Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
24 februari 2012, om 10:00 uur
Bekeken:
478 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
210 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Affijn!Affijn! Een k*t is geen konijn!"


“AFFIJN! AFFIJN! EEN K*T IS GEEN KONIJN!” 

COR S. ZEI IN 1969 HEEL TREFFEND: “AFFIJN! AFFIJN! EEN K*T IS GEEN KONIJN!”

Uw debuut als beeldend kunstenaar in Haarlem eind 1965 zorgde al onmiddellijk voor heel wat ophef in de ingeslapen,  Haarlemse en Heemsteedse kunstkringen van sokkelaars en sufferds, knoeiers en charletans?

 En hoe! Ze slapen daar nog steeds, hoor, want ik verneem zelden iets uit Kennemerland waar je nou van zegt dat je van de kwaliteit achterover slaat; het zijn net kulturele doornroosjes en zichzelf met alkohol begietende begonias, alleen zal er nooit een prinses langs komen om die kikkers te kussen en in prinsen te veranderen. 
Uit de bollenvelden van Haarlem of Heemstede kan vanzelfsprekend niets goeds komen.

Het blijven kaninefaten. Konijnen en biggenvangers.

Mag ik mischien Cor S. citeren?

Hij zei zomer 1960 wel tien keer op één dag in de Kennemerduinen: “Affijn, affijn, een k*t is geen konijn!”
Het heeft zijn gevolgen gehad.

Ik ben indertijd na die One Liner als onbevlekte jongeman enthousiast, maar toch ook wel wat timide, het kunstenaarsplantsoen met mijn beeldende werk en gigantische kulturele bagage de luxe argeloos binnen gelopen met mijn pet ter hoogte van mijn gulp –zwaar gepantserd ga ik immer gewapend door het leven en zwaai met mijn hard stenen vuistbijl gelijk de voorvaad'ren uit de steentijd- voor alle zekerheid. Ik kwam, zag en overwon, maar niet moeiteloos. 
 Dáár zou het eindelijk te vinden zijn. Wie? Wat? Waar? Het artiestenplantsoen met zijn pluimvee en begoniaatjes.
Het paradijs van tolerantie, intellekt, mededogen, ruimzicht en weder zijds begrip. Dacht ik. 
 Nou, schat, mag ik even in je gehaakte mutsje kotsen, want ik had het weer eens lelijk mis in mijn optimisme?

Ik moet je eerlijk zeggen: die provinciale Haarlemse kunstenaarswereld, ik vond het over het algemeen buitengewoon enge, nare, onwelriek ende, vieze, geborneerde, gedrogeerde mensen en de zogenaamde christelijke kunstenaars die na het succes van het CDA eindelijk moed hebben gevat en ondanks een evident gebrek aan talent als padde stoelen uit de grond op rijzen, dat schorriemorrie is nog een graadje erger. 
 Non talenten als de tekenleraar H., J., de misselijk makende AOW-er M.. te Kampen, de tekenleraar R. of de zoveelsterangs E.O. illustrator Willempie zie je overal. 
 Griezelige, sectarische betweters tiepes met agressieve kunstbaarden, stinkende, reutelende pijpen vol toffeetabak of goedkope sigaren in hun griffermeerde bakkes, die les geven als tekenleraar op de christelijke akademie; nou, als je te stom bent voor de universiteit en te laf voor de handel dan wordt je tekenleraar, zo als dat griffermeerde minkukel uit Kampen.

 Onsmakelijke representanten van de menselijke soort, het is zonde dat ik het zeg, lieden van lage komaf, die malkander voortdurend besmeuren met gespeelde religieuze emoties.

Het zindelijk en fatsoenlijk denken is in die fundamentalistische christe lijke kringen nul komma nul.

Men buigt voor het gouden kalf van de commercie want ze verwarren nog steeds Onze Lieve Heer met Ezeltje Schijtgeld en buigen voor waarden die door mij slechts worden ervaren als de nieuwe kleren van de keizer en ik zeg daar op; lik me reet is ook een wals!

En stroop mijn jeans af, scheur de tangaslip af en buk voorover om de artistieke medemens tegemoet te komen! Zo ga ik door het leven als raskunstenaar met alle poriën open. 

Je gunt je naast toch het beste van het beste!

Ik onderhoud gotzijdank geen enkele relatie met kunstenaarskringen en al helemaal niet in Haarlem of Heemstede. Ik verveel mij er namelijk dood, net als vroeger in de mid sixties, samen met de ingetogen, vrome Alice Kneuterdom in de onverwarmde griffermeerde kerk in de Water graafsmeer. 

Die kunstenaars hangen aan elkaar van subsidies en beurzen. Zij spreken net als een moderne dominee niet eens meer de tale Kanaäns, maar de wollige taal van de overheden en ik ben als niet gesubsidieerd beeldend kunstenaar van mening dat deze kategorie tot de natuurlijke erfvijanden behoort. 
Dat zie je toch ook aan de kwaliteit van hun werk.
 Museum- en Galeriebezoek? Of ik daar aan lijd? Ach, wat denk je nou eigenlijk wel; daar heb ik toch helemaal geen tijd voor! Ik ben echter niet helemaal voor de volle honderd procent de maat aller dingen, zoals mij menigmaal verweten werd door die griffermeerde Groningse glimpieper uit Aduard, Hens doctorandus , buitenproducer met protstaat problemen bij de E.O., maar U vraagt ’t allemaal aan mij en U krijgt ’t van mij te horen, zonder de bijbehorende smoesjes damore, want ik zal U niet te na komen, doch geduldig voor lichten en trachten te over tuigen van mijn gelijk. Ik weet bijvoorbeeld waar ik over praat na mijn veertig jaar kunstenaarschap, want dat is niet niets! U niet!



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.