Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
27 mei 2011, om 10:52 uur
Bekeken:
645 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
276 [ download ]

Score: 1

(1 stem)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Kunstk(n)oeien hebben kunsthorens"


KU(NS)TK(N)OEIEN HEBBEN KUNSTHORENS


KUNSTKOEIEN HEBBEN KUNSTHORENS OM MEE TE HOREN VAN UIT HUN UIER

Waarom hebben koeien hoorns? En waar ook weer? Tussen, voor of achter hun hoeven? Hebben koebeesten eigenlijk wel horens? 
Ja, vast wel al zegt U het zelf. 
Stieren ook. Horens. Zij zette hem de horens op betekende lange tijdd dat ze vreemd ging. Vreemde horens trekken net zo hard als onbekende kusten. Somebody is kickin’in my stall hoorde ik iemand zeggen in de trein. 
Wie? 
De installer! Koeienjongens. Kojbojs. 
Ik stak een Indiana Delgado op, trok mijn Zippo en schoot een bok, want het is verboden te roken in de trein. 
Stieren hebben ook horens.

 

MANNEN HEBBEN GEEN HORENS MAAAR EEN WORTEL. DE WORTEL VAN ALLE KWAAD. RECHT ZO DIE GAAT ALS IE STAAT!


Een Buffalo Bill voor elck zijn wil. Voor wie graag gaat van bil. De stier van Potter. Nee, die was geen pot. 
Een of andere joker schreef over de bejaarde Jan C. dat hij de stier van Potter van de twintigste eeuw was in een poltiek rechtse Magazine waaar hij geacht werd kunstkritiek te leveren. Bij een redactie wisseling vloog hij de laan uit. 
Goede beslissing. 
Neem nou dat kutschilderij van Jean. 
Welke Jean? 
Jean Dubuffet natuurlijk. 
Ken U die dan? 
Nee, dat niet, maar dat maakt geen bal uit. Er moet vast wel iemand te vinden zijn die het wel kent. 
Kent U dat schilderij dan? 
Ne, ook niet, maaar je hoeft niet alles te kennen waar je over mee wilt ouwehoeren. 
Nou, ik ken het toevallig wel. 
Dat schilderij heet De koei met de subtiele koeienneus komt me mijn neus uit bij het flatssen schijten. 
Dan had ie beter moeten snuiten of Efedrine nemen voor de ontluchting. 
Wie heeft je dat allemaal verteld? 
Ik heb het gelezen in Art International voor Dummies. Zo’n kanariepiet geel boek. Staat vol met nonsens van de een of andere drs. Huub Muizewinkel, doe overal tegen is. 
Je hoeft niet alles te geloven wat in magazines of boeken staat. Ze liegen er maar wat op los. Zo lang ze maar poen kunnen maken. 
Vroeger schreven ze wel de waarheid en checkten dertig meiden met een IQ van 80 de data en feiten op de afdeling feiten verificatie van de meeste Magazines, daar heb ik nog bij de Tietjersteradeelse Kut Courant gewerkt, maar niet heel lang en werd op staande voet ontslagen toen ik feiten ging verzinnen die helemaal nergens op gebaseerd waren en het koffiemeisje onder het buro van de directie aan het beffen was. 
De geschiedenis van de catwalk bijvoorbeeld verwisselde ik met de cakewalk bij het neeuriën van Under The Boardwalk en kwam zo weer uit bij Waltzing Mathilda, de tweede wereldoorlog, het kaal scheren van moffenhoeren en merkte dat ik daar een kick van kreeg. Zo ontdekte ik mijn sadomasochistische genietingen van lieverlee.


De waarheid bestaat bij de gratie van de waarheid, maar nu is die waarheid weg gevlogen. Je weet wel wat De Grote Schwarzenegger von WittgensteinundHalsbruch al zei: als het vliegt, kijk uit voor de ramen van de buurman! En ook professor Jan van Piemelsdijk drink altijd eerst zijn glas leeg voor hij een nieuwe bestelde door er een bierviltje op te leggen en met zijn vingers er op ging trommelen dan wist de kastelein weer hoe laat het was en bracht hem een volgende kop stoot. 

Hij had een schorre stem als hij over zijn laatste boek De Chaostheorie voor kunste naars verklaard begon, een lijvige vuistdikke turf die de relativiteits theorie van Einstein zou verpletteren met de draaglijke snelheid van het ondraaglijke en dat zijn directeurskamer op de Academie Blote Wijven Klup nog steeds een kutzooi was omdat het model nooit haar kleding netjes over de stoel hing, die hij dan gauw zelf maar aan trok in de lerarenkamer om zich af te trekken tot hij in zijn passie haar beha aaan flarden scheurde oner het uitroepen van drie maal Aaaah, zijn glibberige handen ging wassen toen het lieve meisje verontwaardigd haar aan flarden gescheurde Franse lingerie met twaalf speel openingen zag en schade vergoeding eiste beweerde hij met een hoogrodde kop dat zijn Labrador dat gedaan moest hebben, een stinkende ouwe hond die onder zijn buro lag. Alleen was dat vol gevreten mormel met geen stok ot iets anders te bewegen dan slobberen, vreten en schijten en was homo, dus die had geen enkele belangsstelling voor dameslingerie. Het schijnt toen in de minne te zijn geschikt door de raad van bestuur met een flinke kluit voor het arme meisje, die toen weer voor jaren boven Jan was. 
“One for the road!” riep van Piemelsdijk vrolijk.

Piemelsdijk lustte 'm wel. En het vrouwtje thuis maar wachten met de stamppot.


Het artiesten volkje dat verbonden was als kunstleraar aan de staf van het instituut leefde er op los tegen een torenhoog slaris voor hun incompetentie. Het academie model was heilig daar mocht geen beeldhouwer met zijn bevende gips tengels en geelbruine klei jatten aan zitten tot er één clevere student haar versierde, die de eerste keer dat hij haar borsten en krullende schaamhaar in gesloten pose, dijtjes bij mekaar was het devies, tieten okee, d eekkut kwam later in het tweede semester, aanschouwde, flauw viel en de hele staf van de kunst school in opperste staat van verwarring dagen lang vergaderde of ze de ijverige student bij zijn ballen moesten ophangen aan de Westertoren, gelijk castreren, een nul geven op zijn volgende rapport of standrechtelijk veroordelen tot steniging in de tuin van het Rijks Museum. 
Een leraar Arie Voordepoes riep dat ze het allemaal tegelijk moesten doen maar die was lid van de VSSM en liep de hele dag rond door de wandelgangen met een paar handboeien aan de riem van zijn leren broek en een kunstzinnig opgerolde stieren zweep gaf het geheel een grafisch accent. 

Het werd ’t laatste, steniging, dus gingen de professoren die eerst moed hadden ingedronken met zijn allen bij de vrouwelijke professor waterverven en sjablonekwasten naar het Rijksmuseum en probeerden stoeptegels los te wrikken maar waren te slap om ook maar één betontegel op te tillen dus gingen ze gauw naar een kroeg naast het Concertgebouw om uit te huilen. 
Daar zaten we dan. Als er een kunstfotograaaf in de buurt zou zijn geweest had hij ons kunnen vereeuwigen en waren we nog beroemd geworden als leden van de groep Abacadabra Hafabra Behahaha want we lustten er wel pap van. 
Om de sfeer te verhogen vertelt Sjaan van Tongerloo, de bekende stillevenschilder met zijn lange witte meidenhaar, die nog een keer de talentloze Fries Jan Jurk de Vries van zijn kruk heeft geschopt, gore bakken voor aan de bar.

(wordt vervolgd)



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.