Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
13 juni 2021, om 14:26 uur
Bekeken:
181 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
13 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Tommy G. was blijven zitten in de tweede klas"


Tommy G., die later in de keuken van een Haarlemse flat aan het gas is gegaan en zijn vriendin Ellebellie S.  kwamen vaak in de poffertjestent in Amsterdam Door fredvanderwal

Tommy, die later in de keuken van een Haarlemse flat aan het gas is gegaan en zijn vriendin Ellebellie S.  kwamen vaak in de poffertjestent in Amsterdam. Een centrum voor ontsnapte criminele jongeren en weg gelopen meisjes op zoek naar de prins op het witte paard. Een wit paard werd het zelden, meestal een balkende ezel met een drugs habit, een sexuele afwijking of een lopend vonnis. Die Ellebellie liet zich gewoon neuken door iedere pleiner met een interessant lul verhaal dat ie het boek ging schrijven dat alle boeken overbodig zou maken of het schilderij dat een einde aan de kunst betekende. Kwam nooit wat van terecht. In de jaren zestig ging het meisje Ellebellie, dat nog de Hoelahoep koningin van Nederland werd naar Parijs, kocht goedkope Van Gogh verf en een setje varkensharen penselen van de Hema, verklaarde zich kunstenares en werd leerling van een Vrije academie. Als hoog bejaarde woont ze nu al jaren in de commune Ruigoord samen met een gepensioneerde cultuur ambtenaar waar ze belegen hippie spelen en rondom een vuur in indianenkledij dansen. Zielige gevallen. Losers, misfits en displaced persons. De leden van Ruigoord hebben allemaal herrie met elkaar en neuken elkaars vrouwen om vervolgens een paar slappe klappen uit te delen en elkaar huilend van het lachen in de armen te vallen. Een hele lieve jongen dat vrindje van Ellebellie, hoorde ik van Misja.

Tommy G. was blijven zitten in de tweede klas van het Vossius gymnasium en werd leerling van het christelijk lyceum in de Moreelsestraat, Amsterdam-Zuid in 1956 en liet zich verwennen door oudere mannen, alhoewel hij geen ballen had volgens intimi. Gerard van het Reve heeft nog over hem geschreven. Al die uitvreters van het Leidseplein spraken er schande van omdat Tommy als loser er niet erg gunstig van af kwam in dat boek. Ze hadden niet door dat Tommy een phoney was, een schijntalent, een psychisch door de war gegooid Joods jongetje die met zijn Joodse identiteit, maar ook door de staat toegewezen voogd en homosexualiteit te kampen had.

Na een gymnastiek les heeft hij geprobeerd mijn onderbroek van mijn lijf te trekken samen met een jongen die later matroos is geworden omdat hij het lyceum niet kon volgen samen met de vier jaar oudere Pimmy, die exhibitionist was en steeds zijn pielemuisje aan mij liet zien. Ik vond er geen bal aan. Die knakker was al 17, zat voor de vierde keer in de eerste klas en kwam uit de een of andere jeugd opvang door onhandelbaarheid thuis. De eerste klas van het lyceum deed hij als recidivist maar liefst vier maal. Herhaald vanwege gebrek aan succes.

Tommy heeft bij dezelfde galerie aan de Amstel 186, vlak achter het Rembrandtsplein geëxposeerd waar ik enkele jaren later triomfen vierde. Galerie Mokum, die aanvankelijk abstracte kunst exposeerde. Een paar jaar later figuratieve kunstenaars omdat figuratie sterk in opkomst was. Van 1967 - 1973 werd ik vaste exposant van de Mokum groep Nieuw Figuratieven. Ik ben van het Reve in 1956 nog eens in de Palestrinastraat tegen gekomen met Tommy, hij had ook nog een vriendje bij zich die een pak porno fotos in zijn binnenzak had.

En dan die scene rond Robert Jasper Grootveld, Johnny The Selfkicker van Doorn, de pornograaf Aat Veldhoen en Jan Cremer, waar Vinkenoog later nog Hoogseizoen aan heeft gewijd. Ze hadden allemaal On the road van Kerouac gelezen en raakten daar vreselijk van in de war. Ik bedoel; wat op zondag in New York gebeurde, was op maandag en vogue in Amsterdam, maar toch bleef Amsterdam in de vroege sixties aanvankelijk een dorp, vergeleken bij de sien in Parijs en New York. We kwamen als jonge, hemel bestormende artiesten veel over huis bij Tanja, die had een soort kamerverhuur bedrijf voor Leidsepleiners en ander maatschappelijk wrakhout. Huize heksenketel werd het in dat vreselijke boek van Jan Cremer genoemd. Ik noemde Tanja altijd Tante Totebel, die ouwe heks. Cremer heeft daar ook nog korte tijd gewoond met een serveerster uit het Leidsepleintheater. Ze had toen al psychische problemen. Als je die niet had als vrouw, dan kreeg je ze wel als je met Cremer om ging. Je dreef op de weed lucht gewoon het pand uit. Die Jan Cremer namen we op het plein niet echt serieus. Hij had een grauwe puistenkop. Woonde in de Haarlemmerhouttuinen. Een afbraakbuurt met een schroothoop voor de deur. Op de etage beneden hem woonde de abstract schilderende contraprestatieschilder Vincent Hamel.

Cremer kwam vaak bij Reijnders als de contraprestatie weer eens had uitbetaald. Hij was broodmager, liep toen altijd heel erg gebogen, alsof hij gebukt ging onder zijn eenvoudige kom af uit Enschede. Hij praatte binnensmonds. Onverstaanbaar. Het was in elk geval niet een meneer met een rugzak vol talent. Hij hing stotterend op monotone toon de meest fantastische zwetsverhalen op waarvan je al bij voorbaat wist dat ze gelogen waren. Journalisten  uit Scheltema trapten er in. Ik dacht altijd: die jongen kan met die grauwe puistenkop niet eens praten, laat staan een boek schrijven, wat een opschepper, maar dat is toch heel anders uitgepakt. Wie had dat gedacht! Bij Tanja waren regelmatig politie invallen onder leiding van die hei kneuter Houwsma die net brigadier was geworden en een punt wilde zetten om hoger op te komen.

De weed lag gewoon open en bloot op tafel en de vervalste recepten voor downers zaten in mijn portefeuille of in de beha of het slipje van Aletta weg gemoffeld, maar die Houwsma liep daar gewoon aan voorbij, die keek wel uit om alle behas en slipjes na te snuffelen, dan zouden ze hem aan kunnen geven vanwege schennis van de openbare eerbaarheid tegen over de andere kunne van het vrouwelijk geslacht, dat kon hij er echt niet bij hebben, alhoewel je het nooit wist, want het was schorum wat bij de politie zat. Het waren stuk voor stuk hoerenlopers, ex-NSB-ers en Jodenverlinkers. Niet dat ik daar aanstoot aan nam, maar het zei wel iets over die fatsoensrakkers die de wet moesten naleven van de commissaris.

Een van die agenten heette Slaman en niet alleen omdat hij graag met de gummilat tekeer ging. Het was zijn echte naam. Een corrupte agent, die is er later uit gevlogen en bij een grote dealer ging werken als body guard. Hij was net een dag uit de bajes waar hij voor een likwidatie zat en toen is hij van zijn fiets geschoten.

Houwsma en Slaman herkenden de contrabande niet eens, dat hadden zij op de politie academie niet geleerd, weet je wel. Ze moesten het eerst in een boekje op kunnen zoeken hoe het er uit zag. Echte ambtenaren. Net als die illustrator Teun Steun Nieboer, die had ook altijd eerst een boekje gelezen voor hij ergens over mee kon praten met zijn bekakte stem. Een domineeszoontje, die krijgen het gratuite gelul van huis uit mee.

De sixties hasj sien was allemaal heel amateuristisch in Amsterdam, heel naïef, liefjes en vriendelijk in die eerste tijd, misschien ook een beetje padvinderachtig. In elk geval was het niet echt commercieel in die tijd met de hasjhandel. We jatten hennepplanten uit Artis met elkaar. We braken eens hier en daar in een apotheek in, dat moest kunnen vonden we, daar maalden we niet om. Het ging toch van de grote hoop en die lui waren allemaal goed verzekerd. Nee, daar hadden we geen medelijden mee, dat waren allemaal kapitalisten en wij de gesjochte jongens, die een andere levensstijl na streefden. We zagen het als een spel van mensen die buiten de maatschappij stonden en om die reden allemaal thuisgebruikers van hasj en weed in het groot waren. Alles mocht en alles kon in de zestiger jaren. De roraring twenties revisited.

We zagen aanvankelijk ook geen handel in de hasj business, het ging ons echt om het underground gevoel, walking on the wild side, alles alleen voor eigen gebruik, misschien nogal idealistisch en padvinderachtig die welzijnswerkers mentaliteit, maar dat duurde niet lang toen we door kregen dat we er een aardige living uit konden halen. Het werd na een paar jaar al heel heavy.

(wordt vervolgd)

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.