Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
11 oktober 2011, om 22:19 uur
Bekeken:
626 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
197 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Writersblock"


                                                         Writersblock-Writersblog (deel 1)

 

Een interview met auteur Frank Forrest, in de letterlijke betekenis van een informatief, verhelderend vraaggesprek is totaal onmogelijk. Zijn leven is net als zijn huis een chaos. De zoveelste vriendin die hij net als zijn beste vriend John Verberk, uit de plaatselijke discotheek om half drie ’s avonds plukt was de aantrekkelijke, exotisch ogende zuid Amerikaanse Mercedes de Barcelona, maar die is al lang gillend bij hem weg gelopen. Hij vindt dat vanzelfsprekend, omdat hij geen rijbewijs meer heeft, dus een vrouw met de voornaam van een elitair otomerk, dat moet wel botsen. Hij aanvaardt haar vertrek als een niet te bestrijden natuurverschijnsel. Een terminale ziekte waar geen remedie voor is. Tot nu toe is elke vrouw na een veelbelovend begin, een verblijf  variërend van enkele weken tot twee maanden, voor goed bij hem weg gegaan. Het maakt deel uit van de tsunami die elk kunstenaarsbestaan overspoelt.

Bijna elke vraag beantwoord hij met een stortvloed aan ongeloofwaardige mede delingen.

Aanvankelijk schildert hij zijn betoog in geestdriftige bewoordingen, maar het relaas gaat steeds vaker uit als een nacht kaars naarmate het intervjoe langer duurt. Snikkend maakt hij zo nu en dan zijn zinnen af als de emoties hem te veel worden. Hij gunt zich zelf nauwelijks de tijd om adem te halen tussen de soms heel treffende one liners door. 

De afgebeten zinnen komen tussen zijn samengeknepen lippen uit met de snelheid van een mitrailleur. Hij zegt pas goed op topsnelheid te schrijven bij de staccato gitaar klanken van rock’n roller Chuck Berry of de pumping piano van Jerry Lee Lewis. Op één dag twintig, dertig paginas produceren is niets voor hem, peanuts, daar draait hij zijn hand niet voor om, dat is een absoluut minimum voor iedere auteur, vindt hij, daar is geen discussie over mogelijk.

Wie niet veertien uur per dag schrijft is geen schrijver, maar een letterknecht, een inktkoelie, een journalist en journalisten zijn hoernalisten, die modieuze jasjes dragen, rare hoedje op zetten en die weigeren af te zetten bij het diner, zoals de eeuwig glimlachende fotograaf Rommert Boonstra. Kunstenaars die op doktersrecept voor een krats dure designbrillen kopen  en met el ke wind mee waaien.

Wie niet minstens achttien uur per dag schrijft of schildert is geen kunstenaar, daar is hij het mee eens met de in EO kringen beroemde Groningse Henk Helmantel. De kapitaalkrachtige kitschschilder uit Wes teremden die in de pers ‘miljonair op klompen’ wordt genoemd vanwege zijn gierigheid en de daarmee ge paard gaande gereformeerde boerenhuftersmanieren. Achter het kruis van menig gelovige staat een le vensgroot dollarteken, meent hij in zijn afschuw van het calvinisme.

Over het kreatieve proces dat aan de vuistdikke werken van Frank Forrest ten grond slag ligt raakt de au teur maar niet uitgepraat. De mode van dunne boekjes, nee, daar doet hij niet aan mee! Hij is de dolge draaide, uitgerekende copywriter Heere Heeresma niet. Nee, dan heeft hij heel wat meer waardering voor de barokke taal erupties van Marcus Heeresma, in plaats van het verwrongen, krampachtige proza van diens broer Heere, die hij in de jaren zestig nog wel eens tegen kwam op het Leidse plein, maar ja, Heere dronk niet, dus daar viel weinig aan te beleven als hij achter zijn appelsapje zat te oreren. Het menthol kristal dat Heere op de vuurkegel van de Caballero sigaret liet smelten imponeerde hem niet, niet meer dan loze gebaren, net als het kokette sigarttenpijpje met gulden mondstuk of de paars getinte fonkelende glazen van zijn bril. 

Frank is niet erg samenhangend in zijn ver haal tijdens het vraaggesprek. Soms belandt hij in zijn betoog op zijwegen, vervalt tot een indringend, geheimzinnig gefluister alsof hij bang is afgeluisterd te worden door collegas. Overal schuilt de vijand in zijn optiek. Feind hört mit, beweert hij meer dan één keer die middag. Hij is niet altijd te volgen en wisselt snel van onderwerp. Bezeten van vrouwen, mannen en literatuur is hij. Een literaire alles eter en als bisexueel een sexuele omnivoor, die het moeilijk vindt om voor een en hetzelf de geslacht te kiezen. Variatie moet er zijn, dat lees je in de Cosmopolitain ook, zegt hij stellig. Hij ziet overal de charme van in, beweert hij. Een rond wandelende encyclo pedie van de blues en de rock ’n roll, dat is hij volgens eigen zeggen. 

In zijn warrig ogende, door wit haar om kranste hoofd huist een duizelingwekkende hoeveelheid aan pla tentitels, releasedata en namen van obscure artiesten die soms vroeg zijn gestorven en bij voorkeur een slordig gevoerd, ongelukkig leven leidden, zoals Hound Dog Taylor & The Houserockers, Reverend Gary Davies en Elmore James. Bezeten van erotiek in al zijn veelkleurige vormen is hij voor alles in. Zijn religie is sex. Zijn tempel het geheime paradijs in de ver wilderde, braak liggende, openbaar toe gankelijke tuinen die   zich volgens hem bevinden tussen de dijen van zijn honderden minnaressen en minnaars. De geur van het duizelingwekkende geheim van man en vrouw snuift hij met liefde verhit op. Over de aard van dat geheim kan hij niets mede delen, want het is een ervaringswetenschap, zegt hij geheimzinnig.  Wij nemen het voorlopig maar voor kennisgeving aan. 

Hij heeft weinig geld en eet daarom ieder weekend bij zijn hoog bejaarde, excentrieke grootmoeder Babs Bigot, die ondanks haar negentig jaar nog steeds secretaresse van de Society For Parapsychological Re search is en uit dien hoofde met gelijkgezinden spritistiese seances houdt in de grote, donkergroen geschilderde Heemsteedse villa uit het begin van de twintigste eeuw, die aan een lommerrijke, rustige zijlaan van de Heemsteedse Dreef ligt, waar een inwo nende, ongehuwde, verbitterde tante met drie nerveuze getrimde witte poedels  dankzij bakken luminal kalm gehouden worden en even hulpeloos als gedrogeerd wankelend op hun geschoren poten door de villa rond scharrelen om overal in de ver trekken hun behoef tes te doen. Tien jaar lang woonde hier de naar Frankrijk geëmi greerde kunstschilder Fred van der Wal.

De beide bewoonsters zien hem liever gaan dan komen. Ze hebben wel wat anders aan hun hoofd, zeggen ze. Maar het ergste is dat hij al negen maanden geen letter op papier heeft gekregen en uit de redactie van het literaire maandblad Somnabule is gezet door gebrek aan produktie en  het verrichten van een mi niem e hoeveelheid aan redactionele werkzaamheden. Ondermijnende activiteiten zijn hem niet geheel vreemd, beweren de overige redacteuren unaniem. Zijn gewoonte om steeds een blauwe rubberen warmwater kruik of een banaanvormige zuigfles met roze speen mee te nemen, gevuld met wiskey in plaats van warm water of zoete melk wekte steeds meer irritatie op bij de overige redactieleden. Frank verstjeerde de vergaderingen door met het stijgen van het alcoholpromillage kwaadaardige opmerk ingen over collegas te maken en vervolgens over te gaan op gelal of het zingen van Gregoriaanse zangen afgewisseld door de Internationale. Hij wil graag laten weten dat hij met koorknapen om ging in zijn jeugd. Toen hij hoofd redacteur Bibo van Bockul steeds vaker in het openbaar Bokkelul ging noemen en beweerde dat diens hoogrode kop een niet gevulde hoge drukpan was die op ontploffen stond was het genoeg en werd hij gero yeerd tijdens een laatste roerige bijeenkomst met algemene stemmen. Meestal moest Frank na afloop van een vergadering door een van de overige redac teuren laveloos naar huis worden gereden en menigmaal kotste hij als dank voor het gebaar de achterbank onder. Even zo vaak werd hij voortijdig de auto uitge zet vanwege handtastelijkheden en begon hij te huilen dat hij de weg kwijt was en niet wist hoe hij thuis moest komen.

“Waar Frank Forrest verschijnt is het gelijk ruzie en komt het nooit meer goed” verzucht een van de over ige redaktieleden. Hij ziet  zijn naam liever niet genoemd als ik hem opbel. De practical jokes en  de meedogen loze wraakacties van Frank zijn alom bekend. Niemand wordt in schrijversland graag het zoveelste slachtoffer van zijn paranoïde wanen en eeuwig durende rancunes, want Frank heeft een geheugen als de olifant die in de porseleinkast van het artistieke leven tekeer gaat. Frank wierp menig betontegel of fles benzine met brandende lont bij nacht en ontij door andermans raam als hem even iets niet beviel, waarbij hij zich onder invloed van drank en verdovende middelen nogal eens vergiste in het juiste adres. De Enschedese recherche heeft hem nog steeds hem als mogelijke verdachte van de vuurwerkramp op het oog. Frank vindt het heel vanzelf sprekend, omdat hij die bewuste dag op bezoek was bij de vennoot van galeriehouder Leon Tardy, die een borduurfabriek runde, alhoewel hij zegt van de prins geen kwaad te weten, terwijl hij met zijn wijsvinger zijn ooglid omlaag trekt waardoor hij plotseling een behoorlijk lepe indruk maakt en Uw verslaggever even begint te twijfelen aan zijn integriteit als mens achter de auteur.

 

Verwilderd keek hij mij een uur geleden bij het open doen van de voordeur aan en zei: “Ik dacht dat er een aantrekkelijke juffrouw zou komen en geen meneer…ik zit toch al zo omhoog!” Hij is ondanks het late uur nog steeds in pyama gekleed. Zijn gulp wijkt en laat een overvloedige schaambos en het begin van zijn manlijkheid aan de basis zien.

Het formaat is aanzienlijk. Hij zou met veel succes in een porno film kunnen spelen als hij niet te geremd was.

Ik roer later het onderwerp aan, maar krijg nul op het rekest. “De camera houdt niet van hem en hij niet van de camera, dus gaat dat in elk geval niet door en al die ziek tes van tegenwoordig is hij niet geporteerd voor porno rolprenten”, zegt hij gemelijk. Hij vermeldt dat hij meestal de hele dag in een gestreepte pyama loopt, om dat het weinig zin heeft als alleen staande man om zich aan te kleden.

Voor wie zou hij het doen?

Voor zijn vier katten?

De postbode?

Een opdring erige Jehovagetuige? Voor zijn ex-vrouw die hoogleraar criminologie aan de Ergonomicon universiteit is?

De gasmeter op nemer of de buschauffeur die altijd bij Mooie Paal stopt als hij opstapt om naar de provinciehoofdstad te gaan om bij Supermarkt de Boer  voor een maand lang een reiskoffer vol pakjes  oplossoep in te slaan? En in Auschwitz liepen ze toch ook in gestreepte pyamas. Daar heeft hij een verhaal over klaar liggen; over een art. 31 vrijgemaakt gereformeerde, gefrustreerde tekenleraar die elk jaar op vakantie naar  Auschwitz gaat met een lucht geveerde bus van de Nederlandse Reis Vereniging. De tekenleraar noemt zich kunstenaar en beweert na het zoveelste bezoek “ook uit het kamp te komen”. Zestig jaar na dato   voor de E.O. roerende verhalen ophangt over wat hij noemt “de verwerking van zijn eigen kleine holocaust in woord en beeld”. 

 

(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Maar straks bennik er weer
en dan zijn we wel bij elkaar
en dat straks schiet al aardig op

Geplaatst op: 2011-10-12 20:45:14 uur