Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
18 juli 2011, om 10:32 uur
Bekeken:
572 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
262 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Teksten uit mijn leven ...uit angst ergens aan te komen."


Teksten uit mijn leven mijn leven mijn leven...iets anders heb ik niet te verliezen uit angst om ooit ergens aan te komen

 

(Een parodie op een genre fake literatuur) 

 

Afgemeten Schertsende schampschoten endoorgedesemde schots en scheve schavuiten schabouwelijke schimmel scheten viralee kulturen en bazillen door Bokkie Bokito en Karel Krulsloeg, die zijn ballen op zijn rug droeg ’s avonds laat en ’s ochtends vroeg genoeg, om de zalmen opwaarts tegen de stroom in van het maatschappelijk verkeer zalig te zien schalmeien in schommel stoelen en schavielen terwijl de obers onane ren boven de obligaties en schuld derivaten. 

 

Het kattende keurmerk van de keurende karpatenkoppen om ook een allochtone vuilbekkende vreemdeling te zijn die als een grote norse Nikkeradatsjie neger in mij is neer gedaald, zoals de Grote Lucebert (spreek uit: Loetsjebert) al zei alles wat waardeloos is dat is ook weerbaar van woorden geschapen zonderlingen…

 

Tags: hoeba, marsipulami, robbedoes, kwabbernoot, muizen, mijmeringen, kwastvrijheid

 

Deze prachtige gulden dolk in andermans rug heb ik in het eeuro tijdperk  nog nooit gezien waar ik van wil weten.

 

Coetjeboe juli 2011

 

Als ik de vleselijke walboel zie van die Fred van der Walibibi, de circulaire zinderende circonflex cirkelzaagteksten lees die ik er net zoals hij over heb geschreven, over mijzelf heb uitgekreten, het oordeel afgeroepen en wanhoop uitgekrijt als beeldend kunstenaar herken ik mijzelf in het lied “We gaan naar Coetjeboe en doen de ogen toe .

Niet in de “bulderende beelden en de wezen loze wolkende werk woorden die de Heilige herinneringen hebben beschreven van de zieltogende herinnering waar katatonisch valt te beleven. Een queeste van beesten met humane geesten. De plaatst waar ik heb geleefd die doet mij niets meer of minder. 

Iedere keer dacht ik, dacht ik en dacht ik…maar ik kon de niet gestelde vraag nooit beantwoorden want er was geen vraag.

Ik tob met de toblerone  op de rammenas nog steeds als ik op de ruif van de ramblas rammelend verder ga na The Lousiana Hayride. 

Deze nacht heb ik besloten ….gevonden wisseld voor opgeld, kasgeld, geweld, bestaans onzekerheden, kunst, kultuur,…, weg, weg weg.

Opnieuw beginnen gestreeld door de zinnen in gestolen memori mento mokkels en märklin momenten. 

Het verlangen, om een vervreemde plaats in te nemen, begint een falende vlaflipvulling te worden. 

 

Terwijl ik op bed lig en mijzelf beroer. Lekker op de trekker. De jongens van stavast. Versnellingsknuppel. mmijn pientere pookje. Last van bal last. Pikkie Noga. Pielejojo. De ontlading. Overvloedige uitstorting. Voortijdige zweet lozing. Reetverkozing. Een totaal pakket. Pret in eigen bed zonder ander mans smet.

Ik hoor het geheim van de fluisteringen door de rook kringen van mijn mind, gelijk het dorre gebladderde van de kunst stof kozijnen.

De remmen beneden mij zijn nerveus. Gepiep in het geniep. Paras trappen tafels en stoelen om. Gelach. 

Ik hoor mijn eigen windekind floepen. Anus roepen. Zo meteen een bruine jongen poep en. 

 

Ik lig op bed me uit de  naad te zweten voor het geval dat in ieder geval.

Wat kleineert mij mijn kleinzielige  ikje aan te klampen ... en wat kwelt mijn Ueber Ich in de zure dampen hier te blijven meuren voor de valleveur? 

Vanochtend werd ik wakker door de jonge zwaluwen die meeuwenflatsen scheten en riooldroppen kaatsten als de bal die de speler terugkaatst toegeworpen symbolisch.

 

Dan komt het hulpje. Het schavielen van de schavotten door schurfterige schavuiten schommelden met hun scharregatjes in eeuwige kazematten van het Hogere  en onderbelichte offertafels terwijl de zon, de zon, de zon altijd dezelfde zon blijft. Where is the un, vroeg mij latst eeen overjarige Vietnam deserteur. Straks zal ik de scheuren ruiken van voorbijwande lende stoephoeren en heilige hookers die dwarsgebakken op mijn menu staan en de stem horen van Titi een oud wijf van over de tachtig met een enorme wrat op d’r haakneus. Toverkol en trol van Lourdes wordt zij hier genoemd, de pothoer van de Ramblas. Julia; zij heeft van die mooie benen, de ene is van hout en de andere er af gerot en verdwenen.

Het kabbelen, van de zee aan de kut met vingers en lange teten er in surrealistisch manifest, is nooit hetzelfde net als de ochtenden in de briljant geslepen overbloesende penale code gevat.

Ik ben zo gewend geraakt aan de geuren.

Daar komt al weer de bottle Roussillon uit Frankrijk aan. Ik pak de kurketrekker, maar grijp de TV stekker. Een oekaze dreigt in het kaaspakhuis.

Lange schaduwen .. de dag beginnen.

Maar wie was ìk hier? Wie wat waar? Triviant? En wie ben ik verwòrden door de wandelende woorden?

Ik wil weg.

Bijna altijd was ik hier.

Mensen houd ik niet van. Mensen hebben de meeste meningen. Je hebt Traot leggers die hersens hebben en je hebt Tarotten die net als landrotten met roti liever hun mond houden …, en die eten de hersens. Ik ben er een van …

 

Mijn besluit staat vast .. ik ga morgen pakken, pakken, pakken doen, slabakken in ssluimersleutels slokdarmend opkolken tegen de keer in de peristaltische overweging als Zij tenminste langs komt. 

Ik houd niet echt van mensenkinderen.  Ze hebben zielen in hun worst hellvuur in hun borst, het hart klopt verraderlijk. De een verkondigt hun mening de ander dat genie was wat van hem verwacht wordt aan binnehuisskamer buros en burelen, managers met sstelen als kamelen. 

Ik kan mij steeds minder herinneren.

Het zla wel aan mij liggen. Dat ik mij moeilijk kan herinneren is geen ramp. Korsakow komt om de hoek kijken. De man met de hamer grijnt vanuit de hoek van de slaapkamer. Een doffe dreun, belooft die Ouwe Seun. Teun Steun Nijkamp uit Zeeland, ook zo'n product. Hij zou in 1968 binnen tien jaar een kasteel aan de Loire hebben, nu is hij voorzitter van de Zeeuwse provinciale kunstenaars vereniging en speelt voor kunstartiest. Dat noemt hij carrière.

 

Hoe zij het over mij hebben als ik er straks ben.

Nee .. ik heb hier vrienden, noch heb ik hier iemand leren kennen die haar nestje hoog in de bomen met zich meedraagt om kraaiend mijn eei in te leggen en schommelende veel belovende billen plus deinende tieten. Zelfs al weet ik wie ik ben kan ik schrijven wat ik weet dat ik ben als ik er niet meer ben dus zal zijn. Uiteindelijk. 

De lucht is inmiddels zwart geworden en de regen valt goed geluimd loodzwaar naar beneden. Traaag? Dat is de vraag. 

Ik fluister. Achter de bergen en in de groene zon…met het blauwe gras en een kroko op mijn balkon.. 

Nu ik besloten heb– waaien lamaarwaaien die hap – verlang ik, een plaat voor mijn kop waar de mensen van weten, waar ik mij thuis kan voelen als de  vreemdeling van het existentialisme!  

Een vreemdeling.

Toen ik dit alles zo overdacht kwamen de lichtflitsen en begon het dal waar het dorp zich de ufonauten eeuwen geleden heeft gevestigd te schudden. De dodende straal. Zachtjes gaan de paardenvoetjes…

 

Karel Krulsloeg  juni 2011 Coetjeboe Katteloenia.

 

reacties

 

Haha Hulzebosch van Leddenback13-07-2011 21:00

 

inderdaad

vreemdeling blijven met tenaladykaas

tastend toch tuitelend

mooi verteld met een bijzondere oto

 

 ik ken je ook als globetoeter

 blijvend rijzend bakmeel

 

Tante Grameeth

 

blijf reizen en ook rijzen als een ster. Ik kan niet niet zijn, dus wel...

 

Booi Goy 13-07-2011 21:31

Heb je nog een mail gestuurd.

Wallebie

 

Jokker 13-07-2011 21:41

Bijzonder komt goed binnen...

Grrrrrrr….

 

Jo Jaggenaut 13-07-2011 22:23

 Margreet zei: blijven rijzen...

Tis mooi

deze geheel geïncorporeerd

toch wel

 

 Ciao Manhattan 13-07-2011 23:22

 Hef. Altijd hef jezelf zoals je weet.

 

Jellyfish 14-07-2011 09:09

 ...de wandelende Kloot...?

Niets is, niets is, niets zal zijn ;

Want wat is, is of is niet.

wat ik hier weergeef is de werkelijkheid met loshangend schijten.

 

Als razende Euro Euraziër  heb ik gewoond, betoond, beloond en heb als gluiperdje veel te danken aan dit land achter Gods rug, speciaal van onder de rivieren en liggend ondder het virtuele asfalt van de inteernet snelweg, da’s pech. Ik heb o.a de akademie blote wijveen klup voor beeldende ku(ns)t te Amsterdam zonder een porblemie afgerond. Tijdens mijn academische opleiding heb ik drie keer een eervolle vermelding voor de URINE-adspirant aanmoedigingsprijs gewonnen. Op dit moment wordt er door gewerkt aan een digitaal overzicht van laudanum laudocus adspirantaanmoedigingswinnaars van vóór de tweede wereldoorlog.

 

Mijn lidmaatschap Maatschappij Arti et Amicitiae was niet van korte duur, want ik ben er nooit lidd geweest, wel uitgetrapt als ik probeerde als academie leerling clandestien binnen te komen. Behalve dat ik er graag kwam vond ik het alcoholgebruik van leden van de sociteit aimabel. Ik begreep daar wel dat ik het beroep van kunstenaar niet waardig was en werd parkeerwacht en darna conierge tot ik in het leipespijs kwam op de gillende gesloten afdeling met galerijen zonder reling.

Door mijn psychopathische parapsychologische fysiologische symptomen, die mij gevoel geven - naast Internet - dat er voor mij binnen de aan- op- en afbinding, op- en af wegen  van de literatuur geen plaats zou zijn, blijf ik aan mijn script, een ego document werken. Eind dit jaar hoop ik mijn eerste boek "Lauw Loene" te publiceren al heet het geen 'literatuur' maar is het één bekentenis in de trant van Gide en Genet. 

 

Alleen ik kan weten wie ik ben in den ander staande met mijn leuter voor het werk van Kobus de Peuter... 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.