Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
4 december 2011, om 17:13 uur
Bekeken:
499 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
234 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"“ Al is het wijntje zuur , het blijft op tafel!” (deel 4)"


“ Al is het wijntje zuur , het blijft op tafel!” (deel 4)

 

U bent er van overtuigd dat E.O. producer Ha “doktorandus” van S. van dat saaie kunstpro gramma “Wat is er met je aan de hand?” helemaal niet zo’n kultuur liefhebber en connaisseur is als hij preten deert?

 

Daar kan ik U wel een voorbeeld van geven.U weet dat hij met ansichtkaarten langs de deur leurt en daar heeft hij veel opslagruimte voor nodig, want zo’n zootje bedrukt papier en onverkoopbare kunstzinnige fonds restanten neemt me een ruimte in beslag, daar wordt een normaal mens niet goed van, dus kocht hij in een Gronings dorp een erg groot, smakeloos en volkomen sfeerloos huis dat aan een doorgangsweg is gelegen waar dag en nacht een konstant aanzwellende stroom vrachtautos op top snelheid onderweg naar Duitsland voorbijraast.

Het aardige aan dat nogal onpersoonlijke huis was dat er links naast het huis een heel apart zogenaamd

teringhuisje stond van ver voor de oorlog toen long tering nog echt longtering was en de mensen en bloc weg rotten waar ze zelf bij stonden.

Het was een houten huisje dat via een aan een uurwerk gekoppelde motor door een heel vernuftige konstruk tie, die zijn tijd eigenlijk ver vooruit was met de zon kon mee draaien, net als sommige telescopen, om die teringlijders optimaal zonneschijn te geven anders rotten ze binnen de kortste tijd bloed oprochelend weg. Zo’n huisje heeft dus historiese waarde omdat er nog maar weinig van over zijn sinds tbc goed te bestrijden was, alhoewel daar verandering in schijnt te komen via resistente tuberkelstammen, maar dat kon kultuurmin naar Ha van S. als bijdehante, verlichte, zich aan alle Europese maatstaven superieur voelende pseudo-Americanofiel niks verdommen,dat tering huisje moest en zou worden afgebroken, ondanks dat het ‘t enige historiese element in de verre omgeving van zijn huis was.

Het is ook heel goed mogelijk dat Hans doktorandus niet door het leven wil gaan voor de buren als een stie keme teringlijer, een tuberculeuze huisjesmelker die zijn schaarse tijd door brengt in een teringhuisje en daarom iedere verwijzing naar welke ziekte dan ook bij voorbaat al uit zijn leven wilde bannen.

Een echte, Witte, Anglo Saksiese, Protestantse Amerikaan als Hans Doktorandus is  en zoals U al lang weet uit de glossies over die All American Guys, zoals alle Amerikanen nooit ziek zijn, die hebben aderen van voorgespannen klapkauw gummi waar kerosine door heen stroomt, hersens van trotyl, volgepomt met posi tivistiese slogans,een hart van glimmend gepoetst chroomstaal en kunstmatige, opgepompte siliconen kit bodybuilders tieten als kneedbommen binnen de perken gehouden door edelmetaal tietenhouders van titanium met baleinen van haaietanden!

U zou dat zelf eens kunnen na vragen bij het Ameri kaans buro voor toerisme of bij die loopse saxofoon neus Bill zelf.

En als die niet thuis is kunt U altijd nog de Penthouse of de Playboy raadplegen, daar staan de laatste wetenswaardigheden en het hotste news over Big Bill “Broonzy” Clinton The Sexual Saxophone te lezen aan de hand van getuigeverslagen van de stagiaires van het Witte Huis die allemaal door Bill persoonlijk met de volle, gulle hand bij d’r lui d’r pruim zijn gepakt.

Een met de hand gerolde sigaar uit eigen doos, een zware, wilde Havana recht uit de natte, multi funkti onele vagina van Monica Lewinsky is nog het minste dat U in die Amerikaanse kringen gepresenteerd kan krijgen. Op een zilveren schaaltje.

 

U vergelijkt Ha “doktorandus”van S. met de hoofdpersoon uit de novelle “Kaas” van Willem Elsschot?

 

Die hoofdpersoon uit dat boekje bemoeide zich ook met een vak waar hij geen verstand van had en kocht een pakhuis vol niet te verkopen kaas. Een paar honderd duizend kilo Edammers die hij zelf kon op eten met zijn familie. 

Het is jammer dat die gereformeerden nooit een boek lezen, want dan had die corpsbal van S. niet alleen enige lering kunnen trekken uit de moderne literatuur, maar het had hem ook nog voor een reeks teleurstel lingen en ten minste voor één daverende ruzie met een geniale kunstenaar uit Oldeboorn  behoed.

 

Die psychopatiese paljas Ha van S. poogt in zijn vele, door hem op eigen kosten uitgegeven uitgegeven catalogi, die bij voorbaat al voor winkeldochter lijken voorbestemd, van het werk van de kunstschilder Henk Helmantel aan te tonen dat het werk van deze 17-e eeuwse stilleven epigoon en imitator van kerkinterieurs van groter maatschappelijk belang is dan het werk van Mondriaan?

 

Hij zegt als amateur kunsthistorikus dat het werk van Helmantel een veel groter maatschappelijk draagvlak heeft dan dat van Mondriaan, maar dat is hetzelfde als appels met peren vergelijken. Als het maatschappelijk draagvlak gaat bepalen wat belangrijk is en wat niet kom je uit bij die onzin van Corneille, Rien Poortvliet of Anton Pieck.

Volgens van S. kennen de Amerikanen maar één Neder landse schilder en dat is Helmantel, maar dat is on juist.

Bill de Kooning, Rembrandt, Van Gogh, Mondriaan en Dibbets zijn namen die de Amerikaanse kunstkenners kennen.

De taferelen van Helmantel stralen een kalvinistiese kilte en meedogenloze, moffiese, mensenhaat uit die kenmerkend is voor de fascistoïde fundamentalistiese aanhangers der gereformeerde kerken vrijgemaakt.

Het werk van die Teutoon Helmantel is moffies en iedere Amsterdammer weet dat wie boven Zwolle komt zich  al diep in Duitsland waant.

Als je dat gebral hoort van die Friezen en Groningers in hun dialekt denkt men zich in een varkenshok te bevinden. 

 

In 1998 kwam een verontwaardigde Ha van S. ter Uwer huize U beschuldigen van door U in 1983 geuite beledigingen ten opzichte van de echt genote van Helmantel? Wat is hier van waar?

 

Het is al een vijftien jaar geleden, maar ik meen dat ik in een brochure de vrouw van die gereformeerde gierigaard Helmantel een blonderig,sprieterig meis je heb genoemd en dat zal dan wel met de werkelijk heid overeen zijn gekomen,dat weet ik niet meer, maar verder heb ik me niet over haar uit gelaten.Ik wil één en ander graag rektificeren om op goede voet met de plaatselijk bekende kunstenaar uit Wes teremden te komen,want die Babs bobsbillebibs is helemaal niet sprieterig,maar een stevig uit de klui ten gewassen bollewangenhapsnoet boeren deerne met nog steeds hetzelfde melk boeren hondehaar boven die goedkope ziekenfonds fiets die ze op haar neus draagt en twintig jaar geleden modern was.Zo,nu denk ik wel dat alle misverstanden einde lijk voor goed uit de weg zijn geruimd en de weg terug volkomen vrij is!

Kijkt U nu eens naar het wispelturige karakter van die Hans van Seventer wat de herhaaldelijk onfor tuinlijke keuze van zijn domicilie en werkzaamhe den betreft.Deze meneer is ten eerst gehuwd met een Amerikaanse,omdat de Nederlandse vrouwen voor deze meneer veel te min waren en hij woonde met zijn gezinnetje achtereenvolgens in Amster dam,waar hij als ex-Rotterdammer helemaal niet aarden kon en snel vertrok naar Eck en Wiel om zich bij een gereformeerde kommune van maat schappelijk losgeslagen drijf- en wrakhout aan te sluiten,waar hij het ook al niet kon vinden na een meningsverschil met de direkteur prof H.R. Rookmaaker en verhuisde toen bij wijze van noodsprong naar een vervallen boerderij in Drenthe, daarna naar Bedum om een saaie doorsnee nieuwbouw woning te betrekken.

Vervolgens trok de familie in een ruw getimmerde plaggenhut te Zwiggelte, waar zich in plaats van de beoogde Anton Pieck romantiek al snel de nodige moeilijkheden aandienden met de sexueel tamelijk los geslagen vrijgemaakt  gereformeerde eigenaar van de naast gelegen boerderij.

Hals over kop verhuisden de van S.jes dus naar een rijtjeshuis in Groningen en hadden het daar voor korte tijd wel naar hun zin, vooral dankzij de hoerenkast aan de overkant. In de vensterbank van de studeerkamer van Hans van Seventer lag een lichtsterke nachtkijker om op gereformeerde wijze door het binoculair aan stoot te nemen van de openlijk gepleegde onzedelijke handelingen aan de overkant om daarna een filosofiese verhandeling te schrijven over de ontaarde maatschap pij.

Zijn vrouw verklaarde:”Op het platteland wonen is voor een Amerikaanse heel fijn,want Amerika is eigenlijk één en al platte land,maar op het platteland wonen met al die platte, Groningse mensen is niet zo fijn als je het erg vindt om de hele dag alleen te zijn. Er waren wel zo nu en dan sporadiese kontakten met deze of gene, de platte agrariese mensen waren zo nu en dan ook wel eens een paar minuten vriendelijk, maar je hebt nu eenmaal niet altijd dezelfde interesses. Ik had er geen zin in om elke dag maar weer te praten over hoe de pinken er voor stonden of dat het hooi van het land moest, dat zijn van die tiepies Nederlandse banale aangelegenheden waar wij Amerikanen niet zo erg in geïn teresseerd zijn.”

In hetzelfde artikel uit het NRC-Handelsblad waaruit bovenstaande passages zijn geciteerd:

“Haar man Ha van S., ooit in het verre verleden een schimmige tv-producer van onduidelijke tv program mas voor de E.O. waar in deze verlichte tijden hooguit drie mensen in Nederland naar wilden kijken (bron:Feike ter Velde) en terecht ontslagen werd door de doortastende Ds. Glashouwer en nu is Ha van S. dan ook werkzaam als eerzaam leraar maatschappij leer aan een lagere land bouwschool te Groningen om tegen een goed salaris en een vakantie uitkering een stel van de pot gerukte suikerbieten staathuis houdkundige manieren bij te brengen.

Op de splinternieuwe race fiets met 17 versnellingen is hij zonder tegenwind zeven minuten onderweg naar zijn werk, met tegenwind anderhalf uur. Het lot van de eenzame luchtfietser, zal een realist als Fred van der Wal smalend zeggen.

“Het was allemaal een afwegen van faktoren zonder traktoren, die landbouwschool en de verhuizing naar Groningen. Het is heel jammer dat de kinderen te genwoordig niet zo maar meer naar buiten kunnen rennen in hun blote reet en een duik in het geurige hooi kunnen nemen met de een of andere mollige boerenmeid, zoals toen in die onbezorgde dagen van weleer. Those were the days,” deelt van S. ongevraagd mede.

“Maar,” zegt van S. op geheimzinnige toon:” het kwam ook geregeld voor dat je zei, jongens, het is prachtig weer, ga in gotsnaam alsjeblieft als de sodommieter  buiten spelen en dat ze dan liever met Lego bezig bleven in die bedompte zelfgebouwde plaggenhut.”

Een groot pluspunt voor mevrouw van S. is dat ze nu weer in een zangkoor kan zingen. Zoiets was er in dat achterlijke dorp Zwiggelte niet. Zij prijst zich zeer gelukkig dat de deur nu niet langer plat gelopen wordt door onguur ogende pseudo kollektanten met bivak mutsen en ander onwelriekend zigeunervolk, gewapend met een lange lijst van nabuurtige intekenaars en extreem grote kollektebussen ter grootte van een ouderwetse melkbus. Niet zelden haalden de nijvere kollektanten een stiletto tevoorschijn haalden om aan hun verzoek om een behoorlijke financiële  bijdrage enige kracht bij te zetten.

“Je werd er door dat volk ook nog op aan gekeken als je niets gaf en meer dan eens moest ik vanuit het achterhuis de pitbull (hier wordt ongetwijfeld de echtgenoot bedoeld) te hulp roepen,” zegt ze mee smuilend. Verdwenen is ook de gigantiese druk om bonte dinsdagavonden in het dorpshuis te bezoeken waar het bier bij hektoliters vloeide en hikkend en boerend moest worden gelachen om ontuchtige, kluch tige scenes in een onverstaanbaar boers dialekt uitgesproken door voortdurend scheten latende akteurs en aktrices.

De grote stad biedt vele voordelen voor de in ribflu welen kuitbroek geklede buitenman die van S. tot voor kort was. Alles wat nodig is om een gelukkig mens te worden bevindt zich volgens de van S.-jes onder handbereik,het bordeel aan de overkant,daarnaast de drankwinkel om de hoek is en even verder op een gereformeerde kerk waar het ware Woord nog wordt gebracht zoals het altijd werd gebracht.

“We drinken altijd verse, romige melk, zo onder de koei’n vandaan, dat haal ik bij een Grunningse, gere formeerde, authentiek stinkende keuterboer met zo’n pittoreske Noordelijke rukkerskop en een paar onge wassen poten die konstant naar de stront stinken als of ie de hele dag in zijn eigen reet zit te boren.

Drie kwartier fietsen bij goed weer en ik ben er en nog drie kwartier terug dan is de melk al bijna over ge kookt” roept van S. Zijn stemgeluid klinkt triomfante lijk en wordt ondersteund door een hoge, klokkende lach, alsof hij de geniale oplossing van een heel moeilijk probleem heeft gevonden.

 

U ageert voortdurende tegen de gereformeerde mede mens en maakt zich dus schuldig aan diskriminatie van een religieuze minderheids groep.

 

Waar ik veel banger voor ben is voor diskriminatie van de waarheid en de humor, dan voor het diskrimi neren van die gereformeerde verwaarloosbare min derheid.

Als ik voortdurend negatief schrijf over gereformeer den, dan is het omdat degenen die ik vanaf 1963 heb ontmoet onder die gereformeerden negatief, huichel achtig en slecht zijn. Ze zijn vooral geobsedeerd door sex. Er is veel slechtheid in de wereld:slechte gerefor meerde schijnheilige honden, slechte gereformeerde schilders en tekenleraren met artistieke pretenties slechte gereformeerde muziek en slechte gerefor meerde boeken, vraag maar aan Ha van S. van die scherts organisatie Reality Revisited of aan Leen de la Rivièra van Christian Artists, die produceert akulturele kwalitatief slechte maar heel christelijke wanprodukten met een korte broek bomvol vol christelijke naaste lief de aan de lopende band op sandalen. Die mensen hebben nulkomma nul verstand van kultuur. Als ze echt hun naaste lief hadden, dan zadelden ze die niet op met een stuk akulturele milieu vervuiling, maar kozen ze voor een eerlijk vak.

 

(wordt vervolgd) 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.