Gegevens:

Categorie:
Autobiografisch
Geplaatst:
14 maart 2017, om 09:38 uur
Bekeken:
316 keer
Aantal reacties:
0
Aantal downloads:
172 [ download ]

Score: 0

(0 stemmen)

Log-in om ook uw mening te geven!




Share |

"En toen ik dus thuis kwam ben ik in een verlicht moment..."


En toen ik dus thuis kwam ben ik in een verlicht moment zo eens gaan rond kijken in kunstenaarsland, want dat doe ik uit mijzelf nooit en kwam toen onverwachts terecht bij de Rijksakademie te Amsterdam – die waren daar toch “zo ontzettend goed bezig” volgens de goed uit de kluiten gewassen Henriët van Lopik, de altoos aangenaam ogende, zwaar geparfumeerde, goed geklede, gehaaide wederhelft met pas gewassen haar, de wederhelft van de soms zo buiten-gewoon vriendelijke fotograaf R. B., die als Groninger tot mijn stijgende verbazing gaarne zijn strooien zomerhoed op houdt tijdens het diner, waar ik dus helemaal niet van ge-diend ben en daar ben ik me in die Rijksakademie toen toch zo’n ongeluk geschrokken dat ik terstond een dubele kuitenflikker sloeg, toen ik nog wat jonger was en geen rheumatiek had in mijn knie, alhoewel Dr. Karel van Wieringen met een perfect diagnosties oog beweert dat het helemaal gen rimmetiek is. Ik hoorde daar in de Rijksakademiegangen van alles: Swahili, Servies, Kroaties, Chinees en Japans en dan vooral het in progressieve kunstkringen zo geliefde Engels, want de moderne artiest denkt zo in ternationaal, hè, die kent geen grenzen meer, die overspoelt alle winterdijken, niet van dat bekrompen Nederlandse, hè. Nou, Neder lands heb ik daar die dag niet gehoord, wel een raar soort steenkolen Engels waar de docenten zich van bedien den. Het peil van het beeldend werk was bedroevend. Het was namelijk helemaal niets. Het leek de christelijke akademie te Kampen wel waar meneer Maaskant eens verklaarde dat hij niets met mij te maken wilde hebben, hetgeen ik onlangs nog heb door verteld aan de zeer pientere kunsthistorica Jacqueline Cové, die ik nu al weer een jaar lang bijna adoreer. Ik lul namelijk vrijwel alles door. Net goed! Het is maar dat U het weet! O, ja, men sjouwde daar in de Rijksakademie hoogst artistiek af en aan met Hightech Apparatuur en kostb’re digitale cameras, men liep zich heel parmantig voortdurend de benen uit ’t ontuchtige, kunstzinnige, veneriese hol, men hing bij tijd en wijle wat om elkaars nek, fluisterde “Je t’aime moi non plus” of “Voulez vous coucher avec moi”, allemaal gelul en gehijg in malkanders nek dus en men lebberde onderdehand wat af, men sjouwde wat op en neer door de gangen om een onsje vitaliteit te suggereren, maar resultaten om over naar huis te schrij ven? Niks, Naks, Notting, Nada, om het internationaal te houden! Een sfeer die men op elk creativiteitscentrum aan treft. Wat wil je ook, een directeur die geen enkele visie heeft en met de staf klakkeloos de aanpak van Ate liers ’63 is gaan imiteren, dat moet op niets uit draaien. Ik pleit dus voor onmiddelijke opheffing van de Rijks akademie en overheveling van het budget naar Ateliers ‘ 63 waar wel talenten vertegenwoordigd zijn. Ik schaam mij soms twee minuten lang beeldend kunstenaar te zijn als ik zulke onzin zie. Niet langer. Toch dacht ik toen niet: wordt het voor mij geen tijd voor een gans ander medium? Iets met kleien, kiekjes maken, macrameeën of figuur zagen? Ik trok de conclusie. Kunst is een illusie. Het leven, daar ging ‘t om. Monnie in de pokkut blijft toch het belangrijkste doel om naar te streven. Een chick die aan een stuk doorkakelt. Een plotseling helder inzicht diende zich aan in één van die zeldzame momenten. Zie het als een intertestinaal or gasme. Een duidelijke Aha Erlebniss tijdens het klotsen, maar dan wel met een knappe ejaculatie over de gehaak te beddesprei. Jammer voor de eigenaresse dat die geleend was. Als een schilderij een 60 grams ontbijtkoek van Pijnenburg is, een beeldhouwwerk een Chocoprinz, dan is een tekening een gevulde Jodenkoek, een akwarel een chocolade roomschuitje en een stuk grafiek een Fries boter duimpje of een negerzoen voor de consument. Recht op de bek smakkend en vacuum zuigen die zuignappen, dat wel, want sma ken verschillen. Doch laten wij het vooral eens over mij zelf hebben. Alles wat ik nu nog teken en schilder gaat wellicht regel recht naar mijn klanten in Frankrijk met uitzondering van nog een groepstentoonstel ling in sept. 2005 in Amsterdam, Galerie Mokum, na 33 jaar keer ik daar weer terug, op de leeftijd van onze Heere Jezus of was het 34. Het scheelt in elk geval niet veel en waar kunnen wij ons nou beter aan spiegelen als we de E.O. mogen geloven. Ik verwacht wel dat de omstanders via een roeptoeter Hosanna in den Hoge roepen en hunne schamele winterjassen op de grond voor mij uit spreiden als ik op mijn knalrode skoeter met een enor me toeter van hebbikjoudaar voor de boeg en een wind kerend waterdicht windscherm ter grootte van de Honds bossenzeewering op mijn ruim bemeten, opklapbare zadel luid claxonerend aan kom rijden. Voor mij was galerie directrice Dieuwke Bakker een kip zonder kop, die haar agressie bot kon vieren op onmondige, bangelijke realis tiese kunstschilders met een mond vol tanden. Daarom ben ik in 1972 daar weg gegaan…Ik ben namelijk niet te koop! Voor geen tien miljoen!” 



Reageer op dit verhaal!

Je moet helaas ingelogd zijn om te kunnen reageren.