Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
4 december 2011, om 17:04 uur
Bekeken:
504 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
187 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

" “Al is het wijntje zuur , het blijft op tafel!” (deel 2)"


 “Al is het wijntje zuur , het blijft op tafel!” (deel 2)

 

In Duitsland kent men de Realisten triënnale.De Duitse Künstlersonderbund voert sinds 5 april 1990, in navolging van de realistiese Schule der Neu en Prächtig keit,het parool “Realismus der Gegen wart” in het vaandel.Die Duitse triënnale in het Drents Museum is ijverig geïmiteerd door Die derick Kraaijpoel,het orakel van Groningen.

De Nederlandse realistiese kunstenaar is over het algemeen,met uitzondering van mijzelf,een laffe, stiekeme,bangelijke kruidenier die graag kruipt voor galeriehouders. Het zijn schijterige schilders met een kleine,vaak kalvinistiese bekrompen klein burgerlijke achtergrond.

De Duitse vereniging “Künstlersonderbund” met zijn in 1993 al 119 ledenbestand exposeert eens in de drie jaar gezamenlijk om met die tentoonstelling het debat rond het realisme aan te wakkeren.Ze ver werpen de dwang van het modernisme en de alleen zaligmakende abstraktie en eren de oude meesters en het fijn schilderen,maar ook de negentiende eeuwse portrettisten en landschaps schilders.

 

U bent één van die zeldzame beeldende kunste naars die ook schrijven zonder ook maar één enkel blad voor de mond te nemen?

 

Ik vind helemaal niet dat ik op enige wijze rekening moet houden met overwegingen van morele aard die de kijker of lezer dwars zitten.Ik heb ook hele maal niet die pedagogiese en didaktiese illusie dat ik de mening van wie dan ook op welk gebied dan ook zou moeten veranderen.Ik ben geen evangelist, welzijnswerker,therapeut of politikus die langs de deuren moet om de stemmer tevreden te stellen of te vriend moet houden om zieltjes te winnen.Wel zie ik mijzelve als prediker voor een lege kerk,maar dat is weer een ander verhaal.Het enige dat ik wil is een goed stuk proza of een prima schilderij afleve ren voor de minder begaafde medemens die zelf geen penseel kan voeren of een pen kan hanteren en zelfs op die heel minieme volkomen oirbare doel stelling word ik nog van alle kanten aangevallen alsof ik een oorlogs misdadiger ben,niet in de laatste plaats door de evangeliese geloofsgenootjes of bepaalde familie leden.Ik zeg daar op; Laat ze allemaal de kolere krijgen!

 

De Amsterdamse kritiese kinderboeken schrijfster Trude de Jong met haar goed verzorgde page kapsel maakte U april 1988 in de sociëteit Arti et Amicitiae in het openbaar minachtend uit voor  “een soort Rien Poortvliet van de tweede garnituur”?

 

Ik heb alle begrip voor in het leven en de artistieke medemensch teleurgestelde,gescheiden artistieke da mes,die zonder al te veel resultaat op zoek zijn naar een nieuwe levens- annex bedpartner uit de kennis makingsrubriek in De Volkskrant,dus zo’n verwijt leg ik met opgetrokken neus naast mij neer.Ik heb alle begrip voor haar moeilijke,wankele positie als versmade vrouw op leeftijd.De tijd dringt en kunt U nog dringen,dring dan mee.Ze erkende ruiterlijk dat ze nog nooit een kunstwerk van mijn hand had ge zien,dus dat zegt genoeg over de kwaliteiten van haar ongefundeerde oordelen over andermans artis tieke prestaties.Langer dan tien minuten heb ik haar die middag niet gesproken.Na die ene keer heb ik haar nooit meer gezien.Het eerste wat ze zei,terwijl ze me buitengewoon vals aankeek:”Ik voel hier niet bepaald een stuk hartstocht op tafel liggen!”Ik deel de haar minzaam mee dat we daar al helemaal niet aan konden beginnen in het openbaar,dat ik een zeer nette jongen was die een ieder het zijne gunde, maar dat Arti et Amicitiae een behoorlijke gelegen heid was tot twaalf uur des avonds,want pas na dat middernachtelijk drievoudig heksenuur werden de loopse,artistieke dames plat geneukt met de korte keu en de ivoren ballen door de heren artiesten op het groene,half versleten,vale laken van het biljart, volgens de sociëteits beheerder Martin Welman.

Een invitatie voor een verjaardagsfeestje bij haar (Trude de J.) thuis om te debuteren in haar kulturele gezelschap in Amsterdam zuid heb ik naast mij neergelegd in 1988.Ze noemde mij niet alleen een soort Rien Poortvliet, maar ook nog een “boerelul uit Friesland,” toen ik geen belangstelling had voor een nadere,mondelinge intieme kennismaking met haar intieme diepten.Ja,gebrek aan aandacht voor het beneden navelse,dan worden de artistieke vrouwtjes bij ontstentenis van vleierijen pas goed vals en is de maat voor mij al lang vol!Het telefoon gesprek waarbij ze mij maanden later dringend ver zocht om een handtekening voor het Arti lidmaat schap heb ik heel koeltjes afgehandeld en haar nooit mijn handtekening gegeven.Ze wilde mij,net als die vrijgemaakt gereformeerde ouderling Mark de Klijn uit Kampen, gebruiken,om Arti binnen te komen.Ik heb haar naar de surrealistiese schilder Chris van Geest verwezen,die was altijd al geïnteresseerd in belegen vrouwelijke afgeneukte kultuurdraagsters, die haar genitale handel poogden te slijten aan wil lekeurige voorbijgangers bij dat restaurant Dikker & Thijs die er een zak met duiten voor over hadden en andere schepen die in de nacht passeerden.

Ik las een verhaal van Trude de Jong in een oude Maatstaf over haar scheiding en ik moet zeggen;ik vond er geen moer aan.Hierbij kan ik haar ex-echt genoot feliciteren met zijn in een verstandige opwel ling ooit genomen besluit haar te verlaten.Een pri ma keuze!Proficiat!

 

In de zestiger jaren namen artiesten zoals U het leven en de (on)draaglijke lichtheid van het be staan niet bepaald erg zwaar en dat bracht U geregeld in konflikt met leraren,dominees, Uw hu meurige, vijandige grootouders,die U naar de kweekschool voor onder wijzers stuurden tegen Uw zin en een bitse,ongehuwde tante,die latent lesbies was en  waar door U met strenge, meedogenloze meesteressehand werd opge voed (al hoe wel het de ham vraag was wie wie eigen lijk op moest voeden) maar ook de onverbidde lijke overheid en het autoritaire gezag?

 

Vijf jaar nazi bezetting had zijn sporen achter gela ten bij de ambtsdragers en opvoeders die als totaal toch bijna zonder uitzondering voor de volle 100 % achter de Duitsers stonden.

De beweging van de zestigers,de realisten rond Ga lerie Mokum,heeft maar een paar jaar geduurd. Daarna kreeg je kitsch schilders als Wout Muller en 17-e eeuw epigonen als de kommerciële op geld be luste kerk interieurschilder Henk Helmantel waar de galerie flink aan verdiende.Ik had het geluk kunstenaar te worden in een tijd dat alles kon,in een ge weldige tijd van hoog konjunktuur en explosies van talent in Amsterdam,New York en Londen,van Bob Dylan,The Velvet Under ground,de pop art,het nieuwe realisme van de Italiaanse film,de baan bre kende films van Roman Polanski en een vernieuw ing van de literatuur.Ik kende de teksten van de L.P. Blonde on Blonde van Bob Dylan uit mijn hoofd in 1965.Kom daar nu maar eens om!Ze kennen toch helemaal niks meer die jongeren van tegenwoor dig?En waarom?Omdat er van alles te veel is!

Het was een gigantiese opeenhoping van uitzonder lijke talenten waar de softies van de zeventiger ja ren niet aan konden tippen.Het gevoel van totale vrijheid in de zestiger jaren was het belangrijkste en het overkoepelende bewustzijn dat je een kunste naar was die in een heel bijzondere positie verkeer de met een staatsuitkering die je in staat stelde mooi dingen te maken.Geld speelde nauwelijks een rol. Van je laatste gulden ging je met vrienden nog een kop koffie drinken of een stick roken.

U zegt als Evangeliese Omroepaanhanger dat wij een stel eli taire ijdeltuiten en artistieke aanstellers waren? Nou,dat is dan voor Uw rekening.Ik heb dat nooit zo gevoeld.Ik was me natuurlijk wel zeer bewust van het feit anders te zijn dan de doorsneeburger man en schoolmeester.Dat gevoel van bijzonder heid en uitverkoren kunstenaarsschap was er wel! Die zelfverzekerheid,dat was toen in,daar speelde je mee,dat was een pose waar bijna niemand doorheen keek,maar de kunstschilder/illustrator Teun Nij kamp was een bangelijk,humeurige,stront verwen de,altijd en eeuwig verongelijkte  blauwe jongen die de hogere burgerschool braaf had doorlopen en door zijn vader iedere dag pakjes sigaretten kreeg thuis gebracht.Nee,die had niets te klagen!Paps lie velingetje had altijd wel wat te roken!

Ik heb wel de indruk dat de jonge generatie alles veel zwaarder opneemt.Alsof ze niet alle tijd van de wereld hebben!Ze hebben vaak een korte termijn vi sie,willen het snel maken,maar talent heeft de tijd nodig.

Galeriehouders die nooit uitblonken in kennis van zaken hebben weinig visie op de beeldende kunst. Meestal zijn het van die gefrustreerde, geflipte,ver vroegd uitgetreden leraren,ex-wel zijnswerkers of ex-(s)tenniskampioenen die een galerietje in het Spiegelkwartier in Amsterdam openen omdat ze niets anders om handen hebben.In de Nieuwe Spie gelstraat waar ik in de zestiger jaren tot begin ze ventiger jaren woonde stikt het nu van de gale rietjes.

Die jaren zestig was een tijd waarin alles open lag. Politiek had ik al lang achter me gelaten,dat was goed voor fantasieloze dorre ambtenaren.Er waren geen sexuele taboes.Alles was gepermitteerd!Dat le vens gevoel tracht ik in deze tekst  te verwoorden, daar sta ik nog steeds achter.Wat betekent in moreel en religieus opzicht sexuele promiscuïteit ten op zichte van de holocaust met zijn 6 miljoen doden?

Ik heb nooit een echt huiselijk leven gekend tot mijn zevenentwintigste,dat scheelt natuurlijk wel. Mijn overgrootvader was een landelijk bekend to neelspeler.Hij was van Franse afkomst.Mijn ouders hebben mij vanaf mijn tweede al bij mijn groot ouders gestald en keken eigenlijk nooit naar mij om.Mijn vader was een stevige drinker,een echte schuinsmarcheerder die zijn relaties voornamelijk in sadomasochistiese kringen zocht.Hij is daar voor nog een lange tijd bij de psychiater geweest,maar niets hielp.Hij vond het gewoon veel te lekker en dat is het natuurlijk ook!Zijn tweede vrouw was een overtuigd nationaal socialist en goede kennis van de zwarte weduwe Rost van Tonningen.

Ik merk ook dat ik de laatste tijd veel terug denk aan de zestiger jaren.Er is toen een stevige basis ge legd,een ijzersterk fundament dat je eigenlijk zou moeten aanwenden voor deze tijd.Transformeren en sublimeren,maar vooral niet imiteren of herhalen  is de boodschap.

De dood?Daar heb ik een broertje de dood aan!Ik negeer ‘m gewoon,dat lijkt me voorlopig het ver standigste.Het is iets ongrijpbaars,iets abstrakts tot op zekere hoogte.Welke hoogte?Ja,weet ik veel!De dood van je vrienden of naaste familieleden is ge lukkig niet je eigen dood,dus trek ik me daar ook niet te veel van aan.Soms denk je:eigen schuld,dik ke bult,als er weer iemand gegaan is.Vooral als ze er aan de aids aan onder doorgaan,want dat bete kent toch in negen van de tien gevallen dat zo ie mand van de flikkeritis was en zich één keer teveel in zijn reet heeft laten naaien door de verkeerde. Niet dat ik wat op anale sex tegen heb;helemaal niet,integendeel zelfs,want voor je het weet heb je een proces aan je reet hangen van de roze bewe ging.Naarmate je ouder wordt leef je steeds meer vanuit het besef dat de tijd die je te leven hebt steeds korter wordt en dat de ouderdom met gebre ken komt.De moderne Nederlandse literatuur en beeldende kunst volg ik al jaren niet meer.Ik ben halverwege dat boek van die Joost Zwagenmaker of Wagenmaker,hoe heettie ook weer,blijven steken, want ik vond er echt helemaal niets aan.Nee,geef mij dan maar Remko Kampurt met dat nieuwe boek.

Laten we maar liever bij het begin beginnen voor we door de bomen het bos niet meer zien: Hoe was de situatie van de beeldend kunst in mei 1967 toen U na een afwezigheid van tien jaar weer in Amsterdam terugkeerde?

Amsterdam was in die tien jaar, dat ik uitsluitend met sukkels uit Santpoort,Beverwijk en Ijmuiden in de klas zat en gedwongen in het saaie forenzen dorp je Heemstede woonde dat nauwelijks 20.000 inwo ners telde (1957-1967) als hoofdstad van een inge slapen,veilige,suffe provinciestad met een stoffig Rijksmuseum en Scheepvaartmuseum waar nooit ie mand kwam en waar iedereen iedereen kende plotse ling uitgegroeid tot een hippe metropool.De over ijverige Simon Vinkenoog,die zichzelf een kruising waande tussen Allen Ginsberg en William Bur roughs,had inmiddels de klaplopers van het Leidse plein en half artistiek Amsterdam aan de ver doven de middelen geholpen,dus het ging puik in de hoofdstad.De cultureshock was enorm toen ik terug kwam,het tempo hoog,ook in artistieke kringen,er werd keihard gewerkt door een kleine groep kun stenaars en het vak werd serieus aangepakt,in tegen stelling tot die artistieke Haarlemse lapzwansen,die nu na dertig jaar nog de hele dag op hun luie reet liggen in de brandende zon aan het Zandvoortse strand.Dat geeft niets,want die hebben nu allemaal huidkanker door het overmatig zonnen en de alge heel ongezonde levenswijze.Iedereen weet heel goed dat de christelijke manier van leven toch de meest gezonde is!

Ik ben zoals U weet uiterst flexibel op elk vlak,dus ik paste mij onmiddellijk aan het werk tempo aan toen ik weer in Amsterdam kwam na dat decennium van afwezigheid!Je dreef op de lucht van hasjies het Vondelpark uit en de polietsies droegen lang haar en staken bloemetjes in de loop van hun pistool voor ze op boeven schoten!Ja,wie had dat nou niet gewild als polietsie om in zo’n tof klimaat krimine len op te sporen!

(Ik rookte voor het eerst hasjies in 1966 in het atelier van Jan van der M. in Den Haag in de armen van de half ontklede,mooie,donkerharige rondborst ige,intelligente Aletta,die wel wist wat zij met haar D-cupmaat wilde en ik ook!) Het waren in de kul turele kontraprestatiesien de nadagen van het ab strakt expressionisme,waarin een talentloze kluns als de plat Am sterdams pratende kobold lodderoog Jan Sierhuis furore kon maken.Iedereen schilderde abstrakt.Ik geloof dat in heel Amsterdam de realis tiese schilders op de vingers van één hand te tellen waren.Als realistiese schilder kon je geen kant op in de zestiger jaren,bijvoorbeeld geen lid worden van de Beroepsvereniging Van Beeldende Kunstenaars, de BBK of van de Amsterdamse kunstenaars ver enigingen, je kwam niet in aanmerking voor de con traprestatie of de overbrugging en al helemaal niet voor de royale reis beurzen,stipendia en museale- of overheids aan ko pen.Ik heb heel veel tegenwerking gehad van de ar tistieke, linksharige, pacifistiese, onbenullige,indolente,overgesubsidieerde kollegaat jes.Pas in mei 1968 werd ik na veel vijven en zes sen van de contraprestatiecommissie toegelaten tot de contraprestatie voor slechts 39 weken per jaar en dan kreeg je f 125,- per week,in ruil voor aan de staat te leveren schilderijen,tekeningen en grafiek en dat was voor mij een heel bedrag,want ik be taalde een huur van f 40,- per maand.De overige der tien weken kreeg je een bijstands uitkering van f 84,- en daar moest je dan van zien rond te komen met een gezin.Het is altijd zo geweest dat talentlo zen (zoals die honderdduizenden tekenleraren) zon der enige moeite in de contraprestatie kwamen om dat middelmaat op elk gebied en overal feilloos de middelmaat herkent.(Bij de fijn christelijke amateur kultuurphilosooph en “kunstkenner,”maar vooral be roepscharletan, Hans van Seventer stond niet voor niets het lijvige boekwerk Addicted to mediocrity in de kast op een prominente plaats!Het is zijn Bij bel en zijn credo voor zijn onbetekenende, onbe nullige,studentikoze leventje)

Het kon in de jaren zestig in Amsterdam voor komen dat een mislukt eerstejaars studentje econo mie uit Bennebroek dat maar liefst tien jaar over zijn HBS A had gedaan,na drie maanden de uni versiteit verliet als gesjeesde student en in de contra prestatie werd “opgenomen” als “buitengewoon be gaafd talent” omdat hij de juiste relaties had.(In dit treurige geval ging het om de galeriehouder,latere gemeente ambtenaar Felix Valk,die een mislukte student een aanbeveling gaf voor de commissie) De “advies commissie ter opneming in de beeldende kunstenaars regeling” bestond immers uitsluitend uit gefrustreerde,mislukte,talentloze kunstenaars zo als Jakob Kuiper,waar nog nooit iemand van heeft gehoord of ooit van zou horen behalve zijn vrouw en kinderen aan de bar in de sociëteit Arti et Amici tiae als hij weer eens een rondje gaf om populair te blijven bij de kollegaatjes en er afgerekend moest worden op zijn kosten.Non talenten van het kaliber van Jakob K. wisten van zich zelf dat hun schetsboek bij voorbaat al een vergeet boek was en juist daarom maakten ze het jonge talentvolle kunstenaars moeilijk om lid te worden van Arti et Amicitiae.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.