Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
17 juni 2011, om 18:48 uur
Bekeken:
631 keer
Aantal reacties:
3
Aantal downloads:
269 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Onderweg naar het Helmut von Zurenstein-Claermondt- Museum"


Onderweg naar het Helmut von Zurenstein-Claermondt- Museum

 

(Een penibele parodie) 

 

Onderweg naar Zurenstein-Claermondt- Museum, het beroemde moderne kunst museum dat aan gene zijde van het onbe wuste ligt, dus niemand snapt er de ballen van wat er tentoongesteld wordt en ik kon toch al geen hand voor ogen zien in de vroege ochtend toen ik bij die asocialen van Blauwbilgorgeldorp op weg ging, dus het maakte weer eens allemaal geen ene moer uit . Blind Man’s Bluff dus. Ezeltje Prik had ik al gespeeld met mijn gade Margreet von Margratenhusselfitz, de voormalige stevig gebouwde blonde SS-Aufseherin van Kamp Boekenwoud die de bijnaam Wolfa Willekeur had, als geen andere de gloeiende naalden hanteerde om het vlees van de gevangenen mee te bedwingen. Dat lukt haar aardig. Het bracht een stuk berusting in het kamp. De stilte van de dood. De guillotine en de rokende ovens. De weg van alle vrees. De wereld is een crematorium. Zou het buikspek van een vol gevreten kapitalistische dikzak meer spetteren en knetteren in de vlammen dan dat van een scharregatje of uitgewoonde gratenkut?

Mijn eigen vlees. Hoe stond het daar mee, mijmerde ik. En zou ik nou wel of niet mijn anus volgende week laten bleken in de blekerij? Je wilde als kunstenaar toch goed voor de dag komen in de kroeg.

Goed doorregen spek lappen als ik zo naar mijn omvangrijke artiesten bier pens keek deden de deur dicht. Kon zo optreden in het Pain and Pleasure programma " De Onder buik gevoelens van de week" . 

Een sneeuwstorm gierde en ik zong mee met een C-60 cassette waarop " What A Day For A Daydream"  als een van de tracks stond. Qua muzieksmaak was ik stil blijven

staan in de zestiger en zeventiger jaren. Mijn akademietijd, toen ik als lastpak nog voor studentenleider probeerde te spelen omdat ik in de Panorama over een gezagscrisis had gelezen en de generatie kloof in de praktijk wilde brengen. 

Niemand besteedde er aandacht aan. Met de kunst zou het niks worden dus verlegde ik mijn werkveld.

Als Ma naar haar werk was probeerde ik wel eens wat te pielen op de piano. Er kwam niet veel uit behalve wat onduidelijk gepingel dat nog niet eens goed genoeg was als muzikaal behang in buurtkroeg "De Vol Vette Bobbelomaan".

Hoe zou het zijn als ik overal ter wereld kon spelen? Carnegiehal lonkte? Managers vochten om mij te promoten?  

Het draaide allemaal op niets uit. Ik was te laat geboren en had geen enkel talent. Ik volgde bij gebrek aan geschiktheid voor een echt vak de sijkacademie voor beeldende kunsten te Amsterdam. Een oversubsideerd rijks instituut voor linkse hobbyisten en andere halluvve communisten. De leraren waren stuk voor stuk sijkerds. 

Ik herinnerde mij een paar namen: Jutta de Kutta, Harry Blaak ter Blekersveld, Resi Pulkammeneusie Ruysers, Jacob Kuiperije, Volmer Vollebreg, Stef Stoppelaar, Kommer 't Mannetje in 't Veld, Hoens Huitebroek en Stien van Suchtelen, allemaal bekende kunstenaars in cafe De Pieper. 's Nachts na tweejen, gingen ze  allemaal naar benejen. Ze konden wat kopstoten verstouwen aan de bar van het Eroties Café op de Overtoom. De sappen stroomden er lustig zoals in dat kinderliedje "Varen we naar de overtoom schenken uit een kannetje room".

 

De revolutie van de zestiger jaren was aan mij voorbij gegaan en de titel van die film van James Dean " Rebel without a cause"  snapte ik zonder woordenboek helemaal geen moer van. Ik had maar drie jaar lagere school. Ik stond al snel achter de flenzen stans machine in de plaatselijke staalfabriek " Schroefmoer & Co"  en kon ik niet bij de handles met mijn nerveuze schriele gestalte dan was er altijd wel een bananendoos te vinden om op te staan tot ik er doorheen zakte. Meestal kreeg ik dan weer voor de zoveelste keer  loonsverlaging en beuk van de afdelings chef met een handspaak  zodat mijn pukkelkop er uit zag als een meloen.

Rebel without a cause. dader en slachtoffer. De ene na de andere opdoffer. 

Wat is nou een rebel zonder oorzaak of noodzaak?

Bestaan zulke rebellen wel behalve buiten Sjors en Sjimmie van de rebellenclub?

Mijn leven leek op dat jongensboek " Zeven Jongens En Een Ouwe Schuit" . 

En die ouwe schuit dat was Ma waar ik mee getrouwd was en dan kende ik nog een andere ouwe schuit uit Parijs, een uitge rangeerde Griekse advocate, Helena Klos Pappedopoelos, die achter aan had gestaan bij de uitdeling van de mooie koppen.  

De termen van de niet geoliede tijdschar nieren jammerden met doordringend, nee, moordend gepiep door mijn gesuste gewe ten. Het deed mij pijn tot in het diepste van mijn kunstenaarsziel.  

Ik realiseerde mij op hetzelfde ogenblik dat niets tot iets leidde en ik beter niks kon uitvoeren dan op Ma of Tante Greet Pak Um Beet bij d'r veertig plus volvette reet parasi teren en haar om een joetje per dag te vragen om in de gok automaten te gooien als ik boodschappen moest doen.  

Hoe vaak zei ze me niet op te rotten naar de Costa Brahava als ik weer achter de piano zat te piemelen en daar aan die Costa met mijn ddikke reet drie maanden te blijven en liever laat dan vroeg terug te keren van het goudgele strand van Ameland. Nou, dat was niet tegen dovemans oren gezegd. 

De schoften schurkten tegen de muur van de eeuwigheid al knarsetandend in mijn stroeve kunstbrein. Kunstmatige intelligentie had ik ook nog een tijd willen studeren.

Gezelligheid troef dus bij mij in het benauwde huisje in BlauwBilGorgeldorp, maar vooral lauw loene  en vloekjes bij de thee als ik in huis om pils brulde en die paardenpis van Heineken moest slikken die ze had mee gebracht. 

Het lange wachten voor het stoplicht omsingelde symbolisch mijn voorwaartse streven ingekaapseld door mijn kleine, pas gekuisde Toyotaatje, een roestbak en truttenschudder,  die eigenlijk van Ma was, maar waar tante Greet pak um beet en Pippi Lull ook wel in mocht (v)rijen als ze de achterbank na afloop reinigden met de plestik flacon Jif Pikkie Stiff na het balletje balletje spelen. 

Het was me wel een auto die me voor veel te veel poen in de maag was gesplitsts door Fa. Beun & De Haas uit Etterbeek, vlak bij Boerschijt waar ik nog op een popfestival had gespeeld. Hemelsbreed een tien kilometer van Ukkel op weg naar Sint Job in het Goor, waar ik alles van af wist.

De uitlaat van mijn huisje op wielen was los geroest, bolderde over het asfalt  bij snel heid maken en de richting aanwijzers deden het ook niet, de vering was leip, de stoel bekleding aan gort, de stuurkolom zat speling in, de koplampen hingen op half zeven en de voordeur naast de bestuurder zat met sellotape vast, de rokende ruiten wissers konden het niet langer aan. Ik had een ongeschilderde hardhouten plank op de bestuurderszetel gelegd om mijn aambeien te temmen die aan het uit spruiten waren en op springen stonden, want zondder houten broodplank ondr mijn ontuchtige reet glipte mijn endeldarm met de verkleefde tros vormige bloederige druiven van de gram schap mijn reet uit en liep ik rond met een apenstaart van meer dan een halve meter in het museum van de vergankelijkheid. Nou kon daar veel onder die kunstartiesten maar toch niet alles en als het begon te ruiken was het met de bezoeker snel gedaan. De kliko in met een Zyklon B gasbus er achter aan.

Wat een doffe ellende als kunstartiest!

Zat ik maar naaktmodel te schetsen onder leiding van Jutta de Kutta ook nog achter de dikke reet van model Geke Hankel-Stankelde bankelkuttejuttepeer.

Als ze op een kruk zat in d'r blote togus voor het academie klasje leek het wel of haar hongerige hol één grote hongerige mond was die de kruk dreig de op te slokken. Een omgekeerde geboorte dus. In mijn verbeel ding was het een hout vretende vagina met tanden als een kettingzaag. Wee de geilneef die daar zijn leuter in stopte! Hij kwam er als meisje na afloop nog goed van af. Waren niet alle vrouwen pissige, penisnijdige lul rovers van nature met hun honingpotje?

Ik had al langer daardoor de idee vast te raken in mijn kunstenaars bestaan en had er spijt van dat ik niet in het circus was blijven werken als clowneske kindertemmer en vrijetijds Es Emmer…, en nu maar met mijn tong op mijn tenen van geilheid achter de kont van een venerische stoephoer aan rijden om snelheid te maken.

Ik herken haar aan die grote Turkenbak, een tweedehands BMW met spaakwielen, twaalf tonige loeiende k*tclaxon en opzichtige spoilers. De stoephoer uit het Houtekiet kwartier waar je als hoerenloper nog niet dood gevonden wilde worden.

 

Een enorme witte klamboe van traag vallen de sneeuw belette het uitzicht en voorlopig zou daar geen einde aan komen. Ik volgde gewetensvol de spoorweg van mijn ontspoor de voorgangster maar meer zat er niet in met mijn slippende wielen. Daar zat wel een roman in; Het spoor terug. Aquaplaning dus, figuurlijk gesproken. Ik lulde ook maar wat in mijzelf, in stijl van de veel geroemde literaire monologue interieur waar de Nouveau roman mee vergeven was en die idioot Goddard naar aanleiding van zijn Nouvelle Vague rolprent en van maakte die geen hond begreep en zweefde over de weg die steeds meer op een bevroren beek begon te lijken. 

Mijn kleine Toyota, waarvan de op de stads verwarming aangesloten radiator onderweg was uitgevallen, boorde zich pruttelend een Ozongat in de dag en het dak van de wereld waar Tibethaanen methaangas produceerden en de gebedsmolens draaiden als de wieken van de zaagmolen in Oostzaan.  

Ik besloot te parkeren op een plek voor vrachtwagens en eerst de witte bruidsluier uit mijn geslacht te trekken om moed te krijgen bij de fotos van lillend, lullend, lollig sinister glinsterend kutspek in koeleur lokaal op de plaatjes van de nieuwe Candy. Wat haadden die wijven er in Gotsnaam op gesmeerd? Uierzalf? Okselbaai? Bak en braadboter? 

Het leken wel een zootje door elkaar gegooi de ranzige rosbieflappen die fel begeerde, gekleurde k*tpartijen in alle koeleuren van de regenboog, zo hielden we het nog droog, wat een kleurenpracht van paars, stopverf kleurig tot bloedrood en bij negerinnen grauwgrijs paarse lubberende flubber flappen. Deprokleuren daarom wilde ik niet met een zwarte de koffer in. Bovendien roken ze allemaal naar wilde limoenen die exoten, naar k*tkaneel en rijst met kousen band van uit hun tumtummetje. Mahlzeit! Om daar in te moeten happen met de brallende bruilebek vol builenbal was mij een brug te ver! Ik was toch al niet zo'n fervente beroepsbeffer.

Toen er na een paar uur eindelijk doorzicht kwam in de file  wilde ik het stuur van de auto even los te laten om mezelf te gerieven. 

Dat ging niet. Zoals alles mislukte in mijn artiesten bestaan. 

Ik had mijn l*l té krampachtig vast gehouden waardoor mijn verkleumde vingers nauwe lijks reageerden op de psychofaraomaceu tische, nipte neurotische neuronen com mando’s van mijn psychisch sturende gescalpeerde brein vol geesteswetenschap pen en alleen mijn elfde vinger nog op commando op wipte als de l*l van de farao van Egypte.

Ik haalde 'm van de weeromstuit tevoor schijn en zag dat door de kou de afdrukken van mijn vijf vingers in mijn lustveer geprint stonden alsof het de ergonomisch vorm gege ven stuurknuppel van een Nintendo betrof.

Met hoofdpijn kwam ik bij het kunstmuseum aan. Ik reed de parkeergarage binnen, parkeerde de auto en stopte mijn handen diep in mijn broeksbandplooibroek als binnenbroeksebuitenbandrukker. Hup zei mijn simmetje en daar ging ie nog een keer.

Ik masseerde mijn handen en elfde vinger zonder nagel zodat het bloed weer terug kon vloeien …en mijn dode elfde vinger weer kon bewegen. Hoe lang liep ik al mijn l*l niet achterna als kunstartiest?

Ik volgde de gouden pijl die de richting aan duidde. Een fallus symbool herkende mijn geoefende geile blik.

Het was opgehouden met zachtjes te sneeuw en. Er loeide een blizzard en ik loeide mee als de Jim Morrison van het beat festival voor de frituur te Boerschijt, op de Grote Zavel  vlak bij Ukkel. 

De grijze gezichten van bezoekers onder het koud gebuisde kijkbuislicht hunkerden naar de figuurlijke warmte om het merg van hun huiverende beenderen op te warmen. Langzaam schoof ik voorbij de balie als een kont op wielen met mijn dikke reet en vette dijen. Er werd mij een koetjes reep in de hand geduwd door een Grieks opoetje met een kop van ouwe lappen…, Wat een sjaggerijnwijf, die Helena Pappedopoeloes van Stekilos. Ze was advocate in Parijs en had een niet al te florissante eenmans praktijk is het zesde arrondissement. Tot nu toe had ze nog nooit een zaak gewonnen vertelde ze een derde rangs kunstartiest met een kop als Bokito en opoewangetjes. 

 

Toen ik peuterend in broek vol eigen hol in het museum bij een beeld van Bokito met de titel ”Sta stil sucker om half zeven met de maagdelijke maandstonde Gij monomaan momkelende gebogen nieuwe maan”…, rolden er plotseling tranen over mijn rozige wangen en vlezige lippen. Tête-à-tête met het beeld "Younger than yesterday om dezelfde tijd" maar dan met de klankschalen van de voorspellend echo van morgen die zijn slagsschaduw van uit het kosmische kerker traliewerk van het Einsteiniaanse super string ruimte tijd continuüm achteruit wierp over de toe komende quaqua kwaliteits tijd in quantum verband die in het verleden gevangen zit en de daaruit voort voeiende loeiende toekomstige gebeurtenissen voor spelde met de waarschijnlijkheids rekening vast gesteld door wazige hoge heren  met bedroefde brillen glazen … leek het of ik nu met open ogen in de kutval van het sublimerende  sluimerende kosmische geweten gelopen was? Of, had het mij met geslepen diamant hardheid via open ogen ingesloten en zei de Tom Tom Poes op mijn dashboard met gruwelijk koude stem "Klotebibber, Probeer om te keren!" 

Met een dikke strot op de bodem van de zee, Yoegho Yoegho,  zonk ik naar de voorboden van mijn opwellende kunstenaars emoties en zocht naar een inleidende verklaring op mijn eigen innerlijke overleg platform waar de probleemstelling gelegen was als het door een Azteekse priester uitgerukte hart van een geofferde slavin die nog lekker lag na te stuip trekken.  

 

Wie had ooit gedacht dat ik door een speel goedauto als mijn eigen apenkop in huilen zou uitbarsten in het openbaar en niet meer ophield tot de suppoosten kwamen. 

De  gewone doorsnee kunstenaars vonden mij goed genoeg om in stijl van "aap wat heb je een mooie jongen" door te zakken, ook al probeerde ik steeds met iets nieuws te komen: een tekening van een olifant, aap, leeuw, mens, alles op en onder elkaar van de bovenste plank materialen … deed ik wel als dé Bokito kunstenaar van het moment wat niet kon namelijk: een mens aan het huilen brengen? 

 

Als een eigewijze kunst aap schiep Bokito speelgoed, de kristallen schedel voor een moderatie sessie, de twee dubbel D kop lampen in haar bloesje werden octopus ogen, de autoruit dwars door haar voor hoofd, de motorkap de neus gekliefd  en de gekloven onderkaak een vooruit geschoven springplankspeelgoedauto. 

De torso was een te grote togus, de schou ders aangenaaid aan de zelf voorzienende kunst grepen, gijpende grijnslachjes van een fruitschaal. Zo stond ik voor moederaap te koop…, ik zag mijzelve in de spiegel die alles verraadt, Bokito als Plompmans op breke benen, spillepoten van stukjes hout met als staart, een auto-vering, geen centje waard, liever zou ik op dat onthullende moment liggen krikken op kon nie veren in het Connie Krikken Varekamp plantsoen in het uilenbos. 

Ik keek met diepe ontroering waardoor mijn ballen en pik begonnen te gloeien en groei en. Ik schreide, snotterde, snoot, blies, hijgde, inhaleerde, snokte, sibberde, snob ber bibberdebobber en snifte mijn neus in een Tempo team  tissue van de formule 1 klasse in de Tarzanbocht des geestes. 

 

Wat ik zag was de schiep schep schop pies en broederschap geschapen schaaldier schepping, de sibbelende  schoonheid gestold in koper werk, onbeweeglijk beweeglijk dus wel. Diep geroerd door het moeder-aap-beeld-bokito- krokeledocus verdween tegelijk onnavolgbaar de schoonheid en liet het mij achter als een verloren kind. Was dat Bokito verdriet? Kon die schoonheid langer blijven? Achter gebleven lege hartstocht, ontwaakt, dreef het mij vandaan als een schip in de mist. 

 

(wordt vervolgd)

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Dag Marije
Dank voor je reactie!

Geplaatst op: 2011-06-18 16:45:45 uur

hAHAHA CreaBea
die is goed
vind dat een prachtige uitdrukking
Isis gebruikt die uitdrukking ook wel eens
O ja, dat hoogstaande softe literaire gelul
interessant doenerigheid
zum kotzen
een goeie pint Trappist Dubbel is mij liever
en nog liever een sixpack Trappist Dubbel
geen paardenpis van Heineken
nou ja als er niks anders is
dan moet het maar

Geplaatst op: 2011-06-17 23:12:29 uur

Distefano
Ik voel me, denk ik, meer thuis in de Undergroundsfeer van de weblogs en de webloggers hier op basic, dan onder de Heren Literatoren met al hun opgeblazen praatjes en dikdoenerij.
Hier zijn we onder gelijken, zonder die competitiefeer, die ik dodelijk vind voor elke spontane creatieve uiting, of het nou schrijven of schilderen is.
Of ik gelijk heb? Geen idee.In 1967 kwam ik wat schrijvers tegen in Amsterdam, van die pluizige arrogante ras intellectuelen en besloot nooit meer iets met ze te maken te willen hebben. Walgde van dat gezelschap.
Kun je je dat voor stellen?

Geplaatst op: 2011-06-17 20:28:16 uur