Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
3 september 2011, om 08:29 uur
Bekeken:
558 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
374 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Lievelingssongs van barrevoets gaande kunstenaar"


“MIJN LIEVELINGSSONGS ALS BARREVOETS GAANDE, KULTUUR DRAGENDE, ZWAAR TILLENDE KUNSTARTIST IN DE SIXTIES WAREN “BAREFOOTING” EN “BONY MARONI”….MOET IK U DAN NU TOCH EINDELIJK BEKENNEN!”

 

(de hieronder vermelde personen en situwaatsies bestaan slechts in de perfide geest van de auteur )

 

Een elektrische koffergrammofoon uit het jaar nul met een 45 toeren plaatje met de titel “Barefoot ing” onder mijn arm was mijn enige bezit in 1965 toen ik de grote villa aan de sjieke J.C. van Oost zaanen laan te Heemstede noodgedwongen verliet omdat ik kunstschilder wilde worden en mijn zeer gefor tuneerde opvoeders mij zonder één cent op straat zetten…dat klinkt hard en dat is het ook, maar een mooie jongen die mij er onder kon krijgen! Ze waren nu eenmaal VVD stemmers en dat zijn nu een maal gewetenloze, volgevreten zakkenvullers…Ze schreeuwden mij na op straat; “Ga maar lekker kutschilder worden bij akademie blote wijven club, dan zul je nog heel ver komen in je leven!” Nou, dat was niet tegen dovemansoren gezegd, daar had ik wel zin in als ongebonden, postzegelfrisse jongeman met culturele ambities.

 

Mag ik U nog even herinneren aan de eerste regel van Bony Maroni:”I’ve got a girl named Bony Ma roni, she’s so skinny as a stick of macaroni…” Geen begerenswaardige partij om intiem mee kennis te maken, want dan krijg ik altijd visioenen dat ik op een Auschwitz slachtoffertje lig te krikken en dat vind ik dan van de weeromstuit zo zielig dat ik gelijk aan de slappe was ga in het genitale gebied en troostende woorden wil spreken, tranen wissen, maar daar zwijgen we verder over. Wat valt er nou nog te krikken voor een zwaar tillende, onfris ruikende, ongeschoren, zielige, oude, breekbare, ver geetachtige, uit zijn bek riekende, van pure geilheid scheel kijkende impotente man met artistieke be vliegingen van in de zestig, die nu in een afgelegen gebied in de Bourgogne woont? U slaat de spijker op de kop! Wie ben ik dat ik hier uit de school ga klappen? Kom op zeg!

 

Wie niet meer pijlen op zijn boog heeft kan maar beter na laten de warm geurende rozevingerige roos (aan) te raken waar de Mooie Meedogenloos Meesterlijke Onbevangen Muze zo sterk in is. Verbaal gesproken, want ik wil niets seksjuweels meer insinueren, ik ben bekeerd van al mijne dwalingen en gore verhalen, anders worden er weer twee lezeressen en één lezer heel boos op mij en heb ik het weer gedaan in web logland, terwijl ik van de Woordprinses toch al geen kwaad weet, noch van Taalbeest! Om over de connectie tussen die twee maar helemaal te zwijgen, want dan gaan de buren er over lullen en er wordt al zo veel geluld in de buurt. Voor je het weet staan er twintig duizend personenautos in de hens en gata de verzekeringspremie een halfje omhoog! Willen we dat? Nee, dat willen we helemaal niet.

 

Barrevoets gaande en een blues fluitend zoals gebruikelijk in de mid sixties bij het alternatieve volkje trok ik met de duim omhoog liftend naar Amsterdam. Ik kreeg zwarte voeten van het hete asfalt en een lift van een vrachtwagenchauffeur die met één hand een sjekkie kon rollen op zijn harige, blote dijbeen. Ik vond het geen verworvenheid om na te volgen. Ik vond het gewoon uiterst ordi en haalde nuffig mijn neusje op toen hij grote wolken begon uit te blazen van de Weduwe van Van Nelle. Het ging van Uche-Uche, wat stikt het van de muggen en was een warme dag begin mei.

Ik was in een buitengewoon opgewekte stemming en had net een dag tevoren de mooie, exoties ogen de Catharina ontmoet bij een vriend en een afspraak mee gemaakt. Bij het Leidseplein zette de vracht wagen mij af. De terrassen zaten vol met hoeden en petten en damescorsetten. Nee, dat was niet hele maal mijn sien. Lingerie,okee, maar corsetten? Nee! Soms vraagt me zich af waar mijn werkelijke hartstochten liggen op seksjuweel gebied, maar ik ga keurige, artistieke, uiterst aantrekkelijke dames toch niet zo maar vertellen hoe gaarne ik onderdanig aan hen ben en bij voorkeur genomen word door een amazone met een voorbinddildo, die de teugels goed in handen houdt? Nee, dat bekt niet zo erg lekker allemaal.

 

Ik liep op blote voeten Reijnders binnen zoals het een aankomende kunstartiest betaamt en bestelde van mijn laatste rijksdaalder een glas koele pils. Daar was ik wel aan toe. En daarna nog één en al gauw boden de aanwezigen me een rondje aan, want in die kringen was bekend dat hij die op barre voeten gaat, weet ook waar hij die dag staat. Op zichzelf.

Ik kwam goed in de stemming. Verder had ik zoals altijd schijt aan alles en iedereen. Zo was mijn in stelling toen nog. Nu niet meer. Ik geloofde alleen in mijzelf en in mijn werk.

Ik was net als de in Weblog land beroemde Magna Mater Immaculata Isis Nedloni In De Naam Van De Geurige Warme Roos eveneens bij tijd en wijle beginnend BovenMeester en adspirant Vormgever van mijzelf in het raamwerk van The Human Design, maar haar zou ik pas veertig jaar later ontmoet en, alhoewel die gebeurtenis zijn voorspellende schaduw reeds ver achteruit wierp, zoals inherent aan alle historiese hoogtepunten in de kunsthistorie, waardoor ik decennia lang hongerig op zoek bleef naar mijn op volle toeren draaiende High Speed Meedogenloos Mooie Muze, het Geweldige, Grote Verzoendier van 1.83 hoog, die alle andere vrouwen en muzes ver achter zich zou laten om op punten te winnen met haar lange rendierbenen van al haar concurrentes. Het ging uiteraard wel om de mara thon in figuurlijk opzicht waar wij nu over spreken. Wie de langste adem heeft mag het zeggen! Deze odyssee bracht mij in zwaar weer tijdens een schipbreuk, maar als paranormale ingreep vanuit het on geziene was daar de reddingsboei in de vorm van Muze SuperZoenvis, die zichzelf het diepe in gooide en wel naar mij toe. Op één handbreedte afstand. Wie dan nog niet de kans grijpt is stapel mesjogge, toch? Van uit de vierde dimensie kan er tegenwoordig van alles gebeuren. Niks aan de hand als je goed kunt zwemmen, maar toch een daad van belang.

 

Eylders was meer voor over paard getilde rijkeluiscorpsstudenten en brallende middelbare contrapres tatie kunstenaars met dikke bierbuiken en lang, wit haar tot op hun reet, die lalden over het schilderij dat zij eens zouden maken waardoor alle schilderijen overbodig zouden worden, daar voelde ik mij als Rolling Stones en Bob Dylan aanhanger echt niet thuis. Ik hield niet van The Beatles of Nederlandse beatgroepjes, dat vond ik softe watjes en imitatie vogels. Geverfde vogels. Kanariepietjes.

Ik sloot ter plekke in Reijnders vriendschap met een stripper en kreeg haar adres, zodat ik in elk geval voorlopig onderdak had. De strippenkaart was toen nog niet uitgevonden. De trams waren nog blauw. Een lievelingskleur van mij.

Elke avond ging ik mee naaar een strip tent waar ik gedoogd werd door het management en uren lang in het halfduister stom verbaasd zat te kijken naar wat zich allemaal on stage af speelde. Ik was groen er dan the green green grass of home in dat jammerlied van die Engelse zanger.

Wat daar zich allemaal afspeelde in de kleedkamers! Dat was andere koek dan wat ik jaren lang met mijn streng gereformeerde vriendin Els had meegemaakt twee maal in de gristelijk griffermeer de kerk op zon dag. Het gras lijkt niet alleen groener aan de andere kant van het hek; het is ook groener. Ik ben zó te gen hekken en hokjes.

 

In de kamer van de stripper waar ik bij logeerde had ik een Hasselblad gevonden met een 6 x 6 Tri X film, dus ik kon in het halfduister zonder flits fotograferen met de grootste lens opening als ik de film geforceerd op 800 Din liet ontwikkelen in een fotolaboratorium of bij een ontwikkelcentrale. Tot voor kort had ik alleen nog maar met een 6 x 6 Yashica en een paar kleinbeeld cameras gefotografeerd. Ik had wel wat ervaring omdta ik op mijn negende begon met fotograferen. Het was weer eens iets an ders.

Soms vermomde ik mijzelf als stripper om ongehinderd achter in de tent van uit de coulissen het schouwspel te kunnen volgen. Al vanaf mijn zestiende trok ik zo nu en dan lingerie aan, dus dat was niet nieuw voor mij. Vieux jeu zelfs. Mijn vriendin Els had mij al snel geleerd hoe ik met één hand haar beha sluiting op de rug kon los maken en dat was in het begin niet gemakkelijk want er zaten drie haken en ogen aan, die allemaal in één meestelijke greep tegelijk moesten worden los gemaakt in een onderdeel van een seconde, anders bleef het spannende kledingstuk aan een haakje hangen en dat scheurde gemakkelijk uit. In het begin heb ik me toch in mijn jeugdige overmoed en onschuld een aan tal dozijnen behas vernield, dus dat werd betalen geblazen, want ik heb geen schulden, aan niemand, daar pas ik voor, ik kreeg er wel een knaap van een obsessie op lingerie door en dat is allemaal haar schuld. Nee, dat gat nooit meer over. Na een jaar langs het strand wandelen, hand in hand, waar ten minste een dame in weblogland op tegen is, was het allemaal een fluitje van een cent. Binnen een halve seconde had ik na veel exercitie een beha los en wel zo dat ie nooit meer aan kon. De Masters Trick dus. Het niksigheidje was totaal aan flarden. Daar heb ik heel wat van op gestoken toen bij dat willige onderwijzeresje. Toch maakte mij dat niet erg populair bij klasgenoten van de vrouwelijke kunne, die bij reünies nog steeds een vliegen vangend gebaar ter hoogte van het voorhoofd maken als ze mij zien.

Eén keer stond ik zelf op het toneel, gekleed in lingerie onder een nerts bontjas, zodat ik het opgegeil de publiek van bolknakrokers een paar keer kon flashen, om te weten hoe het voelt; een man gekleed in dameslingerie, die zich moet exhibitioneren voor een uitzinnig publiek.

Schuchtere hinde, langbenig rendier, zoete zoenvis, in het aangezicht van de leeuwenkuil, zo voelde ik mij toen en toch was het zo opwindend, dat ik er aan verslaafd raakte. Goed; ik schaamde mij diep voor mijn gehime lusten aan de ene kant; het voelde achteraf gesproken bij de evaluatie toch aan de andere kant weer heel goed toen ik de problematiek op het overlegplatform gooide in de groep om te metacommuniceren. Wat is dat ook weer? Toch ben ik nooit van de weeromstuit een perfide potlood venter in de Kennemerduinen geworden. Ik heb het talent er gewoon niet voor.

 

De meeste strippers zijn vaak doodnerveus voor hun optreden, bang om af te gaan, uitgejoeld te wor den of met rotte tomaten en eieren bekogeld. Voor ik on stage durfde moest ik eerst flink wat rooie Li banon roken om genoeg onverschilligheid te kunnen tonen voor al die gore geilneven die naar me za ten te loeren, dan gooide ik er ook nog een paar kwantrootjes en kummeltjes er achter aan naar binnen om vervolgens stomdronken de Bühne op te waggelen. Mijn pseudoniem op het affiche was Sexy Maxi (spreek uit: Seksie Meksie).

 

Fred van der Wal: ”Het was a hell of a job in het heetst van de strijd. Ik was nooit sensueel op het to neel, maar cool en collected. Ik dacht gewoon van: Cut the Crab of Crab the Cut en krijg allemaal maar de kolere! Als de crab en de cut tenminste wilde. Sexy in zekere zin wel voor mannen die van mannen in lingerie houden, maar dat is toch wel een slordige dertige procent heb ik bij Kinsey eens ge lezen.

Sensueel ben ik pas als ik de Meedogenloze Muze koester en omfloerst een smeekbede in haar geparfu meerde, rozevingerige, snoeperige oortje fluister. Sexy is een four letter word net als love. Wat dat wil zeggen? Weet ik veel! Ik zeg ook maar wat, want spreken is soms zwijgen en zilver is goud.!

 

Vn 1980 tot 1986 maakte ik een aantal S.M. tekeningen en schilderijen die toen opzien baarden en in enkele tijdschriften zijn gereproduceerd. Meesters, Meesteressen, slaven en slavinnen boden zich tele fonies en schriftelijk bij duizenden aan. Als ik had gewild was het Big Business geworden. Ik wist gewoon niet meer hoe ik het had als on ervaren, simpele kunstartiest met een vrijetijdshobby in het bizarre. Heel even was ik de weg kwijt. Al snel was het too much monkey business en herpakte ik mij zelve en gedroeg mij kuis als een monnik in de zaaddrogerij. Twintig jaar later keer ik nu als beeldend kunstenaar weer terug naar het oude onderwerp; sex in situaties tussen macht en onmacht, waar het goed toeven is voor een beeldend kunstenaar die niet al te preuts en bekrompen is. Ditmaal richt ik mijn penselen en lenzen niet meer op strippers of travestieten, maar op de Meedogenloze Muze, die er wezen mag in al haar glorie en voor mij zal pose ren als op de foto van Henriëtte Moraes, afgebeeld in bijna elke Bacon biografie. Eén van de beste fotos van een vrouwelijk naakt die ik ken.

 

Niet meer de sfeer van de donkere S.M. kelders zoek ik of de last van het kruis, maar de sensualiteit van het boudoir, de aangeklede naaktheid van het artistieke bestaan, niet de lege hand van de abstracte kunstenaar, maar een setting met veren, lingerie, boas, pluche en satijn overgoten met excusieve par fums. Een al eeuwenoud alibi voor het kunstenaarschap om de eigen geilheid inherent aan het kunste naarschap uit te leven en bot te vieren.

Als je als kunstenaar een rasechte droogneuker bent kun je beter kerkinterieurs gaan schilderen. Of stillevens van pottetjes en pannetjes in elkaar fabrieken.

Ben je geen dorre droogneuker, dan lokt de Eeuwig Bloeiende Geurige Warme Rode Roos in al haar geuren en kleuren je terstond naar de ezel om eens stevig er op los te gaan kwasten. En wat ik dan alle maal onder tafel ga uitvoeren zonder mes en vork, maar tussen neus en lippen door na afloop van een diner voor twee met de gesteven servetten op tafel en de rest ook, na een fles witte Sancerre, daar zwijg ik maar liever over, want dat gaat zo diep. U zou er nog van achterover slaan en dat wilt U toch ook weer niet, want daar kunnen ongelukken van komen! Hele volksstammen hebben na het horen van die geheime, mondeling overgeleverde boodschap vanuit het ondertafelde bestaan zich als lemmingen in de afgrond gestort! Wie wil daar voor verantwoordelijk zijn?

(wordt vervolgd)

 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.