Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
13 mei 2017, om 11:27 uur
Bekeken:
430 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
186 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Requiem - hoofdstuk 1 (3)"


Nadat hij zich gewassen en geschoren had was hij in bed gekropen. Sinds zijn vertrek uit de Aran Igur had hij geen deftige slaapplaats meer gehad en had hij uitgekeken naar een goede nachtrust. Die had hij, tot de terugkerende nachtmerrie hem werkte. Schokkend en bezweet werd hij wakker en stapte hij uit bed. Hij nam plaats op de kruk aan het bureautje en stak de olielamp aan met behulp van het vuurdoosje dat hij overal bij had. Daarna stopte hij zijn pijp en begon hij te roken. Bij het schijnsel van de maan en de warme gloed van de lamp herlas hij de boodschap die de herbergier hem overhandigd had. Deze keer waren het meer dan drie regels.

In de wetenschap dat een herbergier meer te vertrouwen is dan een bode schrijf ik nu met minder terughoudendheid, maar nog steeds waakzaam. Ik hoop dat mijn eerdere bericht u bereikt heeft. Ik wou u hier opwachten, maar een nieuwe ontwikkeling heeft zich voorgedaan, een kans misschien voor wat we willen bereiken. Als ik slaag in mijn opzet, dan zal er bij midzomer het blauwe licht te zien zijn dat door de Eerste Mensen van het Continent werd weggevoerd. Het licht dat de komst van de goddelijke voorwerpen en het begin van de eindstrijd aankondigt. Ik heb met eigen ogen de wrakstukken van een schip zien aanspoelen dat op de boeg het embleem droeg dat allen vrezen: de witte slang met de tiara. Ze zijn terug en roeren zich weer in de wereld.
Er is hier iemand in dit dorpje die je kan helpen. Vraag naar de Groene Draak en vaar waar de kuststroom je brengt.
Praat over je dromen en ze komen uit.

 
Telkens als hij de brief las werd hij misselijk. Hij had niemand verteld dat hij de laatste tijd geteisterd werd door nachtmerries. Daarnaast wist de schrijver ook te veel over de plannen. De reiziger had hem even geleden naar de kustlanden gestuurd met de taak op te gaan tussen de mensen en rapporteren wanneer er iets bijzonders gebeurde. Nu had de informant de puntjes aan elkaar geknoopt en was hij zelf op missie vertrokken.

Hij kon de slaap verder niet meer vatten en ijsbeerde rusteloos door de kamer. Hij stopte nu en dan om notities te maken in zijn journaal en rookte terwijl de pijp. Tegen dat hij eindelijk de slaap weer had gevat kwam er licht door het raam van de kleine herbergkamer en werd er op de deur geklopt. Het was dezelfde onzeker vuist die op de deur klopte als de avond ervoor. Hij ontbood het meisje binnen te komen terwijl hij uit zijn bed stapte. Hij droeg enkel een lange onderbroek en het meisje schrok. De kustlanden waren vromer dan de rest van het Continent en hij veronderstelde dan mannen hier te allen tijde deftig gekleed moesten zijn in gezelschap van anderen. Of was ze geschokt om hem nu bijna naakt te zien nadat hij haar gisteren hoffelijk de deur had uitgestuurd. ‘Er is ontbijt,’ zei ze. Het twaalfjarig meisje bleef staan in de deurholte. ‘Voor het aankondigen van het ontbijt krijg je geen fooi, meisje’ zei hij. De toon klonk norser door het vele gerook en het gebrek aan nachtrust, maar zijn gelaat bleef vriendelijk. ‘Zal ik u nog wat water brengen?’ vroeg ze. ‘Zie ik er vuil uit?’
Het meisje bloosde en schudde haar hoofd. ‘Ik kom nu eten,’ zei hij en bij het aantrekken van zijn kleren kwam hij tot een pijnlijk besef. Het jonge meisje met de grote bruine ogen was al lang geen kind niet meer, en zou haar centjes moeten verdienen bij de oude mannen, en als ze dan toch moest, zou ze het waarschijnlijk liever doen bij iemand die hoffelijk is tegen haar. Hoewel kinderprostitutie in de Monarchie, waar hij van kwam, ook gangbaar was, had hij het nooit begrepen.

De herbergier had hem na het ontbijt uitgelegd waar hij de Groene Draak kon vinden en was op pad gegaan. Hij zocht zijn weg door de kleine kronkelende steegjes van het vissersdorpje en kwam aan bij het houten staketsel dat er de haven werd genoemd. In zijn beste imitatie van de taal van de Gouden Baai vroeg hij aan de eerste personen die hij tegen kwam naar de Groene Draak. Ze stuurden hem naar het allereinde van de pier. Toen hij daar aankwam begreep hij waarom de herbergier hem tot driemaal toe had gevraagd of hij wel zeker was dat het de Groene Draak was die hij zocht. Het laatste schip aan de kade was een aftands gevaarte, opgetrokken uit houten planken die door de jaren heen groen afgeschoten waren,  wiens drie masten het elk moment leken te kunnen begeven. ‘Ik kom!’ riep een man leunend over de boord van het schip. Hij verdween en kwam een tel later over de loopplank gewandeld. ‘Heeft u interesse in de Groene Draak?’ vroeg de kapitein enthousiast. ‘Begrijp mij niet verkeerd,’ ging hij verder, ‘deze parel is niet te koop, maar te huur.’ De kapitein had een dikke volle zwarte baart en dito wenkbrauwen en zijn gezicht vertoonde een aantal tekenen van een ruw leven op zee, maar hij kon niet veel ouder zijn dan de reiziger. ‘We varen meestal uit voor visopdrachten, maar deze mooie meid is eigenlijk ontworpen als expeditieschip. Het was het laatste schip dat gecommissioneerd werd door de Marine van de Monarchie, net voor de opstand van de Graven  en de ontvoogding van de Oostelijke Provincies, waarna de Monarchie geen kusten meer had.’
‘Vaart dit ding nog?’ vroeg de reiziger oprecht twijfelend.
‘Natuurlijk’
Beide heren hadden gelijk. De Groene Draak zou nog een keer uitvaren, maar zou nooit meer dokken.



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.