Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
18 november 2011, om 08:11 uur
Bekeken:
745 keer
Aantal reacties:
4
Aantal downloads:
221 [ download ]

Score: 4

(4 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De raggende mannen raggen er op los..."


(DEZE BIJDRAGE SLECHTS VOORBEHOUDEN AAN VOLWASSEN LEZERS VANWEGE HET SOMS SCHOKKENDE TAALGEBRUIK EN DE AANVECHTBARE IDEEËNWERELD VAN DE AUTEUR. INDIEN U MINDERJARIG BENT, GELIEVE DAN TERUG TE GAAN. AUTEUR DEZES WIL NIEMAND KWETSEN, MAAR ONDERDEHAND. IN GEVAL VAN ACUTE GEESTESNOOD KUNT U MIJ MAILEN VOOR EEN TROOSTRIJK WOORD) 

 FRED VAN DER WAL: “ER ZIJN SLECHTS MEESTERS EN SLAVEN EN DAT IS GOED…WANT ZONDER DE SLAVEN ZOUDEN DE MEESTERS ONTHAND ZIJN EN ZONDER DE MEESTERS DE SLAVEN STUURLOOS EN DAT IS GEEN MEESTERLIJKE SITUATIE, WANT WIJ HEBBEN ALLEN STURING NODIG EN BOVEN AL EEN HARDE HAND DIE SOMS STREELT EN DAN WEER PIJNIGT!”

 

(Nou zeg! Dat gaat wel erg ver! Voer voor sadomasochisten!)

Er zijn Meesters en slaven, Meesteressen en slavinnen met een hoofd letter M en S.

Ik heb vrouwen en mannen onderverdeeld in vloermatten en koninginnen;een andere categorie is er niet, helaas!

De raggende mannen ook, ja, die horen er ook echt bij en Vuile Mong (de gluiperd) en de vieze gasten helemaal.  

Zo zit de wereld in elkaar.

De schoonheid heeft zijn gezicht aan de waakvlam van het gasfornuis verbrand bij het opsteken van een jointje. Afblussen met gekoelde witte Sancerrewijn anders komt het nooit meer goed en blijft het een onderhuids voortwoekerende veenbrand, dan heb je de volgende dag een kop als een afgebrande lucifer en kun je meet kop en kont een COA in om een aanvraag in te dienen.


Het is in het leven raggen of geragd worden, dat is the question en niet to be or not to be.
Zo ontstond mijn boek “Meesters en Slaven” dat nog niet is uitgegeven.

Alleen in een first draft aanwezig. Vol spel- en stijlfouten door de haast en de geiligheid waar het mee geschreven is. Echt als een hijgende hete hond model Pluto uit de Donald Duck met zijn tong op zijn tenen achter een teefje aan sjokkend. Zo voeld eik mmij. De vlammen sloegen mij uit en daar zat ik op die plestikken kantoorstoel te bil zweten, dat mag elke lezer weten.

Het werd een vuistdikke pil! 

Vierhonderd paginas bloed, zweet en tranen en andere externe secreties druipen van het schutblad en de kaft af. Het werk glibbert uit je handen.

De fotos zwaar aanstootgevend. Dáár kan de Candy en de Tuk nog wat van leren! Te goor om los te lopen, volgens een ouderling van de art. 31 vrijgemaakt gereformeerde kerk maar toch ook weer met een diep menselijke touch en een kwinkslag om de paar alineas, waardoor alle smeerlapperij gerelativeerd èn geneutraliseerd  wordt door de auteur, die van wanten weet maar toch altijd weer even geestig blijft. Kommermaareensom in li-la-leuteratuurland!  

Allemaal waar gebeurd ook nog, dus de volle (as)bak.
 "Uw wens is mij een bevel" is de ondertitel. Het vervolg heet : “Aan de voeten van de Meester ruikt het beter dan in de shoarma tent hier op de hoek”.
Dat gaat niet over de nieuwe spititualiteit maar over het Vloams Frietkot waar zich vaan alle onder de toonbank afspeelt in de hel verlicht vitrine met bokworsten.

Ku je nog bokken, bok dan mee en wil je niet bokken moet je maar zien wat eer van komt!

 

Het derde deel "Slaaf van zijn begeerte", een echt jongensboek in de trant van "Zeven jongens en een ouwe schuit" en verhaalt de homosexuele periode in het leven van de auteur als tiener van zijn dertiende tot zijn twintigste. Een druk bezette periode voor onze jonge raskunstenaar. 

Waar het trouwens heel goed toeven is op het karpet in het vooronder aan de voeten van de Meesteres, als de kakkies tenminste zijn gewassen en gemanicuurd, want in tenenkaas heb ik geen zin, dan gaat het zo ruiken in de kombuis en moet het drijfanker uit worden gegooid voor de stabiliteit van de bootvluchtelingen. 

 

Verdere afleveringen zijn gepland onder de titels “ Ontmaagd door de S.S.”, die jongens wisten als houwdegens echt van wanten door al dat bokje springen op de binnenplaats van de Schutz staffel kazerne en het mee slepende “ Bruiden voor één nacht”, dat zijn namelijk de beste bruiden, omdat lekker ook maar ene vinger lang is en de sleur er dan nog niet in is geslopen.
 Nee, dan heb ik het niet bij uitstek over kersverse pruimpjes, want daar houd ik niet zo van, omdat raggend emannen nu eenmaal de doorgewinterede tiepess kiezen om tee raggen, maar aan de andere kant ook weer niet over tot op de draad versleten afgerag de, afgeneukte slettenbakken die niet meer op te lappen zijn door de chirurgijn. 

Meer iets er tussen in, want je moet geen leden van de vrouwelijke kunnen hebben met spinrag in d’r muzikale speeldoos.
Er moet doorloop zijn in het ondernavelse en wisseldiensten. Geen negen tot vijf tiepes dus. 

Ik wil alle roosters door prikken met mijn pientere pookje. De kanalen open houden. Wild Waterbeheer en veel kanoën of een scheeve schaats rijdden bij de elf teden tocht. Waar de Prins zo sterk in is. Die dikzak heeft een dubbelganger die aan de start stond en toen hebben ze hem met een helicopter honder meter voor de finish gedropt om afgestempeld te worden als top schaatser. Die bolle! Prins Willem de dikke.

 

Daarom zal er in relaties tussen Meesters/Meesteressen en Slaven/Slavinnen altijd een strijd om de macht zijn en de sterkste zal altijd blijven winnen, hoe de zwakken ook tegen spartelen in hun al of niet denkbeel dige boeien en in bondage liggen te loeien als een koppeltje dikbilkoeien; het windt de sterkere alleen maar op, die geeft ‘m nog even van Jetje, dus men gaat zijn gang maar met zijn negotie als men in de underdog positie verkeert en de ander On Top Of The Hill.


Om die reden geloof ik ook in de survival of the fittest. Je moet wèl blijven door roeien in je dalles en merode ook als de platvink leeg is en je geen cent te makken hebt. Ook tegen de stroom in.

De stiekeme strontvliegen, de voortijdig afgevallen eikels, de stinkzwammen en de slappe sluipwespen vallen vanzelf af van het eikenblad als gal appels en daar gaat een Meester(es) wel even op staan met zijn/haar hooggehakte lederen laars tot in de liezen en draait ze sadistisch langzaam de grond in met een kille lach. Geen lach van vreugde, maar de homerische lach van de folteraar! Die lachen wat af.

Ik geloof ook sterk in rolwisseling, niets ligt vast op het interrelationele seksjuwelen vlak, maar dan wel op afspraak, voorgeschreven receptuur, net als bij de dokter op het spreekuur van negen tot twee.

Kleedt U zich eerst maar even uit mevroj dan zien we daarna wel verder waar het sschip strandt!

En of ik nou met een man of een vrouw in bed lag, het maakte me geen reet uit, want wat de één niet heeft, dat heeft de ander wel! Zo lang heet vlees maar sschoon is en geparfumeerd, de schaambos goed gekapt en in de krul gezet, de tanden gepoetst, de bovenlip gewassen.
De intieme omgang, compleet met sociale contracten en concepten op de overlegtafel van klop klop klop eikenhout, de voorlopige vooronderstellingen en inleidende ver kenningen, de schetsen, de koffie pauze om tien uur en tussen de middag vrij wandelen in het omheinde park onder begeleiding en al om drie uur naar huis.
Het stuk ondertekend door de partners, bij voor keur met het eigen bloed of indien af wezig een rode Bic Bolpen.
Ik ben daarom ontzettend voor het feminis me en de matriarchale maatschappij in zelf gebrejen schapenwollen truien gehuld op Donald Duckstemmen, maar niet voor het bloeddonorschap.

Voor injectie spuiten heb ik van jongs af aan een grote angst. Het zal wel weer wat ps-ps -psychologisch wezen.

Laat de vrouwtjes verder maar schuiven en schuif mee. Of op.

Mijn nieuwe boek heet "Lesbiese Loeders", een zedenschets uit de (aan)randstad waar de man an sich op zijn plaatst wordt gezet als zoutpilaar of boomstronk waar ze hun poot met een broek vol liefde tegen op tillen. Auteur dezes is niet direcht voor poep- en piessex, maar alles valt te proberen.

We praten over het schrijven en schilde ren en raken er maar niet over uitgespro ken.

Ik ben maar een eenvoudige ongeschoren artistieke boerenlul uit de Bourgogne met een vette, groezelige kraag en een oprispen de maag, dus U vertelt het mij maar.

Ik zeg vaak dat ik de saaiste man ter wereld ben en dat er niets van mij als lulletje lamp enkatoen te verwachten valt, daar moet U het dan maar mee doen.

Ik mag dan wel in Renkum -of all places- zijn geboren en bijna in de Rijn gekwakt, maar nog voor mijn tweede levensjaar verhuisde ik naar mijn grootouders in Amsterdam omdat ik psychisch gestoorde ouders had, die dreig den hun drie kinderen te vermoorden. Okee, dat wsa toen nog niet zo modern maar kwam toch wel eens voor.

 
Van dec. 1957- mei 1967 heb ik in Heemste de gewoond, daarna weer tot 1978 in Amster dam en nu al weer vijf jaar in de Bourgogne, daar zijn de zwak begaafde, talentloze Haarlemse culturele collegaatjes niet weinig jaloers op, hè, Jacintha.
 Ik ben daarom ook geen gewone benauwd kijkende kale kruidenier van de hoek in een blauwgrijze sstofjas of kleine middenstander qua levensopvattingen, maar houd wel mijn hand op de knip.

Ik doe aan mijn kunst geen enkele conces sie, want dan zou het ouwe meuk worden en kun je je werk in leveren bij SBK’s in Neder land die vol gestouwd met rotsooi de klant een kool stoven.

Er wordt ontzettend veel geschreven en geschilderd, alleen al die tienduizenden gefrustreerde tekenleraren die allemaal ge mankeerd kunstenaar zijn.

Op die middelbare scholen zijn de gymnas tiek- de muziek-en de teken leraar toch altijd de luldebehangers van de school die door geen collega in de lerarenkamer serieus worden genomen.

 
Er zijn wat boeken en schilderijen in malkan der geplamuurd en gemetseld door gefrus treerde leraren Nederlands en zielige, voor tijdig gepensioneerde, overspannen teken leraren met een hobby of huisvrouwen met een cursus van drie weken in het plaatselijke creativiteitscentrum, doch voorwaar, Ik, Fred van der Wal zeg U; de specie is schraal, de verf niet dekkend, het te veel aan lijnolie doet de verfhuid al snel inzakken, de brokke lige, verdroogde inkt belet een soepele schrijfstijl.

Ik heb er diepe compassie mee, diepe com passie!
Die ontwikkeling is histories en logies gegroeid, maar het is rampzalig voor de ware kunstenaar.

Neem nou een stad als Amsterdam. Daar is geen ambiance meer; daar is in de zeven tiger jaren van de vorige eeuw het hart uit getrokken door de partij van de arbeid toen meneer den Uyl daar wethouder was en de negentiende eeuwse buurten dankzij zijn ruïne be leid zijn afgebroken. Ruime, kwalita tief goede huizen met de grond gelijk gemaakt, want modieus links heeft baat bij woningnood om de algemene onvrede onder salonsocialisten en aanverwanten vorm te geven.

De dissidente schrijvers en schilders in Rus land hadden het als onaangepaste, lang harige, smoezelige, meurende tiepes, prima onder het communisme, passend bij die schraal hans filosofie. Zij werden tenminste nog gelezen omdat ze de heilige martelaar aan andermans kruis uit hingen.
 Moet dat dan zo maar? Een beetje aan andermans kruis gaan hangen? Is dat soms normaal?

Ik dacht toch van niet! Ze zullen me zien aankomen!

De modieus linkse collegaatjes zijn me toch tolerant, daar hebben jullie weer gelijk in! Maar al ga je als Nederlandse kunstenaar van de manlijke kunne in zwarte nylons van 15 denier, lederen jarretelgordel met inge legde strass steentjes voor de reflectie van het licht van de koplampen op het glimmnde asfalt, tangaslipje, de reetveter strak aan gespannen, de bikini lijn welgeschoren, de doorkijkbustehouder en nylon onderjurk op je hoofd staan met de achterpoten wijd uiteen gespreid midden op de Dam bij het Verzetsmonument om de Internationale te zingen, dan hebben ze nog geen enkele boodschap aan je, terwijl het toch een state ment van belang is.
Een vingerwijzing naar gisteren, vandaag en morgen.

Wat wil een mens nog meer?

De volle bak.

Een mud geluk. Abonnementen op de Candy, de Tuk en de Chick. En wie zal dat betalen?
 De kluizen van de kapitalisten? De vlees potten van Egypte. En waar zou dat nou allemaal aan kunnen liggen als de ver wach tingen niet uit komen?

Ik heb tussen 1965 en 2005 meer dan 250 tentoonstelingen gehad-no kidding- dus ik weet van de hoed en de rand in kunstenaars land. Voor mij een vraag voor U een weet of omgekeerd.
En daarom kan het mij allemaal niks meer verdommen!

Niemand hoeft mij wat te vertel len en al helemaal geen nieuwkomers in het kunstenaarsplantsoen zoals die dillettant R. B., die is zijn leven lang circusdirecteur geweest, dus mag hij niet mee praten, want hij heeft er de ballen verstand van en als dompteur mislukt.

Schrijvers, schilders en dichters zouden hun werk in eigen beheer moeten uitgeven bij een printing on demand publisher, daar hamer ik al zo lang op.

Een eigen risico nemen. Met je werk zingend langs de deuren gaan met je hoed in je hand. De gulp gesloten of op half zeven, zo lang de zipper maar gepoetst is en het invallend zonlicht weer kaatst. Reflectie is zo belangrijk, dat werpt licht in een duister bestaan.
En verder is het bij mij van: "U vraagt, wij draaien". Het hangt allemaal van de klant af, waar het naar toe gaat. Dat heb ik ook altijd ge daan. Je hoeft als artiest niet gelijk je eigen of andermans lul achterna te lopen, zoals gewoon in kunstenaarsland, maar lopen zal je!

Ook als je niet voor uit te branden bent, dan is daar de zweep en de elektrische vee stok! Hoogspanning!

Ik liep met een stapel tekeningen en schil derijen op mijn hoofd balancerend joelend en heupwiegend rond door het café leven van het Leidse- en Rembrandtsplein, terwijl ik toch een in- en in verlegen man bent van nature, maaar je moet wat.
Een geweldige act met veel succes. Daar heb ik op een gegeven moment op een terras aan het Rembrandtsplein weer voor de twee de keer in 1968 mijn jeugdliefde Aletta ontmoet eind sixties. Ze was nog steeds beeldschoon met haar lange, donkere haar en volle borsten, die totaal niet hingen on danks haar verkeren in hippiekringen waar echt alles getolereerd werd en iedereen de ander greep waar maar te grijpen valt alsof het niets kostte.

Ze studeerde Frans in Utrecht en wist alles af van het Franse Chanson. Veel l'amour dus en geouwehoer.
Ik was ondertussen al weer voor de zo veelste maal verloofd maar Jantje zag eens pruimen hangen, dus nam ik haar mee naar huis. We hebben nog lang zitten praten tot diep in de nacht, rookten een dozijn joints en trokken huilend van het lachen in elkaars armen de conclusie: liefde is een illusie. Het bleef nog tot laat onrustig in de stad en op de knalblauwe driezitsbank die totaal afge werkt was na afloop door deze raggende man, die ten diepste een romanticus is en helemaal niet van raggen houdt in ander mans/-vrouws intiem.

 Ik denk dat ik maar even een glaasje water ga halen, want ik krijg van pure emotie een droge mond of komt het door die slaap tabletten in combinatie met dat litertje wisky.

Ik had tot 1968 niet te vreten als jonge blondino en verdomde het om mijn achter uitgang als vooringang te laten gebruiken door grijzende heren met een buikje tegen puike betaling dus ik heb van alles gedaan.

 

Ik moet geld in mijn broekzak hebben anders word ik vreselijk nerveus, ga stotteren, op mijn teennagels kluiven en rare bekken trek ken naar portretten van onze vorstin in banken en gemeentehuizen, dat kun je zo hebben als genie. Ik ben in 1991 miljonair geweest door stom toeval, een jaar later was de poen weer op.

In Amsterdam ben ik opgegroeid in de Con certgebouwbuurt. De Palestrinastraat. Het was een zegen voor mij, dat sjieke oud-Zuid. Ik ben om deze reden pas later met die buurt in mijn gedachten tot de definitie van mijn kunste naarschap gekomen. Elk huis verschil de van een ander huis en dat is de oorzaak. Eenheid in verscheidenheid en trou moet blijcken.
Het kunstenaarschap houdt trouw aan jezelf in; trouw aan die onbevlekte, bleke, beven de, zichzelf bevlekkende onzekere jongeling die je in je jeugd was, die in het hogere gister met falset stem de zilverwitte schoon heid van de berk in het maanlicht bezong, terwijl de maagd naast je op een bed van mos gezeten er verveeld bij zat te wachten tot je uitgeluld was opdat ze dubbel gepakt kon worden.

Niet dus! Hoeveel kansen ik niet voorbij heb laten gaan! Ze gleden door mijn grijpgrage handen heen als zandkorrels. Als dat niet de ware aard van de powezie is, dat huilen te gen de maan en voorbij laten gaan hetgeen zich aan dient, dan weet ik het ook niet meer.

Het ships that pass in the night complex! Wat willen wij eigenlijk met onze talenten? Zijn wij fla vlipjes als het geknookte riet dat wederom opgericht zal worden, maar dan uiteraard getransponeerd op een hoger vlak en wel dat van de volwassenheid op weg naar de Eeuwigheid? Ach, weettikveel! Ik lijk gotdome wel een EO dominee met een uitge streken pastoorssmoel. 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Marije heeeft een groot talent om ongelukkig te zijn en iedereen tegen zich in het harnas te jagen.
Op de keper beschouwd: knap werk! Ijzersterk! Naaigaren! Bloedblaren! Bootje varen!

Geplaatst op: 2011-11-19 09:42:27 uur

MARIJE
JE BENT WEER LEKKER BEZIG, HÈ.

Geplaatst op: 2011-11-18 22:17:08 uur

Dag Marije
I hate Amsterdam? Why? Oud zuid was leuk en is leuk. Vondelparkbuurt. Ik vond/vind heet er prima.

Geplaatst op: 2011-11-18 14:15:10 uur

@ AylaZira
Dank voor je reactie. Als tekst in de lach doet schieten is mijn doel bereikt.

Geplaatst op: 2011-11-18 14:13:14 uur