Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
24 december 2011, om 06:09 uur
Bekeken:
541 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
209 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

""De Pierre Vinken biografie van Paul Fentrop""


"De Pierre Vinken biografie van Paul Fentrop"

Brief aan Rolf van der Marck betreffende de Pierre Vinken biografie van Paul Fentrop

Van harte onderschrijf ik Rolf van der Marck’s visie op het huis van Oranje, waarover hij in zijn bij drage Koninklijk bezoek het volgende publiceerde als onderdeel van een verhandeling met de titel Koninklijk Bezoek:

"Maar, ik ben nog niet klaar met de monarchie, want zoals bijna altijd als ik daar aan denk, denk ik aan het Republikeins Genootschap van Pierre Vinken. En die naam ging door mijn hoofd zingen, omdat Fred van der Wal op dit blog zó dikwijls reclame heeft gemaakt voor de biografie van Pierre Vinken, "Tegen het idealisme", geschreven door Paul Frentrop, Amsterdam 2007, echter zonder ook maar iets prijs te geven over de inhoud, zodat ik een & ander maar op het net ben gaan zoeken. En op de website van dat Genootschap vond ik dit schitterend citaat van iemand die nooit te beroerd was om mensen op de tenen te trappen, Multatuli (1820-1887):
Waarlyk ik loop niet hoog met koningen! En al ware dit zoo,dan nog zou ik niet spoedig partytrekken voor koninkjes uit het lierderlyk, uit het dom en wurmstekig huis van Oranje.

Pierre Vinken overigens is een zeer interessante man naar wat ik over hem heb gelezen op het net, waaronder een prikkelend interview van Max Pam met Vinken van een jaar geleden naar aanleiding van de verschijning van zijn biografie. Voor mij allemaal overtuigend genoeg om die biografie te bestellen. Maar ik zal Fred van de Wal intussen porren om daarvover wat meer te publiceren".

Tot zo ver Rolf van der Marck. Intussen wakker gepord door het artikel van Rolf kan ik mij slechts vier zeer korte ontmoetingen met Vinken herinneren. De eerste keer was 1971 voor mijn huis aan de Nieuwe Spiegelstraat 48 Amsterdam centrum om een uur of vier ‘s middags. Ik was bezig de kinderwagen waarin onze eerste dochter regelmatig door de stad werd gereden te demonteren om het via de zeer steile, nauwe trap naar de eerste verdieping te brengen. In de bak van de kinderwa gen lagen een gouache en een pentekening van mijn hand, voorstellende een badkamer met vlie gende lederen kussens. In deze jaren schilderde en tekende ik badkamers met daarin surrealis tische voorstellingen die het geheel een ongeloofwaardig tintje moesten geven.
Een onopvallende voorbijganger sprak mij aan en zei mij dat hij de tekeningen wilde kopen, zoals ik
achteraf pas veel later begreep. Ik verstond hem nauwelijks door het voorbijrazende verkeer. De Leidsestraat was niet lang daarvoor afgesloten voor autoverkeer dus de Nieuwe Spiegelstraat kreeg een ongehorode verkeersstroom te verduren. In de huiskamer kon je elkaar op een afstand van een meter nog net verstaan.
Het korte gesprek met Vinken liep op niets uit, hij haalde zijn schouders op en liep door richting Rijksmuseum . Waarschijnlijk kwam hij net van Medica Exerpta.
De tekening en de gouache werden aangekocht door de gemeente Amsterdam een jaar later en berust nu in het prentenkabinet van het Stedelijk Museum, hetgeen een eigen wijze ex kunstkritkus ter mijner huize meende te moeten betwisten.
Twee tekeningen van badkamers zijn tussen 1972 en 1975 via Galerie Mokum door Vink en aangekocht en hingen in zijn huis op een prominente plaats.
Ik sprak Vinken weer even enkele minuten op het hoofdkantoor van Elsevier in Amster dam in 1976 toen ik een expositie voorbereidde in het Elseviergebouw. De tentoon stellingen werden georganiseerd door zijn secretaresse Els B. een toen nog ravissante blondine met een adembenemend figuur. Vinken huwde haar na zijn scheiding.
Pierre Vinken overhandigde mij twee fotokopieën van artikelen uit Science en Nature ; één over Escher, de tweede over emblemata. Ik was ondanks mijn werkzaamheden anderhalf jaar lang in een antiquariaat te Amsterdam niet echt goed op de hoogte van emblemata, omdat mijn interesse meer lag bij de decoratieve grafiek, alhoewel de combinatie tekst en beeld mij tussen 1967 en 1971 in mijn werk een grote rol speelde.
Ik herinner mij nog dat ik heel kort in het kantoor van Vinken het onderwerp vakantie ter sprake bracht, een volkomen overbodige, inerte staat van mens zijn, waar ik nog steeds een grote hekel aan heb. Ook Vinken had een hekel aan vakantie houden, verklaarde hij. Een statement dat mijn goed keuring kon weg dragen.
Een derde ontmoeting was in 1977 tijdens een kunstmarkt op het Museumplein. Vinken kocht een van mij een grote zeefdruk aan voor het Elsevier kantoor.
En vierde keer zag ik hem kort bij de opening van mijn tentoonstelling in Elsevier. Hij verzocht zijn secretaresse Els B . hem naar huis te brengen.
In 2007 mailde ik nog even met Vinken over een catalogus van mijn surrealistische werk die ik wilde uitbrengen. Ik verkeerde in de veronderstelling dat hij als ex psychiater wel licht een bijdrage zou kunnen leveren vanuit Freudiaans standpunt . Als jonge kunstenaar was ik tussen 1961 en 1972 gefascineerd door de psycho analyse en analytische psycho logie als voornaamste inspirator voor mijn surrealistische werken.
Enige tijd geleden ontving ik een verhuiskaart van Pierre Vinken met zijn nieuwe adres dat ik niet openbaar zal maken uit overwegingen van bescherming van de privacy van boven genoemde.
Na de scheiding in 1989 tussen Pierre Vinken en zijn tweede echtgenote Els B. kwam een potloodtekening die door Vinken was gekocht helaas in handen van Els. Het werk hing tot mijn grote ergernis op een niet verwarmde, vochtige plaats in haar Bloemendaalse villa.

Ik leerde Els B. kennen in 1974 bij mijn expositie in het Elsevier gebouw. Zij was enthou siast voor moderne beeldende kunst en voor beeldende kunstenaars. Voor een enkele kunstenaar deed zij veel, zoals voor John Verberk. Aanvankelijk stond zij achter mijnw erk tot z ekennis maakte met een galeriehoudster die in België een galerie had en beweerde dat alleen de Belgische en de Amerikaanse kunst iets voor stelde. Het gevolg was dat in korte tijd het hele huis van Els B. vol hing met veel te duur gekochte zoveelste rangs Belgische kunst.
Na enkele bezoeken over en weer tussen Els B. en mij in de jaren zeventig besloot ik dat vanwege enkele wrijvingen het beter was om de relatie niet te bestendigen.
Zij begon in 1976 een galerie in de Huidenstraat waar ik twee maal exposeerde en ik be zocht enkele kunstenaars met haar die ik kende om ze te interesseren voor een tentoon stelling in haar galerie.
Toen zij mij volkomen onverwacht openlijk liet afgaan bij de kunstschilder Ben G. te Haar lem hield ik het voor gezien.
In 1996 exposeerde ik twee grote tekeningen op een tentoonstelling in Arti et Amcitiae en ze had een vriendelijk commentaar bij mijn werk geschreven met haar adres en telefoon nummer. Ik ben niet erg rancuneus en al helemaal niet als een opponnent een conflict wil bij leggen, belde haar en maakte een afspraak om na de opening van de expositie van Jacintha R. in een Heemsteedse galerie haar te bezoek en. De villa aan de Potgieterweg ligt pal achter de villa waar in de jaren zestig de Da Costakweek school was gevestigd waar ik vijf lange jaren elke dag heb door gebracht.
Ik werd ‘s ochtends wakker, deed de gordijnen open en zag de achterkant van de villa waar de in plaats van de Hervormde kweekschool nu een instituut voor Natuurgeneeswijze is gevestigd.

Enkele malen heb ik de Vinken biografie van Fentrop genoemd en aanbevolen omdat de lezer in de 1032 paginas een goed beeld krijgt van één van de meest breed ontwikkelde internationale zaken mensen die er wellicht ooit in Nederland hebben rond gelopen.
Enkele kunsthistorische artikelen van Pierre Vinken hebben internationaal opzien gebaard en een revolutie betekend in de tot ver in de jaren zestig gangbare kunsthistorische foutieve opvattingen ten aanzien van het op volkomen willekeurige gronden duiden van karakters van personen in zeventiende eeuwse schilderijen met als basis de fysiognomie, een achterhaalde pseudo wetenschap, die tot het natte vingerwerk van de in kunstkringen vaak voorkomende inlegkunde heeft geleid maar geen realis tische verifieerbare kunst historische resultaten heeft opgeleverd. De bemoeienis met de literatuur via het blad Tirade was aanzienlijk. De afschuw die Vinken had van de Vijftiger powezie en abstracte beeldende kunst onderschrijf ik van harte.
Begin jaren negentig figureerde Vinken in de roddelpers dankzij zijn relaties met Anne marie Oster, Sylvia Toth en Petra Laseur. Ik keek er vreemd van op dat hij afgebeeld stond in de HP in het ge zelschap van deze dames op fotos van cocktailparties en later zich liet fotograferen met Theo van Gogh en Theodor Holman, beiden in intellectueel opzicht verre de mindere van Pierre Vinken.
Bij een bezoek van Beatrix en Claus aan het Elsvier kantoor wilde Vinken aanvankelijk hen niet ontvangen. Op de gang schudde hij even hun de hand en excuseerde zich vanwege drukke werk zaamheden. Invitaties van de onbenullige Oranjes heeft hij altijd afgewimpeld.

3 reacties, reageer

Klaverblad / 19-01-2008 18:48
Van onmiskenbaar journalistiek niveau.
Met veel interesse gesoupeerd.

fredvanderwal / 19-01-2008 18:51
Mijn grote dank Klaverblad. In grote haast vanochtend geschreven achter elkaar na vraag van Rolf van der Marck. We moesten een huis controleren van goede vrienden van ons in de Millotterie.


fredvanderwal / 19-01-2008 19:08
De neiging van Els om met mensen om te gaan die niet altijd het beste met haar voor hadden heb ik altijd betreurd, zoals een goede vrien din van haar, J., een zeer antipatieke jufrouw uit de Haarlemse kunst sien, waar Vinken een grote hekel aan had. Ik had Els na haar scheiding betere relaties gegund dan een meneer die niets uit voerde en lange tijd op haar zak teerde, van haar geld een Harley Davidson kocht waarmee hij op windstille dagen en avond en langs de boulevard van Zandvoort mee flaneerde om willig dames mee te imponeren.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.