Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
6 juni 2011, om 08:00 uur
Bekeken:
519 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
235 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Overbodig boek Adriaan Morriën"


EEN BOEK VAN MORRIËN TEN ONRECHTE  UITGEGEVEN DOOR BEZIGE BIJ 1975

 

Het boek “Lasterpraat” van Adriaan Morriën is het papier niet waard waar het op gedrukt is door uitg. De Bezige Bij.

In een vorige weblog bijdrage heb ik een beschouwing gewijd aan het gebrek aan inhoud en vorm van dit wezenloze gemijmer en oeverloze geklets van Morriën, tot ongeveer pag. 138 met nog enkele fragmenten uit paginas daarna, die mij op het eerste gezicht troffen toen ik het boekje snel doorbladerde. 

Verder nam ik het eigenlijk in het geheel globaal door, maar de weerzin tegen dit ijdele, egocentrische bekentenis proza van een erotomaan zoals er zo veel rond lopen in Amsterdam benam mij enige tijd de lust er verder op in te gaan. Het is een totaal mislukt boek.

 

Vergeleken bij de zieke geschriften van de 18-e eeuwse Markies de Sade is het van een lussteloze sexualiteit doortrokken proza van libertijn Morriën een slap aftreksel. Het ontstijgt nergens het nivo van een gereformeerde puber, die de vrouw niet anders kan zien dan een lustobject.

Morriën verschuilt zijn obsessie voor sex achter romantische bepiegelingen. Menigeen vloog er in bij de niet echt domme romanti cus. Een geboren manipulator.

De weg naar het vrouwelijk geslachtsdeel gaat door het oor blijkt uit zijn geschriften, gefleem, geteem, gezeur, geouwehoer, gelul en gezanik is haar deel. Niets nieuws onder de literaire zon.

 

Na mijn weerzin te hebben overwonnen en enigszins op adem gekomen zal ik beginnen bij pag. 138 van Morriëns boek en de daar aan direct vooraf gaande paginas over de fysieke eigenschappen van Lotus of het uitvoerig bespreken van de geuren van haar ondernavelse en andere  gynaekologische bijzonderheden buiten beschouwing laten, want dan kan de lezer beter het in de zestiger jaren verschenen boekje “Wat is pornografie?” raad plegen of een recente uitgave van de Candy, Chick of Tuk ter hand nemen.

 

Op pag. 138 behandelt pseudo romanticus Morriën met smaak het verschijnsel Witte Vloed bij vrouwen, zoals wij weten kan duiden op een vaginale infectie. Geen enkel bezwaar voor de auteur.

 

Pag. 141 beschrijft de auteur zijn schuld gevoelens ten opzichte van zijn masturbatie gewoonte.

 

Pag. 148 e.v. behandelen de psychologische beschouwingen van  de auteur wat zijn weinig opzzienbarende droom leven betreft en blijkt zijn interpretatie van een hoog Freud gehalte te zijn. Castratie angst blijkt evident, het oedipus complex sublimeert de auteur door het schrijven als troost en plaats vervangende sex te ervaren. Morriën trapt een open deur in als hij pseudo-filosofisch op merkt: Schrijven is niet neuken.

Het behoort tot de inhoudsloze one liners die wij in elke kunst kroeg aan de tap op kunnen doen.

De Engelse auteur Malcolm Muggeridge heeft sex de nieuwe religie van het vermateriali seerde, kapitalistische westen genoemd, Morriën is van die kerk dan één van de dominees zonder God.

 

Pag. 149 meldt de auteur dat een manuscript of een boek in een droom een symbool is voor de vagina. Ja hoor, hij heeft groot gelijk, ook in een boek kun je van alles stoppen. Dit soort leke psycho analytisch flauwekul heb ik in de jaren zestig horen verkopen door collega kunstenaars. 

Een avond schiet mij te binnen ten huize van mij en mijn echtgenote in de Nieuwe Spiegelstraat waar de traag sprekende contraprestatieschilde Teun Nijkamp en galerie eigenaresse Dieuwke Bakker in 1970 aanwezig waren. Naar aanleiding van het werk van de schilder Melle, waarin de geslachtsdelen je visueel om de oren vliegen, was het heel even de mode in artistiek Amsterdam om alles wat de schilder zag “Freudiaans” te interpreteren.

Mijn zwart wit televisie stond aan en vertoonde een roeiwedstrijd. Nijkamp beweerde met grote stelligheid dat de roeiboten symbolen waren van penissen. Dieuwke Bakker zei: “Dat zie ik toch echt niet”.

Ik gaf haar gelijk. Het was de enige keer.

 

Morriën is op zijn best als hij andere schrijvers becommentarieert of anecdotes op haalt over zijn collegas zoals een ontmoeting met Auden.

 

Op pag. 159 moet W. F. Hermans het weer eens ontgelden. Morriën:”Al twintig jaar hoor ik van tijd tot tijd, maar telkens door iemand anders, zeggen dat W.F. Hermans milder is geworden. Later blijkt dat ook deze zachtmoedigen met Hermans zijn gebrouilleerd”.

 

De paginas 159 t/m 183 worden gevuld met voort kabbelende gemijmer en bordeelbezoek, dit laaatste zo mat weer gegeven dat de lezer van dit boek en bezoeker van het bordeel geld toe zouden mmoeten krijgen en een bemoedigend schouderklopje om voorwaarts te gaan en vooral niet om te zien.

 

 

 

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.