Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
13 januari 2012, om 09:52 uur
Bekeken:
550 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
213 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Grootste Gemene Delers Dobberen Door"


KUNSTENAARS ZIJN DOORGAANS SUGGESTIBELE GROOTSTE GEMENE DELERS MEEDOBBEREND OP DE GETIJDEN VAN MODE & POLITIEK

 

Fred van der Wal: Ik heb er allemaal weer eens geen hoge pet van op!Van scepsis tot cynisme? I did it my way!

 

In mijn 47 jarige carrière als beeldend kunstenaars heb ik een dwarsdoorsnede van de bewoners van het vaderlandse kunstenaarsplantsoen mogen mee maken en vrijwel zonder uitzondering niet tot mijn genoegen.

Zo spiegelden acteurs  zich gaarne in de spiegelglazen van mijn zonnebril om voortdurend te controleren of hun haar wel goed zat en zochten de doorgaans laag geschoolde salon socialistische beeldende kunstenaar of auteur gaarne ruzie met mij om de een of andere onduidelijke reden.

Wie het niet met ze eens was dat de Russen snel dienden te komen om het arbeiders paradijs gestalte te geven werd voor “faksist” uit gemaakt.

Ik sta van nature sceptisch tegenover profeten, proleten en andere onheilsbrengers met een grote boodschap in hun morsige Levis Jeans.

 

Lezer! Vraagt U zich ook niet af waarom kunstenaars decennia lang gaarne gedwee achter dictaturen aan liepen?

Nu de maatschappelijk wereldhervomend ideologieën uitgestorven zijn blijft het eigen emo-ego complex over om te koesteren voor de artist.

Laten wij eens kijken naar het nabije verleden. Als overijverige student van het ongerijmde herlas ik een door Martin Ros vertaald essay van de mij onbekende Finse auteur Tarmo Kunnas.

Geen naam om beroemd mee te worden.

De politisering van de kunsten is het onderwerp van Kunnas beschouwing. Die politisering is een verschijnsel als een veenbrand.

De wortels van deze weinig verheffende stroming liggen in het rationalisme merkwaardig genoeg. In de Franse romantiek werd de acceptatie van deze misvatting groter en vooral in het realisme en naturalisme drong de politisering de literatuur binnen.

Als de kunst of literatuur in dienst wordt gesteld van een ideologie wordt de kunst en literatuur tekort gedaan.

Ik sprak over dit onderwerp in 1985 met Adriaan Morriën aan de toen nog hoefijzervormige bar van Arti et Amicictiae. We spraken over Sartre. Morriën was met mij eens dat litereratuur nooit in dienst moet staan van een ideologie.

 

Mijn eigen voorkeur betreft de symbolisten die zich sociaal indifferent op stelden. In de jaren tussen 1950 en 1980 werd hun stem niet gehoord. De auteurs en beeldende kunstenaars in Nederland van deze periode kozen voor een “sociaal” standpunt en liepen de CPN, Mao en Che Guevara achter na. Menig reisbeursje werd door CRM kritiekloos verleend aan een ieder in het kunstenaarsplantsoen die zich bekeerd had tot de dictaturen van links.

Een nauwe relatie tussen politiek en kunst heeft weinig kwaliteit opgeleverd.

Vanaf het begin van mijn kunstenaarschap heb ik mij a-politiek opgesteld en de beeldende kunst niet gebruikt als propaganda voor politiek links of rechts.

Ik concludeer dat de politiek voor kunstenaars uitgelopen is op een grote teleurstelling in plaats van te kunnen putten uit een bron van inspiratie.

Kunstenaars raken graag in geestdrift voor de eigen voorkeuren en nemen zichzelf  als de zuivere maat aller dingen.

Menig poweet zag ik op een ruwhouten tafel staan oreren en van achter vele katheders werd de revolutie die nooit zou komen afgekondigd. Simpele, talentloze kunstschilders met een niet afgemaakte lagere school meenden via de pvda omhoog te kunnen vallen naar het gerieflijke pluche van bestuurders zetels, lieten zich door hun lieve vrouwtje fotograferen als zij in hun goedkope zeiljoppers en flodderig hemd toevallig naast de aculturele grijze muis Wim Kok stonden of schreven ingezonden brieven vol taalfouten.

De pvda heeft echter genoeg doctorandussen om hierboven geschetste kunstartiesten op een zijspoor te zetten.

De jaren van de tweede helft van de twintigste eeuw behooren tot een periode van collectieve verwarring voor de gmakkelijk beïnvloedbare kunstenaars, die doorgaans  stuurloos meedreven als maatschappelijk wrakhout zoner drijfanker op de golven van de mode.

Een exponent van deze stroming was Harry Mulisch. Ik heb een hekel aan deze schrijver.

Staande op een café stoel van terras Hoppe moedigde de verneukte neus provos aan als zij in gevecht raakten met de politie. Doorgaans vluchtte hij snel naar binnen. Zijn sportwagen stond een paar straten verder op.

Vele artiesten geraakten op een dwaalspoor, vluchtten in drank en drugs, hingen zich in het atelier op of  schoten zich een kogel door de kop als laatste daad van anti-cultuur. Een enkele verdwaasde, zoals mijn ex-buurman van de Bilderdijkkade ging Voodoo beoefenen. De vlucht in het irrationalisme.

De auteurs en beeldende kunstenaaars die ik ontmoette in de zestiger jaren waren radicaal in hun opvattingen, dus ook in politieke zin.

Totalitaire stromingen van voor en na de tweede wereldoorlog biologeerden vele kunstenaars. Soms bekohten zij hun hondentrouw met de dood.

Robert Brasillach, Knut Hamsun, Ezra Pound, Celine, Drieu la Rochelle stelden zich Hitler als “humaan” voor en heel wat normaler dan Hitler in werkelijkheid was. Zij betuigden op papier hun fanatieke steun aan het fascisme en de nazi ideologie. In Duitsland meende de auteurs dat er een mogelijkheid tot verstandhouding met het nationaal socialisme was.

Ernst Jünger en de psycholoog C.G. Jung sympathiseerden met Hitler of stonden kritiekloos ten opzichte van de Führer.

Aragon, Heinrich Mann, Barbusse   en Romain Rolland getuigden van hun bewondering voor Stalin.

Bij een Amsterdamse,  dus gesubsidieerde, contraprestatieschilder zag ik in 1978 een cursus Russisch op tafel liggen. Hij legde mij uit dat bij een Russsische bezetting zijn kostje dan gekocht zou zijn. Als ik niet met hem eens was zou hij me wel even op proletarische wijze mijn bek slaan want hij was communist, verzekerde hij mij.

Over de nieuwe NSB-ers gesproken!

Toen het arbeidersparadijs via de Russen niet zou slagen in West Europa bekeerde hij zich tot de Russisch orthodoxe kerk en ging ikonen schilderen.

Spelen in de politieke opvattingen van onze kunstenaars irrationele, uit naïeviteit voort vloeiende elementen een grote rol?  Ik denk van wel. Veel kunstenaars zijn over emotionele, labiele, soms psychisch gestoorde mensen, niet gehinderd door veel kennis van de kunst geschiedenis, politieke  of geestelijke stromingen, waarbij een neiging tot conformeren aanwezig lijkt.

Een enkeling vindt het aanbevelenswaardig dat hij of zij geruime tijd in een gekkenhuis heeft door gebracht.

Naast de doorgaans aangeboren naïeviteit is er ook doorgaans sprake van een rationele benadering, waarmede de artiest op bijkans hartstochtelijke wijze zijn keuzes voor het politieke engagement apodictisch de luisteraar wenst op te dringen. Nederland als calvinis tisch domineesland met de kunstenaars als moraal theologen.

 

(wordt vervolgd)

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.