Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
19 mei 2011, om 08:27 uur
Bekeken:
683 keer
Aantal reacties:
4
Aantal downloads:
230 [ download ]

Score: 2

(2 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De Bedeesde dubbel gekloonde uitgewoonde kegelaar"


De Bedeesde dubbel gekloonde uitgewoonde  kegelaar

 

(Gelijkenis met bestaande personen, situaties, plaatsen, namen of teksten berusten geheel en al op toevalligheden en komens slechts uit het brein van ondergetekende) 

 

 

In een geschifte ruitjeschrift schreef ik over een geheim, mijn gedeelde dubbele gekloonde  geschiedenis met mijn vriend Beer Bonkestoter, de stuiterende theoreticus van het teorama. Het geschifte ruitjeschrift met een omslag van bruin papier, dat ik voor mijn eerste communie gekregen had, verder kreeg ik helemaal niets van de kindertemster, schreef ik over een drama van de Verweesde dubbel gekloonde Drumkogelkegelaar wat mij was overkomen in de grotten van Han met die truffel en waarover ik nadien met niemand in het gangenstelssel van de Boterberg waar een goudschat van Peer de Schuymer is verborgen waar ik alleen de plaats van weet zou spreken. Toch zal ik zwijgen om de na(akt)gedachtenis van opoe Naaktgeboren die niet meer is. Die had een blinde hond die geen hand voor de ogen kon zien. 

 

Ik weet niet precies waarom ik dat verhaal toen opschreef of waar het over ging, mis schien uit naar binnen gerichte  doorgeslagen wel doorvoede (h)oerwoede of mogelijk om de broedplaats van mijn diepste geheim als 10-jarige van mij af te schrijven dat ik, Holy Slotermans (eerst mijn buik, dan kom ik) nog met houten mecano dozen aan het spelen was  toen ik al ver in de 20 was.   

Terwijl ik mijn hond en hoed aan niemand kon toevertrouwen in de lobby van barkeeper Bobby Buytelaer…, zelfs niet aan mijn beste vriend Beer Bonkestoter, de Bikker van de Wallen met ballen als rumkogels, gewicht heffer in ruste en daarom in het verborgene zichzelf in een kelder van zijn onbewuste gevangen hield, kwam eindelijk de tiettepel klemmende prangende bestaans vraag in mij op voor wie, wat, waar? 

Ik schreef het voor niemand minder dan voor de brenger van de Melitta koffiefilters en de drab des levens: Voor als ik dood ben, bak ik een bruin brood, schenk ik een bak Melittafilterkoffie voor Beer Bonkestoter was toen mijn laatste wils besluit. 

 

Twintig jaar later, als bij toeval, maar er bestaat geen toeval, Zo zegt de grote Jung, alles wordt geleid, ook de vrije tijd, vind ik het ruitjesschrift terug.

Ik dorst de zwarte hond van mijn onbewuste en de hoed niet te openen. Het zou mij zwaar beladen met woede . Ik zou haar (mijn diepe hond) uit haar hazenslaap halen, aan gewakkeremoond door aperte angsten... 

 

De analfabetische namen, Lucebert, schilder van mijn geweten, aanklager aan vele stromen, het lover van de bomen, espresso drinken in Rome, mijn scheve watertoren zonder Pisang, verscholen in het tover lover des levens tussen de bladen van mijn levensboek in het voorhuis daar in de Achterhoek damesonderbroek die haar foekepot welwillend bedekte, angstige, stille opgesloten (k)leuters in krankzinnig geworden fladderende rompertjes met wortel pijpen doordrenkt met het  gebrabbel in de wieg van de killende kosmos  van een titanische éénogige tukkeltemmer - die tussen het Uber ik en het Unter den Linden gevoel in mij staat - verborgen onder vergeelde stijve gemarmerde kartonnen kaften van knusse kerels en knakkers in kaftans vol wijnkringen en vlekken van door gekookte koppen kutkoffie die wrakken op de huid tekent als lazuur ins Blaue Hinein en met zelfs aan gebrande plekken van verbo den hasj sigaretten verbonden in sub space.  

Had iemand anders het voor handen?

Van dit fluitjeschrift dat ik nu in mijn handen houd…, blaas ik het stof der eeuwen af. Dust of Death! Zou ik...? Of zou ik niet? Kosmologische kennis lag er in verborgen. De Steen Der Wijzen wees ik af. Of zou ik het dicht laten? 

De kosmos de kosmos laten en iedereen na praten tot er korstmossen op mijn woorden groeide? Ik talmde in mijne uitinnige wanhoop, de zoute traan die van mijn stoel af droop. 

Het verhaal was er nog maar toch...ik aarzelde en ging op weg naar de apotheose. 

Ik haalde opgelucht adem en had het al die tijd als verloren gewaand voor de kosmische Eeuwigheid maar, nu ik het per toeval terug gevonden had, denkend aan Joseph Provoost uit Lutjelollum.... moet ik het aan de lezer door geven deze geheime kennis zondr stennis!

Gelukkig schoot mijn gulp te hulp, moet ik het open knopen en opnieuw de lusten lezen, vroeg ik mij af? Moet ik mijn hond opnieuw openen?

Mijn geheim, de hond waar ik zojuist over sprak, dat in dat beschreven staat…, dat weer op de zelfde plek ligt, dat geheim van de buitelende rumkogel raak ik ook nu aan niemand kwijt. Ik wacht tot ik dood ben… als ik dood ben geef ik opening van zaken, als ik dood ben dan zal ik niet meer schrijven…

Onder de groene hemel en in de blauwe zon doet alles pijn op mijn Spaanse lust balkon maar ik ben er aan gewend, zittend op mijn krent. Ik ben mij bewust van mijn grove zinerende pkeel zout  zonden, ik schep zo mijn eigen afgrond. Ik gedoog mij, ik gedoog jou, lezer, de afgrond: peilloos en bodemloos als het is, ik val dieper dan diepste gronden mijner bestaansgronden...de hond! Hiermee heb ik mijn eigen stafloze maarschalksransel geschiedenis geschapen en ik ga van waar ik sta, ik ga, ik ga…. 

 

Ik schenk het cahier aan mijn enige vriend Beer Bonkestoter, hij mag het na mijn dood lezen en oordelen.

 

(wordt vervolgd) 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.


Reacties:

Auteur dezes heeft in algemene zin gepoogd een bepaald tiepe proza te parodiƫren dat in de jaren zestig nog enige opgang maakte, maar nu geheel achterhaald is.
Schrijvers van deze richting zouden te rade kunnen gaan bij teksten van Raymond Carver, Bukowski en Ellroy
die een effectief, kaal proza schrijven zonder aanstellerige parabolen, verkeerde beeldspraak, versleten symbolen of overbodige bijvoeglijke naamwoorden

Geplaatst op: 2011-05-20 18:39:42 uur

TUSSEN 1972 en nu heb ik zo vaak gehoord van het pluche kunstenaarspubliekje dat ze met juridische maatregelen dreigde als je ook maar iets zei over kunst dat ik er totaal immuun voor ben, bovendien heb ik een rechtsbijstands verzekering.
Die zogenaamde Parijse advocate, die Opoe heb ik alleen op een foto gezien op een weblog bij een collega die in een gekkenhuis heeft gezeten. Misschien is dat mens zijn overgrootmoeder, want die collega lult van alles aan elkaar.
Ik heb een grote hekel aan alles wat met kunst of literatuur te maken heeft. DE DOODT AAN DE KUNSTENAARS!

Geplaatst op: 2011-05-19 14:17:35 uur

Die kop op die foto van dat mens, de sjaggerijnige veronge lijkte uitstraling van die tuttenbol, die soepjurk die dat mens droeg, die Oversizede Opoe Tas, die rijgschoenen, een onappetijtelijke Old Hag, old fashioned en niet het type van de gehaaide, goed gebekte , vrouwelijke Nederlandse advocaten uit de top tien. Leek meer op een bejaarde toiletjuffouw of iemand van de garderobe met een buitengewoon slaperige uitstraling.
Affijn,dat past ook goed bij de kunstartiest waar zij zo hecht mee bevriend is. Een meneer die op Bokito lijkt en nog niet eens de lagere school heeft afgemaakt.
Ik word nog liever Heumeu dan dat ik met zo'n tiepe op stap moet naar de Champs Elysees.
Zeker weten dat ze naar Boldoot ruikt.De dood in de pot.

Geplaatst op: 2011-05-19 12:22:35 uur

Dag Doortje,
Ik houd van verhalen die samen hangen, zonder verwrongen zinsconstructies of metafysische onzin en daarom waardeer ik jouw verhalen. Het gaat ergens over dat concreet is. Het laat zien dat alledaagse realiteit genoeg aan zichzelf heeft om interessant te wezen doordat het door jouw persoonlijke zeef gaat en gekleurd wordt door jouw visie
In de jaren 60 was het mode om gedrogeerde onzin te schrijven.
De Rumkogel schrijver is een verklaard tegenstander van mijn werk en heeft mij veel overlast bezorgd door onder namen van anderen mij te stalken en relaties tegen mij op te stoken en frauduleuze brieven kregen met bekende namen ondertekend.
Het is erg moeilijk daar tegen op te treden.
Het merkwaardige feit is dat deze meneer de een of andere bejaarde advocate (een opoe met een verongelijkte kippenkop) heeft verzocht in Franrkijk (!) een "zaak" tegen mij te beginnen omdat ik zijn schilderijen niet goed vind. We blijven lachen!

Geplaatst op: 2011-05-19 11:28:34 uur