Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
21 maart 2017, om 10:07 uur
Bekeken:
257 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
211 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"Nooit wisselde ik met een van de aanwezigen ooit meer..."


De leraar Nederlands, voor de klas kauwend op lucifershoutjes, moderne zwavelstokken gedompeld in aluinzuur en fosfor, heette Kip. Zoals menig gefrustreerde onderwijskracht meende hij zijn uil een valk te zijn. Marlou vond hem hoog begaafd. Het is mij nooit opgevallen. Ik vond hem een beroepsoudehoer die boekjes nawauwelde. Als zijn naam in plaats van Kip nu nog adelaar was geweest zou er mischien nog een loodzware schrijf machine naar hem zijn genoemd. Deze leraar was een liefhebber van Vestdijk. Ik hoorde bij het W F Hermanskamp, een verboden schrijver op het christelijke instituut.

 

Goede raad verschaften mijn leraren mij nooit en met het uit ‘t hoofd leren van vijftig psalmen en gezangen van tenminste drie coupletten, waar ik de nodige moeite mee had, omdat ik niet uit een christelijk gezin kwam, komt niemand een steek verder, tenzij hij een zoveelste schisma wil bewerken of kerkelijk werk wenst te verrichten. De kerk, vluchthonk voor de onbekwamen en de onnozelen. Ik heb nooit de ambitie gehad mijn 95 stellingen aan de deur van de school te nagelen, daar vond ik het allemaal veel te onbelangrijk voor.

 Het gezeur en geleuter van de aan de school verbonden moraaltheologen en fenomenolo gisch geschoolde pedagogen ging mijn ene oor in en het andere nog sneller weer uit, alsof een deeltjesversneller in mijn hersenen de nonsens vleugels gaf met de snelheid van het licht.

 Eigenlijk bracht ik de schooltijd grotendeels half slapend of mijmerend in de achterste bank door en zorgde ervoor om voor alles een zes te halen.

 Mijn eindexamenlijst was een en al zessen parade tot grote woede van de direkteur, die mij het liefst had laten zakken. Superieur grijnzend hoorde ik bij de diploma uitreiking zijn emotionele tirade over mij aan.

 “Een jongen die wel kan, maar niet wil! Dit is een schande, die wij als direktie niet zouden moeten laten passeren, maar wij kunnen niet anders! Hier staan wij! Wat moeten wij? Zo helpe mij Godt Allemachtig!”

 Godtallemachtig nog an toe, beaamde ik in sstilte, geen ogenblik van mijn stuk gebracht, hand in hand met de slanke Els D., die in een strak jurkje van zwart fluweel was gekleed.

 “Ik herkende je totaal niet,” zegt tijdens de reunie een gedistingeerde, vriendelijke dame met vele goud kleurige sieraden mij. Ik houd van dames die als kerstbomen zijn opgetuigd. Zelfs haar fonkelende brilleglazen zijn in een gouden montuur gevat. Het staat haar goed. De miskommunikatie is ook van mijn kant bij voorbaat al evident.

 Ik antwoord: ”Dat is dan in ieder geval,om mee te beginnen (later zien we wel verder of niet) geheel en al wederzijds!”

 Ze bevalt mij wel. In tegenspraak met haar delikate verschijning zal zij even later een grote stationwagon met een snelheid en een alerte bedrevenheid keren en wenden die mij doet verbazen. De nog steeds ietwat exoties ogende Jolly van der L., eens de Sofia Loren van de klas, doch niet gezegend met al te veel intellekt,  is het aanzien als curiositeit waard, maar voor hoe lang. Haar basedowse ogen vermoeden een vroege blindheid.

 De jaren blijken voor sommige aanwezigen dubbel te hebben geteld. Nog even en zij kunnen figureren in een onsmakelijke reclamespot voor incontinente, lekkende Tenaladies, realiseer ik mij.

 Nooit wisselde ik met een van de aanwezigen ooit meer dan drie zinnen.

 Een vrouw naast mij hoor ik tegen Ina over mij zeggen:”Hij was een stille jongen, die nooit wat zei.We hebben nooit geweten of hij eigenlijk wel kon praten. Hij had het niet zo leuk bij hem thuis. We hadden geen van allen een hoge pet van hem op. Hij maakte een ongemeen domme indruk! Non communicatief is missschien een betere term. Wij dachten; dat wordt nooit wat met die jongen! Er komt niets uit! Hij kenmerkte zich door een zwijgend bestaan.”

 Dat zal wel, schiet het door mij heen, maar niet voor Els D. Tegen haar heb ik zo verschrik kelijk veel gesproken tot ik uitgesproken en genezen was van mijn onzekerheid en  bitter heid.

 Zij maakte mij in elk geval duidelijk dat Gods wegen duister waren en zelden aangenaam. Om de Heire der Heirscharen te behagen moest je zaken als literatuur, kunst, powezie, popmuziek en belangstelling voor oude een moderne Jazzz opgeven, dat wist zij zeker.

 Wie in een hogere macht gelooft zou met ten hemel gesagen ogen vroom zeggen: zij is niet voor niets op je pad gebracht.

 Ik moet even denken aan dat boek van C.S. Lewis” Surprised by Joy “of aan dat Engelse spreekwoord in een leerboekje:”Life is full of strange surprises.” Joy heb ik in elk geval niet ervaren in christelijke kringen.

 “In mijn herinnering was jij een domme, dikke, grote, slome, saaie, onhandige, onappetijte lijke, weinig interessante, altijd nurkse, zwijgende, ongewassen jongen,” typeert Meta mij op haar eigen zo sympatieke wijze, maar ze voegt er aan toe:”Ik geloof toch dat het niet helemaal klopt, dat beeld dat ik van jou had, misschien heb ik het wel helemaal mis en is het inlegkunde, omdat ik een hekel aan je had.”

Ik knik begrijpend en ga er niet op in. Het is een bewijs hoe de lachspiegel van de herin nering soms faalt en altijd vervormt. Ik was in de derde en vierde klas al lang sterk vermagerd en dertig kilo lichter dan nu, maar wat maakt het nog uit.

 Ik verveel me in dit weinig inspirerende gezelschap van afgebrande onderwijskrachten, die zich druk maken om bapo uren, de vakantie uitkering en de VUT.

 Ik glimlach als ik denk aan 1968 toen ik nog verder vermagerd was dat ik nauwelijks meer uit bed kon komen, die laatste twee weken voordat de eerste cheque binnen kwam die me een redelijk bestaansminimum als beeldend kunstenaar in de BKR garandeerde.

 Het waren de gouden jaren, dat ik ‘s ochtends laat opstond, in de Nieuwe Spiegelstraat woondde, ontbeet in een coffee shop, naar het Stedelijk Museum wandelde om koffie te drinken, de laatste (gratis) catalogi van de lopende tentoonstelling op te halen, met mijn mooie vriendinnen, de exoties ogende Indiese Helen of negen jaar jongere asblonde Joke uit Haarlem naar het strand te gaan als het mooi weer was. Daar waren Yvonne, de bisexuele Catharina , mijn zomerliefde van de late sixties, de oogverblindende Mila , de langharige Aletta uit Rotterdam, Minouche uit Den Haag, Marijke uit Nijmegen en het dozijn dames dat ik al vergeten ben omdat er weinig aan te onthouden viel, maar alles aan te veergeten.

 

 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.