Gegevens:

Auteur:
Categorie:
Fantasy
Geplaatst:
24 maart 2017, om 20:59 uur
Bekeken:
299 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
184 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"De beschermer"


Het is duidelijk de middeleeuwen, waar ik nu in sta. Vreemd genoeg weet ik niet meer wie ik ben, of hoe ik hier terecht ben gekomen. Ik kijk omlaag. Mijn voeten zijn verpakt in dikke, met wol gevulde laarzen. Ik til mijn handen op en bestudeer deze aandachtig. Er zit een ring aan mijn ringvinger van mijn rechterhand. Ook al weet ik niet wie ik ben, of hoe ik hier terecht ben gekomen, toch komt de ring mij bekent voor. Hij is smal en van goud. Er zit een kleine edelsteen in het midden, niet groter dan een regendruppel. Mijn jurk reikt tot op mijn enkels en is een diep donker bordeaux rood. Een vies wit short is om mijn middel geknoopt. Een rieten mand staat aan mijn linkerkant. Ik zie de gesneden bloemen in de mand. Waar was ik ook alweer mee bezig? Ik kijk weer naar mijn handen en zie dat er eelt op zit. Dat betekent dat ik in ieder geval niet van adel ben.

Ik buig voorover en wil de mand optillen maar die is onverwachts zwaar. Ik probeer een andere houding aan te nemen maar mijn voeten komen niet van hun plaats af. Ik probeer het nog eens maar er is nog geen beweging in te krijgen. Dan besluit ik maar om me heen te kijken. De grond is bedekt met een dikke laag mos. Hier en daar groeien er kleurige bloemen tussendoor. De wortels van de bomen komen boven de grond uit, perfect om je tussen te verstoppen. Ik volg de stam van de boom omhoog en omhoog en omhoog. De bomen zijn immens groot. Ze filteren het zonlicht dat op mij valt door hun dik, groen bladerdak. Het zonlicht valt in strepen naar beneden en verlichten de honderden insecten in de lucht. Ze voeren een gecompliceerde dans uit in het zonlicht. De bladeren en het mos zijn zo groen als vers gras in fel zonlicht. Pas dan hoor ik de zang van de verscheidene vogels in het bos en de andere geluiden gemaakt door dieren die mij niet bekend voorkomen. Ik kijk om me heen en zie niets anders dan bos. Ik probeer nog een keer te bewegen en dit keer luisteren mijn voeten. Ik zet een paar voorzichtige stappen richting het zuiden, of tenminste, ik denk dat dit het zuiden is. Ik herinner me de mand, maar nu ik me omdraai, is deze verdwenen. Ach, waarschijnlijk was deze toch niet zo van belang. Ik draai me terug en loop verder. De geluiden van het bos zijn een kalmerende melodie en wat er ook is gebeurd, ik voel me op een vreemde manier gerustgesteld. Opeens verschijnt er een enorm hert op mijn pad. Het dier heeft een enorm gewei op zijn hoofd. Het loopt statig rond en lijkt plots te schrikken. Zijn hoofd draait vliegensvlug mijn kant op. Zijn ogen zijn wijd als hij mij lijkt op te nemen, of hij nu moet vluchten of blijven staan. Het hert besluit dat ik geen gevaar ben en loopt op me af. Ik kijk het dier recht aan en hij mij. Zijn ogen zijn zo bruin als de donkere, vruchtbare grond van de aarde. Ik slik als het dier recht voor mij tot stilstand komt. Met het gewei erbij is hij zeker 3 koppen groter dan ik ben. Zelfs zo groot dat hij op me neer kan kijken.

Hij ademt uit, zijn warme adem strijkt als een zachte hand door mijn haar en over mijn gezicht. Zijn gewei torent boven hem uit en filtert het zonlicht dat op mijn gezicht valt. Ik steek mijn hand uit. He dier kijkt er even naar en dan weer naar mij. Ik druk mijn hand tegen zijn neus. Het hert sluit zijn ogen en ademt opnieuw uit over mij. Hij drukt zijn neus stevig tegen mijn hand en opent dan zijn ogen weer. Ik trek mijn hand terug en het hert neemt een paar stappen terug. Dan gaat het dier door zijn rechtervoorpoot en buigt zijn hoofd totdat zijn gewei de aarde aanraakt. Ik besluit het gebaar te herhalen en maak een buiging. Het dier staat op en draait zich om en loopt weg alsof het nooit gebeurt is. Ik kijk het nog even na en loop dan verder. Het bos begint langzaam uit te dunnen en maakt plaats voor grasweilanden. Ik stap voorzichtig tussen de bomen uit en kijk om me heen terwijl ik met mij rechterhand probeer de felle zon tegen te houden. De grond waarop ik sta begint plots hevig te beven en ik val bijna om. Dan vanachter mij stormen paarden de grasvlakten op. De wind van hun snelheid duwt me bijna vooruit. Ik probeer mijn haar uit mijn gezicht te houden terwijl ik probeer rechtop te blijven. De paarden gaan niet verder, ze blijven om me heen cirkelen in volle galop. Ik probeer een uitgang te vinden maar de paarden zijn te snel en ik zie geen uitgang. Langzaam vertragen de paarden en dan staan ze stil in een cirkel om me heen. Een zwarte hengst komt naar voren, en net zoals het hert lijkt het mij in zich op te nemen. Ik maak een kleine buiging. De hengst lijkt dit te waarderen en buigt zijn hoofd. De rest van de paarden volgen zijn voorbeeld. De hengst loopt op mij af en drukt zijn hoofd tegen mijn schouder en duwt me naar achteren. Wacht eens even! Die kant wil ik niet op! Ik probeer de hengst weg te duwen maar hij houdt vol. Hij duwt me terug het woud in. Ik kijk terug, maar de paarden lijken zeer vastbesloten, dus leg ik me erbij neer en loop terug het woud in. Mijn voetstappen verdrinken in het mos nu ik weer in het bos loop. Ik loop weer voor een tijdje tot ik het hert weer zie. Hij kijkt me weer aan.

‘’Volg mij, vrouwe’’ een diepe mannen stem galmt door het bos, ketsend tegen de boomstammen. Ik knik. Ik heb nog altijd niet geprobeerd te spreken, maar vreemd genoeg voelt het niet nodig als communicatie middel. Ik besluit het dier te volgen. Het hert gaat mij voor en wacht als ik achter raak. Geleidelijk verdwijnt het mos onder mijn voeten en maakt het plaats voor takken en bladeren. Het hert loopt nog altijd door. Ondertussen probeer ik de weg te onthouden zodat ik straks mijn weg nog kan terugvinden. Dan verschijnt er een lange tafel op een open plek tussen de bomen. Naarmate ik dichterbij kom, zie ik al snel dat het geen eettafel is. De tafel is enorm en is gemaakt van een soort metaal. Verscheidene symbolen zijn in de zijkant gekrast en vreemde letters versieren de randen van de tafel. Ik kijk weer naar het hert.

‘’leg uw hand op het altaar’’ de stem weerklinkt hard door het woud. Ik kijk om me heen. Het hert is toch niet diegene die kan praten?

‘’uw rechterhand, vrouwe’’ mijn aandacht keert terug naar het altaar en ik leg mijn hand erop. Het hert tilt zijn rechtervoorpoot op en zet deze ook op het altaar. Een felle flits verblind me, maar ik kan mijn rechterhand op de een of andere manier niet terugtrekken. Er weerklinkt een diepe zucht door het woud, alsof alles een zucht van verlichting slaakt. Nu het licht is verdwenen is ook het hert verdwenen. Ik kijk om me heen en eindelijk kan ik mijn hand terugtrekken.

‘’U hebt mijn leven gered, vrouwe, ik ben u eeuwig dank verschuldigd’’ ik draai me snel om. Waar het hert eerst stond staat nu een zeer lange man. Zijn ogen zijn net zo groen als het gras, de brug van zijn neus is lang en smal. Zijn lippen zijn vol en zijn jukbeenderen staan hoog in het gezicht. Het eerste wat me echt opviel waren zijn oren, ze zijn geen gewone oren maar de oren van een hert. Op zijn hoofd stond nog steeds een gewei. Maar niet  zo groot en majestueus als dat van het hert. Zijn haar was donkerbruin en reikte tot aan zijn heupen. Ik merkte nu pas dat deze man volledig naakt was! Zijn borst was zeer gespierd net als zijn armen en benen. Dat was trouwens het derde ding dat me echt aan hem opviel. Hij had geen mensen voeten, neen, hij had de poten van een geit of een hert en ze waren zwaar behaard met wat leek op vacht.

‘’u lijkt geschrokken?’’ zijn mond bewoog nu gelukkig mee met zijn woorden.

‘’Ik dacht dat ik voor eeuwig vervloekt zou zijn, maar toen ik u zag, mijn vrouwe, wist ik meteen dat u mijn godin zou worden.’’ Godin? Deze plek wordt vreemder en vreemder. Voor het eerst dat ik hier ben probeer ik mijn mond te openen om te spreken.

‘’Godin?’’

‘’De legende heeft het voorspeld.’’ Hij loopt op me af en pakt mijn rechterhand vast en drukt deze tegen zijn lippen. Hij komt weer overeind en geeft me een eerlijke glimlach. Ik voel mijn mondhoeken mee omhoog trekken en voel mezelf glimlachen.

‘’wanneer u lacht, mijn vrouwe, stralen uw ogen’’ nu voelde ik het schaamrood op mijn kaken trekken.

‘’kom, dan laat ik u mijn wereld zien, zoals u deze nog nooit heeft gezien.’’ Hij pakt me bij de hand en leidt me weg van het altaar. Een warm gevoel verspreidt zich door mijn borst en ik laat me door hem leiden. Eerst laat hij me oude grotten zien die tot het plafond zijn gevuld met diamanten en edelstenen. Dan lijdt hij me mee naar een beekje dat zo helder is dat je alles op de bodem kunt zien. Het wemelt er van de vissen. Hij graait in het water en haalt zijn hand omhoog. De kleine goudklompjes vallen zo tussen zijn vingers uit.

‘’De natuur is rijker dan welke koning op de wereld ooit zal zijn, onthoud dit’’ hij helpt me over het beekje en lijd me verder. Onze volgende stop is een vossenhol. De jonkies komen naar buiten gerend, hotelend en botelend over elkander. Ze maken luide geluiden die me veel doen denken aan een hond die zeurt voor aandacht. De man pakt een van de vosjes op en geeft hem aan mij. Zijn vacht is zo zacht als zijde en een prachtig rood. Het vosje kijkt me aan en likt dan aan mijn duim. Nadat het vosje er genoeg van heeft zet ik hem terug op de grond.

‘’de natuur heeft erg veel te bieden, zelfs meer dan enig mens ooit zal kunnen aanbieden.’’ Sprak hij en we liepen verder. Ik raakte weer eens achterop.

‘’trek je laarzen uit, lopen gaat dan makkelijker.’’ Ik keek naar mijn bruine laarzen en zonder verder te aarzelen trok ik ze uit en liet ze achter. De grond deed niet eens pijn aan mijn voeten, zelfs de takjes op de grond leken mijn voeten niet te deren.

‘’wat is eigenlijk uw naam?’’ vroeg ik terwijl ik achter hem aan manoeuvreerde.

‘’noemt u me maar Cern, vrouwe’’ Cern vroeg me niet naar mijn naam, maar  eerlijk gezegd kon ik die me nog steeds niet herinneren. Het woud begon langzamer donkerder te worden en een koude mist kroop over de aarde. Ik bleef dicht in de buurt van hem. Hij bleef staan, zijn oren rechtop luisterend voor gevaar. Ik botste tegen zijn rug. Hij keek omlaag over zijn schouder. Die korte aanraking zette heel mijn lichaam in vuur en vlam. Mijn lichaam werd helemaal warm en de kou die zo aan mijn tenen kietelde verdween als sneeuw voor de zon.

‘’laten we even rusten, vrouwe’’ bood hij aan en hielp me op de grond. Ik trok mijn knieën op toen hij tegenover me plaatsnam. We zaten in stilte, onze ogen leken wel aan elkaar verbonden. Ik verdronk haast in zijn bosgroene ogen. Plots reikte zijn hand naar mijn gezicht. De lichte aanraking van zijn vingers voelde als een zachte zomerbries op mijn wang.

‘’je haar laat los’’ zei hij terwijl hij de pluk haar achter mijn oor stopte. Ik bloosde waarschijnlijk net als een tomaat. Hij leunde naar voren en toen zijn lippen de mijne raakten was het… magisch. We kende elkaar pas net maar de liefde hing als elektriciteit in de lucht. Het knetterde toen onze lippen tegen elkaar bewogen. De vonken vlogen door de lucht toen hij zijn hand op mijn wang legde. Hij drukte zijn voorhoofd tegen de mijne en keek me diep in de ogen, onze lippen zweefden slechts millimeters voor de ander.  Plotseling rukte hij zich los en stond op, zijn oren gespitst voor het minste geringste geluid. Ik keek hem verward aan, maar toen hoorde ik het ook. Een fel gefluit en getrappel en het kwam alsmaar dichterbij.

‘’we moeten gaan, nu!’’ zijn stem klonk dringend terwijl hij me zachtaardig maar snel omhoog trok.

‘’Volg mij!’’ hij ging er als een speer vandoor. Ik sprintte meteen achter hem aan. Alsnog kwam het getrappel alsmaar dichterbij. Mij hart klopte zo hard dat ik dacht dat het via mijn keel omhoog zou komen. Toen hoorde ik ook honden blaffen. De konijnen en herten haalde me van links en rechts in.

‘’kom, sneller!’’ Cern kwam naast me rennen en legde zijn hand in mijn rug. Hoe hard we ook rende de geluiden kwamen dichterbij. Toen klonk er een fluitend geluid door de lucht. Een pijl vloog in de boom pal naast mijn hoofd. Ik slaakte een gilletje van schrik. Cern trok me met zich mee.

‘’kijk niet terug!’’ waarschuwde hij me. Mijn longen brandde en mijn voeten deden nu pijn. Toen sprong iets zwaars in mijn rug en ik viel voorover op de grond. Ik draaide me om en zag een enorme zwarte hond. Zijn tanden schitterde als diamanten. Ik gilde terwijl ik hem van me af probeerde te gooien. Hij gromde en probeerde me te bijten. Plotseling werd het dier van me afgeworpen.

‘’ben je gewond?’’ Cern hielp me overeind. Ik schudde mijn hoofd en we wilde net wegvluchten toen de paarden ons hadden ingehaald. De mannen op de paarden hadden geen gezicht. Ze waren in volledige wapenuitrusting en omcirkelde ons. De paarden brieste vervaarlijk, precies het tegenovergestelde van de paarden die ik eerder leerde kennen. De paarden trappelde wild terwijl hun berijders hun kruisbogen richtte. Cern sprong naar voren en trok de eerste man van zijn paard. De man viel op zijn eigen zwaard en bleef stil liggen. Cern vocht voor alles wat hij waard is. Ik stond er als versteend bij, mijn hele lichaam weigerde dienst. Cern stond op van zijn laatste slachtoffer met een zwaard in zijn hand. Hij draaide zich naar me toe en glimlachte. Ik rende op hem af en viel praktisch in zijn armen.

‘’je bent niet gewond?’’ ik schudde mijn hoofd tegen zijn borst.

‘’Gelukkig.’’ We hielden elkaar vast en ik weet niet hoeveel tijd er verstreek voordat Cern me plotseling omdraaide. Ik slaakte een verrast gilletje, maar toen leek de hele wereld in slow motion te gaan. Ik zag dat een van de rijders weer was opgestaan en op ons af was komen rennen met een dolk. Een dolk die nu diep in de zij van Cern begraven zat. Hij had zich omgedraaid zodat de dolk niet mij zou treffen. Hij gromde vanuit diep in zijn keel en sloeg de man neer en brak zijn nek. Hij draaide zich weer terug naar mij en kwam naar me toe. Ik zag zijn ogen naar achteren rollen en zijn benen gaven het op. Mijn lichaam reageerde al voordat mijn hersenen het doorhadden. Ik ving hem zo goed mogelijk op en we zakten samen op de aarde.

‘’Cern?’’ mijn handen trilde toen ik voorzichtig zijn haren uit zijn gezicht haalde.

‘’alsjeblieft, wordt wakker!’’ zijn bosgroene ogen opende zich en focuste zich op mijn gezicht. Hij glimlachte een pijnlijke glimlach en streelde mijn wang.

‘’Een lach staat je beter dan tranen.’’ Ik glimlachte door mijn tranen heen. Zijn adem piepte toen hij inademde. Dat moet wel betekenen dan zijn long geraakt is. Ik streelde hem over zijn voorhoofd.

‘’Dankjewel’’ fluisterde ik. Hij keek omhoog naar het bladerdak. De mist was verdwenen en de zon filterde weer door het bladerdak.

‘’onthoudt dit, Sabine’’ zijn stem raspte. Die naam kwam me bekend voor, was dat mijn naam?

‘’Je bent rijker dan je denkt, denk niet alleen aan de fysieke spullen die je bezit, maar de hoeveelheid geluk die je hebt in je leven. Houd van de natuur, zij zal je daarvoor rijkelijk belonen. En, Sabine, vergeet niet, ik ben altijd bij je.’’ Hij keek me weer aan.

‘’Alsjeblieft, ik houd van je Cern! Laat me niet alleen, alsjeblieft!’’

‘’wees niet bang, Sabine, wees dapper, kom op voor jezelf en waar je in gelooft. Ik geloof in je, en ik zal altijd bij je zijn.’’ Hij legde zijn hand op de plaats van mijn hart.

‘’hier zal ik zijn wanneer je me nodig hebt, dat beloof ik je’’

‘’Cern…’’ ik keek naar zijn gezicht dat zich langzaam ontspande. Zijn boskleurige ogen staarde naar het bladerdek boven hem en een smalle glimlach spreidde zich op zijn gezicht.

‘’ik zal er… altijd… voor je zijn, Sabine… altijd’’ zijn stem was niet meer dan een fluistering nu en de glimlach verdween langzaam van zijn gezicht.

‘’Cern? Cern! Blijf bij me! Help! Alstublieft?! Iemand!!!’’ ik schreeuwde mijn pijn door het bos, maar ik wist diep vanbinnen dat er niemand zou komen.

‘’Alsjeblieft! Help! Cern?’’ ik duwde zijn hoofd tegen mijn borst en hield hem stevig tegen me aan.

‘’Laat me niet alleen, ik smeek je!’’

‘’onthoudt, dat ik… van je…houdt, Sabine. Voor altijd’’

‘’en ik van jou’’ fluisterde ik terug. Ik streelde zijn voorhoofd. Hij keek weer naar het bladerdak en het licht verdween langzaam uit zijn ogen.

‘’Cern? Cern!’’ mijn tranen vielen op zijn borst terwijl ik probeerde zijn hartslag te horen. Ik liet een machteloze schreeuw los en liep de tranen vrij stromen. Dit keer was het niet zijn stem die weergalmde door de bomen, maar mijn wanhopige gehuil.

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.