Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
28 maart 2012, om 13:46 uur
Bekeken:
561 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
215 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Artistieke herinneringen en ander ongenoegen (Deel 7)"


ARTISTIEKE HERINNERINGEN EN ANDER ONGENOEGEN (DEEL 7)

 

Moderne kunstenaars hebben opzettelijk de traditie van het schilderen op een zijspoor gezet,omdat gemakzucht en oppervlakkigheid meer in de mode waren dan kennis en kunde?

 

Het was in de eerste helft van de jaren zestig bijna onmogelijk voor een jonge,beginnende kunstenaar om de elementaire regels van de klassieke schilderkunst zoals die van de zestiende tot begin twintigste eeuw werd beoefend,weer op te pakken,omdat de kennis grotendeels verloren was gegaan of tot fragmenten van een onbekende leer was verworden.Informatie ontbrak,de bronnen werden genegeerd of waren gewoon vergeten en de enkeling die op een hoog nivo realisties schilderden hield zijn mond of weigerde ronduit informatie te verstrekken.

In 1967 ontmoette ik A.C. Willink in het antiquariaat waar ik werkte en hij weigerde botweg iedere informatie over het schilderen aan mij te geven en gaf geen antwoord op de heel specifieke vragen die ik stelde over bepaalde materialen.

Moderne kunstenaars,die op elk terrein heel vaak van niets weten en daarom maar moderne kunst zijn gaan maken,denken dat traditie bij voorbaat al synoniem is met conventie en conservatisme.Dat is natuurlijk een totaal verkeerde zienswijze.Traditie is een breed referentiekader en als het referentiekader voor de kunstenaar afwezig is onstaan er grote problemen bij het bepalen van de positie voor zowel vraagstukken van vorm als van inhoud.Hij is stuurloos als een stuk wrakhout op de oceaan.De kunstenaar ziet wel waar hij aanspoelt,al is het in een zompig vaarwater in Buiksloot;hij waant zich toch wel een Odysseus.De moderne kunstenaar wil “oorspronkelijk”zijn en jagen het be grip nieuw om het nieuwe na.Het Bijbelboek Pre diker zegt dat de jacht op oorspronkelijkheid en “nieuw om het nieuwe” een fiktie is die onhaalbaar is en als de artiest dan nog niet gekalmeerd is moet hij ook nog even Job opslaan,dan weet hij dat ’t zo kan verkeren en zit hij zelf net als Job met as op z’n kop.Oorspronkelijkheid is te lang een doel in zich zelf geworden.De moderne kunst is al lang aan het einde gekomen van zijn mogelijkheid het onmo gelijke mogelijk te maken en het onverwachte verwacht.Of omgekeerd,weet ik veel!

Wie oppervlakkig kijkt denkt dat het na de tweede wereldoorlog Francis Bacon gelukt is  aan die romantiese oorspronkelijkheidseis tegemoet te ko men,maar dan kent hij de bronnen niet waar Bacon uit putte.

Bacon ontleende veel aan Soutine, Picasso, Suther land (en vice versa) maar ook aan de kubisten, surrealisten,expressionisten en de vroege fotografie. In eigentijdse termen zou men hem een post modernist kunnen noemen.

Het concept van het distortion mirror effekt dat Bacon veelvuldig hanteert was de vijftiende en zestiende eeuwer bijvoorbeeld vreemd.Een ver keerd voorgelichte amateur kunsthistoricus beweer de (de gepensioneerde tekenleraar Diederick Kraaij poel) dat Rembrandt “eigenlijk een abstracte kunstenaar was.”Daar is echter geen sprake van.Rembrandt schilderde wat hij zag.Het is een argument van dezelfde orde als in de vijftiger jaren gold;als een diskjockey een plaat van Beethoven achterstevoren afspeelde zou je rock ’n roll  horen. (n.a.v. de plaat van Chuck Berry; ”Roll over Beethoven.”).

Ik hoorde persoonlijk van de Londense kunsthandelaar Jimmy Mcmullan van Obelisk Gallery dat Bacon altijd vroeg om kleurnegatieven te leveren voor hij aan een portret schilderij begon.Ik vermoed dat Bacon negatieven gedeelte lijk gebruikte als projektie materiaal of ze liet bewerken.

Bacon vervormt de werkelijkheid,maar die ver vorming is alleen te interpreteren voor hen die de werkelijkheid, zowel als het vervormingsprincipe kennen.

Ik ben het eens met Dr. Francis Schaeffer die zegt dat hoe dichter iemand bij de werkelijkheid staat,hoe dichter hij ook bij het Bijbels wereldbeeld staat.Voor hen die een vaag,richtingsloos leven lei den is het vervormde beeld dat Bacon schetst van de menselijke konditie wellicht de enig zalig makende existentialistiese waarheid en de werkelijkheid in optima forma.Sommige diep denk ende kunsthistorici menen dat de vervormingen van Bacon een openbaring is van het échec van de beschaving in de concentratiekampen en anderzijds het uitzichtsloos existentialisme van de naoorlogse jaren,maar daar is in Bacons in interviews vastgeleg de visie geen enkele aanleiding voor te vinden.Hij sprak immers altijd van een “vrolijke wanhoop” als basis van waaruit hij zijn schilderijen maakte.De idee van kunst als uitdrukking van de Zeitgeist,van een tijdperk is een inhoudsloos cliché.

Sam Hunter zag in de paraplu op Bacons schil derijen een verwijzing naar de paraplu van Cham berlain bij de ontmoeting met Hitler,maar voor de hand liggender is de mogelijkheid dat het een verwijzing naar het surrealisme is,naar een sexueel attribuut of een toevallige afbeelding die hij tegen de wand van zijn atelier had gespijkerd.De Freu diaanse visie dat Bacon in zijn schilderijen zijn leven lang wraak nam op zijn vader lijkt mij ver ge zocht.Bacon werd op zestienjarige leeftijd betrapt tijdens een vrijage met een stalknecht en mogelijk droeg hij tijdens dat intieme samenzijn de lingerie van zijn moeder.

Bacon nam in zijn schilderijen wraak op de hele mensheid en was een poseur,een liefhebber van snobs en hun pseudo kultuur,van de kunstma tige,dekadente homosexuele Londense sien en het besloten pub leven,een notoire alcoholist en een casinobezoeker die zijn fortuin er met gemak door heen joeg en soms op paranormale wijze informatie kreeg op welke nummers hij moest zetten.Een geob sedeerd man.

Hij was een als liederlijk libertijn een meer dan vrijgevevige kroegloper,dronk hele sloten champag ne en betaalde probleemloos het eten en de drank van zijn vrienden.

 

Schilderen kent zijn eigen taal, zegt Francis Bacon.

 

Alles wat men over schilderen en schilderijen zegt is een afgeleide,volkomen overbodig en klinkt altijd als een inferieure vertaling.Fluiten in het donker naar de overkant terwijl je zeker weet dat er niemand staat.Je kunt maar beter helemaal niets over kunst zeggen en al helemaal geen ouwe hoer verhalen in de stijl van E.O.’s Hans doktorandus van S. ophangen.

“We leven,we sterven en meer stelt het niet voor,” zegt Bacon.Waarom maakte Bacon dan schilde rijen?Waar gaan zijn schilderijen over?

Het is allemaal,bloed,spuug,injektiespuiten,kots, stromen ziek sperma en stront,facts of brutality, be smeurde toliletten,waanzin,pijn en lijden.Nergens is een spoor van hoop.De esthetiek van de massa vernietigingskampen.Ontbeende,ontvleesde aan stukken gereten kadavers,gepijnigde mensen, displa ced persons,levende lijken in verregaande staat van ontbinding en ontheemden in een krank zinnig ge worden wereld waarin alleen nog aan stukken ge schoten gekkenhuizen in troosteloze landschappen van de hel onderdak kunnen bieden.Als Bacon deze taal,de oorlog tegen het vlees wenst te spreken,hij spreke.Het is alleen niet mijn taal.

 

Bacon had een grote bewondering voor Velasquez.

 

Die bewondering deel ik niet.

 

Bacons schilderijen hebben minder te maken met Goya of de vroege Eisenstein,maar meer met de strip wereld van Walt Disney?

 

Zowel Disney als Bacon maken statements over het alledaagse geweld in de maatschappij.Disney maakt het geweld van Donald Duck grappig, onschul dig,zinloos,buiten elke verhouding en sentimenteel en Bacon visualiseert de allerergste opties van geweld tussen mensen met dramaties effekt.Er is tussen hen beiden een verrassende overeenkomst in formeel opzicht;de wijze waarop ledematen vervormd worden,de relatie tussen de figuren en de achtergrond,de inkadering van personen,de strip achtige,soms valse kleuren.

De handelingen van de personen worden bij beiden  niet gecorrigeerd door overwegingen van het gewe ten of verstandelijke aard.Bacons schilderijen geven geen kommentaar op de aktuele ervaringen van eenzaamheid,vertwijfeling of sociale relaties,de bu rokratie of de geschiedenis van de twintigste eeuw.

 

Waarom behandelt U Francis Bacon uitvoerig?

 

De hele Nieuwe Figuratie van de vroege jaren zestig was door Bacon beïnvloed en ik niet in de laatste plaats of liever,laat ik het preciseren;ik was wel onder de indruk van de inhoudelijke kant van Bacons werk,maar niet door de expressionistiese manier van schilderen,noch door de boodschap, want dat vond ik een zwaktebod.Ik voelde mij beter thuis bij de optimistiese popschilders van de jaren zestig.Om te ervaren wat Bacon voelde heb ik wel eens een gouache in de trant van Bacon geschilderd en dat beviel mij zo slecht dat ik het bij één poging liet.Iets van de bezeten waanzin en totale demo niese anarchie kon ik wel invoelen en ik moet zeg gen:het is mijn wereld niet.Sommigen beoorde len Bacon als charletan,maar dat is hij niet.Francis Bacon is de belangrijkste Engelse schilder die een buitengewone internationale invloed heeft gehad.

 

Uw atelier in de tweede Nassastraat 8 in Amsterdam was van een troosteloze aanblik en menigeen zal het beschrijven als één grote gore stoffige rotzooi.Zelfs Uw echtgenote kwam er niet graag.Alleen het atelier van Francis Bacon was nog erger.

 

Vergeleken met het atelier van Francis Bacon was het mijne een toonbeeld van orde en zakelijkheid.U moet ook niet vergeten dat de inrichting van mijn atelier een sluitpost was op mijn begroting.Het meeste geld ging op aan materialen en studie lektuur.Inderdaad kwam mijn echtgenote er niet graag,maar dat had andere oorzaken.Het gebouw was een oud negentiende eeuws onprakties en on overzichtelijk gebouw.Er waren gewelddadige, ver slaafde,psychiatries gestoorde  kunstenaars in het gebouw die de gangen onveilig maakten en er niet voor terug schrokken iemand met een mes aan te vallen.Iedere dag ging ik er met tegenzin naar toe,’s ochtends om negen uur en dan had ik een uur nodig om te akklimatiseren en mijn weerzin te overwin nen.Het was de meest deprimerende omgeving waar ik ooit heb gewerkt op mijn tien jaren in Heemstede na.Ik werkte in het atelier aan de tweede Nassaustraat  vaak tot twaalf uur ’s avonds.De T.L. buizen werden wekelijks vernieuwd in de gangen en een uur later waren ze alweer gejat door junkies.Het was onverantwoord dat een vrouw zich in of bij de ateliers vertoonde.Voor het kompleks was een café gesitueerd van aan herowiene verslaafde Surinamers.Brandstichting in en om de ateliers was aan de orde van de dag.Als we in 1978 niet naar Friesland waren vertrokken was ik omgekomen bij een door een junkie gestichte brand in 1981 in de gang van mijn atelier voor mijn deur,die de enige uitweg was.

Het atelier van Bacon in South Kensington was één van de smerigste ateliers uit de kunsthistorie,zoals de fotos van Cartier-Bresson en Beaton onthullen.Ik was van plan Bacon te bezoeken,maar voordat het te realiseren viel was hij overleden.U ziet dat mijn stelling dat we niet meer zijn dan ships that pass in the night iedere keer weer door de dood wordt bevestigd.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.