Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
7 oktober 2011, om 08:29 uur
Bekeken:
551 keer
Aantal reacties:
3
Aantal downloads:
231 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Als ik God was gaf ik voor het zootje nog geen dubbeltje (deel 6"


Als ik God was gaf ik voor het hele zootje op aarde nog geen dubbeltje! (deel 6)

 

door Fred van der Wal 1999, Oldeboorn.

 

Een tekst van lang, lang geleden. Om de academici te gerieven, die zo klinies krities mijn geschreven bijdragen verslinden en regel voor regel spellen om zich eventueel over te kunnen beklagen ter opwekking hunner politiek gekleurde, doorgaans schaapachtige, selectieve verontwaardiging, volgen hier in één keer tien afleveringen vol wise cracks, one liners, reminiscensies, dreams and philosophical judgements by one of the great post war realist Dutch artists. Zo geef ik de boys die niks om handen hebben toch nog wat huiswerk mee… 

 

Er staat bijvoorbeeld in een verhaal van Fred van der Wal uit zijn eerste, ook 12 jaar later niet gepubliceerde verhalenbundel “Een vuilnisroos uit Franeker” de volgende strofe;

 

”In een opwelling  liep ik via  de Nieuwe Spiegelstraat te Amsterdam als goed ogende blonde, langharige, bruin verbrande, nog niet gearriveerde, arme Amsterdams kunst schilder in 1967, gekleed in een roze jeans en een  modieus overhemd met een Paisley motief naar de toen nog zo innovatieve Bijenkorf aan het Rokin om een miniem stukje duur betaalde modieuze lingerie te kopen voor mijn donkere, exoties ogende gepassioneerde 25-jarige vriendin C. die net als het Bleke Bet foto model Twiggy slechts een a-cup je bezat.

Na het in ogenschouw nemen van de lingerie kollektie duizelde ik van emoties en moest mij terstond vast grijpen aan een kledingrek.

De aan blik van al dat moois liet mij niet onberoerd en alras werd het zelfs voor mij duidelijk dat het geen enkele zin had een forse push up beha te kopen omdat er eenvoudigweg niets op te duwen viel bij C. (waar niet is verliest zelfs de keizer zijn recht) en het nog een hele toer zou worden een passend frivool stukje verjaarstextiel op de kop te tikken binnen afzienbare tijd, waar zowel  C. maar ook een fervente lingerie liefhebber  als Uw kunstartiest in de intieme sfeer bij zacht kaarslicht, fonkelende rode wijn, terwijl die tophit van Procul Harum “A whiter shade of pale” door de kamer schalde en blokken oude kaas met Franse mosterd uit Lyon er in gingen als blokken kaas met Franse mosterd uit Lyon, onderdehand met mijn vette vingers enig plezier aan haar geheel of gedeeltelijke ontklede staat zou kunnen beleven, alhoewel mijn behamaat uiteraard de hare niet was (gedeelde vreugd is dubbele vreugd) en het zodoende voor mij zinloos zou zijn de verleidelijk lingerie te passen als zij naar Akademie De Schans was met haar ronde kantkloskussen op de fiets als een schild om haar hals hangend haar weg vervolgend tussen duizenden andere fietsers.

 Akademie De Schans waar zij voor de tweede keer in het laatste jaar van de studie Nijvere handwerken akte Ns zat…” of   denk eens aan die cyniese zin uit een ander verhaal uit dezelfde bundel: “Geen groter geluk voor Fred van der Wal dan een mysterieus verkeersongeluk dat die nacht een einde maakte aan het leven van de uiterst onaangename Amsterdamse uit Friesland afkomstige Galerie eigenaresse Dieuwke Bakker, een niet te stuiten dame, een kruising tussen het tiepe Kaat Mossel, Berta Botenbauwer en Ien Dales, die voor wie haar kende, in veel opzichten deed denken aan de eigenzinnige Amsterdamse nu al lang overleden markante uitgever Geert van Oorschot, maar daarentegen nog geen fraktie van zijn eruditie in huis had en  van nature dankzij twee ijzersterke longen veel harder schreeuwde dan…” of  nog weer een heel andere zin uit zijn derde verhaal: “Als ik aan Friese beeldende  kunstenaars denk,dan denk ik alleen maar aan mist, mest, moeras, in onverstaanbaar dialekt mummelende lang harige onaangepaste analfabeten als Klaas K. te G., naar zware sjek en genever rieken de stukken ongeluk met eeltige nicotine vingers en een eigenwaan die de ganse horizon in beslag neemt als de ongewassen met zichzelf zeer ingenomen Nederlandsch Hervormde voddenboer Jopie H. en andere belegen ouwe kunstkoeien uit de nimmer gehekkelde stink ende artistieke modder sloot, kunstenmakers die aan het gegleufde gezondheidszadel van elke afgeroste fiets van hun overleden opoe van meer dan tien jaar geleden een mondiaal histories belang toe dichten als ware het een onontdekte Rembrandt, die ik overigens een weinig interessante schilder vind en zo nu en dan als tekenaar/grafikus zelfs faliekant de plank mis sloeg…” of  “Wanneer ik des ochtends nog door de alcohol verblind de dag al reeds ver vloekend nog voor hij goed en wel begon nen is, hetgeen bijkans dagelijkse roetine is en het gordijn even later heb geopend,zodat het daglicht als een direkte rechtse boksstoot of uppercut mij in het gelaat treft, mij met enige gène ommekeer en vervolgens moeizaam met een aardige standaard ochtend erektie als ware ik een bronstige adolescent, tevreden een toepasselijke pop song (all you need is love, dove, maar niet van mij!) fluitend naar de badkamer loop en al gelijk sta te kotsen van mijn spiegelbeeld als ik in de spiegel kijk, mijzelve tersluiks beroerend om in alle eenzaamheid mijn hoge nood te lenigen tegelijkertijd mijn ongescho ren gemeen kijkende onbetrouwbaar ogende, weinig goeds belovende porum observeer, die loerende mombakkes met vurige, korstige oogleden, het geheel eventjes evalueer en dank zij die overdosis sterke drank, hasj en vooral de twee liter Cabernet Sauvignon van gisteravond ner veus tegen het felle licht knipperende bloed doorlopen ogen, de bevende, korstige, paarse lippen, een nog paarsere lallende, dubbele tong en een aniline kleurige bek van heb-ik-jou-daar wantrouwig me zelf aan schouw, alsof ik een vreemdeling op aarde in eigen ogen ben, ja, dan weet ik weer als ik een kwartier later naar beneden kijk naar de stand van zaken in het ondernavelse dat ik godtzijdank nog lang geen Viagra nodig heb, noch aan prostaat klachten of balzakkanker lijd en dankzij de draaglijke lichtheid van mijn bestaan probleemloos op weg ben naar een naamloos graf zonder wit marmeren steen met uitgebeitelde sierlijke, vergulden krul letters (ik vind dat meer iets voor aan aids gestorven provinciale flikkers uit Fries land), waar nimmer een schone,bij voorkeur niet geheel en al maagdelijke jonkvrouwe (nimmer heb ik een maagd begeerd om dat ik seksjuweel door de wol geverfde meer hand zame dames veel eerder begeerde) diep geroerd om wat nooit was of iets zou worden snikkend met heur gehandschoende hand een maagdelijk witte lelie op zal werpen….”

 

Genoeg ingewikkeld en gevoelig geluld! Ik heb het liefst dat ze me met rust laten! Nu al reeds,maar ook na mijn dood! Het kan me toch helemaal niks verdommen of ze me als Mozart in een massagraf sodemieteren laat staan een steen met inskriptie op mijn rottende lijk zetten!

Stinken doe ik nu al,dank zij de overmatige konsumptie van knoflook en gistvlokken!

En onderdehand knijp ik zo nu en dan hardhandig de laatste druppels urine uit mijn geslachtsdeel. Pijn is fijn. Een trouwe vriend die mij nooit in de steek liet op momenten wanneer hij nodig was. 

 

Je bent  als eenvoudige lezer geneigd te denken dat het in de eerste,uit de bundel “Een vuilnisroos uit Franeker” geciteerde zin gaat over een zoektocht naar een onvindbaar tanga slipje in de Bijenkorf of ter aanvulling een met veel glitters versierde jarretel gordel en een uiterst pikante beha  of een relaas over het dodelijk verkeers ongeluk van de succesvolle Amsterdamse Galerie eigenaresse Dieuwke Bakker dat de erfgename (Janna) mogelijk veel financiële voorspoed brengt (immers een geluk bij een ongeluk,want ongeluk is voor sommigen es em mers onder ons vaak ook een soort onvervangbaar, onbetaalbaar geluk.

Zie:Het sadomasochisties universum,Fred van der Wal,uitg. Nomanspress 1999, 400 pag. m. ill.) of  in de derde strofe over ongewassen uit de klei getrokken lamlendige gesubsidieerde drank zuchtige gedrogeerde beeldende kunstenaars met suïcidale neiging en van het Friese tiepe S.d.V. maar in de derde zin daarentegen lijkt het te gaan over een mogelijk voortijdig aan Korsakow lijdende existentialistiese antiheld tiepe Fred van der Wal weg gelopen uit de anarchistiese verhalen van Charles Bukowski die voort durend mummelend, hetzij opgewekt fluitend over zijn niet vermoede potentie met een penis in erektie als richtingaanwijzer door de mistige jungle van het leven aan de zelfkant  doolt en uiteindelijk in het moeras belandt met andere erotomane ongure half psycho patiese onbetrouwbare biseksuele dronke lappen, soms zelfs  geteisterd door duidelijk hoorbare maag- en darm kolieken (blaasorkest),hetzij geluiden van de gehan dicapte medemens al of niet  tijdelijk behept met een kunstmatige uitgang op de buik waar een plestik zakje aan een sonde bungelt. Last exit to Brook lyn.1964. De kenner van de Amerikaanse six ties literature zal begrijpen wat ik bedoel. Of niet. 

Oorzaak en gevolg liggen ook hier overdui delijk betreffende de geciteerde zinnen.Niets aan de hand dus,boontje komt om zijn loontje zoals het hoort, zou je zo zeggen,op het eerste gezicht,geen enkele ruimte voor diepe,verborgen literaire lagen,er staat wat er staat,maar niks hoor,die uiterst be grijpe lijke,duidelijke,beslist éénduidige strofes gaan vol gens de schoolmeesterachtige psychologiserende diepzeeduikende aanhangers van de hogere in-en uit legkunde over wel heel iets anders,iets diepers, donkerders,geheimzinnigers,onduidbaarders, moei zaam opgespit uit de helse,duistere krochten van het onderbewuste.Freud & Co Revisited,maar dan door en voor roman tietsie (red.:romantici) en leken verklaard.

Enige tijd was ik,als adspirant school meester tussen 1963 en 1965 niet gehinderd door buitengewoon veel kennis op literair krities  of psychologies gebied (maar toch al veel meer dan het gemiddelde lid van de E.O.) ,tot 1968 ook een fervente aanhanger van deze vreemde gedachtegang onder de eenzijdige invloed van Freud,Jung en de verhandelingen van een Nederlandse Jungiaanse psycholoog waarvan ik de naam al lang weer vergeten ben. De door neo-gnostieke en Oosterse esoteriese stromingen beinvloede Jungiaanse waandenk beelden vierden enige tijd hoogtij aan de christelijke Da Costa kweekschool te Bloemendaal waar door leraar pedagogie en psychologie Pilon zelfs de wazige, toen al achterhaalde nons ens theorietjes van de roomse aartsvervalser Teilhard de Chardin met applaus werden begroet en klassikaal behandeld.

Zelfs de leraar Nederlands X. aan de gerefor meerde kweekschool te Amterdam waar Els , mijn toen malige gepassioneerde gereformeerde vriendin het hoofdaktejaar volgde, was behept met nee, erger nog; werd zwaar geteisterd door een Jungiaans wereldbeeld. Geen wonder dat hij de Vlaam se magies realistiese vertellers met hun larmoyante proza hogelijk waardeerde en nog veel erger; de plaatjes van de haagse kitschschilder Johfra om d esymboliek toe te lichten van een groot aantal literaire verhalen.

Veel eigentijdse gedichten en proza gingen volgens de heer L. Kip,docent Nederlands aan de Da Costa kweekschool over heel iets anders dan wat er op papier stond onder het motto:Kijk maar,er staat niet wat er staat.Wat dat andere dan wel was hing af van de heersende mode.Vroeger was dat het Oedipus kompleks,daarna onder invloed van de existentialis ten het al of niet vinden van de eigen identiteit wat dat dan ook mag zijn,in elk geval een tijdrovende, hele klus en vooral –voer voor psychologen- de uit komsten van verdrongen homo- of biseksua liteit, daar was men in christelijke kring en vooral tuk op, want dat werd beschouwd als hoofzonde aller hoofd zonden. Ik moet toegeven dat de manlijke, maar vooral de vrouwelijke homo- en biseksualiteit vanaf Sappho aan tot en met de twintigste eeuw (met een explosie aan geschilderde lesbiese voorstellingen eind negentiende eeuw door kunstschilders die ein delijk en masse wisten waar Sara het liefst de mosterd vandaan haalde) zeer tot de artistieke verbeelding spreekt, maar daarover later.

Ik heb de inlegkundige deskundologiese nep- en na maakpsychologieserende visie van L. Kip op De Vis van Heere Heeresma wel eens getoetst door na vraag te doen bij de auteur zelf, die ik toevallig ontmoette in mei 1967 in de Nieuw Spiegelstraat 48 te Amsterdam, toen hij nog woonachtig was aan de Leidse kade. Hij haalde zijn schouders  over de theo rietjes van leraren Nederlands op,terwijl hij voort durend hongerig naar mijn in een geraffineerd zwart jurkje van Chanel geklede exoties ogende vriendin Catharina met haar egypties opgemaakte zwart om rande ogen zat te loensen van achter zijn min drie fonkelende paars gekleurde brillenglazen en iets mompelde dat zijn werk poly interpreta bel was.Een aan anderen ontleende dood doener van de eerste orde. Zo kende ik er ook nog wel een. Heeresma loog van alles bij elkaar als pathologiese leugenaar dat was me al snel duidelijk en na enkele ontmoe tingen en een eenmalig bezoek aan zijn schaars ingerichte woning en een gesprek gekenschetst door volledige miskommu nikatie en Pinteriaanse dialogen heb ik al snel de moed maar op gegeven.

Zijn onappetijtelijke maar sympatieke echtgenote zat wijdbeens op de grond in de voorkamer vis te fileren op een natte krant. Een tafereel dat hij gebruikt heeft in één van zijn novelles. Een vrolijk gezinnetje! Ik houd het liever een beetje gezellig in de omgang met de artis tieke medemens en verbrak daarom het kontakt met Heeresma al snel.

Tegenwoordig is het aktuele,pseudo onderbe wuste, al of niet verdrongen,onsmakelijke thema geheel naar de geest van de tijd uiteraard incest.Koning kind;Populair bij damesbladen en verknipte vorsers naar andermans sexuele afwijkingen.Ik schroom voor de zekerheid ook altijd mede te delen dat ik een grote kindervriend ben want voor je het weet zit je twintig jaar om niet in de bak.Zie het proefschrift van Maaike Meijer,gewijd aan de in de zestiger ja ren zo beroemde en nu al lang weer vergeten ge dichten van Neeltje Maria Min.(Een onaantrekkelij ke blondine met uitdrukkingsloze vissenogen,die zo als ik  regelmatig heb kunnen konstateren,avond aan avond smachtend voor zich uit zat te kijken, zwaar bevangen door de powetiese inspiratie in een kameelkleurige houtjetouwtje jas,gezeten op een wrakke houten stoel aan een even wrak houten tafeltje in het ongezellige pseudo-kunstenaars café Reynders aan het Leidseplein te Amsterdam in 1966 waar ik zo nu en dan met D.M. kwam.

En bezocht ik Reynders niet dan was het wel Eylders,al of niet in het zeer aangename gezelschap van mijn sexueel helaas zo vrijgevochten vriendin Catharina S.,die nu al weer decennia lang op een flat in Zeist in een betonnen zelfmoorddoos woont en ik in een landhuis uit 1790 temidden van de weilanden met een tuin waar de zwijgende zilverwitheid van  de berken nog bezongen moet worden en de onrustige takken van de beukenboom  in staccato geluidloos leestekens zetten bij de eindeloze litanie van de natuur.

Adspirant-doktorandus Maaike M. bespeurde overal incest in de gedichten van Neeltje M.M. die zelf overigens beweert nooit door haar vader gepakt te zijn op infame wijze.Of zij het betreurt is een twee de.Er zijn immers zowel heel leuke vaders als aan trekkelijke dochters die geen sexuele zee te hoog gaan (zie de immorele auteur-bordeelsluiper Adri aan Morriën en dochters of die immer glimlachende ouderling der Vrije Baptisten te H. die openlijk beweerde dat zijn dochters, net als de docht’ren Noachs, niet onge schonden het huis hadden verlaten!

Verschil van smaak moet er wezen!) lees ik in de Viva,dat vakblad voor de laag ontwik kelde eigen tijdse vrouwelijke ongeschoolde arbeiders jeugd!

 

(wordt vervolgd) 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

...en nou is die fiets ook nog gejat door een junk!

Geplaatst op: 2011-10-07 12:51:01 uur

beterschap

Geplaatst op: 2011-10-07 10:57:21 uur

Pie-hie-pend en kar-hakend
gleuf er niks van
je bent jong en veerkrachtig
nee
Marije springt juichend haar bed uit
zeker weten

Geplaatst op: 2011-10-07 10:38:13 uur