt uit  The Painted Word en licht omgevormd naar Nederlands model. Hier wordt Kraaijpoel door mij maar liever niet aan herinnerd. Uiteraard heb ik dat wel per brief gedaan. Nederlandse auteurs! Ze pikken een internationaal voorbeeld op of een vergeten verhaal uit een literair blad en bauwen dat na. Succes gegarandeerd.

 

Maandagochtend 28 febr. 2005 7 uur Stramproy, Resort Vosseven.

 

Maak op dit moment al een zeer uitgeslapen indruk. Het is reeds licht. De gordijnen in de huiskamer zijn nog dicht. Ik word niet graag gezien door de eventuele schaarse voorbijgangers hier achter mijn laptop aan de ronde tafel. Sinds decennia schuw ik de drukte en ben een eenvoudige landman. Zo’n bezonken tiepe die met licht betraande ogen nog beneveld van d’aloude genever van de vorige avond met de hand boven de ogen naar de einder tuurt. Vol weemoed natuurlijk om wat niet meer is. Dat hebben al die ouwe mannetjes in de campagne.  Kraaijpoel dus. In het Noorden des lands bewierrookt men hem (Kraaijpoot) bij gebrek aan beter als De Onfeilbare Kunstpaus. Wie in Groningen ook maar enige kritiek heeft op zijn werk wordt geexcommuniceerd uit het kunstsirkwie waar de een de ander de hand boven het hoofd houdt. . Ik kan dat alleen maar zien als een blijk van de vriendjes aaierij die bon ton is Noord Nederland. Ik vind het niet getuigen van visie dat de buitengewoon begaafde Matthijs R. jou heeft pogen te overtuigen om die afschuwelijke schilderijen van Kraaijp. toch tentoon te stellen. Het werk van Kraaijpoel is abominabel slecht in de techniek en de zeggingskracht van zijn doekjes nul komma nul. Merkwaardig genoeg lijkt zijn hoofd minder op een Kraaij dan op een meewarig kijkende droeve kikker. Niet dat ik meewarig kijkende droeve kikkers ken, maar het zou toch kunnen.

Teveel wijn naar binnen klokken is een goede eigenschap, daar kunnen ze ook wat van in La Douce France. Tot op de bouwstijger waar de gemiddelde metselaar onder het zingen van arias van Verdi (bestaan die? Ik noem ook maar een dwarssstraat) vier liter onder het metselen weg werkt. Toch staat ons huis nu al twee eeuwen. Maar laat ik mij niet afleiden. We hadden het over zeer oude genever. Hebben we die dan. Ja, die hebben we. En hoe we daar aan komen? Laat ik van wal steken. (Ik weet alleen niet of ik het al eens verteld heb) In een bricomarche in Cosne waar onze goede geparfumeerde jonge vriend Christian werkt (maar dat is weer een ander verhaal, want het was wel even wennen een geparfumeerde jongeheer over huis) kwamen wij op een keer een lange blonde vrouw van wel een paar meter tegen met haar echtgenoot die ongeveer de helft van haar was. Ik zei dus in het Engels tegen Christian dat ik niet wist dat die Fransen zulke lange vrouwen hadden. Ze stonden op een meter afstand. Christian zei als discreet man niets. Even later bleken het Nederlanders die dus wel begrepen hadden wat ik

zei. Even overwoog ik mijn excuses aan te bieden, maar de stem van mijn geweten zei mij niet te overdrijven in de omgang met de naaste en wat zuinig aan te doen, dus deed ik het maar niet. Zo ernstig was het gepasseerde nu ook weer niet. Ik schatte hem in als directeur van een scholengemeenschap. Goed in het pak. Beiden spraken uiterst beschaafd en dat ze meenden zojuist over de Seine te zijn gekomen met de oto terwijl het de Loire was een koei van een fout. Zeg nu zelf; ook al zijn we geen licht in het aardrijkskundig veld, we moeten die twee rivieren toch enigszins kunnen plaatsen. Daar sprak ik later bezorgd over met drs. Wim van G., geograaf  (woont met gade een paar kilometer verder op, maar wel honderd meter hoger. Door de verrekijker zien we de witte toren van Bouhy aan de horzion en zeggen dan eerbiedig tegen el kaar: daar wonen Wim en Anneke. Wel honder meter hoger! En dan? Dan niks, dan drinken we koffie of sjokola met slagroom uit een spuit bus. Die spuitbus lijkt erg op een andere spuitbus met insectenbestrijdingsmiddel. Het blijft gevaarlijk leven in de Bourgogne), die alleen maar meewarig glimlachte. Hij keek gemelijk en zei nog net niet: ‘ Met wat voor mensen gaan jullie eigenlijk om?’  Wim en Anneke van G. zijn namelijk nogal selectief wat de kennisjes betreft. Daarom hebben ze er hier maar heel weinig. Haarlemmers, he, dan weet je het wel. Moeilijk volk. Zitten ook weinig schilderkunstige talenten bij behalve Jan Sijpestein. De rest maakt modern ogend wanbegrip en vierkante abstracte knudde. Het Mondriaan syndroom. Horrible Tango. Maar terug naar onze ontmoeting in de bricomarche. We wisselden adressen uit, dat gebeurt hier heel wat frekwenter en gemakkelijker dan in het Vaderland. Een enkele keer maakt een Hollander op hoge poten dat hij weg komt als hij een andere Hollander tegen komt in Frankrijk. Ook in dit feit meen ik te moeten berusten. De hele wereld kan nu eenmaal niet je vriendje zijn. En er zijn heel wat mensen, dus er zijn er altijd wel een paar waar het wel mee gaat. Criteria voor waar het wel mee gaat zijn er niet. Voor mij althans. Alleen de vuistregel geldt: het is leuk of het is niet leuk. Is het leuk blijven we en komen terug, is het niet leuk is het weg wezen.

Afgelopen zomer dus tuinfeest bij  Anneke en Wim Koster die in Overveen een bruin cafe exploiteerden en nu in de Cher wonen. Erg goed geamuseerd bij het tuinfeest. De gastheer was al ver heen dankzij zijn habit om daaglijks drie flessen wijn tenminste te nuttigen. Het gaat mij echt te ver, maar ik ben de laatste om mij daarover te gaan beklagen. Van hem kreeg ik dus die fles Zeer Oude Genever van een twintig jaar geleden. Ik ben geen Jenever drinker, maar deze drank lijkt wel erg veel op konjak. Volgens Franse kennissen, die het voor het eerst van hun leven proefden. Niet dat ik er zelf veel verstand van heb, maar toch een mening.

We kwamen aan bij het tuinfeest en zagen een aantal spiksplinternieuwe Harleys staan. Alsof ze zo uit de sjooroem kwamen. Het is in Kennemerland, (Aerdenhout, Heemstede, Bloemendaal, haarlem en Overveen) onder gegoede, lichtelijk bekakte vijftigers uit de publiciteits sector en aanverwante sectoren nu bon ton om zo’n motor te berijden. We werden begroet door de gastheer die vroeg wat Ina voor een astrologies teken was. Hij raadde zes keer mis. De muziek (Branden Zand en aanverwante zestiger jaren muziek, maar ook Beach Boys met Good Vibra tions, wat ik nog steeds een prachtig nummer vind) Toen ina Tweelingen zei meende ik dat hij enthousisast repliceerde met ; “Jaaaa, tweel ingen zijn een beetje geil, he!” En dat zei hij twee maal, dacht ik te horen, door de muziekherrie heen. Nou, dat begint dan al goed, dacht ik. Hij zei echter: “ Tweelingen zijn een beetje gek, he!” Nu weet ik niet wat je beter kunt zijn als Tweeling, maar het is allebei een vreemde introduktie. Aan de andere kant kun je mensen die een slokje teveel op hebben weinig kwalijk nemen. Zo nu en dan bellen we de beide ech telieden of maken een afspraak. Doorgewinterde drinkers zijn ‘t. Tot in bad gaan een pakje sigaretten en een fles wijn mee. “Maar wat doen jullie dan in hemelsnaam in bad?” vroeg ik wat onthutst omdat ik de gewoonte heb na vijf of tien minuten hooguit te verblijven. En met zijn tweeen in bad daar moet ik helemaal niet aan denken want waar blijft dan de ruimte voor je zelf? Misschien hoort het allemaal bij de moderne romantiek. Hun bad is ongeveer vier keer zo groot als het onze.

In bad namen ze de boekhouding door, zeiden ze. “ Maar worden dan de paginas niet nat?” wilde ik weten. Nee, helemaal niet, want in bad werd de boekhouding des levens door genomen. Wat ik mij erbij moet voorstellen weet ik nog steeds niet en ik wil er verder maar niet over nadenken wat er allemaal in bad zou kunnen gebeuren zo met zijn tweetjes, dat zie je niet bij de EO. Het lijkt mij vermoeiend. Je kunt wel kou op je borst vatten of de telefoon gaat net, de post besteller komt met een aangetekend stuk aanzetten. En dan? Nu is hun bad wel groot genoeg voor nog een half dozijn badderaars maar of ze aan dat soort exotiese Olympiese spelen in groepsverband (teamsport verbroedert zo) doen weet ik niet en wil ik niet weten. We houden het allemaal in de licht getoonzette semi vriendschappelijke sfeer (wat is dat nou weer?) die nu eenmaal zijn grenzen kent in de omgang met de naaste.

Heer Huib Milder ken ik niet. Is hij afkomstig uit het Gruselkabinett von Doktor Caligari (akademie Minerva, sinds Matthijs, Ger Siks en Wout Muller er weg zijn is het met de figuratie ook daar exit, heb ik mij laten vertellen? Een psychopaat, lastpak of een stoute jongen?  Een regelrechte ontsnapte TBR klant? Krimineel? Het blijft uitkijken in kunstenaarsland en we bijven selectief met al die erg artistieke tiepetjes. Ger Siks liep geruime tijd rond op de akademie met een doorgeladen punt 45.  Zeker wat onmin gehad met de collegaatjes en de leerlingetjes. Een adekwate manier van konflikt beheersing, mits men genoeg patronen heeft. Het artistieke leven is vol gevaren en zelden aangenaam, dat is mij vanaf het begin wel duidelijk geworden en echt vrolijk word ik er niet van, vooral het mixen met moderen kunstenaars die in een mi nuut een kunstwerk maken brengt mij nog vaak het schuim op de bek. Figuurlijk gesproken dan. Jammer genoeg valt de moderne kunstenaar onveranderlijk goed bij de ambtenarij en wordt door hen overladen met percentage regelingsopdrachten, reisbeurzen, werkbeurzen en voelt zich gewaardeerd en kijkt van uit zijn Ivoren Toren positie vervuld van minachting neer op figuratieve kunstenaars. Jij vindt dat ten onrechte, Dieuwke vond het ten onrechte en ik vind het ook ten onrechte.  Godts molens malen langzaam, maar die van de kultuurambtenaar nog langzamer, voordat die categorie verder heeft gekeken dan zijn leugenachtige Pinokkioneus lang is hebben wij al lang de pijp aan Maarten gegeven en anderen ons palet aan de wilgen gehangen of met de vullisman mee gegeven, zoals Erfmann over kwam. En wat dan? Geen nood aan de man, want dan duikt er weer een kunsthistorica op, die de stof afklopt van het vergeelde schetsboek op zolder dat definitief dreigde een vergeetboek te worden. Is dat allemaal erg?

Nou, om het groof te zeggen; eigenlijk kan ‘t me niks verdommen. Prioriteit nummer een in ‘t leven is je goed voel en en geen finantsiejele zorgen te hebben want dat leidt maar af. Ina heeft altijd een goed betaalde baan gehad vanaf midden jaren zeventig. Kunst is voor mij altijd nummer twee geweest. Een prima tijdverdrijf. En alsjeblieft geen air aanmeten van Peintre Maudit, alhoewel dat erg interssant klinkt en lijkt. Maat wat ik in het begin wel heel erg vond is dat ze in de Bourgogne geen matzes verkopen of pakken hopjesvla. Soms zijn er van die beren op de consumenten weg. Het wennnen aan de smaak van de Franse toetjes duurde een half jaar. In het begin denk je dat je de inhoud van  een Jongens Chemie Doos naar binnen krijgt gekieperd. Bij elke hap dacht ik: dit kan niet gezond wezen! In de fifties had je van die dozen met regageerbuizen vol onrustbarend paars en geel gekleurde chemicalien. Het aantal kankergevallen in de Nievre, onderdeel van de Bourgogne, en nu ben ik serieus is het hoogste van het hele land. Of het aan de toetjes ligt? Ik hoop ‘t niet. Wel zien we de gerustellende condenspluimen ten hemel stijgen van de kernreactor aan de Loire en weten dat het licht voorlopig nog niet uit gaat. En dan wordt het mij weer zo blij te moede, wetende dat op 236 meter hoogte waar Maison l’ Ermitage zelfs niet ten gevolge van de met de week dreigender wordende  Klimatwechsel het water ons nimmer aan de lippen zal kunnen stijgen. En dan geef ik mijzelf weer een hand. Voor de spiegel, om het effekt beter te kunnen  bestuderen, want wie zichzelve lief heeft kan pas de ander lief hebben. En pink bij die gedachte alweer een traan weg. Niet uit diepe ontroering of bekommernis met het wereldleed maar door de ochtendboterham met uien en knoflook die behoorlijk aantikt. We moesten maar eens dicht bij huis blijven. Het wereldleed is niet op te lossen. En dat…ja, dat brengt ook ons weer op de politiek. Jaren lang heb ik GPV gestemd, daarna Christen Unie en nu zijn wij beiden toch in ernstige twijfel ge raakt ten aanzien van de stemkeuze. De Gristendemokraatsie zie ik weinig in, Ina ook niet, het dixielandpubliek van de VVD is niet zo ons pakkie an, Wouter Bos vind ik een enorme vooruitgang bij de duf ogende Wim Kok vergeleken en die gezellige, altoos tevreden kijkende meneer Marijnissen zegt ook weer heel zinnige dingen. Hirschi Ali vind ik een heel leuk, beschaafd sprekend, lang niet dom, dapper meisje waar je zo mee voor de dag kunt komen bij je familie en de ge blondeerde kuif van de clowneske Wilders zou ik ook wel willen hebben. Ja, wat moet je dan? Onzerzijds zal het een linkse stemkeuze wor den, daar hebben we het wel vaker over gehad. Uit pragmatiese overwegingen dan. Vroeger, als jongeman stemde ik trouwens enkele malen PSP en bij de gemeentraadsverkiezingen van  begin jaren zeventig in Amsterdam zelfs een keer CPN, omdat ze een duidelijk BKR beleid hadden. De beeldende kunst is jammer genoeg bij geen enkele politieke partij een issue van enig belang. Uit dien hoofde lijkt het mij niet zo eenvoudig voor jou een nota te schrijven over de lokale cultuurpolitiek vooral omdat een en ander budgettair vantevoren zal zijn geregeld.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.