Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
27 december 2011, om 18:07 uur
Bekeken:
531 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
247 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"“ Al is het wijntje zuur , het blijft op tafel!” (deel 60)"


“ Al is het wijntje zuur , het blijft op tafel!” (deel 60)

 

 

U heeft een heel eigen opvatting over het begrip wonderkind in de kunsten?

 

Wonderkinderen bestaan in de muziek, maar niet in de beeldende kunst.Zelf was ik al helemaal geen wonderkind.Ik voel me als genie overigens met geen enkele stroming in de beeldende kunst ver want omdat mijn werk volkomen op zichzelf staat. Mijn oeuvre heeft een paar King Size ballen van hebbikjoudaar en daarom grote potentie en van natu re al een bigger than life levensgroot brutaal smoel met een bek vol scheermesscherpe gouden tanden.

U bent als tekenaar begonnen en pas later gaan schilderen?

Ik heb me nooit thuis gevoeld in dat zogenaamde Mokumrealisme van lullige schilderijtjes op gor dijnring formaat met onderwerpen als oude wijffies die een mandje eieren op d’r lui d’r luizige kop dragen of een vis op hun hoofd hebben.Ik hoorde daarentegen ook niet thuis in die modieuze galerie van Felix Valk,Galerie 20,aan de Keizersgracht,die eigenlijk uitsluitend Pop Art epigonen en tweede rangs Parijse kunstenaars bracht.Het klinkt mis schien heel ijdel als ik zeg binnen de realistiese kunst te behoren tot een ongeëvenaard kunste naarsschap zonder precedenten in Europa.In heel Europa ken ik maar drie tekenaars die hetzelfde nivo halen als ik,dus tel uit je winst! Eén van deze kunstenaars exposeert bij Nicholas Treadwell,de ander zit in Spanje en de derde ben ik al lang weer vergeten.De potlood tekeningen van Corstiaan de Vries zijn niet alleen technies heel slecht;het is ook nog je reinste kitsch,behorende tot het hier te lande te vaak beoefende nep- en namaak surrealisme.

U spuugt vuur als U de naam Corneille hoort of leest,terwijl Uw vroegste werk op de vroege Corneilles leken?

Ik heb midden zestiger jaren,in 1964,per ongeluk vijf abstrakte schilderijen in olieverf gemaakt om dat je ergens moet beginnen,maar ik zag al gauw dat het een volkomen dood lopende weg was. Corneille is gevallen voor de meest platte commer ciële uitbaterij van zijn werk met het beschilderen van vulpennen,pianos en dassen.Ik apprecieer het in Jan Dibbets dat hij in elk geval niet te koop is.Inte griteit is bij de meeste kunstenaars die ik gekend heb niet aanwezig.

U haat COBRA schilderijen?

Die vereniging Christian Artists propageren de al lang achterhaalde abstrakte kunst,omdat het bij uit stek een terrein is voor talentloze epigonen.De voor zitter,die akela van dat groepje maffe E.O.kunstar tiesten Leen de la Rivièra,een gesjeesde ex-onder wijzer,heeft het steeds maar over de “experimentele kunst” die voorrang boven alles moet krijgen bin nen die vereniging Christian Artists maar hij leutert holle frases,want de experimentele kunst was een beweging die meer dan vijftig jaar geleden in de mode was en door salonkommunisten als Jonkheer W. Sandberg werd gepromoot.Wie heeft trouwens ooit een Christian Artist gezien,”experimenteel” of niet,die ook maar iets van belang maakte?Ik ken dat gospelende stelletje amateurkunstartiesten al zo lang!Cobra is al lang verleden tijd en de schilderij en zijn objekten van spekulanten en kunstverval sers als GeertJanJansen geworden.De abstrakte kunst is een historiese vergissing van de talentlo zen.Ontaarde kunst,daar hadden Hitler en Goebbels in ieder geval gelijk in!Het merkwaardige is dat het kapitalisme juist die kunst heeft binnengehaald en bejubeld die door salonkommunisten in het westen werd beoefend.Als er iets zichtbaar is geworden na de tweede wereldoorlog van de Umwertung aller Werte is het in de kunsten wel!Lucebert en Appel konden het voor hun bekering tot het kommunisme uitstekend vinden met de nazis,dat vergeet men maar al te graag!Lucebert stond op het punt te tekenen voor de Nederlandse S.S.

U heeft al van 1975 af beweerd dat Hitler een goede akwarellist was en een kenner van de ar chitektuur.Bovendien bent U altijd een be won deraar geweest van de nazi architektuur van Al bert Speer.Kunt U zulke standpunten eigenlijk wel innemen in het huidige sociaal demokratiese klimaat van de negentiger jaren?

Hitler verkocht zijn akwarellen ook heel goed.Ze vonden gretig aftrek en nog steeds worden in Duits land mappen met reprodukties van Hitlers werken in oud nazi en neonazi kringen verhandeld.Ik heb daar geen morele bezwaren tegen.De misvatting dat Hitler een “kladschilder”zou zijn geweest is pure propaganda van extreem links en behoort bij het ri diculiseren van ’s mans talenten.Men moet niet vergeten dat Hitler een kenner was van de architektuur.Albert Speer is een interessant archi tekt en ook de beeldhouwer Arno Breker vind ik een goede kunstenaar.

 

In de eerste klas van het christelijk lyceum was U een klasgenoot van Thommy Gerardsz,die al op veertienjarige leeftijd in het los geslagen ge drogeerde Leidseplein milieu verzeild raakte en aan de hand van graficus Jan Montyn ten onder ging in de wereld van de half mislukte contra prestatie zolderkamer- en kelderartiesten.

 

Thommy G. was een olijk jongetje met vanaf den beginne al een grote homophiele aanleg,dat was mij al snel duidelijk uit zijn reakties op de naakte lijven van de klasgenootjes in de kleedkamer voor en na de gymnastiekles.Hij hield van rock ’n roll platen en kwam uit een zwaar door de oorlog geteisterd Joods gezin waar hij niet te handhaven was en onder voogdijschap werd gesteld.Hij kreeg semi ar tistieke vrienden,die aan de verdovende middelen zaten.In die eerste klas van het christelijk lyceum kreeg hij een vriendinnetje waarmee hij de poffer tjestent bezocht,toen een trefcentrum van ontspoorde Leidsepleinjeugd.Het meisje Elsje Stroetinga werd de latere vriendin in 1972 van de surrealistiese schilder Chris van Geest.Na juni 1957 verloor ik Tommy G. uit het oog en pas begin jaren zestig hoorde ik iets van hem toen hij abstrakte tekeningen ging exposeren,ik geloof in 1962 bij Ga lerie Mokum die toen nog niet een keuze voor het realisme en het surrealisme gemaakt had.

In 1966 kwam bij uitgeverij G.A. van Oorschot te Amsterdam het boek “Nader tot U” van Gerard Kornelis van het Reve uit en tot mijn verrassing las ik op pagina 69 tot 72 het verhaal over het bezoek dat Thommy G. met zijn map tekeningen aan van het Reve bracht en hoe het onvermijdelijk verliep in een waas van marihuana en homo erotiek.Het vol gende fragment uit “Nader tot U”met betrekking tot Thommy  G. volgt hieronder :

“Portfolios had ik heel wat gezien, peinsde ik, die men maar al te dikwijls, wegens het grote formaat, door botsingen in de bochten van donkere trappen, tot dwarrelende uit­zaaiing van de kolleksie,uit zijn poten moest laten vallen,als men al niet zelf een doodsmak maakte.

Ik schudde het hoofd en dacht,heel stil zittend, op eens aan Thommy G.,die nog maar een paar maanden dood was en die de laatste keer dat hij in Amsterdam bij mij langs was geweest,ook een portfolio bij zich had gehad en had open­gemaakt om mij zijn met zwarte inkt gemaakte pentekenin­gen te laten zien,opeenhopingen van snel uitge voerde,lus­achtige figuurtjes,die wellicht mensen uitbeeldden,zodat de tekeningen misschien menig tes moesten voorstellen (‘mas­saatjes,’ zei Teigetje later) die soms stilstaand,soms naar links of naar rechts in beweging zijnd,moesten worden be­grepen.  Toen hij er een paar op de vloer had gelegd,was ik er,zittend op het bed,naar begonnen te staren,maar ik kon er niks in zien, God mocht het me vergeven, en piekerde tot mijn kop zowat barstte om iets waar derends te bedenken dat ik er over zou kunnen zeg gen,want ik was hem van liever­lede steeds liever en geiler gaan vinden,met zijn jongenshaar,zijn jongensgezicht en zijn schooljongenslichaam in vio lette of groene kordurojbroek en droomde ervan, hem eens in zijn Geheime Opening te mogen bezit ten.Mijn gepieker was echter niet nodig,want de jonge kunstenaar had al een siga­ret gerold van iets geweldig krachtigs,‘weed’ met nog iets wittigs er doorheen,zodat hij al na de eerste paar trekken om alles giechelde en één of twee,weinig belang wekkende mede­delingen een groot aantal keien met vrijwel gelijkluidende woordkeus herhaalde en een paar maal opmerkte, dat hij alles ‘hardstikke fijn vond’.

‘Hebben ze namen? Ik bedoel: heb je ze titels gege ven?’ vroeg ik. Nee, namen hadden zijn tekeningen niet.  ‘Maar dat moet wel,’ betoogde ik.  ‘Laten we maar eens kijken.’Thommy begon met potlood, in goed leesbaar schrift,op een blok­nootje,in opeen volgende nummering,de benamingen op te schrij ven,die ik,telkens als hij een nieuwe tekening te voor­schijn had getrokken, voorstelde.‘Je nummert de tekeningen zelf toch ook wel?’ had ik hem nog gevraagd.‘Anders weet je bij wijze van spreken straks niet meer wat voor naam op wat voor teke ning slaat.’ Nee, dat onthield hij zo ook wel.  ‘Het is je eigen werk, en dat ken je natuurlijk,’had ik beaamd.

Terwijl ik hem,nadat hij naast mij op het bed was komen zitten,telkens streelde en even aanhaalde, verzon ik de be­namingen,waarvan ik me niet één meer kan herinneren, al weet ik nog wel dat ze alle in de trant waren van ‘Structureel Door zicht”,”Impasse 1964”,”Entrissen sind wir dem Ta geslicht” en dergelijke,alle met woest,geestdriftig gegier door Thommy begroet en genoteerd.Toch was ik nog steeds blijven piekeren,want,zo geil als ik van hem was,had ik er toch tegen opgezien om hem in al te vast verkeer over de vloer te krijgen, want hij kon,dat wist ik,in wat voor kamer ook en net zo goed in een bed als op een divan,zonder bezwaar twintig uur aan één stuk door slapen,stond zelden vóór smiddags half één op,ging in geen geval ooit voor een uur of drie ‘s nachts naar bed, en had me al een paar keer tegen middernacht uit een of andere leuke kroeg opgebeld,‘dat ze nog even wat zaten te praten’,maar dat hij ‘beslist vóór enen’ nog bij me was en dat het zeker wel goed was als hij ‘Leopardo’ of ‘Vitessa’,of beiden,mee bracht,onveranderlijk een slome haarboer respek tievelijk een brochessmedende kunstnijverheidstrut die,nog nauwelijks binnen en nog nooit van het be grip burengerucht gehoord hebbend, begonnen zeuren over het ontbreken van muziek,meestal gevolgd door vage klachten dat ze wel ‘trek’ had den - als ze al niet zelf je ijskast openrukten (Thom my zelf,hij ruste onder Gods vleugels,was helemaal niet zo);eigenlijk niets dus,dit alles,voor de ‘burger-schrijver’,want al durf ik niet te zweren dat ik elke dag vóór zevenen uit en vóór middernacht weer in ben,het hoort wel zo te zijn,dat weet u trouwens even goed als ik.Maar Thommy was dus dood,met gas,in de nieuwe flat woning in H.,van weer een geheel andere kunstnijveraarster of misschien socio loge,op de zondagmorgen na Nieuwjaar toen hij al leen in de woning was geweest en de slang van het fornuis had losgetrokken,met opzet of niet,daar kwamen ze zo gauw niet uit,want hij kon ook, wank elend van de ‘weed’ waarmee hij zich weer had vol geblazen,vóór het fornuis gestruikeld zijn en de slang daarbij hebben losgemaaid en daarop hadden de autoriteiten het tenslotte maar gehouden,ook al omdat het er verder weinig vakkundig uit had gezien,niet met kop in de oven bijvoorbeeld en ook niet met alles potdicht,want er had waarempel nog een bovenlicht opengestaan.Toen dat alles was uit gezocht,hoefden we alleen nog naar de kremaatsie in Den Haag toe,op een vrijdag,Teigetje en ik, sa men met kandidaat-katoliek A.,die wel een jaar of zes lang met Thommy ‘had opgetrokken’ en hem zelfs al gekend had in de tijd dat Thommy,omdat het ‘thuis niet meer ging’ in een of ander tehuis of jeugdhaven had gezeten en die,van het doodsbericht af, aan allerdiepste neerslachtigheid ten prooi was geraakt. We gingen,wegens nutteloosheid van een automobiel tijdens de spitsuren,met de trein.In het begin was ik,gesterkt door een flinke ochtendronk, heel monter geweest,want ik houd eigenlijk wel van begrafenissen en dergelijke,maar van lieverlede was het lelijk gaan tegenvallen en was het me in de etablissementen van die merkwaardige,lijkverwerk ende industrie,in de aula te machtig geworden, zodat,toen er na alle gegoochel met harmonikadeu ren en de plotselinge aanblik van een lichtbak als in een bioskoop,die STILTE UITVAART vermeldde, nog een dominee bij gehaald bleek te zijn ook die al begon te bladeren en zijn keel schraapte,ik na een malle opmerking wild jankend naar buiten was gelo pen en bij het hek snik­kend was blijven wachten, waar zich spoedig twee jonge­dames bij me hadden ge voegd die ook,maar iets later,tijdens de dominee zijn toespraak,waren weggelopen en van wie de ene vertelde dat ze voor de oorlog vlak bij mij in de buurt had gewoond,in de Smaragdstraat of op het Smaragdplein en in de oorlog als jodin naar Enge land was ontkomen en na de oorlog met een niet-joodse Duitser,een chemicus,was ge­trouwd,om zichzelf ‘nog meer te straffen’,of wegens een soortgelijke teorie,wat ik allemaal natuurlijk niet meteen hoorde,maar pas veel later; e andere jonge dame,met mis­schien een witte trui aan en blond,die iets panterachtigs en ook wel iets lesbies over zich had,vond ik meteen geil,op een bepaalde manier, als dat bijna lichtgevend roze snoep­goed dat het ge hemelte stuk etst. Ik sprak in gierende,soms door een zonderlinge beweeglijkheid van mijn huig, stok ken­de uithalen,waarvan,ondanks mijn ontroering, de belache­lijkheid maar al te duidelijk tot mij doordrong,maar die de beide jongedames niet scheen op te vallen.De blonde en geile had in het centrum van Amsterdam in hetzelfde krot als Thom my een of ander atelier gehad,of had dit nog steeds, maar wat ze precies deed is mij niet bijgebleven en ik geloof ook niet,dat ik het haar gevraagd of van haar gehoord heb ­misschien had ze iets met handel of mode te maken,zoiets,denk ik. We stonden elkaar bij het hek een hele tijd gelijk te geven.

‘Moet je horen,” zei ik toen. ‘Ik moet hier blijven staan, want ik moet wachten op mijn vriend en op nog iemand’ ­waar haalde ik de woorden vandaan? - ‘en ik zie hier vlak bij niks dat op een drankzaak lijkt.’

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.