Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
30 september 2011, om 23:33 uur
Bekeken:
498 keer
Aantal reacties:
1
Aantal downloads:
199 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Tweede lijns medicatie"


TWEEDE LIJNS MEDICATIE

 

De Grote Bazen aan de top hadden contacten met een aantal vaste, zeer betrouwbare figuren op de tweede en derde lijn en die dealden voor ze. Daar was ik dus lange tijd één van de belangrijkste van als vrouw. Tweede lijns medicatie noemde ik het als ex-verpleegster.

Ik wist daarom ook heel goed hoe ik een shotje moest zetten bij een beginner. Soms hielp ik ze bij de eerste keer persoonlijk daar mee ergens op een toilet van een kroeg tot ze overal UV lampen hingen zodat je de ader niet goed kon vinden. Als het een leuke gozer was maakten we eerst even een snelle wip, klantenbinding via mijn k*t, daar was ik niet kleinzielig in, maar wel altijd met een rubbertje om.

Platjes, okee, maar weer een geslachtsziekte had ik geen zin in. Ik was al veel te lang door gelopen met een druiper dus van kinderen krijgen was al lang geen sprake meer. Het was in de tijd dat ik in een P-café werkte achter de bar en die hele kroeg heeft toen een gonorrhoe van mij op gelopen en toen de laatste genezen was had de eerste er al weer één te pakken van mij, hahaha, dat vond ik wel geestig. Over klantenbinding gesproken. Het was in die jaren hip om een venerische ziekte op te lopen, dan hoorde je er helemaal bij.

Ach, in de jaren zeventig was het geen pro bleem, twee spuiten antibiotica en je was weer fit.

 

Direct contact met de Big Bosses had ik dus vanaf het begin. Ze mochten me wel, ook omdat ik niet kieskeurig was met wie ik wel en wie ik niet naar bed ging. Ik houd van sex en ben geen tiepe vrouw van niet geneukt toch lekker.

Keurige tiepes over het algemeen die ik ontving wat de top betrof. Helemaaal niet het zwarte gajes dat je op de Zeedijk tegen kwam met een ghetto blaster op de schouder en een paarse pet.

Veelal gerespecteerde boys uit de zaken wereld, in Leiden gestudeerd, corpsballetjes in driedelig grijs en een aardappel in de keel met een leuke Porsche onder hun kont, die ook wle eens vreemd wilden gaan, dan dachten ze dat ze deel uit maakten van het milieu en thuis een lekker wijf met geschroen achterpoten en eene kale k*t plus een mooi Penthouse in zuid. Bankjongens in driedelig pak die probleemloos zes miljoen investeerden in een hasjtransport. De kleinere klanten die een paar grammetjes Nederwiet of een grammetje snuif kochten liet ik door een zwaar brillend lulletje bedienen die wat bij wilde beunen naast zijn werk als schoonmaker in een plaatselijk leipespeis met wisssel diensten. Vaak van die jongens die regelmatig met hun voorpoten in verband liepen. Hadden ze zichzelf weer in een dronken bui een Jaap gegeven. Duim er half af. Bloedverlies. Vaak waren ze zo stoned dat ze helemaal niks voelden.

Mijn gedragslijn in de handel was van af het begin: eerlijkheid en nog eens eerlijkheid naar de top, maar ook naar de afnemers. Ik ging ze niet besodommieteren. En klanten binding zoals ik al zei.

Ze betaalden er grof geld voor en ik vond dat ze dan ook kwaliteit moesten krijgen en geen absolute shit.

Jij doet wat voor mij en ik wat voor jou. Loyaliteit stond voor op.

Een goeie klant gaf ik wel eens wat extra of hij mocht een nachtje bij mij blijven. Is er een lulletje lastig of heb je te maken met een wanbetaler; laat je ‘m afrossen door een col legadealer of douwt ‘m een Croftybom onder zijn neus, dan piepen ze wel anders en kun nen net als die rijmelaar Lucebert nabauwen dat de schoonheid zijn gezicht heeft ver brand.

Moet je hun eigen kop zien! Net een verbran de luciferskop.  

Je had in Amsterdam een fake hippie, hij noemde zich Stonie, omdat ie simuleeerde altijd stoned te wezen, vrselijk aansstellerig druk doen en hippietaaal uitkramend, die verkocht als kleine zwendelaar nep hasj, stukken geperste geitenstront, niet om aan te raken, daar wilde ik dus niks mee te maken hebben, alhoewel hij op het Leidse plein met mij aan probeerde te pappen.

 

Kwam er een Amerikaan bij me voor een paar kilos dan gaf ik hem nog een leuk stukje mee voor onderweg om kalm te blijven en een paar LSD strips, een bus amfetaminen, een dozijn strips Valium, een pretpakket Oxazepam, een mud Diazepammetjes, een ons Ketamine, tien gram Cocaïne, wat Peyote en Mescaline voor toe. Hadden ze voor een half jaar weer genoeg met hun vriendjes om zich hip te voelen. Gewoon om goodwill te kweken, dan kwamen ze zeker terug.

De handel floreerde. Risico was er nauwe lijks. Het geld kwam bij bakken binnen. De afdeling narcotica bestond uit een stel bleke slemielen die nog geen plak hasj van een zak coke konden onder scheiden.

De politietop was zo corrupt als wat. Vonden ze met veel bombarie een paar honderd kilo wiet, met foto in de krant, de volgende week was die partij weer op de markt.

Inspecteur Kees Sietsma, die ik nog van een akkefietje uit Haarlem kende, heeft toen nog op het politieburo Zeedijk de kluis open laten breken van commissaris Toorenaar die van samenwerking met de onderwereld werd verdacht maar ze vonden niks, die gast was zo geslpene als een 24 karaatsdiament, die was niet te pakken. 

Meestal brachten goeie klanten weer andere klanten mee.

Jongens uit de reclame en pop wereld. En vaak werden dat ook hechte vrienden van mij. Die vertelden weer door aan anderen dat ik de zaak niet belazerde en aan fair trade deed. Net als die verkopers van Max Havelaarkoffie. Iedereen ging er bij mij op voor uit. 

Ik kon vragen wat ik wilde want er was zo verschrikkelijk veel tinnef op de markt dat ze mij liever een paar ruggen meer betaalden dan dat ze vierkant geript werden door de een of andere klojo.  Ik controleerde de bankbiljetten wel altijd even met de Ultra violet lamp of ze wel echt waren. Ik had lange tijd de bijnaam Ultra Violet, net als een van die superstars van Andy Warhol omdat ik steeds met die paarse lamp in de weer was, dat waa toen nog heel ongebruikelijk. Ik werkte voor de veiligheid alleen uitsluitend op bestelling.  Thuis had ik geen grammetje in voorraad, zelfs niet voor eigen gebruik, want vroeg of laat loop je dan toch tegen de lamp bij een inval. Je moet absoluut clean zijn als tussenhandelaar. Ik ging de handel pas halen als er een klant was, die zette ik dan zo lang op de bank, stopte een hetero- of homopornovideootje in de recorder, het hing van de persoon in kwestie af en denk niet dat alleen mannen in porno geïnteresseerd zijn, want ik had heel wat vrouwelijke klanten, die er tuk op waren, vooral op die keiharde S.M. movies waar dat vette mormel Miep en die ex-Jezuïet Loek  in handelden om hun kunsthandel te kunnen bekostigen. Kinderpornootjes vonden sommigen ook wel lekker, maar daar deed ik niet aan. Schuimpies zonder schaamhaar, noemden ze dat.Of films met neukhondjes er in, maar dat ging mij veel te ver. Ik wilde het een klein beeetje netjes houden. Wat schoot ik er mee op als een klant voor een half onsje ook nog bloedgeil werd? Dan kon ie beter eerst naar de wallen gaan om stoom af te blazen uit zijn waterpijp van onderen.Dan gaf ik mijn klant tijdens een pornootje wel een vingerdoekje en een vingerkommetje met water voor na afloop als ze lekker gegleden hadden met hun pispaal, dan waren ze ook even zoet en konden ze hun ondernavelse handel schoon wassen voor ik weer met de shit thuis kwam.  Ik ben namelijk altijd erg voor handen wassen voor ze aan mijn spullen mogen komen, want je weet nooit wat je in huis haalt. Zoenen ter begroeting houd ik ook helemaal niet van. Je kunt van alles op lopen van die seksjuweel bevrijde vreemdgangers. 

 Laatst zat ik nog met Lila Bolhaar, een lesbische ex-vriendin hier op Arti, vroeger een prachtige meid met een lijf om je vingers bij af te likken, nu armoedig gekleed, twaalf ambachten, dertien ongelukken, broodmager, kleine, gele muizentandjes door het tanden knarsen, dat duidt op een naar binnen gericht agressief, masochistisch karakter, dun, droog henna kleurig haar en die nodigde mij uit de nacht met haar door te brengen waar ik in eerste instantie bij gebrek aan beter wel op in wilde gaan om verloren tijd terug te halen, ze had net Proust gelezen, maar toen ik hoorde dat ze meer dan duizend mannen en vrouwen had genaaid zonder condoom had ik er toch niet meer zo’n zin in en zei dat ik die verloren tijd maar liever liet voor wat die was. En toen proestte ik het me toch uit vanwege die lachkick! Ze werd pisnijdig en liep weg. Even goede vriendinnen toch? Ik zit er niet mee, hoor! Als ik voor een klant op pad ging die bij mij thuis op de bank zat te genieten van een pornoot je had ik toch altijd een snubnose punt 38 in mijn broeksriem of een in een oksel holster en een Derringer aan mijn enkel, want je wist nooit waar je aan toe was met drugsgebruikers en als het fout loopt is het wel prettig om genoeg schietijzers uit het vet te hebben gehaald om een lastpak vol lood te kunnen pompen. Op mmijn buro naast mijn notitieblok lag altijd een schietvvulpen met éeén kogel er in. Voor alle zekerheid. Een slimme meid is echt op alles voorbereid. Nou ben ik niet echht bang aangelegd want vanaaf mijn zestiende beoefende ik full contact kyokushinkai kaarate en kon een behoorlijke stoot weg geven.

Ik kwam ook wel eens tien kilo of meer halen bij de grote baas, ook wel eens honderd, maar dat was toch meestal het maximum om dat je dan logistieke problemen krijgt en het uitladen van een grote partij gaat dan opvallen.  Ik woonde toen in Amsterdam Watergraafsmeer aan het Galileïplantsoen op het adres waar nu een streng gereformeerde, dulle kunsthistoricus woont, vlak bij het Mariotteplein. Hij is niet zo streng gereformeerd of hij jakt elk wijf dat beschikbaar is aan de Vrije Universiteit. Het heet natuurlijk ook niet voor niks Vrije Universiteit. Nou had ik toch al weinig bemoeienis met de buren en dat wilde ik voor de zekerheid zo hou den ook. De ene buuf was een vet wijf met een Mercedes sport die een bordeel hield, aan de andere kant een rumoerige aannemer, die snoeihard het Nederlandse genre draaide dus hoorde je twintig maal op een avond: “Als het gras twee kontjes hoog is, ja wat dan, ja wat dan!” En dan had je nog Freddieboy van de hoek, die in verzekeringen deed en een stiekeme nicht was die niet voor zijn afwijking durfde uit te komen tegenover de aannemer en zijn vrouw, want dat waren doorgewinterde heteros, die stonden elke avond half naakt te dansen op tafel in een café aan de Reguliersbreestraat, daar ben ik wel eens met ze naar toe geweest.  Ik wist dat die Freddieboy van de hoek mij wilde neuken om te bewijzen dat hij biseksju weel was, maar ik kan niet iedereen zo maar in mijn doos laten kijken om daarna te gaan holtorren, daar begin ik niet aan.  Bovendien was ik in die tijd kort getrouwd en ik ging niet vreemd. Voor je het wist liep je een druiper op en had je de volgend dag een ka van kaatje als een sstoplicht dat op rood staat en een loopneus.

Je begrijpt dat ik geen woord over mijn dealerschap los liet. Ik kan zwijgen als het graf. Voor de buren had ik gewoon een atelier in de tweede Nassaustraat, vrat als maffe kunst artieste van de contraprestatie, keek expres een beetje wazig uit mijn ogen omdat ’t bij het beroep van kunstartiest hoort, zei zo nu en dan kwasi diepzinnige dingen, zoals: “kunst is oorlog” of “kunst is kut”  en maakte zogenaamd schilderijen waar ik flink mee verdiende, want ze zagen natuurlijk wel dat het een luukse bedoening was in mijn huis.  Als ze door vroegen repte ik langs mijn neus weg over dure contracten met chique galeries in Berlijn, Parijs en de Moma in New York, dan hielden ze al gauw hun mond omdat ze van die handel helemaal geen sjoege hadden. Ik kende daar inderdaad een Joodse kunstschilder; Sidney Groszschnickel die vlak bij het Central Park woonde, dus ik kon altijd eeen adres noemen.  En verder gedroeg ik mij onopvallend, geen grote Turkenbak voor de deur, geen sport wagen, zelfs geen verchroomde racefiets met twintig versnellingen wat toen erg in was onder die kunstmafketels en ook geen exclusieve merkkleding of andere uitspattingen.  Ik ging gewoon elke ochtend naar mijn atelier in oud west met lijn negen en stapte over op lijn tien tot de tweede Nassaustraat. Niks op aan te merken toch?

Ik verkocht veel aan Amerikanen die in Duitsland gelegerd waren, die hadden weinig om handen dan hasj te roken omdat de Russen steeds maar niet kwamen, dus verveelden ze zich te pletter. Hasj en hoeren waren hun voornaamste belangstelling. Ze waren verder half analfabete varkens uit Texas. Die Amerikanen kwamen dan half lazerus in een gehuurde Amerikaanse slee een paar kilootjes halen en die verkochten dat weer in onsjes aan mensen die het weer verder in kleine stukjes verkochten. Dat was een soort piramide constructie met als consequentie dat het lonely aan de top is zoals Randy Newman zingt. De boys die aan mij leverden keken wel goed uit met wie ze in zee gingen en eisten van mij dat ik ook betrouw bare kopers aan trok, dus liever geen labiele, gesubisideerde kunstartiesten of stomdronken Amerikanen, waar je alles van kon verwachten. Ik heb ’t meegemaakt in het atelier gebouw aan de tweede Nassaustraat dat een junkie een beeldhouwer een mes in zijn rug stak, dat een heroine verslaafde schietend door de gang liep, dat zwartjoekels uit een Surinamers café in de gangen tegen elkaar op stonden te neuken. Die heroine junk heeft zich later nog dood gespo ten. Ik heb er geen medelijden mee. Als ik die stories aan een Groningse of Friese gesubsidi eerde kunstenaar uit Tietjerksetradeel vertel denken ze dat ik zit te liegen, omdat die provin ciaaltjes nooit iets mee maken. Ik ging dus alleen in zee met betrouwbare lui. Ik kon mij geen vergissing per mitteren. Mij kenden de Big Bosses vanaf het begin maar als Jan Lul de griffermeerde behanger uit Aduard met prostaatklachten of Pier Tierelier de flierfluiter uit Oldeboorn met het stro nog van onder zijn pet en d ekoieenvlaaien aan zijn reet aan de bel trekt en zegt: ”Geef me eens een paar kilootjes weed voor een vriendenprijsje, klootzak!”, dan ging dat mooi niet door en werden ze voor alle zekerheid de straat uit geslagen met honkbal knuppels met de mededeling dat als ze nog eens kwamen ze met hun achterpoten in het cement zouden eindigen op de bodem van het Noordzeekanaal om daar het scheepvaart verkeer en voorbijtrekkende scholen platvis te regelen. Soms vroegen klanten die ik wta laanger kenden mij wel eens waar ik al die stuff vandaan haalde en of ze mee mochten, dat vonde ze spannend, maar dan hing ik gewoon een lulverhaal op met gefingeerde adressen, dan zei ik bijvoorbeeld dat ze op Baggelbak 3 in een nieuwbouwbuurt eerst drie keer kort en dan zes keer lang op de deur moesten kloppen en dat ze dan zouden worden open gedaan door een schele JoJo van een Chinees met een bochel, dan wisten z ewel dat z egenaaaid wwerden waar ze bij stonden. Het was trouwens tegen alle regels om aan je afnemers te vertellen waar je de stuff, coke of pep vandaan haalde, want voor je het weet ben je je positie op de markt kwijt en overrulen ze je, dan zoeken ze het hoger op in de hiërarchie en gaan over je heen via de brand ladder naaar omhoog. Dat gaat niemand wat aan, dat houd je allemaal voor je zelf. Ik hield mij alleen met de bestelling bezig en als het af geleverd werd diende het geld op tafel te lig gen anders zette ik de zaak wel even een tandje hoger in de versnelling door ze mijn punt 38 onder hun neus te douwen.  Een keer is het bijna mis gegaan, toen heb ik een klant zijn oorlelletje er af geschoten als waarschuwing toen hij niet snel met de poen op de proppen kwam. Zijn trommelvlies was gescheurd doordat ik van dichtbij schoot en een geluiddemper gebruik ik niet, dan lijkt het net op het geluid van een speelgoedpistool. Het moet wel impact hebben. Je moet geloofwaardig over komen.  Ik zorgde er voor dat er snel werd afgerekend. Niks op de lat schrijven, alles handje contantje. De Grote Bazen waren wel eens boos als ik een bepaalde partij veel te goedkoop verkocht had, dan vonden ze dat er meer uit te halen viel, dan zeiden ze dat ik een kloothommel was een met opzet de markt gewoon aan het verpesten was op die manier, maar daar trok ik me echt niks van aan. Het is een kwestie van concurren tie, daarom was ik ook fel tegen het versnijden van de coke of het bijmengen met wasmiddel. Ik zie dat net zoals in het gewone zakenleven, daar gelden dezelfde regels. Soms mats je iemand die je nu eenmaal graag mag, dat is toch heel normaal. En heb je de pest aan iemand of belazert hij je dan leg je ‘m met hetzelfde gemak om met een stopkogel uit een punt 38 of een 9 mm handvuurwapen, dat is altijd mijn moraal geweest. Een punt 45 is mijn favoriete wapen, daar schiet je dwars mee door een dwars geplaatsts motorblok als zo’n klootzak zich achter zit te verschuilen. Geld is nooit mijn enige motief geweest. Ik wilde de wereld verbeteren en vond dat drugs daarom uit de strafwet moesten. Als iedereen stoned in the streets was zou het allemaal vanzelf goed komen. Zeker weten!

(wordt vervolgd)

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Ik vind dit stuk fantastisch :) eerlijk en ongelogen hoor Fred.
boeiend tot aan de laatste zin.
graag even (nou ja, even...) komen lezen

Geplaatst op: 2011-10-06 23:33:04 uur