Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
20 december 2019, om 17:10 uur
Bekeken:
56 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
32 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"En kwam er een paar kilo weed aan met een schip uit Verweggistan"


En kwam er een paar kilo weed aan met een schip uit Verweggistan. Het ging dan in een Telegraafkrant verpakt recht door naar de Cotton Club op de Nieuwmarkt.

Een paar vrienden uit het Leidseplein milieu en ik maakten dat schoon en verdeelden het in kleine porties, samen met Martin Primadonna, de eerste beroepsneger van Amsterdam, die toen nog op een woonboot woonde waar half hip Amsterdam rond hing.

We  stopten het spul in lucifersdoosjes en verkochten dat aan een kleine, selecte kring van liefhebbers voor een paar joetjes per stuk, daar verdien den we flink op, want voor niets gaat de zon op en trad in die jaren een bijstandsuitkering in werking.

Een vriend van Teun Steun was de agressieve JanJoris Laminaat, een be roepswerkeloze acteur, die politie agenten uitdaagde door een vuurtje te vragen voor zijn stick ter grootte van een kleine conifeer.

Een uur later stond hij met tomaten en rotte eieren te gooien en te schreeuwen naar gevestigde acteurs als Ko van Dijk, Willem Nijholt en actrices als  Ellen Vogel dat ze fascisten, kapitalisten en nazis waren. De etiketten die extreem linkse beroepswerkelozen plakten op alles en iede- reen die ze niet welgevallig waren.

De broer van JanJoris Laminaat was initiatiefnemer bij de Satanskerk. Een lekker fris stelletje. The (D)evil in the house.

Er waaide een nieuwe wind door Nederland. Toneelvoorstellingen wer- den gesaboteerd door radencommunisten. De goed gesalarieerde ambtena- ren van CRM kozen de kant van de linkse extremisten.

 

Simon Vinkenoog was een van onze vaste klanten en een Kennemerland- se graficus, een halve zool uit Haarlem, die zijn burgermansbaan had op- gezegd om voor kunstenaar te gaan spelen, en dankzij diefstal, fraude en kunstvervalsingen twee keer in de bajes terecht kwam.

Niet iedereen was zo slim als GeertJan Jansen die met zijn oplichten over- al mee weg kwam.

Haarlemse contraprestatiekunstenaars in the silver sixties waren de hele dag zo stoned als een garnaal, zaten zomers op het strand en in het kielzog daar van heel wat leerlingen van de kunstnijverheidsschool, met meestal een rijke pappie en mammie en een flinke toelage, dus die kochten zich ongans aan weed, pep en LSD trips om ook mee te doen.

Heel veel Haarlemse nep- en namaak kunstenaars waren vaste klant, die hadden toch niets anders omhanden dan de hele dag op het strand te zitten roken, want kunst maken, nee, dat deden ze niet, dat was niet hip, dat von- den ze commercieel, dat was rechts.

Handje ophouden bij de contraprestatie was het hoogt bereikbare voor ze.

Ze leefden van de riante kunstenaarssteun, zoals dat weke chirurgenzoon- tje Remmie Rammelzee met zijn van oud roest in elkaar geknutselde vul- lisbelt plastiekjes exposeerde in Gallerie Gammelstrand of die halve zool Hannes Klomperman met zijn debiele kinderen en een hele stoet beroeps- werkeloze parasieten die daar omheen hingen.

Hannes noemde zich in navolging van Johnny van Doorn Electric Jesus. Bij tentoonstellingsopeningen sloeg en trapte hij van de straat geplukte fietsen in elkaar. Lekker hip. Het zal je fiets maar wezen. Toen die activiteit uit de mode raakte hing hij een electrische gitaar om zijn nek maar kon niet spelen. Een metafoor voor het Haarlemse kunstleven in de zestiger jaren.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.