Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
29 juli 2011, om 08:58 uur
Bekeken:
575 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
210 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Dagboek okt. 1985"


Donderdag 10 okt. 1985.

Rijd met Ina mee naar de NHL te Leeuwarden. Kom de talentloze (dus tekenleraar) artistieke haarbal Hank tegen in de gang met zoals gewoonlijk een alpinopet scheef op zijn domme kop. De grote mode onder Friese kunstartiesten. 
Hij schijnt dagelijks ruzie met zijn wijf te hebben, schreeuwpartijen, gejank en gedreig. 
Zijn zoon heeft een week geleden een vriendje met benzine overgoten en in brand gestoken, maar dat was heel normaal voor een antroposofies opgevoed kolerelijertje. Hank is echter kort geleden bekeerd tot het EO geloof en loopt met een bevroren glim lach op de lippen rond. 
Tiepies zo’n gezellig E.O. gezinnetje, want Hank is actief lid van de vereniging Christian Artists, voornamelijk tekenleraren met artistieke ambities die zonder de Bijbel niet kunnen schilderen. Met ook niet. 
Zonder enige aanleiding zegt hij dat ik mijn "figuratieve kloteschilderijen" maar eens langs zijn huis moet brengen, dan zal hij die wel even wit kalken. Hij voegt er aan toe; ”Wij zullen er voor zorgen dat jij hier in Friesland niets bereikt! Je bent niet meer dan een kulturele gastarbeider hier! Jij moet opsodommieteren naar Amsterdam, kolere lijer!” 

Het baasje is dus jaloers op mijn publiciteit, waar hij te stom voor is om dat op te kunnen wekken met zijn achterhaalde abstrakte schilderijen. 


Vrijdag 11 okt. 1985.

Ina haalt in Groningen het opnieuw ingelijste schilderijtje van” knikkers in het zonlicht” op bij Hans en JoAnn van Seventer. 
T. belt op om koffie te komen drinken en haar eeuwige stokpaardje “buitenechtelijke relaties die in theorie moeten kunnen” met mij te bespreken. 
Ik ben er echter niet voor in. Ze zal naar iemand anders moeten omkijken om aan haar seksjuwelen ongerief tegemoet te komen, want bij die veel te dikke, sjagge rijnige peer P., haar wederhelft komt ze niet aanbod, die heeft het te druk met zichzelf, zijn depressies en z’n pijntjes, het wereld leed en zijn salonsocialistische vriendjes.  
Een echte ambtenaar, komt om half tien zijn kantoor binnen, gaat om tien uur de ochtend krant lezen, om half elf koffie drinken en om drie uur weer gauw naar huis. 
Het leven is hard voor een medewerker van de planologiese dienst in Friesland, die nooit iets te doen heeft. Als hij op een zeker ogen blik hoort dat hij promotie kan maken tot afdelingschef kan hij nachten lang niet meer slapen uit angst dat hij verantwoordelijkheid zal moeten dragen in die funktie. 
Op een avond hoort hij ‘s nachts een balk in het oude huis kraken, kruipt met zijn baardenkop onder de dekens en laat zijn wederhelft de politie bellen omdat hij dacht dat er inbrekers in huis waren. 
In onze tuin is tuinman Haanstra flink bezig. Journalist Geertsma belt om een interview met Ina te maken voor de Drachtster Courant. Ik schilder verder aan  het schilderij Rollerskating. 

Zaterdag 12 okt. 1985.

Frontpagina artikel Drachtster Courant over Ina. In de vrijdagsbijlage van de Leeuwarder Courant een recensie met foto. In Bergum een boek over de Tachtigers gekocht en en dichtbundel van Greshof. Een dikke pil over geneeskrachtige kruiden koop ik eveneens. Verder die dag in de tuin gewerkt. Detlef komt een casetterecorder halen om op zijn C60 computer aan te sluiten. 

Zondag 13 okt. 1985.

In de tuin gewerkt. Middagdienst gereformeerde kerk bezocht. Buurman Smedes is net uit het ziekenhuis en bedankt voor de bloemen. De Japanse kers nog verder afgezaagd met spijt in mijn hart. Tot ‘s avonds laat verder geschilderderd aan sportschilderij. 

Maandag 14 okt. 1985.

Lijsten gemaakt. Arrow nieten gekocht en tapijttegels voor mijn kamer in Amsterdam. In een saai, maar nieuw etablissement aan de Wirdum erdijk drink ik een Gueuze. Ina neemt een Glace lyrique avec Kiwi. Nasi gehaald om te nassen. Verder lijsten gemaakt. Haanstra komt een zak bieten brengen. Leuk gebaar.

Dinsdag 15 okt.1985.

Lijsten maken en passepartouts snijden.

Woensdag 16 okt. 1985.

De auto vol met gereedschappen, twee matrassen, opvouwbedden, huis-houdtrap in geladen naar Amsterdam. Boodschappen gedaan in de tweede Nassaustraat bij Dirk van den Broek en bij ijzerhandel Zijlstra. Op weg naar het atelier. 
Ik breng dievenklauwen aan en een extra slot in de deur van de kleine kamer om het artistieke schorriemorrie uit het atelier gebouw te weren. Na afloop gaan we naar de Bijenkorf. 
Ina koopt nieuwe schoenen in de Kalverstraat. We lopen naar Arti en bestellen een avondmaaltijd, twee steaks met garnering en een fles goede rode wijn, bokbier, cognac, koffie en ijs met warme chocolade. Ik hoor een mistroostige Paul Hussner tegen M. (toen nog hetero en niet lesbies, alhoewel ze als eerste aanzet daartoe haar lange, prachtige, ravenzwarte haar had kort geknipt) zeggen: ”Je moet die klootzakken, die huisgenoten van je het leven zo zuur mogelijk maken. Je moet ze gotverdomme achter het behang kankeren. Door de muur heen stampen als het even kan, die gotverdomde klootzakken.” 
Kunstartiesten onder elkaar.

Italiaanse M. gooit er nog een schepje boven op: ”Wat kan ons het allemaal verdommen!” 
Ze probeert mee te praten met Paul. 
Het obligaate kunstartiesten gekaanker gaat door en begint mij te ergeren. 
”Ik probeer het leven voor mijn kennissen in principe altijd wat aangenamer te maken!” reageer ik. 
M.: ”Maar jij bent ook een boerenlul uit Friesland, die weten niet beter, die zijn zo-o-o gelukkig getrouwd met hun huisje-boompje-beestje en het lieve vrouwtje die ze een keer per week mogen naaien omwille van de schattige kindertjes.

Jullie boerenlullen in Friesland snappen onze grootstedelijke humor niet eens.” 
Ik vertel ze dat ik meer dan dertig jaar in Amsterdam woonde en pas zeven jaar in Friesland. 
Ina liep naar de bar en begroette M. en Paul. 
Ik zeg tegen Ina: “Je moet ze ter begroeting voor de zekerheid maar liever niet zoenen. Ik hoor van deze meneer en mevrouw net dat ze aan de meest verschrikkelijke, ongeneeslijke geslachtziektes lijden.” 
Ik stond op en liep naar onze eigen tafel terug. 
Tekenleraar Mark van de Christelijke Kunstakademie te Kampen zat aan ons tafeltje. 
”Zullen we maar aan de grote ronde tafel gaan zitten,dan hebben we de ruimte en zitten we vlak bij de bar, da’s altijd handig als we willen bestellen, dan is de aanvoerlijn korter” zeg ik. Als Ina gaat bestellen dan schieten we tenminste wat op, want vrouwen werden sneller bediend door het personeel. 
Zullen we het eens artistiek op een zuipen zetten om aan de kunstenaarsmythe tegemoet te komen?” stel ik Mark voor. Mark reageerde geschrokken op mijn vraag. 
”Nee, nee, daar kan ik niet aan beginnen. We eten om zes uur, dan kom ik nooit op tijd meer thuis en met een kegel hoef ik niet binnen te komen, dat ruikt Henke zo. Dat kan ik niet maken. De situatie is toch al zo gespannen. Ik moet vanavond ook nog op ouderlingenbezoek en voorgaaan in gebed en schriftlezing. Als ze weten dat ik hier in een kunstenaarssociëteit zit kan ik het wel schudden, dan krijg ik een kruisje achter mijn naam en mag ik nooit meer aan het heilig avondmaal deel nemen als zondaar.” 
“Bel dan even op naar Henke dat ze het eten op een laag pitje zet. Echte artiesten eten niet om zes uur, die eten wanneer ze insspiratie hebben” zei ik wat korzelig om zijn burgermansgetrut. 
”Henke heeft er vreselijk de pest in als ik ook maar één minuut later kom, dat kan ik niet maken, het is toch al constant ruzie in huis” weifelde Mark. 
”Kom op, Mark! Je wilt toch een echte kunstenaar lijken? Vooruit man! Laat je wijf weten wie de baas in huis is! Hier heb je een kwartje, dan kun je nu even gaan bellen dat ze de stamppot warm houdt!” 
Ik duwde het muntstuk in zijn zweterige hand. Hij stond onzeker op en liep wagge lend als een w.c. eend naar de telefooncel. Ik hoorde een kabouterachtige gestalte die aan een tafeltje vlak bij de deur zat hard "Godverdomme" roepen. Ik keek verbaasd op en herkende in de gnurp Henk Hofland die naar me grijnsde en riep:” Alweer de telefooncel bezet. Klote van de bok!” 
Ik grijnsde terug want ik herinnerde mij nog goed hoe ik een paar maanden geleden Hofland met de telefoonhoorn de cel uit had geslagen toen ik strontlazerus was en hij een voortijdig einde aan mijn gesprek wilde maken. 
Hij liep weken lang met een grote pleister op zijn voorhoofd rond en keek me altijd wat bevreemd aan als ik in zijn buurt kwam. Mark kwam opgelucht aan ons tafeltje zitten en zei: ”Hè, hè, het is gelukt hoor. Ik mag een uurtje later thuis komen, maar beslist niet later anders is er voor de zoveelste keer weer stront in de tent.” 
Mark zat zoals al die griffermeerde kunstartiesten al jaren flink onder de plak. Grote verhalen aan de bar, maar tegen zes uur keken ze verschrikt op hun horloge, werden lijkbleek, stamelden een excuus en gingen er als de weerlicht van door naar het vrouwtje en de kindertjes in het warme, veilige nest, waar de lepel in de pappot stond. Ik pakte mijn zwarte diplomaten koffertje en haalde er een map uit met mij toegestuurde rekeningen ter hoogte van meer dan vierduizend gulden die mijn onderhuurder Leo, een gesubsidieerde contraprestatie kunstenmaker niet voldaan had aan Gemeentelijk Grondbedrijf, waarvan ik het atelier huurde. We hadden afgesproken met de overgesubsidieerde kontraprestatietrekker Leo om vanmiddag over zijn huurschuld te praten. Het was al zeven uur en ik had met Leo om zes uur afgesproken. 
”Ik had mijn atelier beter aan jou kunnen doorverhuren,” zei ik tegen Mark. 
”Oh,” zei Mark, ”Dat had je kunnen doen, maar ik had je ook geen huur betaald hoor, maak je maar geen illusies. Jullie zijn rijk, hebben een mooi huis en Ina een goede baan, dus waarom zou ik dan huur betalen? 
”Ik zei hem dat ik bij wanbetaling van mijn onderhuurder voor die huur opdraaide, omdat ik uiteindelijk toch verantwoordelijk was voor de betaling van de huur. Mark noch Leo hadden er klaarblijkelijk bezwaar tegen me op te lichten (beiden stijl christelijk, vrijgemaakt gereformeerd, dan weet je het wel. Als ik een gristen een hand geef tel ik na afloop altijd even mijn kloten na,want voor je het weet wordt je,zonder dat je het zelf door hebt, zwaar in je kruis getast waar je zelf bij staat). 
Mijn onderhuurder betaalde dus niet de afgesproken huur,die hij notabene via de contraprestatie vergoed kreeg, hij hoefde er geen vinger voor uit te steken als gesubsidieerde kunstenmaker. Het waren honden, die christelijke subsidievretende kunstenaars. In de watten gelegde tandeloze zuigmondjes die in een roze wolk van talkpoeder vertoefden aan de tiet van de subsidieverlener. Als ze je niet konden besodemieteren, dan leefden ze niet. Nogal logies dat de wijven van Mark, maar ook van Leo al lang waren weg gelopen. Niet alle vrouwen waren gecharmeerd van kleine oplichtertjes. 
”Het is een schandaal wat die Leo je flikt,” zei Mark uiterst schijnheilig. Hij begreep niets van “die jongen.” 
Hij zag hem een paar dagen geleden nog op een atelierfeest waar de combo van Mark speelde en toen wilde Leo hem niet eens kennen. Toen lulletje lampekatoen Leo in scheiding lag was iedereen goed genoeg om zijn huillie huillie jank verhalen aan te horen en nu negeerde hij zijn oude kennisen. Het paste allemaal in het gereformeerde patroon. 
Mark verzuchtte: ”Je vraagt je tegenwoordig af wat vriendschap nog waard is vandaag de dag in het licht van het evangelie!” 
Ik zei dat ik liever een fles trappist had dan een vriend, want die laatste kon je niet opdrinken. 
”Ik ga binnenkort eindelijk op kamers,” zei Mark. 
”Waarom? Je bent toch getrouwd? Kostje gekocht!” vroeg ik verbaasd. 
”Een kunstenaar zoals ik moet alle tijd aan zichzelf hebben, anders kan hij geen grote kunst scheppen. Daarvoor is een vrouw en kinderen alleen maar een sta in de weg. Denk maar aan van Gogh, die ging ook steeds naar de hoeren en Rembrandt lag ook liever op een lekker wijf dan op een takkenbos. Nou, dan! Anders word ik nooit beroemd! Ja, toch?” zei hij en keek mij naief aan. 
”Leuk voor je wijf en je kinderen, die vrij gevochten artistieke neigingen van jou! Dat zal de directie van de christelijke akademie wel waarderen ” zei ik. 
”Ik moet absoluut tot rust komen. Het gaat zo niet langer in huis. Ik bek Henke steeds maar af. Ik sla de kinderen verrot om het minste of geringste. Ze zijn allemaal bang voor mij. Ik kan niet langer meer ouderling zijn vanwe ge mijn gedrag. Ik word langzamerhand overal onhoudbaar, dat zegt de dominee ook” zei Mark met overtuiging. 
Ik vond dat hij groot gelijk had en wilde hem feliciteren met zijn zelfkennis. 
”Is er soms een andere vrouw in het spel?” vroeg ik nieuwsgierig. Ik kon me niet voorstellen dat er buiten Henke nog een vrouw in ons land in Mark geïnteresseerd was, maar je wist het maar nooit hoe een koe een haas ving. Wijven die echt omhoog zaten met hun handel pakten wat er te pakken viel. Die akademie waar hij les gaf in Kampen trok nogal wat mafketels van de vrouwelijke kunne aan die door andere akademies waren afgewezen vanwege gebrek aan talent. 
Er was geen andere vrouw bij Mark in het spel. 
Integendeel. 
Het stelde mij gerust ten aanzien van het peil van de Nederlandse vrouw. Op aanraden van zijn therapeut was hij een kamer gaan zoeken voordat er ongelukken ging en gebeuren. Hij moest in de eenzaamheid wat dingen over zichzelf uitzoeken. 
”Henke is toch wel een fantastiese vrouw dat ze dat allemaal van me accepteert zonder morren. Ik begrijp niet dat ze het zo lang met me uitgehouden heeft, want ik ben meestal een vreselijke tiran en een bullebak in huis.” 
Hij lachte vrolijk een bevrijdende, gulle lach. 
”Bullebak, lullebak! Je bent aardig op weg meer dan een half jaar je overhemmetjes zelf eens te leren strijken, Mark,” zei ik met enig leedvermaak.” 
Hij was van plan een was- en een droog automaat te huren. Het was toch maar voor een slordige zes maanden. Hij wist nog niet dat diezelfde middag Henke een briefje bij hem in de bus had gegooid met een korte tekst er op: ”Mark. Ik wil niet meer met je getrouwd zijn. Sterkte met je nieuwe status van vrijgezel!” 
“Ga je nog deze zomer naar l’Abri? Ik kreeg namelijk een informatie stencil opgestuurd over de een of andere christelijke kunstweek in Utrecht, maar ik begrijp dat Hans “doktorandus”van Seventer daar weer de zaak organiseert en die is er altijd op uit mij in het openbaar onderuit te halen, dus ik ga in elk geval maar liever niet” zei ik. 
“Als jij gaat ga ik ook en anders niet, kunst broeders onder elkaar en de Heere daar boven,” zei Mark beslist. Ik wist het nog niet en besloot Mark te bellen als ik een besluit had genomen. Die plotselinge solidariteit van Mark vertrouwde ik niet erg. 
”Heb je eigenlijk al wat besteld?” vroeg Ina poeslief. 
”Nee, Doe jij het maar. Vrouwen worden op Arti sneller geholpen bij de bar,” zei ik. 
Ina wilde niet bestellen: ”Ik doe het altijd. Nu is het jouw beurt,” zei ze snibbig. 
“Ik verdom het om te bestellen, dan drink je maar water op het toilet uit de plee. Dan maar niks verder drinken. We zitten hier goed en het is hier lekker warm,” zei ik. 
Ina stond op en ging gehoorzaam zoals het een echtgenote betaamt bier en koffie bestellen. Tegen zeven uur namen we aan dat Leo zonder de afspraak af te zeggen niet meer zou komen en besloten te vertrekken. Kunstartiesten! Ook Mark stond op, pakte zijn jas en trok die onhandig aan. Het bleef een bal gehakt. Ina, Natasja en ik stonden ook op om weg te gaan anders misten we de trein. Ik rekende de verteringen af. We liepen de Kalverstraat uit en daarna de Nieuwendijk. Voor het Centraal Station speelt een geroutineerde bluesgroup “Little Queenie” van Chuck Berry. Een mondharmonicasolo scheurt door de avond in de stijl van Little Walter. 
”Goed, hè,” zeg ik enthousiast tegen Natasja die meet ons mee loopt en vraag haar hoe zij het vindt. 
”Hartstikke goed,” zegt ze opgetogen. Ik geef haar een handvol klein geld. 
”Gooi die maar in die zwarte gitaargrafkist. Talent moet worden beloond en wie het bred heft laat het bbreed hangen.” 
We lopen snel de stationshal in. Nog vier minuten tijd om de trein naar Leeuwarden op perron 11 b te halen. 
Half acht vertrekken we uit Amsterdam. Om kwart voor tien zijn we weer terug in Garyp. Ik maak die avond nog één lijst voor een schilderij. Little Queenie van de bluesgroep voor het station echoot nog na als muziek bestand in mijn geheugen. 

Donderdag 17 okt. 1985.

Per auto naar station Grouw. We halen nog net de trein naar Utrecht. Loop boekhandel de Slegte binnen. Bij antiquariaat Forum informeer ik of ze het themanummer van Bzzlletin hebben over Jef Geeraerts. Ik koop het exemplaar uit 1975 en betaal vijfentwintig gulden. We eten bij een Grieks restaurant lamsvlees. Het is niet erg smakelijk en lijkt niet helemaal gaar. We drinken een fles Griekse wijn, ijs met banaan en koffie, een ouzo en daarna naar huis. Op een terrasje aan de Oude Gracht drinken we nog een espresso. De firma geldzat is weer eens op stap. Thuis gekomen zijn de tweehonderd invitatiekaarten van mijn Arti tentoonstelling bezorgd.

Vrijdag 18 okt. 1985.

Om half vier belt de politie die nacht dat Misja met een vriendin slapend in een bushokje aan de kant van de weg gevonden zijn en opgepakt. Ze hadden de bus gemist. Of we ze maar willen ophalen. 
“Misja wel, die vriendin niet, die mogen jullie houden” zeg ik. Na vijf minuten belt het buro Bergum dat ze haar wel even komen brengen. Ik vraag de agenten of ze misschien een kop koffie willen. Als de agenten weg zijn heeft Misja het er over dat alle politiemensen fascisten zijn. 
”Dat had je daarnet moeten zeggen, toen ze hier nog in de gang stonden, lafbek en nou naar je nest, stuk verdriet!” bijt ik haar toe.

Zaterdag 19 okt.1985.

Een netspanningsadaptor gekocht bij Expert te Bergum. In Drachten dag- en weekbladen gekocht. In Museum It Bleekerhus koffie gedronken met de daar aanwezige staf. We gaan even langs Nel L. Op Duitsland 3 die avond een paar blanke Boogie-Woogie spelers.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.